Vrijdag 12/08/2022

Eén museum, zestig Rothko's

'De mensen die kijken naar mijn schilderijen en moeten huilen, hebben dezelfde religieuze ervaring die ik had toen ik ze maakte', vertelde Mark Rothko ooit, de Amerikaanse kunstenaar met joods-Russische roots. Praatjes? Een overdreven uitspraak wellicht, maar ondertussen valt iedereen toch in zwijm voor zijn werken.

Slechts een kleine minderheid van de kunstliefhebbers heeft het niet voor het werk van Marcus Rothkowitz (1903-1970), zoals de schilder heette toen hij op tienjarige leeftijd naar Amerika migreerde. "Wat zien ze daar nu in?", vragen ze zich af. Een goede vraag, want iets concreets valt er in de immense wazige kleurvlakken waarmee Rothko naam maakte niet te ontwaren. Je kunt alleen maar zeggen dat ze je blik aanzuigen en vasthouden als een smeulend haardvuur. Sommigen verwoorden de sensatie met verhevener termen, als aanraking met het sublieme en een ervaring van transcendentie.

De tentoonstelling van Mark Rothko in Den Haag lokt artistieke bedevaarders van heinde en ver. Of de bezoeker in het prachtige Gemeentemuseum de kans krijgt om vanop een bank op te gaan in de zwevende, zinderende kleurvelden van Rothko valt te betwijfelen. Het zal er ongetwijfeld stormlopen, want in Europa krijg je niet elk decennium de kans om een zestigtal schilderijen van de meester samen te zien. Het bruikleen van de National Gallery of Art in Washington is een compensatie voor de Mondriaancollectie die het Gemeentemuseum ruim twintig jaar geleden ter beschikking stelde.

Piet Mondriaan is trouwens, als een van de founding fathers van de abstracte kunst, ook aanwezig op de Rothkotentoonstelling. Hoewel Rothko er aanvankelijk mee verveeld zat dat een kunstcriticus zijn werken als "blurry Mondrians" omschreef, was Mondriaan voor hem en Amerikaanse generatiegenoten als Jackson Pollock en Barnett Newman wel degelijk een inspiratiebron. Later noemde Rothko Mondriaan zelfs "de meest sensuele schilder die ik ken".

Vibrerende doeken

De schilder laat niets aan het toeval over. Toen hij vanaf 1949 in zijn zogenaamde classical style schilderde, gedroeg Rothko zich al als een theaterregisseur die de omstandigheden bepaalde waarin de bezoekers zijn werk mochten bekijken. De doeken moesten laag opgehangen worden en hij wilde gedempt licht. Nadat de ogen zich hadden aangepast, begonnen ook de sombere en diepbruine kleurvelden op zijn doeken te vibreren. Pas op dat moment was de bezoeker klaar voor het magische moment van het transcendente kijken. Ook als hij een werk verkocht aan een museum ging dat gepaard met gedetailleerde instructies over dimlicht en grijze wanden om het werk optimaal te laten opgloeien.

In Den Haag benut men aan de rand van het tentoonstellingsparcours de zogenaamde 'kapellen' met natuurlijk invallend licht van architect H.P.Berlage. Per kamertje hangt maar één werk tegen de wand. Deze tentoonstellingswijze zou zeker de goedkeuring van Rothko hebben weggedragen. Zelf was hij diep onder de indruk van de cellen in het klooster van San Marco in Firenze, waarvan één wand een fresco van Fra Angelico droeg, als middel tot contemplatie.

Spiritueel

Maar om terug te komen op zijn spiritueel kantje. Rothko heeft er alles aan gedaan om het publiek ervan te overtuigen dat zijn abstracte werken een spiritueel karakter hebben. Hij schuwde daarbij de grote woorden niet: zijn werk was niet de uitdrukking van een sacrale ervaring, maar het was die ervaring zelf. De doeken moesten groot zijn opdat de beschouwer helemaal in die ervaring zou kunnen verzinken. En dus ook nog: "De mensen die kijken naar mijn schilderijen en moeten huilen, hebben dezelfde religieuze ervaring die ik had toen ik ze maakte. En degenen die zeggen dat ze uitsluitend geraakt worden door de kleurencompositie, missen waar het om gaat."

De messiaanse drang om via de beeldende kunst de beschouwer 'verlossing' of op zijn minst een catharsis te brengen, heeft Rothko altijd gehad. Zijn vroege werk, dat vooral interessant is omdat je het zelden te zien krijgt, evolueert naar een eigen vorm van surrealisme. Ook toen al wou hij fundamentele, menselijke drama's verbeelden die in de Griekse tragedies vervat zitten. Hij was in die periode eveneens in de ban van Nietzsche en van psychoanalyticus Carl Gustav Jung. Met de bevriende kunstenaar Adolph Gottlieb deelde hij de overtuiging dat er een collectief onderbewuste bestond dat universele archetypes en mythische symbolen bevat.

Het was onder invloed van de Amerikaanse schilder Milton Avery dat Rothko begon te abstraheren, ook al zag hij zichzelf nooit als een abstracte schilder. Zijn werken waren naar eigen zeggen de drager van grootse, religieus geïnspireerde verhalen. Naar analogie met de christelijke iconografie probeerde hij het subtiele en het verhevene aan te raken met zijn trillende kleurvlakken. Aanvankelijk waren die blozend en jubelend, maar gaandeweg kleurden ze droever en somberder. Via het boeiende essay van Joost Zwagerman in de catalogus, over de door Rothko geïnspireerde poëzie, vernemen we dat de kunstenaar met blijvende fascinatie de zestiende-eeuwse mysticus Johannes van het Kruis las. Volgens Zwagerman hield Rothko zich ook in de contreien van de mystiek op toen hij zijn werken maakte en schilderde hij passieverhalen. Ook zijn eigen leven, waaraan hij in 1970 in zijn atelier een einde maakte, was met zijn vele depressieve periodes soms een lijdensweg.

Mark Rothko, tot 1 maart 2015 in Gemeentemuseum Den Haag (maandag gesloten). www.gemeentemuseum.nl

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234