Woensdag 23/10/2019

Een mens met machtige, zilveren vleugels

'Ons project vormt de basis voor de biologie en de gezondheidszorg van morgen en overmorgen. Dit is big science, waarvan de betekenis te vergelijken is met die van de eerste man op de maan''Met de kennis van de werking en aangepastheid van onze genen zullen we in staat zijn betere managers van onze gezondheid te worden''Om zieke genen te lokaliseren heb je eerst een soort plattegrond nodig, een technische bouwtekening die vrij te raadplegen is op Internet. Dat is dus het genoomproject'

Pieter Webeling / Foto Daniel de koningGert Jan van Ommen en het geheim van de 100.000 genen

Hij is nauw betrokken bij het grootste wetenschappelijke avontuur van deze tijd: het genoomproject, waarbij de circa honderdduizend genen van de mens in kaart zullen worden gebracht. Die genenatlas vormt de basis voor revolutionaire ontwikkelingen in de gezondheidszorg. Gesprek met de Nederlandse professor dokter Gert Jan van Ommen (51), antropogeneticus aan het Leids Universitair Medisch Centrum, over de kennis van de mens en het Ken Uzelf: 'Ik ben een blad in de wind.'

'Waartoe zijn wij op aarde? Wat is de zin van leven, de zin van hét leven? Ik zou het niet weten. Je kunt net zo goed informeren naar het ontstaan van het heelal, de sterren en de zon. Voor vragen betreffende het leven houd ik mij als geneticus meer bezig met wat en hoe, de oorsprong en de werking, dan met waarom. Hoe meer inzicht je krijgt in het functioneren van het menselijk lichaam, hoe meer vragen er ontstaan. Dat geeft verwarring, verbazing. Ontzag, ook. Na al die jaren van genetisch onderzoek ben ik nederiger geworden. Misschien zijn de geheimen van de natuur wel veel complexer dan de mens kan bevatten. Daarom kan ik niet zomaar een welluidend oordeel geven over het fenomeen De Mensch.

"De vraag naar wat en hoe is al heel oud. In 1543 bracht Andreas Vesalius als eerste wetenschapper het menselijk lichaam in kaart met zijn Humani Corporis Fabrica. In die dagen deed hij zijn onderzoek naar de plaats van hart, longen, lever enzovoort, in het geniep: de lijken stal hij van de begraafplaats, de onderzochte stukjes lichaam dropte hij in een ondergronds riviertje. Dat heeft hij vast niet met de medisch-ethische commissie opgenomen. De anatoom Vesalius had natuurlijk geen flauw benul wat een alvleesklier deed, maar de beschrijving is vaak het begin van begrip. Later vond Christiaan Huygens de microscoop uit en ontdekten we de cel: een zakje vocht waar van alles in dreef. Weer later waren we in staat de celkern, mitochondrion en lysosomen te onderscheiden. Zo zie je hoe we in de loop der eeuwen steeds verder konden inzoomen op het menselijk lichaam.

"Nu, op de drempel van een nieuw millennium, zijn we toe aan een nieuw historisch moment in de biologie. Duizenden wetenschappers in twintig landen brengen samen de circa 100.000 genen van de mens in kaart, waardoor we een geweldig begrip zullen krijgen van ons functioneren. Ik trek graag een vergelijking met de Russische chemicus Mendeljev en zijn periodieke systeem. Met een tabulaire beschrijving van alle stoffen, variërend van zuurstof tot kalium, heeft hij in de vorige eeuw de basis gelegd voor de scheikunde van vandaag. Op dezelfde manier zal het genoomproject de basis vormen voor de biologie en de gezondheidszorg van morgen en overmorgen. Dit is big science. Niet voor niets wordt de betekenis van het project vergeleken met de man op de maan. Als wereldwijd voorzitter van HUGO, de Human Genome Organization, een club die het gehele project coördineert, ben ik nauw betrokken bij die ontwikkelingen. Heel spannend. Wat zijn wij? Waar komen we vandaan? Wie zijn wij? Vragen, vragen."

