Woensdag 24/04/2019

'EEN MENS IS NOOIT AF'

'Een jaar, dacht ik. Een jaar moet Gynaika wel kunnen overleven. Intussen bestaan we al zes jaar.' Drijvende kracht achter de succesvolle vzw is Marijke Seresia. Eenenvijftig, moeder van twee volwassen dochters, fotografe. Haar ogen verraden passie en vuur, een brandend zoeken naar telkens weer nieuwe paden, originele initiatieven. Met altijd dat ene doel voor ogen: gelijke kansen voor iedereen. 'Ik heb bewust gekozen voor de moeilijke weg.'

Cathérine Ongenae

Foto Tim Dirven

'In de jaren '68 en '69 was ik een echte hippie. Ik had weinig geld, leefde in het kunstenaarscircuit aan de Minderbroedersrui in Antwerpen. Heel boeiend vond ik dat. Ik kom uit een warme maar klassieke familie. Mijn vader was notaris en burgemeester in Overpelt. Voor ik ging studeren, kende ik de wereld niet. Ik kwam rechtstreeks van het internaat en vond het leven niet bijzonder. Ik amuseerde me wel, was creatief, had zelfs een cabaretgroepje. Maar ik zat altijd binnen vier muren, was de oudste van een grote familie. Uitgaan? Nooit gedaan. Tot ik in Antwerpen belandde. Toen pas begon het leven me te fascineren. De wereld ging open. Hij lag voor me als een groot zwembad waar ik meteen ben ingesprongen. Ik studeerde rechten, maar verliet al snel de universiteit. Ik heb het nog even op de sociale hogeschool geprobeerd, maar de roep van de vrijheid was sterker. Liever zat ik uren op café te discussiëren. We lazen boeken, waren intellectueel bezig, bij voorkeur 's nachts. We hadden geen geld, maar het was leuk. Een arme, maar warme periode. Ik heb toen veel geleerd."

Tijdens haar wilde jaren leefde ze van wat in de pet van haar toenmalige vrijer viel, een Nederlandse straatmuzikant. "Ik was te trots om nog geld aan te nemen van mijn ouders." Toen het uit raakte, belandde ze in Leuven, waar ze een tijd het huis deelde met Chileense intellectuelen die na de moord op Allende hun land waren ontvlucht. Een van hen gaf haar de fotografie, een stiel waarin ze haar onrustig zoeken kon botvieren, en die haar leven in rustiger banen leidde. "Maar toch", zegt ze, "was ik de veertig al voorbij voordat ik in staat was om vastberaden één richting in te slaan. Acht jaar geleden werd ik voor de eerste keer lid van een vereniging. Het heeft mijn leven compleet veranderd. Tot dan werkte ik als fotograaf. Ik illustreerde boeken, werkte in opdracht van de pers en bedrijven, gaf les... Ik verdiende goed de kost. Tot een vriendin, die lid was van de Nationale Vrouwenraad, klaagde dat die raad enkel oog had voor thema's als werk en emancipatie. Aan cultuur werd niet veel gedaan, verder dan een jaarlijkse uitgave van een dichtbundel kwam men niet. Ze nodigde me uit op een bijeenkomst, waar ik prompt werd gevraagd om te gaan uitmaken van de werkgroep cultuur. Ik wilde wel, maar het frustreerde me dat die vrouwen zich weinig vragen stelden over zichzelf en over cultuur. Bestonden er dan geen vrouwelijke kunstenaars? In een kunsthistorisch overzicht van duizend kunstenaars vond ik slechts zeven vrouwen. Bovendien leek het alsof het allemaal 'gekkinnen' of nonnen waren. Cultuur, zo bleek, was een mannenwereld waar vrouwen onder het tapijt werden geschoven. Wel, ik ben ze gaan zoeken. Ze zaten goed verstopt, die kunstenaressen uit het verleden, maar ik heb er veel gevonden. Hoe meer ik er vond, hoe kwader ik werd. De wereld had zo'n verdraaid beeld van de kunst. Ik besloot de wereld te shockeren. Ik wilde laten zien hoe de mensen al eeuwen een rad voor de ogen wordt gedraaid. Toen de Vrouwenraad niet wilde meewerken, ben ik vertrokken en heb ik zelf een vzw opgericht."

