Dinsdag 11/05/2021

Een moordstad voor toeristen

Johannesburg is een New York op de punt van Zuid-Afrika, waar je volgens de buitenwereld wel levensmoe moet zijn om er te willen vertoeven. Voor de niet al te roekeloze toerist is een groot deel van het centrum veilig, zelfs in de Bronx van Johannesburg. Maar voor dat laatste kun je je het beste laten rondrijden door een stelletje ex-rechercheurs. De beloning na zo'n sightseeing? Zomaar een gevoel van welbehagen.

Het overkwam me op het terrasje van de Italiaanse lunchzaak Nino's in Melle Street, op een mooie lentedag, ruim na tweeën. Was het de zachte zon, de smakelijke pasta? Of toch die krachtige rode wijn? Hoe dan ook, er viel niets meer aan te doen: opeens was daar een diep gevoel van welbehagen. Domweg gelukkig in downtown Johannesburg.

Kijk toch eens goed naar die stad, met haar strakke patroon van brede straten, haar getoeter, uitlaatgassen, wolkenkrabbers en krotten, haar drukke mensen in allerlei kleuren en maten. Zoeloes, Boeren, Indiërs, Portugezen, Congolezen, Italianen, Chinezen: allemaal op hun eigen eilandje, samen Johannesburgers. Een beetje New York op de zuidpunt van Afrika. Een moordstad eigenlijk.

Jammer dat de buitenwereld denkt dat je levensmoe moet zijn om hier te verkeren. Dat zo weinigen spontaan zeggen "Kom, we gaan eens fijn een weekje naar Jo'burg". De beeldvorming is hardnekkig: Johannesburg is in de ogen van velen de gevaarlijkste metropool ter wereld. De plaats waar barbaren je bij ieder stoplicht van je auto en je leven kunnen beroven. Een moordstad, maar dan letterlijk. Als je eenmaal zo'n reputatie hebt, zie er dan nog maar eens van af te komen.

Nu is het ook weer niet de veiligste plek op aarde. Je moet weten waar je gaat en staat. Er zijn straten en buurten die beter gemeden kunnen worden. Het is een stad die je voorzichtig moet ontdekken. Wie goed kijkt, zal zien dat er in de meest verrassende hoeken, tussen verloedering en armoede, schoonheid en charme verscholen gaan.

Op je gemak in een wrak

Johannesburg is een jonge stad. Pas 104 jaar geleden werden de eerste erven uitgemeten op de grond van de boerderij Randjeslaagte. De goudkoorts lokte de eerste gelukzoekers naar de stugge grasvlakte bij Doornfontein en Braamfontein. Achter de langgerekte heuvels van de Witwatersrand bouwden gouddelvers hun eerste nederzettingen van tenten en golfplaten schuurtjes.

Wie nu door het centrum rijdt, ziet hier en daar nog de sporen van de vroege jaren. Dorpswinkeltjes die zo passen in het decor van een cowboyfilm, zoals bij het Jeppestation op Marshall Street, of de eerste grotestadspanden, zoals het verlopen Cosmopolitan-hotel aan Commissioner Street.

Rustig rondrijden is de beste manier om Johannesburg te verkennen. De stad is uitgestrekt. Inclusief de ringen van blanke buitenwijken en zwarte townships rondom het centrum beslaat de bewoonde oppervlakte een paar honderd vierkante kilometer. Er rijden bussen en taxi's, maar de auto is handiger. Neem wel een echte Johannesburg-auto: ze zijn te huur in het morsige kantoor van Rent-a-Wreck, op de hoek van Siemert en President Street. Stokoude Mazda's, waar geen autokaper naar taalt.

Een goed startpunt voor een multicultureel uitstapje is Newtown, de culturele wijk in het hart van de stad. Het mag er wat desolaat ogen, maar iedere zaterdagochtend is er Afrikaanse markt, en verder zijn er het Museum Afrika, het Arbeidersmuseum en het Biermuseum naast de fameuze jazzclub Kippies en het Market Theatre. Het theater herbergt een verrassing: toprestaurant Gramadoela's. Bestel daar de beste bobotie van de stad, een zoete Kaapse gehaktschotel. Of lunch iets verderop bij Kapitan in Kort Street, een curieuze Indiase eettent waar Nelson Mandela als jong advocaat graag at (foto hiernaast).

In de buurt ligt ook Fordsburg, het 'little Bombay', met zijn grote Oriental Market. Vooral op zaterdag aanbevolen, voor wie blanke Afrikaners in het wild wil zien, en op lapjesjacht.

Of rij naar Bezuidenhout Valley, aan de andere kant van het centrum, voor Portugees-Mozambikaanse peri-peri-kip bij Senhor Prego op Broadway of bacalau bij Adega do Monge op Roberts Street.

Leven in Hillbrow

Is het veilig om dit allemaal te doen? Stel die vraag in Sandton, Rosebank of Fourways, blanke buitenwijken waar hoge muren en blaffende honden de dienst uitmaken, en je krijgt 'nee' te horen. Dat is het probleem van Johannesburg: de angst regeert in vele hoofden, door alle verhalen over criminaliteit. Zoals een buitenstaander amper een voet zet in Soweto of een van de andere zwarte townships, zo is een flink deel van de binnenstad voor velen inmiddels ook een no go area geworden.

In werkelijkheid valt het mee. Overdag kun je veilig rondlopen in het grootste deel van het centrum, zeker als je je niet als domme toerist (korte broek, fototoestel, zoekende blik) gedraagt. Alleen de buurt rond Hillbrow moet worden afgeraden.