"Als jochie wilde ik al precies weten wat, waarom, waarvoor en hoe iets was. Ik was een wijsneus. 'Wat is dat ook weer?' Altijd 'ook weer', alsof het antwoord me net even ontschoten was. Ik had genoeg fantasie. Op de lagere school had ik iets over de kruisiging van Christus gehoord. Helemaal van de kook kwam ik thuis: 'Ze hebben Jezus vermoord!' Ze zouden me nooit geloven, dacht ik, dus om mijn woorden kracht bij te zetten voegde ik daar hijgend aan toe: In de P.C. Hooftstraat, ik heb het zelf gezien! Ik was wel een professor in de dop. Een tikje excentriek, misschien. Je stoot je kop en zegt hardop: 'Au, verdomme joh, dat doet pijn.' In mezelf praten doe ik nog steeds wel eens, noem het een soort ingekeerdheid - al ben ik in de loop van mijn leven veel communicatiever geworden.

"Mijn intelligentie heb ik heel lang als een last ervaren. Ik was anders dan de anderen. In de klas werd ik regelmatig gepest of in elkaar geslagen: een aantal jongetjes hield me vast en dan was het meppen geblazen. Huilen van onmacht. 'Jij hebt altijd je hersens nog', zei mijn moeder dan. Maar wat schoot je daarmee op? Ik had overigens niet zo'n persoonlijke band met mijn vader. Hij was kno-arts. Een massieve persoonlijkheid, a man of his own, lastig en veeleisend. Letterlijk van de vorige eeuw, 1894. Toen ik werd geboren, was hij al 53 jaar. Ik heb veel wandelingen met hem gemaakt. Hij was gefascineerd door van alles, van natuur en techniek tot het occulte. Misschien hebben die wandelingen wel de kiem gelegd voor mijn interesse in de natuurwetenschap.

"Mijn ouders zijn gescheiden toen ik elf was. Ook weer niet zó gek: mijn moeder was dertig jaar jonger. Dan word je de inzet van het steekspel. Op jonge leeftijd was ik er getuige van hoe hard mensen kunnen zijn. Tijdens al die rottigheid werd ik de praatpaal van mijn moeder. Elf jaar en vroeg volwassen. Net als haar sprak ik over de kinderen, terwijl ik mijn jongere broer en zus bedoelde. Ik was gevoelig, kwetsbaar. Daardoor kreeg ik al erg jong begrip voor ingewikkelde situaties en gevoel voor verantwoordelijkheid. De scheiding betekende wel het einde van een onbezorgde jeugd.

"Op de middelbare school had ik samen met Bert, mijn buurjongetje, op zijn zolder een scheikundelabje. Bij een experiment met raketbrandstof stond ons projectiel op de dakgoot, maar in plaats van een lancering stond dat ding braaf op zijn startbasis vlammen te spugen. Cape Canaveral aan de Amstel. We zagen het zink van de dakgoot smelten. Toen kon je de contouren van de professor al herkennen. Ik corrigeerde de leraar scheikunde en haalde de fouten uit het lesboek. Veel negens en tienen op mijn rapport, met een zes voor gym. Ik was een outsider, maar geen muis. Ook op school nam ik verantwoordelijkheid, als penningmeester en voorzitter van de leerlingenvereniging. Tijdens een klassenavond kon ik in beeld komen, met knalwerk en bommetjes: zelfgemaakt buskruit in een vulpen, bwham. In het sociale kon ik mijn populariteit helaas niet verzilveren. Dan vroeg ik op een feest, als het licht uitging: 'Wat had jij voor Duits?'

"De universiteit was een verademing. Ik studeerde scheikunde, met biologie. Ik kon opnieuw beginnen, resetten, zonder verleden. De collegezaal en mijn medestudenten waren mijn natuurlijke biotoop, omdat ik meer onder gelijken was.