Wie haar kent, durft haar wel eens megalomanie aan te wrijven. Dat daar iets van aan is, geeft ze grif toe. "Ik zag het groots, ik wilde geen klein flut-vzw'tje. Aan Leona Detiège, toen minister van Tewerkstelling, vroeg ik medewerkers met een gesco-statuut. Zeven mensen kreeg ik. Meer middelen had ik niet, we werkten bij mij thuis. Op de vloer van mijn woonkamer, op kussens op de grond, werd Gynaika geboren. Omdat er geen geld was om zelf iets te organiseren, besloten we de culturele sector warm te maken voor evenementen rond vrouwen en kunst. Gynaika zou de promotie op zich nemen. Vijftig reacties leek me al een gigantisch succes. Uiteindelijk boden zich 350 partners aan en had ik 800 activiteiten aan de man te brengen. Pure waanzin. Heel Vlaanderen wilde ik veroveren. En het is me nog gelukt ook. Dat was in 1996."

Een zoektocht naar de naam Seresia in het persarchief van Mediargus levert een pak artikels op over de projecten van Gynaika. Maar bijna evenveel artikels verhalen over culturele en menslievende initiatieven van ene Gilbert Seresia. "Ons vader", lacht de dochter. "We hebben het van geen vreemde. Hij is al tachtig, maar nog even gedreven en dynamisch als vroeger. Zelfs tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen hij onder dwang naar Duitsland werd gebracht om er te gaan werken in de kampen, deed hij alles om het moreel van zijn lotgenoten hoog te houden. Hij organiseerde zang- en toneelavonden, schreef poëzie. Hij vertelde soms over een van zijn vrienden, een Italiaan. Die man weigerde voor de Duitsers te werken, dus verbrijzelde hij zijn hand met een mokerhamer. Zolang die hand niet genezen was, hoefde hij niet te werken. Wel, hij zorgde ervoor dat die hand niet genas. Telkens opnieuw verminkte hij zichzelf. Hij heeft het uitgehouden tot het einde van de oorlog. Voor zo iemand heb ik onnoemelijk veel respect."

Ze heeft een voorliefde voor rebellen. Is er zelf ook een, zij het een menslievende. "In alles wat ik doe staat de mens centraal. Alle standen, rangen, klassen, kleuren blijven me fascineren. Als klein meisje al nodigde ik wildvreemden uit. Soms waren dat circus- of kermiskinderen. Moeder vond dat niet zo leuk. 'Je kent die kinderen niet', zei ze dan. 'Maar ze hebben geen tuin', repliceerde ik, 'en geen speelgoed'. Dus mochten ze meespelen. Ik zag geen verschil tussen het ene kind en het andere. Met vooroordelen word je niet geboren. Je wordt er mee opgevoed."

"Uitsluiting", zegt ze - het woord komt er wrang uit - "daar kan ik niet mee om". Ze herinnert zich haar studententijd, zo'n dertig jaar geleden, toen ze nog leefde van muziek en de liefde. De Quartier Latin in de Schuttershofstraat, de straat van de uitzuipcafés, was een van de geliefde rondes van de groep artiesten waar ze deel van uitmaakte. Vooral omdat de relatie tussen de entraîneuses en de kunstenaars er een was van solidariteit. "Een van hen", weet ze nog, "baatte een café uit met haar dochters. We noemden haar Tantetje. Een schitterende vrouw. Ooit was ze getrouwd met een schatrijke man. Toen die haar in de steek liet, stond ze van de ene op de andere dag alleen voor, met kinderen en een inkomen van niets. Werk vinden zat er niet in, ze kon niets. Zo'n café beginnen was voor haar de enige oplossing. Het was zwemmen of verzuipen."

