Dinsdag 24/11/2020

Eén naam om te onthouden: John Hammond

R&b is niet meer wat het geweest is, de term wordt nu immers geclaimd door hele horden artiesten die luisteren naar namen als TLC, Destiny's Child of Craig David. Maar naar die hedendaagse soul zul je tevergeefs zoeken op de wei van Peer. Nee, daar staat 'aarenbie' nog voor Rhythm & Blues, een term uit de jaren zestig, en een genre dat nog slechts een beperkt publiek aanspreekt, getuige de vrij magere opkomst vrijdag en zaterdag.

Peer / Van onze medewerker

Koen De Meester

Terwijl blues en de bluesy rock tot in de jaren zeventig de festivals definieerden, is het nu een zaak van enkelingen. Een van de redenen daarvoor is het feit dat het muzikale jasje tot op de draad versleten is. Gloedvolle figuren die aan een breed publiek appelleren zijn er nauwelijks en de grootste namen op de affiche (Roland & El Fish, John Hammond en Robert Cray) zijn dan ook de enige durvers. Ellendig is ook dat als er dan eens een opwindende performer naar Europa overkomt - George Thorogood & The Destroyers - die dan door het Rock Werchter-festival wordt afgesnoept. Zelfs de kenners klaagden, want zij moesten tevreden zijn met een overlevende (John Brim) waarvan Jan publiek nog nooit had gehoord en die louter door het feit dat hij nog leefde, hier op het podium kwam te staan.

Het festival in Peer is er een van de oude stijl, wat zich vertaalt in een pauze tussen de optredens door. Voor de moderne festivalganger een opmerkelijk verschijnsel, want die holt normaal van het ene naar het andere podium met het constante gevoel dat hij iets aan het missen is. Dat soort nervositeit is in Peer niet aan de orde. Heel wat van de bands pasten immers uitstekend in een café maar maakten op een groot podium nauwelijks indruk. De artiesten werden vaak als decorstuk door het publiek behandeld en het grootste deel van de toeschouwers bracht het festival door met - pint in de hand - gezellig keuvelen tijdens en tussen de nummers.

Belgische avond

De aftrap kwam er op de 'Belgische' vrijdagavond met het trio Dirty Dogs, een rootsy groep rond gitarist John Danneel die voor ons net iets te bezorgd omsprong met de blueserfenis en beslist wat meer brokken had mogen maken. Cafébaas Fred Klee en zijn band begonnen veelbelovend met een aangename New Orleans-toets - dankzij twee blazers - maar daarna zakte het geheel in elkaar. De Texas Shuffles klonken als souflés die maar niet wilden rijzen en Klee bleek een beter gitarist dan zanger. Daarna verscheen The Big Four, een kwartet met staande bas, drums, elektrische piano en sax, dat kwistig strooide met instrumentals die allemaal minstens een halve eeuw oud klonken. Als de groep zich op meer soundtrackachtige stukken gooide, dan klonk het zowaar (retro-)hip. Het museum van de blues heeft blijkbaar veel conservators en archeologen, maar dat levert maar zelden wereldschokkende zaken op.

Nadien kwam er gelukkig wel een bijzonder intrigerende set van Roland en El Fish, die dezer dagen niet meer uit elkaars buurt weg te slaan zijn. Mondharmonicaspeler Steven De Bruyn maakt van de traditionele bluesschema's opnieuw een frisse belevenis. Het moddervette geluid dat hij uit zijn mondmuziekje blaast, sluit goed aan bij het idioom, maar door de ambient-geluiden tussen de songs klinkt het allemaal heel wat minder stereotiep. De aanwezigheid van Roland bedaart het jonge geweld weliswaar, maar aan de andere kant blijft hij toch een apart gitarist. De set mikte niet op de ambiance, maar op de muzikaliteit en hier werden dus weer namen en reputaties waargemaakt. De avond kreeg dus toch nog een mooie afsluiter, mede door het ongewone karakter van wat Roland & El Fish aanboden, en ook de volgende dag zou vooral wie uit de band sprong de aandacht trekken.

Zaterdagnamiddag werden er eerst nog wat Belgen aangevoerd met het niet onverdienstelijke Blues Lee, die de stijl van T-Bone Walker volledig tot de hunne gemaakt hebben. Het publiek was direct mee, wat om twee uur in de namiddag sowieso erg vroeg is op een bluesfestival.

Over de frêle gitariste Ana Popovic uit Joegoslavië waren de meningen heel verdeeld. Voor de enen is zij het bewijs dat je niet per se spuuglelijk moet zijn om blues te kunnen spelen, voor de anderen is dat al reden genoeg om haar te wantrouwen. Bij haar gitaarspel vielen wel heel wat bedenkingen te maken en het fraai uitzicht kon daar niets aan verhelpen. Fred & The Healers zijn de muzikale speerpunt van de blues in Wallonië en hun aftandse geluid dendert voort in het spoor van Alvin Lee en de machobluesrock van de vroege jaren zeventig. Fred & The Healers belichamen alles waardoor blues het etiket van oubollig meekrijgt, maar nogal wat mensen konden hun optreden smaken.