"Eind jaren zestig kwam ik in contact met de popmuziek. Ik fotografeerde popconcerten voor dagblad De Tijd, en daarna ben ik lang poprecensent voor ze geweest. Schitterende tijd, van 1968 tot 1975. Tijdens een optreden van Jeffer-son Airplane kwam Jim Morrison van The Doors alvast het podium op. Helemaal door het lint van alle middelen flikkerde hij de zaal in. Daarna is hij afgevoerd naar het ziekenhuis en kregen we een preplay van The Doors zonder Morrison. Ik heb ook interviews geschreven: Captain Beefheart, Jerry Lee Lewis, Randy Newman, Frank Zappa. Je kunt je afvragen: wat is de overeenkomst tussen de poprecensent en de moleculair bioloog? Nou, die is er niet. Wat mij betreft wordt de levensloop van een mens niet alleen bepaald door genen en opvoeding, nature and nurture, maar ook door een grote dosis puur toeval. Ik ben een blad in de wind."

'Een mens met machtige, zilveren vleugels. Leven tot je honderd vijftig bent. Gekloonde mensen. De fantasie over de mogelijkheden van genetica is groot, het sciencefiction-gehalte hoog. Ik denk dat we niet zover zullen komen met het klooien aan de soort. Je kunt een zwaarbelast radertje in een wekker niet zomaar vervaardigen van titanium, want dan is het hele uurwerk binnen vier maanden in de soep gedraaid: vanwege de slijtage die het titanium radertje heeft veroorzaakt op andere wieltjes. Een verstoring van de balans kan grote gevolgen hebben. Genetici weten dat als geen ander. Dus een gevleugelde mens... wél handig voor files, trouwens.

"Ik heb een grote afkeer van het beeld dat wetenschappers geen oog zouden hebben voor ethische vraagstukken. Zelf besef ik terdege dat een mens zwaar kan lijden onder een zogenaamd zeer interessante ziekte. Veel van mijn collega's zijn persoonlijk betrokken. Op een congres als de American Society of Human Genetics valt mij altijd op hoeveel genetici zelf een aandoening hebben: loopstoornissen, handicaps, rolstoelen, dwerggroei, noem maar op. Ik wil maar zeggen: wetenschappelijke experts zijn vaak zelf ervaringsdeskundigen. Dat geldt voor mij ook: ik heb van nabij de spierdystrofie van Duchenne meegemaakt. Een broertje van mijn vrouw had dat. Hij is niet ouder dan 24 geworden. Hij heeft twaalf jaar in een rolstoel gezeten.

"Wat is eigenlijk een gen? Een gen is een stuk DNA-code dat een cel in staat stelt een eiwit te maken, om zo een bepaalde functie te vervullen. Je hebt genen die de kleur van de ogen bepalen, genen die bloedcellen aansporen om het eiwit hemoglobine aan te maken, zodat het zuurstoftransport in het bloed geregeld wordt, genen voor haargroei, enzovoort. Als een bepaald gen niet goed functioneert, kun je ziek worden. Een duidelijk en helder voorbeeld is de ziekte van Huntington, waarbij patiënten na hun dertigste last krijgen van ongecontroleerde bewegingen en karakterdeformatie. Dat is een vreselijke aandoening, die nog steeds ongenees-lijk is. Eén gen is daarvoor verantwoordelijk. Helaas is de situatie aanmerkelijk complexer bij veel voorkomende ziektes als longkanker, hart- en vaatziektes en reuma. Die worden namelijk veroorzaakt door fouten in meerdere genen. Welke? Waar zitten ze? Hoe werken ze? Dat willen we graag weten.

"Om zieke genen te lokaliseren heb je eerst een soort plattegrond nodig, een technische bouwtekening die vrij te raadplegen is op Internet. Dat is dus het genoomproject. We brengen niet alleen alle 100.000 genen in kaart, we bepalen ook de volgorde van het DNA, met in totaal drie miljard tekens. Met die informatie zullen we een beter inzicht krijgen in onze gevoeligheid voor risicofactoren als alcohol, tabak, vet en stress. Bij de een is eenzelfde gen of genencombinatie beter toegerust voor deze gevaren dan bij de ander. We kennen allemaal het voorbeeld van een oldtimer die tot z'n zestigste drie pakjes per dag rookte en op z'n zeventigste nog steeds vrolijk rondfietst. Voor de risicofactoren teer en nicotine zijn de beschermende genen van deze opa kennelijk uitgevoerd in zwaar plaatstaal. Zijn ontgifting voor deze stoffen werkt kennelijk fenomenaal. Bij een andere persoon zijn die bepaalde genen of genencombinaties dan weer bedeeld met slechts een dun bierblikje. Die moet al uitkijken voor een rokerig café, als hij tenminste geen longkanker wil krijgen op jonge leeftijd.

