Donderdag 08/12/2022

Een mol bij de Navo

Maar liefst zeshonderd mensen hadden vorig jaar op het hoofdkwartier van de Navo in Brussel rechtstreeks toegang tot de vluchtplannen voor de bombardementen op Servische doelwitten. Eén van hen was 'De Mol'. Nog voor de piloten van de westerse alliantie opstegen, wisten de Serviërs al heel precies waar ze naartoe vlogen en wat ze van plan waren. De Navo kwam deze week in nauwe schoentjes. Berichten in de Britse pers over de spion werden eerst categoriek ontkend en vervolgens genuanceerd, om gisteren voorlopig te stranden bij: 'We weten het niet meer.' Inmiddels is de naam van de spion bekend. Het gaat niet om een dwarsliggende Europese bureaucraat. De Mol, zo meldde een Duitse krant, was een Amerikaanse luchtmachtofficier die zich principieel niet kon verzoenen met het Navo-optreden in Joegoslavië.

DOUGLAS DE CONINCK JEAN-PAUL MULDERS

Het concept van de spion waar de meesten onder ons mee opgroeiden, is dat van de schalkse hofnar in het grote spel genaamd Koude Oorlog. Nu spionnen uit Oost en West al een decennium lang memoires publiceren, truken demonstreren en intriges onthullen, blijkt de schade erg mee te vallen. Ja, een Rus heeft ooit de plannen voor de Concorde buitgemaakt. En de Amerikanen executeerden in 1953 het joodse koppel Julius en Ethel Rosenberg omdat het ervan werd verdacht de plannen voor de atoombom te hebben afgeleverd op het Kremlin. Maar vandaag is er geen mens meer die dat nog gelooft. Van geen enkele spion kon ooit worden aangetoond dat hij of zij daadwerkelijk de loop van de geschiedenis veranderde.

De oorlog in Kosovo was geen koude oorlog. Het was een hete, een echte. Achtenzeventig dagen lang bestookten bommenwerpers van de Navo "strategische punten" van Slobodan Milosevic. Zijn troepen leken daar echter niet zo veel schade van te ondervinden, wisten zich ook telkens tijdig te verplaatsen. Nu en dan vielen de bommen op de hoofden van argeloze Kosovaarse vluchtelingen, die de Serviërs lieten opdraven op plaatsen waar legereenheden waren vermoed. In de eerste dagen van de oorlog haalden de Serviërs een Amerikaanse Stealth-jachtbommenwerper neer. Dat was vrij spectactualair want de US F117A is op papier volstrekt onzichtbaar voor vijandelijke radars.

De verklaring voor wat er toen zoal misliep, is er nu misschien. Morgenavond zendt Moral Combat (BBC2) een reportage uit van de gerenommeerde oorlogsverslaggever Allan Little. Hij onthult de inhoud van een intern geheim rapport dat in de weken na de start van de bombardementen, op 24 maart, werd opgesteld ten behoeve van de top van de Amerikaanse luchtmacht. Hieruit bleek dat gedurende de eerste twee weken op het Navo-hoofdkwartier in Brussel niet minder dan zeshonderd mensen toegang hadden tot de 'air tasking orders' (ATO's), de vluchtplannen van de Navo-bommenwerpers. Deze documenten beschreven tot de seconde precies de routes die zouden worden afgelegd.

Spieken hoefde niet eens op te vallen, want elk van deze zeshonderd mensen kon de ATO's raadplegen door in te loggen op Chronos, het computersysteem van de Navo. Pas na twee weken, en na het neerhalen van de Stealth, werd een nieuw paswoord ingevoerd. Van dat moment af hadden nog 'slechts' honderd mensen inzage in de vluchtgegevens, zo blijkt nu.

Is daarmee meteen ook gezegd dat een van die zeshonderd - of honderd - mensen daadwerkelijk printjes doorspeelde aan de Serviërs? Volgens de Britse krant The Guardian, die donderdag als eerste melding maakte van de BBC-reportage, vast en zeker wel. De krant citeerde een "hooggeplaatste bron" in Navo-kringen in Brussel die zegt dat hij in die dolle dagen tussen maart en juni 1999 opperbevelhebber generaal Wesley Clark meermaals zijn beklag hoorde maken: "Ik weet dat we met een spion zitten. En ik wil hem vinden!" De krant citeerde ook Navo-piloten die beweren al vrij snel in de gaten te hebben gekregen dat er iets niet klopte: "Die verdomde Serviërs anticiperen op alles wat wij doen."

Geïnterviewd door Allan Little in Moral Combat, bezigt generaal Clark een vreemdsoortige codetaal. "Absoluut niet", is zijn antwoord op de vraag of er "op het hoofdkwartier van de Navo" een spion was. "Ik denk van niet", luidde de repliek op de iets algemenere vraag of er dan misschien een spion was "binnen de Navo". De generaal bevestigde wel dat er "een intern onderzoek aan de gang is" en liet zich ook nog ontvallen: "Ik denk wel dat zij (de Serviërs, nvdr) in de eerste nacht al wisten welke doelwitten wij hadden."

