Maandag 29/11/2021

'Een menselijke heup, dat is zó mooi'

In het jargon schuilt zijn meesterschap al: 'Skin to skin duurt een heup zetten vijftig minuten.' Een stap verder zit in orthopedisch chirurg Filiep Bataillie, een van de tien topdokters in de gelijknamige serie bij VIER, een diepe missie. Mensen helpen, zoals het begon, blijft het verlangen. 'Slecht nieuws brengen word je nooit gewoon.'

Waar hij woont, spelen het avondlicht en de schaduwen een bevallig spel op het gras. Er staan veel bomen in de Kempen, en dan bouwde hij ook nog op een verborgen plekje dat zijn buurman 'het mooiste van Lichtaart' noemde. Dat zag de buurman goed.

De hond snuffelt, de slapende kat moet haar plaats op de stoel aan tafel afstaan aan de gast. We zitten ver weg van de steriele operatiezaal in het Algemeen Ziekenhuis Sint-Elisabeth in Herentals, en kijken in de opvallend rustige ogen van de 53-jarige arts.

Het is bijna halfacht en hij vertelt over de dag die voorbij is. Hoe die, zoals elke ochtend, om 6 uur begon met het verzorgen van de paarden. Om halfacht was hij in het ziekenhuis. "Elke dinsdag begint met acht mensen die ik een inspuiting in de heup geef. Dat gebeurt met hyaluronzuur. We doen dat bij patiënten die heupslijtage hebben maar voor wie een heupprothese nog niet aan de orde is." Heel snel gaat dat: tussen halfacht en vijf over acht is het gebeurd. Acht patiënten in een halfuur geholpen. "Een kwestie van organisatie."

Maar dan stopt de routine en begint wat je niet bijzonder goed op voorhand kunt organiseren. Deze dag was dat: bij iemand de rug 'een stuk' vastzetten. "Daarna heb ik drie heupen geplaatst, telkens ben je daar zo'n vijftig minuten mee bezig. Vervolgens heb ik een hernia in de rug geopereerd, iemand geholpen met een gebroken vinger, een ander met een abces in de schouder, en tot slot een dame van 90 die haar heup gebroken had. Ze was er slecht aan toe, maar uiteindelijk is het allemaal goed gekomen."

Mensen helpen

Topdokter. Na die dame van 90 kwam er nog administratie bij, operatieverslagen, kamerbezoek bij twaalf patiënten... De dagbeschrijving geeft het gevoel dat dit een andere job is dan als je een stukje voor de krant moet schrijven, Franse les geven of een personeelsdossier invullen.

"Al heel vroeg in het bestaan van de associatie (hij heeft zeven collega's, van wie sportarts Toon Claes de bekendste is, RVP) is beslist iedereen zijn eigen gewricht te geven. Voor mij werden dat de heup en de rug. Als ik nu een knieprothese zou moeten aanbrengen, dan zou dat makkelijk vijf uur vergen. Eigenlijk zou ik het gewoon niet meer kunnen. Maar als je, zoals ik, driehonderd heupen per jaar zet, wordt heel veel gewoonte. Voor mij en voor mijn team. Ik moet niks meer zeggen: als ik mijn hand uitsteek, weten ze al welk materiaal ik nodig heb. Dat zorgt voor tijdwinst, wat belangrijk is voor infectiegevaar. Al is niet alle werk chirurgisch. Als ik twintig mensen met rugpijn zie, moet ik er misschien maar één opereren."

Je kunt je niet voorstellen dat een kind van pakweg twaalf tegen de mensen van het toenmalige PMS 'orthopedisch chirurg' zegt op de vraag wat hij later wil worden. En het was ook geen kinderdroom. "Maar ik wist dat ik een sociale richting uit wilde. Geen rechten, niks commercieels. Mensen helpen. Op mijn veertiende kwam ik al een beetje in contact met dit vak toen een neefje van me, die negen was, overleed. Hij had beenderkanker, wat toen nog onbehandelbaar was. Net een jaar later zijn ze met baxtertherapie begonnen. Toen ik geneeskunde ging studeren, kwam die herinnering terug."