"Zo gaan we steeds meer in de richting van voorspellende geneeskunde, met alle adviezen van dien. De een mag best eens een sigaretje opsteken - al blijft roken vernietigend - maar bij overgewicht komt hij algauw in de gevarenzone voor hart- en vaatziekten. De ander mag juist best een speklapje op z'n tijd, maar moet weer heel erg oppassen voor zonlicht op vakantie. Kortom, met de kennis van de werking en aangepastheid van onze genen zullen we in staat zijn betere managers van onze gezondheid te worden. Ook zullen we veel gerichter medicijnen kunnen ontwikkelen en gebruiken. Nu proberen we niet zelden 200.000 stofjes uit om één werkend geneesmiddel te krijgen. Je ligt met een jachtgeweer op de grond, je schiet een schot hagel af en wacht tot er een eend naar beneden komt. Met het genoomproject weten we vrij nauwkeurig waar en wanneer de eenden overvliegen. Je bent dus accurater en doeltreffender. De farmaceutische industrie ziet bliksems goed in hoe ingrijpend deze ontwikkelingen zijn.

"Met de komst van de voorspellende geneeskunde kunnen mensen voor loodzware beslissingen komen te staan. Een klassiek voorbeeld is de ziekte van Huntington, waarbij je dus tussen je dertigste en zestigste lichamelijk én geestelijk instort. Een kind van een Huntington-patiënt heeft 50 procent kans op dragerschap. Dat kunnen we testen. Wat doet een mens dan? Vóór het uitkomen van de test zei ongeveer de helft van de risicodragers dat ze uitsluitsel wilden hebben en de test zouden doen. Toen ze wérkelijk voor de keus stonden, zakte dat percentage naar 18 procent. Want ja, stel dat je inderdaad zo'n toekomst tegemoet gaat? Voor de meesten geldt dan: hoop doet leven. Terwijl de rest niet langer vooruit kan met zo'n kwellende onzekerheid. En dat is een heel ingrijpende afweging.

"Ik zou mezelf niet laten testen, denk ik. Omdat ik te bang zou zijn. Dat klinkt misschien gek uit de mond van een geneticus, maar dat is het toch niet. Ik vind namelijk het belang van de mogelijkheid van keuze wezenlijk. Henk ten Have, een medisch ethicus, zegt: 'De prijs die we zullen betalen voor onze fixatie op de genetica, is dat we uiteindelijk niet meer kunnen leven met onzekerheid.' Wat een kolder! Ik denk juist dat mensen heel goed in staat zijn om voor zichzelf ingewikkelde afwegingsprocessen te maken - zie het voorbeeld van Huntington. Aanvankelijk zei de helft een test te willen, later zeiden veel mensen: toch maar niet. Kijk, om een keuze kun je niet heen: een test negeren is ook een beslissing. Het onbezorgde is weg, zeggen mensen dan. Maar ja, wás die onbezorgdheid er dan? Sommige vrouwen hebben een tante, moeder of oma zien lijden aan borstkanker. Uit bezorgdheid doen ze een test. Als dan blijkt dat zijzelf ook 80 procent kans hebben op die ziekte, dan kan ik goed begrijpen dat ze tot een extreem ingrijpende stap overgaan: de borsten laten weghalen. "Na het karteren van de genen en het ophelderen van de DNA-code, dus het grote wat en waar, begint het echte werk. Het hoe en wanneer, en uiteindelijk: waartoe? Hoe functioneren de genen precies? Wat doen ze? Welke genen veroorzaken welke ziekte? Hoe verhouden de genen zich tot elkaar? Kunnen we genen repareren met gentherapie? Vooral dat laatste spreekt natuurlijk tot de verbeelding. Versie 1.0 is: men neme een virus dat menselijke cellen kan infecteren, we halen het erfelijk materiaal eruit en sprietsen een gezond gen terug, het virus gaat in een kweek en uiteindelijk infecteren we de patiënt. Iedereen was enthousiast, want zo zou je erfelijke aandoeningen kunnen genezen. Zo makkelijk is het uiteraard allemaal niet, maar we boeken vooruitgang. Versie 3.2 is al bijzonder ingewikkeld, maar wel realistischer. Uiteindelijk zal versie 6.0 geheid werken.