Echt muzikaal genieten was het voor de eerste keer op zaterdag met de Amerikaanse Tad Robinson & Alex Schultz Band. Gitarist Alex Schultz was reeds eerder op het festival te Peer als begeleider van Rod Piazza. De kerel met het uitzicht van een jongere James Elroy kiest voor een geluid in de soulvolle traditie van Booker T & The MG's. Schultz beheerst echter niet de afgebeten attack van Steve Cropper, want hij laat zijn noten net een fractie te lang resoneren. Die aanpak resulteert dan ook in knipoogjes naar Carlos Santana en dat is niet echt verwonderlijk, want Schultz genoot oorspronkelijk een jazzopleiding en begon ooit als rockbassist. Hij bracht een uitstekende hammondorgelspeler mee in de persoon van Benjie Porecki. Zanger Tad Robinson bezat een diep doorleefde maar weinig originele stem en vooral het songaanbod bleef ondermaats.

John Hammond

Na deze eerste Amerikaanse opkikker hinkte éminence grise John Hammond het podium op. De man is in het wereldje een monument, hoewel zeer omstreden. De puristen stoppen hem eerder in de folkhoek, ook al heeft hij Jimi Hendrix, Eric Clapton, Duane Allman, Charlie Musselwhite, Charlie Otis en Dr. John als begeleiders gehad. De kerel maakt al 39 jaar platen en blijkt nog steeds aangetrokken door muzikale vernieuwing, iets wat de rest van het aanbod hier mijdt als de pest.

Hammond maakte onlangs de cd Wicked Grin samen met Tom Waits. Op de plaat staan bijna allemaal Waits-liedjes die een compleet andere draai kregen. Drie van de muzikanten op de cd zaten zaterdag ook in Hammonds begeleidingsband. Zij waren zelf al even legendarisch: accordeonist/keyboardsspeler Augie Meyers raakte bekend door het Sir Douglas Quintet, zijn werk met Bob Dylan en als eminent lid van de Texas Tornadoes. Bassist Larry Taylor maakte naam bij onder meer Canned Heat en Tom Waits, en drummer Stephen Hodges drumde bij Smashing Pumpkins(!) en Fabulous Thunderbirds. Live komt Tom Waits, gitarist op de cd, natuurlijk niet mee, maar vervanger Frank Carillo is uit het juiste hout gesneden om de verfijnde, subtiele aanpak van John Hammond en zijn tot 'Wicked Grin'-omgedoopte band te ondersteunen.

De ernstig aan artritis lijdende John Hammond slikte eerst even, want uiteindelijk had hij zeventien Tom Waits-liedjes klaarliggen en hoe moesten het die in een open tent vergaan? Het publiek reageerde eerst aarzelend, want dit was geen breek-en beukwerk, maar langzamerhand wonnen de muzikale superioriteit van het schitterende songmateriaal en de wereldklasse van de uitvoerders het. Peer reageerde naar het einde toe dan ook laaiend enthousiast. Alleen over de stem van Hammond hoorden wij achteraf klagen, omdat ze niet zwart genoeg zou hebben geklonken. Maar dat is nu net het laatste wat we van een blanke zanger wensen. Hammond articuleert iets cleaner en minder gemaniëreerd dan Waits, maar hij heeft het briljante idee om de stem als een instrument tussen de andere op te stellen. Daardoor kun je ten volle genieten van de verschoven accenten in de muziek van Waits.

Zo liet de smerige blues van 'Heart Attack & Vine' zich nu kennen als een vrolijk jugbanddeuntje en kreeg het oorspronkelijk van schuurpapier vervaardigde 'Clap Hands' een ruimte mee waardoor het een heel ander (New Orleans-)leven ging leiden. Die laatste song was niet de enige van Waits' meesterwerk Rain Dogs, want ook 'Jockey Full Of Bourbon', 'Big Black Mariah' en 'Gun Street Girl' werden uit die cd geplukt. Uit Swordfishtrombones haalde Hammond parels als '16 Shells From A Thirty-Ought Six', dat meer bluesy en minder hoekig klonk, en 'Gin Soaked Boy'. Ook het speciaal door Waits en zijn vrouw Kathleen Brennan voor Hammond geschreven 'Fannin Street' werd fraai uitgevoerd. Auggie Meyers zijn economische accordeonspel zorgde voor bakken sfeer en Larry Taylor schitterde door op een haast surrealistische wijze aan de snaren van zijn bas te friemelen. De afsluiter was de hartverwarmende traditional 'I Know I'll Be Changed' en de bis 'Cold Water' kwam er volledig terecht.

Voor de zaterdag van Peer was er wat ons betreft maar één naam die we zullen onthouden: John Hammond (met de hulp van Tom Waits & friends). In de vroege uurtjes liet men ook nog Tommy Castro met zijn krachtpatserblues los, maar die was, nogmaals, enkel maar geschikt om een pint bij te drinken.

Blues in Peer

Heel wat van de bands pasten uitstekend in een café maar maakten op een groot podium nauwelijks indruk

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234