Voor het Noord-Atlantische bondgenootschap is alleen al denken aan een mol ontluisterend - lachwekkend bijna. Iedereen herinnert zich hoe in de eerste dagen van de campagne rond de luchtmachtbasis Aviano in Italië jouralisten werden geweerd. De vijand zou wel eens misbruik kunnen maken van dergelijke informatie, zo heette het toen.

Navo-woordvoerder Jamie Shea ontkende donderdag in een reactie op The Guardian zo heftig als een woordvoerder ontkennnen kan: "There is no beef. Dit is een gerucht. Er is hoegenaamd geen bewijs dat Joegoslavië ook maar over enige informatie beschikte die toeliet efficiënter te zijn in het neerschieten van onze vliegtuigen. Er is geen enkele aanwijzing voor het bestaan van een spion. De Navo ging uiterst zorgvuldig te werk om ervoor te zorgen dat de operaties geheim bleven. Degenen die ervan op de hoogte waren, werden nauwlettend in de gaten gehouden. Bovendien werden de procedures om de paar weken herzien."

Volgens Shea is het bewijs van het niet-bestaan van een spion geleverd door de feiten. Tijdens de oorlog haalden de Serviërs slechts twee Navo-toestellen neer. Of die korte optelsom werkelijk zoveel bewijst, valt nog te bezien. Inzage in de ATO's kon de Serviërs niet toelaten tot op de meter te gaan voorspellen waar de bommenwerpers zouden overvliegen. De ATO's vertelden wel, zeer gedetailleerd zelfs, welke doelwitten dag na dag werden gekozen en waar de (al of niet bemande) verkenningsvliegtuigjes naartoe gingen. Het zou vanuit Servisch militair oogpunt ontstellend dom zijn geweest deze onschuldige toestelletjes neer te halen. Was dat gebeurd, dan was de Navo veel sneller argwanend geworden en, wie weet, zou de "bron van informatie" snel zijn opgedroogd.

Jamie Shea had het gisteren bijzonder druk. "Hij kan nu echt niet aan de telefoon komen", klonk het op de persdienst van de Navo in Brussel.

Er viel nochtans wat te verklaren. De Duitse krant Die Tageszeitung meldde in haar ochtendeditie dat een van haar journalisten de onbestaande spion onlangs in levenden lijve had ontmoet. Volgens de krant ging het niet om een stille Brusselse bureaucraat van wie het beeld in vele hoofden al was ontstaan. Nee, het ging blijkbaar om een Amerikaanse luchtmachtoffier. Sterker nog: volgens Die Tageszeitung stapte de man reeds in juni van vorig jaar naar zijn oversten om spontaan tot bekentenissen over te gaan. Zijn motief? Een puur en ouderwets rechtvaardigheidsgevoel. De officier, met een lange en onbesproken staat van dienst, zou het zeer grondig oneens zijn geweest met het Navo-ultimatum en de uitvoering ervan. Volgens Die Tageszeitung bezigde de officier met grote overtuiging termen als "imperialisme" en "strijdig met het volkerenrecht".

Indien het verhaal in de Duitse krant klopt, kan generaal Clark er zeker niet van worden verdacht te hebben gelogen toen hij om de vragen van Allan Little heen fietste. De spion zat misschien wel fysiek "op het hoofdkwartier van de Navo", maar hij was daar niet aan verbonden. En kennelijk diende hij ook niet te worden gesitueerd "binnen de Navo". Het was blijkbaar gewoon een Amerikaanse militair met gewetensbezwaren.

Bij de Navo was het gevoel van irritatie er gisteren niet kleiner om. De reactie is inmiddels geëvolueerd van "totaal uitgesloten" naar "we hebben geen weet van een spion". Wat is op dit moment het officiële standpunt? "We kunnen alleen herhalen dat we geen aanwijzingen hebben die ons toelaten te vermoeden dat er een spion aan het werk is geweest", klonk het gisteren op de persdienst. "Er is geen concrete persoon waarvan we kunnen zeggen: 'Die heeft het gedaan.' Het is dus niet zo dat we u iets proberen te verbergen. We weten gewoon zélf niet meer. U mag ook niet vergeten dat het hier erg ingewikkelde militaire operaties betrof."

Maar hoe is het dan mogelijk dat in eerste instantie zeshonderd mensen en in een volgende fase honderd toegang hadden tot de vluchtgegevens. "Op dat soort dingen kan ik geen commentaar geven. We gaan niet in op gespecialiseerde vragen. Als Navo-woordvoerder bevind ik mijn niet in de geschikte positie om olie op het vuur te gooien." En met wie hebben we nu gesproken? "Ik heb liever niet dat u mijn naam vermeldt. Schrijf maar: a Nato spokesman."

In sommige situaties kan je als persvoorlichter niet voorzichtig genoeg zijn.

'Nato at War', Moral Combat, BBC 2, zondagavond, 22.00 uur.

De frustraties van generaal Wesley Clark, volgens een van zijn medewerkers van toen: 'Ik weet dat we met een spion zitten. En ik wil hem vinden!'

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234