"Hoe ziet de gezondheidszorg anno 2040 eruit? Behalve voor gentherapie zal er veel aandacht bestaan voor genetische therapie, gebaseerd op inzichten in de genetische wisselwerking en de evenwichten in de biologische processen. Of een ziekte als kanker afdoende kan worden bestreden... moeilijk. Ik verwacht wel dat we bij veel vormen van kanker de dodelijkheid onder controle krijgen. Ik wil geen al te rooskleurig beeld geven, maar we gaan steeds beter begrijpen wanneer en waarom een defect gen de opdracht geeft tot woekering in de cel.

"In 1990 zijn we wereldwijd met het genoomproject begonnen, in 2005 moet het klaar zijn. Op dat punt is er goed nieuws: een eerste versie, een working draft, is al in april 2000 klaar. De verfijning komt daarna. De kennis is spectaculair, de ontwikkelingen revolutionair. Deze eeuw hebben we 25 levensjaren gewonnen, vooral door de verbeterde hygiëne en de uitvinding van antibiotica. Dankzij de genetica zouden we in 2040 misschien opnieuw tien levensjaren winnen. Al zou ik denken dat het niet belangrijk is om langer te leven, maar wel om korter te sterven. Opdat mensen zo lang mogelijk uit de handen van de gezondheidszorg blijven."

"Ik heb zelf geen kinderen. Ik weet dus niet hoe de genoverdracht bij mijzelf zou hebben plaatsgevonden. Zo van: Jantje heeft de neus van zijn vader, de stem van z'n moeder en het verstand van opa. Het is een populaire discussie aan veel eettafels, mensen vinden dat interessant. Ik niet zo. Kinderen of geen kinderen: het is best een onderwerp geweest, maar mijn vrouw had een duidelijke mening. Nou, oké. Ik zeg eerlijk dat er momenten waren dat het vaderschap mij best aardig had geleken: wandelen met je zoon en filosoferen over wat je ziet wanneer je tussen twee sterren kijkt. Maar verder... Prima zo. Misschien is dat weer de bèta in mij, de nuchterheid. Aan de andere kant: als je je affectie niet projecteert op kinderen, dan richt je je onbewust op the next available thing. Ik ben dus reuze gehecht aan mijn katten.

"Ik weet niet waartoe wij op aarde zijn. Ik heb al moeite genoeg met de vraag: what makes Gert Jan tick? Je kunt zeggen dat ik een zeker dualisme heb met wel of niet opvallen. Ik zit niet toevallig onder de tafel mijn schoenveters te strikken wanneer er belangrijke zaken aan de orde zijn. Als ik zie dat het beter kan en beter moet, dan neem ik die verantwoordelijkheid. Zo ben ik uiteindelijk ook voorzitter van HUGO geworden. Bewijsdrift? Geldingsdrang? Zal best. Met een beetje zelfironie kun je zeggen dat ik Gert Jan van Ommen op die manier ook op de kaart zet. Maar sommige van mijn collega's zijn sterker behept met het ijdelheidsgen dan ik. Het is mijn levenswerk om de mens in biologisch opzicht in kaart te brengen, om de mens in zijn functioneren te begrijpen. Dat vind ik prachtig. Maar ik heb zelf geen duidelijk antwoord hoe ik zelf eigenlijk in elkaar steek. Dat is niet zo gek. Bij de loodgieter lekt het ook - anders was hij nooit loodgieter geworden."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234