Het gemeentebestuur heeft plannen genoeg om het verval te stoppen. Hoe moeilijk het is om die uit te voeren, blijkt wel uit de omgeving van de Johannesburg Art Galery: het klassieke museum weet zich omringd door een chaotische taxistandplaats, uitgewoonde flats - sommige met prachtige art-decodetails - en het Joubertpark, een favoriete hangplek voor minder frisse types. Resultaat: amper nog bezoekers. Maar wie wil, kan er gewoon heen. Rij met de auto het hek binnen en er is niks aan de hand.

Het aangrenzende Hillbrow was tien jaar geleden nog de mondaine uitgaanswijk van de stad. Nu is het een probleemgebied. De bourgeoisie heeft de fraaie, statige flats verlaten; bars, nachtclubs en restaurants zijn gesloten of overgenomen door rauw volk. Het is doodzonde, want Hillbrow is nog steeds de levendigste wijk van de binnenstad, en zit nu vol Afrikaanse kleur en geur: de flats zitten tjokvol immigranten uit de rest van Afrika. Maar zoals het altijd gaat in zulke wijken hebben zich tussen deze nieuwe gelukzoekers de drugsdealers en andere criminelen gemengd.

"Dit is de Bronx van Johannesburg", zegt Jan Bothma. Hij kent, als oud-rechercheur van het lokale politiebureau, de wijk op zijn duimpje. Tegenwoordig meldt zijn visitekaartje Quemic risk management services, een particuliere beveiliging voor vooral zakenlieden. Maar als iemand zich bij Bothma meldt met het verzoek een avond te organiseren in de onderbuik van Johanna, dan doet hij dat tegen zo'n 4.600 frank (115 euro) met plezier.

Pistool onder de voorstoel, en daar gaan we, met politiecollega Kockie erbij, de mean streats van Johannesburg in. Al snel komen de anekdotes over hoe aardig de boeven waren, vroeger in Hillbrow. "Weet je nog van inbreker Jannie van Vuuren", zegt Bothma als we langs een hoge flat rijden. "We hadden hem in een hoek gedreven, en toen sprong hij hier naar beneden."

"Kijk nu eens: het schuim van heel Afrika drijft naar Hillbrow toe. Zie je dat gebouw? Overgenomen door de Nigeriaanse drugsmaffia. Die flat daar ook. Al die lui voor de deur zijn dealers." Stapvoets rijden we langs, vele gezichten volgen de auto. "De politie heeft dit soort straten opgegeven", meldt Kockie.

Als we de hoek omslaan, komen we weer in een van de hoofdstraten. Hier is de mooie kant van de wijk te zien: de stoep vol mensen, straatverkopers, winkels open tot diep in de nacht. Terwijl de rest van het stadshart na zessen leegstroomt, als de bedrijven en kantoren sluiten en de forenzen naar hun buitenwijken gaan, komt Hillbrow tot leven.

We stoppen bij het Royal Palace, een monument van vergane glorie. Ooit was het een van de tophotels van de stad, nu worden in de van duur tropisch hout opgetrokken bar ranzige liveshows gegeven. Het is nog vroeg: de zaak is leeg, op een stel mistroostige meisjes uit Mozambique en Angola na. "Die meiden lopen op pillen", meldt Bothma. "Er is in deze hele buurt geen enkele nette uitgaanstent meer. Het zijn hoerenkasten, drank- en drugsholen geworden."

Op de schietbaan

Voor het veilige nachtleven moet je tegenwoordig in de wijken rond het centrum zijn. Yeoville, vlakbij Hillbrow, was lang een hippe buurt, maar is intussen alweer grotendeels te riskant geworden. Op Time Square kun je nog steeds zorgeloos op het terras zitten, maar de straten eromheen, met hun mooie klassieke huizen en flats, zijn af te raden, zeker 's avonds.

Een van de meest geliefde buurten is nu Melville, een oude bungalowwijk een paar kilometer buiten het centrum. Het is het trefpunt van Johannesburgse yuppies geworden en ook een goede plek om te verblijven, met guesthouses zoals het charmante Melville Turret op Second Avenue. Of strijk neer in het luxe Hyatt in Rosebank. Jabulani's, de hotelbar, is ideaal voor een verkenning van Zuid-Afrika's nieuwe elite, de buppies: black urban professionals.

Nog een laatste adrenalinestoot? Stuur de oude Mazda naar 158 Market Street, hartje boze binnenstad. Aan de gevel hangt een bord met blauwe letters: Prominent Firearm Training. 'We specialise in training security officers, beginners and housewives', werft de folder. Op de eerste verdieping staan iedere ochtend om negen uur Michael en Ronald klaar om een nieuwe klas de beginselen van het vuurwapengebruik te leren.

Op de schietbaan mag iedereen zijn verborgen angsten van zich afschieten. Vijftig kogels elk, en wie in de kruitdampen de roos voldoende raakt, krijgt nog een prachtig geplastificeerd certificaat ook. De ultieme Johannesburg-ervaring, en dat voor slechts zo'n 640 frank (ongeveer16 euro).

Rij dan zachtjes neuriënd terug naar Melville, voor een koele cocktail op het terras van het One Stop Cafe. Erger je niet aan de roekeloos links en rechts passerende idioten in BMW's en taxibusjes. Zie de zon bloedrood ondergaan achter de flats van Hillbrow. Dan kan het zomaar komen opzetten, dat gevoel van welbehagen. Alles sal reg kom, Johanna.

Hans Moleman

Dienst voor Toerisme Zuid-Afrika,

tel. 0031/20/471.46.56,

fax 0031/20/662.97.71,

gratis nummer tussen 14 en 17 uur: 0800/74.283,

e-mail: south.africa@satour.nl http://www.satour.nl

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234