Woensdag 20/01/2021

Een monument voor Artiam

Afgesloten van sociale media zoekt journalist Rik Van Puymbroeck tijd om weer echt te lezen. In Zeno brengt hij elke week verslag uit.

Toen Jean Rouaud in 1990 zijn Prix Goncourt ging afhalen voor Les Champs d'Honneur, geschreven naast en tijdens zijn uren als krantenkioskhouder in Parijs, zei hij iets als: "Fijn, die prijs, maar te vroeg: dit boek is het eerste van een trilogie".

Dat bleek later niet helemaal te kloppen: gebundeld onder de algemene titel De velden van eer zitten vijf boeken. Deel 4 daarvan is Voor al uw geschenken en begint met: "Ze zal deze regels niet lezen...". 'Ze' is zijn moeder, Annick Brégeau, een vrouw uit Campbon, die als enige leefregel aan haar kinderen meegaf: "Leer toch eens gewoon te doen", en die volgens haar zoon door de "ramp van een sluimerend bestaan" onopgemerkt was gebleven tot ze op 41-jarige leeftijd weduwe werd.

"Hoe doe je dat, leven?", vraagt de schrijver zich in haar naam af, in een bondige zin. Rouaud schrijft de geschiedenis van zijn familie vervolgens breed, lang, anekdotisch en teder neer. De openingszin telt na "Ze zal deze regels niet lezen..." nog 183 woorden en geen moment denk je eraan af te haken. Niet in dit boek. Niet in deze bundeling van vijf boeken.

Ooit reden we naar Campbon, vandaag in de Loire-Atlantique, enkel om het graf van de familie Rouaud te zien, dat kan een boek veroorzaken. Grafreizen, overigens de titel van een boekje van Boudewijn Büch, is minder luguber dan het lijkt. Zanger Rick de Leeuw, die ik deze week sprak voor een verhaal, zei: "We hebben de dood helemaal naar de buitenkant van het bestaan gedirigeerd en we weten niet meer hoe we daarmee moeten omgaan".

De doden die naast een vakantiehuisje in Saint-Matré lagen, werden bekenden en zo'n begraafplaats is niet slecht voor het perspectief.

Al kan ook de krant dat zijn. Op een dubbele pagina in De Standaard lag de kleine jongen Artiam Bovrichev deze week dood in zijn kist. Die stond op twee blauwe krukjes, volgens het bijschrift waren we in Kuivisevsky in Oekraïne. De jongen sneuvelde bij artillerievuur van het Oekraïense leger. Bij hem lag zijn knuffel en rondom 23 rouwende mensen en een priester. Niemand van die mensen nam een foto, enkel AP-fotograaf Manu Brabo vereeuwigde het verdriet. Of de foto rondging op de sociale media? Geen idee, maar je bleef er wel naar kijken. Ooit verdwijnt zijn graf in de besneeuwde bossen en een boek wordt het leven van Artiam Bovrichev nooit. Het is niet gelukt om dat tot een goed einde te brengen. Vier jaar is niet oud genoeg om heel veel herinneringen achter te laten.

Hij zal deze regels dus niet lezen, maar dank, Manu Brabo: Artiam (en Oekraïne) kreeg een blijvend monumentje. En dan, in de duizenden bladzijden die de voorbije weken over Charlie Hebdo werden geschreven, met terechte analyses en verhalen, bleef onder meer dit zinnetje uit Vrij Nederland hangen. "Na de 'selfie' werd het tijd in de spiegel te kijken: wie zijn wij?", schreef hoofdredacteur Frits van Exter. Daar zit veel in. Het is een goeie tijd om na te denken. Zoals het een goeie tijd is om, net als de selfie, misschien ook het woord 'ik' wat meer achterwege te laten.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234