De telefoon gaat, er is overleg over een patiënte die vanmiddag op spoed binnenkwam met twee gebroken polsen. Vraag is of ze vanavond nog geopereerd kan worden, want er is volledige anesthesie nodig: rond 16 uur at ze nog twee pannenkoeken, ze is dus niet nuchter en dan is volledige verdoving een risico. Dokter Bataillie geeft telefonisch richtlijnen: de patiënte krijgt vanavond twee gipsen, morgen zal een collega de operatie doen.

Dan zegt hij: "Wat ik heel mooi vind aan deze tak van de geneeskunde, is dat we zo enorm naar de anatomie werken. Tijdens mijn studie en stage zag ik die schoonheid al in."

Dat legt hij uit: "De anatomie is voor iedereen hetzelfde en zit heel juist in elkaar. Als door slijtage of een ongeval iets gebeurt, dan kun je dat zo dicht mogelijk bij het normale te brengen. De heup die we gekregen hebben, die is zo mooi. Ook een knie zit echt heel mooi in elkaar. Mijn verwondering daarover is nog altijd bijzonder groot. Net zoals over hoeveel we daar nog over bijleren. Ik ben heel vroeg begonnen met heupartroscopie en daardoor ben ik de heup heel anders gaan begrijpen. Het zit allemaal zo ingenieus in elkaar."

"Een goed voorbeeld van dat bijleren is dat een collega van me onlangs een nieuw ligament in de knie gevonden heeft. Als je me vorig jaar had gevraagd alle gewrichtsbanden van de knie op te noemen, dan was ik er alvast één vergeten."

Bataillie zei het zelf in de persmap van Topdokters: "Ik ben het gewoon dat mensen zeggen dat wij de beenhouwers zijn." Maar als je hem zo gepassioneerd hoort vertellen over de heup, dan is die vergelijking echt wel onterecht. Of we niet dichter bij een carrossier zitten? Iemand die een auto, samengesteld uit honderden onderdelen, na een ongeval weer zo dicht mogelijk bij het origineel brengt?

Hij glimlacht: "Ik dacht die vergelijking daarnet te maken, maar ik deed het bewust niet. Want een schroef is een schroef en een klink een klink. Bij de mens zit je toch met meer tussenelementen. Denk alleen al aan de hersenen. Slagers en carrossiers doen nog te veel aan plaatslagers denken. Als je toch wilt vergelijken met de autosector, doe het dan met een technicus. Een zenuw of een hernia: dat is allemaal fijn en secuur werk. Maar moeilijk? Neen, alles is training."

Verwerken

Dat klopt niet helemaal, zal hij later zeggen. Een deel van zijn werk kun je, zelfs met 23 jaar ervaring en alle routine, niet leren: slecht nieuws brengen en dat van je afzetten.

"Ik heb contact met mensen nodig. Door mijn stage wist ik dat ik veel tijd in de operatiezaal zou doorbrengen. Dat was wat ik ook wilde, maar niet vijf dagen op de vijf. De combinatie met spoedgevallen en met raadplegingen vind ik de goede mix. Dat contact met patiënten, maar ook met verplegers of met de werkvrouw, vind ik van groot belang."

"Maar wat ik niet leer, is hoe je moet omgaan met het brengen van slecht nieuws. Dan bedoel ik: hoe je dat zelf verwerkt. Natuurlijk leer je dat uiteindelijk te doen. Maar het frappeerde me wel dat dokter Dua (hoofdrolspeler in de eerste aflevering van 'Topdokters', RVP) hetzelfde zei: je kunt dat niet gewoon worden."

Een voorbeeld: "Als ik iemand moet zeggen dat zijn of haar been geamputeerd moet worden, dan emotioneert me dat nog altijd. Daar lig ik wakker van en dat neem ik mee naar huis."

Nog een voorbeeld: "Ooit hadden we te maken met een huisbrand. Twee kinderen waren zwaargewond naar een brandwondencentrum gebracht, een van de ouders was overleden en twee andere kinderen werden bij ons opgevangen. Zij hadden geen schrammetje, maar ze hadden niks meer: geen huis, geen kleren, één van de ouders dood. Orthopedisch had ik daar geen werk mee, maar ik moest die twee kinderen wel inlichten over het drama. Dan vraag je terug thuis niet even naar de voetbaluitslagen."