Of haar sociale bewogenheid naar vrouwen toe daar is gegroeid, wil ik weten. Of haar 'feministische visie'. "Feministe? Als feminisme gelijk staat aan gelijke kansen voor iedereen ongeacht geslacht, ras of afkomst, ja, dan ben ik een superfeministe. Altijd geweest. Als ik op het internaat zag dat kinderen uit minder welgestelde families een andere behandeling kregen, stapte ik naar de directrice en zei haar hoe ik erover dacht. Wie ziek is, heeft recht op een dokter. Wie honger heeft, moet eten krijgen. Racisme, dat snap ik al helemaal niet. De woede die ik voel als ik uitsluiting zie zit diep, ze raast bijna fysiek door mijn lichaam. Ik kan niet zwijgen en lijdzaam toezien. Trouwens, we leven dan wel in een welvarende maatschappij, maar ik vind dat vrouwen het hier niet makkelijk hebben. Ze moeten vaak hard vechten."

Ze spreekt uit ervaring. Gynaika mocht er dan wel staan, de nodige fondsen voor haar projecten kwamen niet vanzelf binnenwaaien. Vooral niet uit politieke hoek. Ze legt er bijzondere nadruk op. Haar echtgenoot is Guy Peeters, Algemeen Secretaris van het Nationaal Verbond van Socialistische Mutualiteiten en voorzitter van de VRT. "Mensen denken dat Gynaika zo snel is gegroeid omdat ik gehuwd ben met een socialist. Niets is minder waar. Ik heb geen politieke kleur. Uiteraard ben ik sociaal-democrate, maar partijpolitiek zegt me niets. Nooit heb ik een voet in de politieke wereld van Guy gezet, nooit. Ik heb alles alleen bereikt. Trouwens, sinds men weet dat Guy mijn man is, heb ik het alleen maar moeilijker om fondsen te verzamelen. (heftig) Koleirig word ik er van. Wat ik doe heeft niets met partijpolitiek te maken. Het culturele en het sociale interesseren me. Wat maakt het mij uit bij welke partij iemand is?"

"Toen we 'Zij-sporen' op poten zetten, was het vechten voor elke frank. Ik sliep niet meer. Ik zag er niet uit, teerde op vitaminen en mijn reserves. Mijn gezin dacht dat ik doodging, Maar ik moest en ik zou. Het resultaat was zo overdonderend dat ook De Lijn zijn steentje wilde bijdragen. Of ik geen project wilde doen met bussen, vroegen ze. Mijn dochters zaten toen in hun puberteit. Ze hadden het er moeilijk mee, konden zich niet uiten. Vooral tot mijn jongste, in se een extravert kind, drong ik niet meer door. Het brak mijn moederhart. Maar het bracht me ook op het idee om kunst tot bij de jongeren te brengen en hen te motiveren er zelf iets mee te doen. Mensen waarschuwden me. 'Niet met pubers', zeiden ze. 'Die zijn lastig, je kunt er niet op rekenen'. Net daarom moest ik het wel doen. Het resultaat is fantastisch. Al vier jaar toert de karavaan bussen van 'Piazza dell'Arte' rond in Vlaanderen. Ze doen scholen aan, en achtergestelde buurten. Al meer dan tienduizend jongeren werden een hele week lang ondergedompeld in kunst. In die week mogen ze zeggen wat ze denken, mogen ze er iets mee doen en brengen ze hun werk op een podium."

'Soms komt het water me tot aan de lippen, soms denk ik: 'Waar ben ik toch aan begonnen?' Maar als ik dan denk aan die 'toonmomenten' van Piazza dell'Arte, als ik zie wat die kinderen in een week tijd hebben gemaakt... Wat ze te vertellen hebben, hoe ze openbloeien, hoe ze ontdekken wat ze in hun mars hebben. Dat is een beloning die met geen goud te betalen is. Dat kinderen via Piazza dell'Arte hun plaats binnen de groep vinden en geaccepteerd worden zoals ze zijn, daar ben ik trots op. Want dat is wat telt. Niemand lijkt nog te beseffen dat we allemaal mensen zijn, individuen met een eigen karakter, met gevoelens en talenten, en ja, met een lichaam. Een mens is meer dan hersenen alleen. Vandaag is het alsof enkel nog het hoofd telt en de rest van welgevormd beton moet zijn. We leven zogezegd in een maatschappij waar alles kan en mag, we hebben de beste ziekteverzekering, het beste onderwijs. Soms vraag ik me af of dat wel waar is, of we wel van alles het beste hebben. Er is welvaart, ja, maar is er wel genoeg welzijn? Moeten we niet eerder een welzijnsstaat worden? Maar dan moet er wel nog veel veranderen, in eerst en vooral de beeldvorming via de media. Dat meisjes zichzelf uithongeren om 'erbij te horen', dat is toch godgeklaagd? Wat maakt het verdorie uit of je maatje 34 of 44 hebt? We mogen er toch allemaal zijn, of niet soms? (gloeiende ogen) Dat zijn de waarden die we moeten meegeven aan de jeugd, niet de eenheidsworst die ons wordt opgedrongen. Die jongeren moeten gewoon een zetje krijgen om op te staan, na te denken over hun gevoelens en te zeggen waar ze voor staan. Daarom blijf ik dit doen tot ik erbij neerval. Omdat ik voel dat het begint te werken."

Als ze haar betoog voert, kan een mens niet anders dan luisteren en knikken. Marijke Seresia is een overtuigende vrouw. Ze laat niet met zich sollen, wordt zelfs in progressieve kringen gemeenzaam als 'moeilijk' bestempeld. "Ik voel me dikwijls erg eenzaam", is haar repliek. "Uiteraard accepteren mijn vrienden me, ze kennen me zo al jaren. Maar niettemin hoor ik mensen rond mij denken: 'Waar is die toch mee bezig?'. Ik heb vaak het gevoel dat ik tegen de muren praat. En het gevolg van het feit dat ik mijn mond niet kan houden is dat ik voortdurend klappen krijg. Meer dan eens raakte ik al teleurgesteld in mensen die ik vertrouwde. Mensen van wie ik dacht dat ze vrienden waren, maar die me plots de rug toekeerden en me zelfs bewust probeerden te kwetsen. Ach, zulke dingen gebeuren. Ik heb nu eenmaal voor een moeilijke weg gekozen. Maar al bij al geeft het me veel voldoening. Mijn medewerkers zien me graag, ik voel me als de moeder van Gynaika en Piazza dell'Arte."

"Ik ben 51, en nu pas durf ik te denken dat ik wel eens een sterke vrouw zou kunnen zijn. Ik heb dat nooit geweten. Maar als ik terugkijk, zie ik hoe ik altijd doorga, ondanks de moeilijkheden die ik telkens opnieuw ondervind. Want er zijn altijd kapers op de kust. Intriganten die een deel van de koek proberen in te pikken. Desondanks heb ik nog altijd vertrouwen in de mensen. Ik wil niet zonder vertrouwen door het leven gaan. Er zijn momenten geweest dat ik voortdurend op mijn hoede was voor het mes in de rug. Maar zo'n houding maakt veel kapot. Mijn vader heeft me altijd geleerd dat je iets niet moet doen om vriendschap te krijgen. Wat telt, is dat is dat je je goed voelt bij wat je doet." "Ik heb wel eens een verkeerde weg genomen, maar spijt heb ik daar nooit van gehad. Dat hoort bij het zoeken. Zolang je jezelf maar durft bij te sturen. Een mens is nooit af, en niets is zo boeiend als groeien. Een oude wijsheid zegt: als je huis af is, sluipt de dood naar binnen. Onrust is goed, twijfel is gezond, zelfs onzekerheid is een cadeau. Je kunt niet 'zeker' zijn in een maatschappij die voortdurend verandert. Een saai leven is niets voor mij. Ik wil nog lang verrast worden."

www. gynaika.be www.piazzadellarte.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.