"Een goede zaak was de verplichting van de Orde van Geneesheren om mensen meteen de waarheid te zeggen. Vroeger was het idee: als je iemand moet melden dat hij of zij een kwaadaardig gezwel heeft, kun je dat beter niet meteen zeggen, omdat ze dat niet aankunnen. Nu móét het en dat is goed."

Een laatste voorbeeld: "Ooit had ik een vrouw behandeld voor een kwaadaardige aandoening, waarna ze genezen werd verklaard. Een jaar of acht later kwam ze hier terug, ze had last van pijnen. Omdat ik haar verleden kende, deed ik een bloedonderzoek en een botscan uitvoeren. Toen ze terugkwam voor de uitslag, bekeek ik die samen met haar. Normaal gezien weet je op voorhand wat er te vertellen valt, maar die keer was dat niet het geval. Haar bloed was heel normaal. Maar plotseling zag ik op de scan overal uitzaaiingen. Ik ontdekte het dus op hetzelfde moment als de vrouw zelf. Ik moest haar dat meteen vertellen."

Chemotherapie was een optie, maar de patiënte verkoos die niet opnieuw te ondergaan. "'Laat ons een jaar wachten', zei ze. Terwijl ik wist, en ook zei: dat jaar hébben we niet. Maar ze wilde niet meer. Ze heeft nog langer dan dat jaar geleefd. Twee weken voor ze overleed, belde ze me. Ze wist hoe erg het was en ik wist dat het ons laatste gesprek zou zijn. Maar zoiets zet je niet van je af."

En toch moet dat. Terug naar dit huis, de rust, de snuffelende hond en verderop de paarden en het uitzicht op de Kempen. Helpt de omgeving om zwaarmoedigheid tegen te gaan als hij de strijd verliest? Opnieuw die blik. En dan een antwoord dat diep snijdt: "Als je een truc kent, vertel hem dan. Ik heb er geen. Het enige wat me wat helpt, is joggen. Of fietsen. In ieder geval helemaal alleen zijn."

Gevoelige kijkers

Terwijl dit verhaal op donderdag geschreven wordt, zit Filiep Bataillie op een vliegtuig naar India. Onlangs sprak hij in München. Altijd opnieuw gaat het over heupen. Vraag is hoe deze toparts in de wereld aanzien wordt?

Hij was, zoals verteld, zeer vroeg met heupartroscopie bezig. "Dat is nu wereldwijd aan het boomen en een beetje mijn kindje. Ik ga er dus vaak over spreken. Maar ik kan onmiddellijk, wereldwijd, veertig namen noemen die nog meer dan ikzelf een autoriteit zijn. Als Belg is dat moeilijk. De tijd die je aan wetenschappelijk onderzoek kunt besteden, is beperkt en er zijn heel weinig middelen voor. Zeker als je in een niet-universitair ziekenhuis werkt. Jan Deprest, die ook in de tv-reeks zit, is in zijn vakgebied wél een wereldautoriteit."

Hoe hij staat tegenover de uitspraken van die andere collega, Guido Dua, deze week in de krant? "Ik verdien 250.000 euro bruto per jaar. Waarom ik dat in de krant wil? Omdat het veel te weinig is, tiens", zei Dua.

Hij levert zijn antwoord met een kleine glimlach. "Ik leef goed", zegt hij. "Dat zie je. Het huis waar ik nu woon, daar kon ik als kind alleen van dromen. Er is weinig wat ik me moet ontzeggen. Leef ik daarom extreem rijkelijk? Neen. Er zijn ook aankopen die ik een jaar uitstel. Het huis zou herschilderd moeten worden, maar dat kan niet zomaar. Vind ik dat erg? Neen, het is iets wat voor de meeste mensen geldt. Maar vergelijk je met andere landen, dan kun je zeggen dat we niet overdreven verdienen."

"Kijk: als ik deze job in een privépraktijk zou doen en vijf keer meer zou vragen voor dezelfde behandeling, dan zou ik ermee stoppen. Ook al wordt de koek die we nu krijgen steeds kleiner - sinds 1 januari mogen we voor een heupprothese bijvoorbeeld 10 procent minder aanrekenen. Dat is eigenaardig, en misschien komt er een dag dat we een ondergrens bereiken. Of dat de rekker helemaal op is. Maar nu lig ik daar niet wakker van. Ik ben heel tevreden."

Als hij vijf keer meer zou vragen, zou dat indruisen tegen die beginmotivatie, namelijk alle mensen helpen?

De dokter knikt: "De gezondheidszorg in ons land is van zeer hoog niveau, en de bereikbaarheid en het universele karakter kenmerken ze. De armste vrouw en de rijkste vrouw in de straat krijgen net dezelfde heup. Als je het hele Obamacare-verhaal in Amerika hoort: dat is een voorbeeld van iets wat niet leefbaar zal zijn. Ik vind het belangrijk dat iedereen recht heeft op dezelfde zorgen."

Ooit lag zijn eigen moeder op de operatietafel, maar Filiep Bataillie verpinkte niet. "De eerste ingreep die ik ooit bijwoonde, daar voelde ik me ook niet lekker bij. Maar toen ik in de krant de kop boven het artikel over Topdokters las, begreep ik het niet: 'Niet voor gevoelige kijkers'. Zelfs de mensen van Woestijnvis hadden na enkele dagen opnamen de knop omgedraaid en hadden geen enkele last van wat ze zagen. Er wordt ook niet ingezoomd op het bloed en het snijden."

"Ik vertel dat maar, omdat je dit ook gewoon wordt. Je wordt een goeie chirurg als je de knop kunt omdraaien: zodra de verdoving werkt, ga je je op de techniek concentreren. Dat kon ik dus ook toen mijn moeder een nieuwe heup nodig had."

Die knop draait hij overigens voor iedereen om. VIER kondigde Filiep Bataillie aan als de arts die Vlaams minister-president Kris Peeters opereerde. Ook renners van Lotto-Belisol en Omega Pharma-QuickStep lagen bij hem op de tafel: Kevin De Weert, Jurgen Roelants, Tom Boonen. Maar hij praat er liever niet over. "Als Boonen komt, zit hij gewoon in de wachtzaal. Lopen we een uur achterop, dan zit hij net als iedereen een uur langer te wachten. Pas op: breekt zo iemand zijn sleutelbeen en willen ze die snel weer op de fiets zetten, dan zullen we dezelfde dag nog opereren. Maar dat geldt ook voor de zelfstandige bakker die zijn sleutelbeen breekt: die wil ook snel weer aan de slag."

Handdruk

Of hij ooit iemands carrière redde? "Dat misschien niet. Maar voetballer Ahmed El Messaoudi kwam hier ooit met twee heupen die er zo slecht aan toe waren dat hij eigenlijk met voetbal moest stoppen. We hebben twee kijkoperaties gedaan en nu speelt hij in de basis bij Lierse."

Het is de hele tijd stil geweest in huis en dat is het ook meestal in de operatiekamer. Al stoort de radio hem niet. "Alleen vorige week heb ik hem voor de eerste keer laten afzetten. Een operatie verliep wat moeilijker dan ik verwacht had en de muziek was op dat moment iets te ontspannen. Maar we kunnen ook keuvelen, hoor. Bij een heupoperatie heb je altijd vier minuten waarin het cement moet drogen. In die vier minuten kan het net zo goed over voetbal gaan."

"Ooit maakten we mee dat een patiënte ons net voor de verdoving iets duidelijk wilde maken. Maar ze kon niet praten en dus begrepen we maar niet wat ze wilde vertellen. Iemand kwam op het idee: laat het haar op een papiertje schrijven. Dat deed ze: 'Ik ga vallen', schreef ze. En inderdaad: haar bed stond zo scheef dat ze voelde dat ze eruit zou vallen. Achteraf gezien was dat wel grappig."

Bij het afscheid valt zijn handdruk op: zacht. Moet een chirurg, voor wie de handen zijn werkinstrumenten zijn, er extra zorgzaam voor zijn? "Neen", zegt hij. "Ik let er in ieder geval niet op. Als er taakjes zijn in de tuin, dan zal ik die met graagte doen. Maar niet allemaal."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234