Dinsdag 07/12/2021

Een memorabel moment

Kunstenaars van eigen bodem in SMAK en MUHKA

De hedendaagse kunst heeft dit jaar niet slecht geboerd in België. Hoogtepunt was zonder meer de opening begin mei van het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst (SMAK) in Gent. Een groots feest werd het, met een grootse openingstentoonstelling die ruim een half jaar duurde. Op 11 december was - eindelijk - de tijd rijp om tot de orde van de dag over te gaan. De eerste tijdelijke tentoonstelling ging open, met prachtig werk van Thierry De Cordier. Om vier redenen was dat een memorabel moment.

De eerste reden is natuurlijk De Cordier zelf. De naar Frankrijk uitgeweken kunstenaar-kluizenaar was tot nog toe vooral bekend van zijn sculpturen. In het SMAK verrast hij door enkel tekeningen te tonen, een honderdtal. Nog verrassender is dat zijn zwarte magie op papier even goed, en op sommige momenten zelfs sterker werkt. Een tentoonstelling die absoluut niet te missen is.

De tweede reden heet luxe. Nu het SMAK van zijn gedwongen huwelijk met Schone Kunsten verlost is en het in zijn nieuwe huis aan de overkant van de straat helemaal zijn vleugels kan uitslaan, kan Jan Hoet eindelijk op volle kracht draaien. Daar wordt een mens toch wel even duizelig van. Niet alleen omdat je met een Hoet op halve kracht soms al sterretjes ziet, maar ook en vooral omdat er op een half uurtje rijden nog zo'n museum in hoogste versnelling staat te draaien: het Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen (MuHKA), het huis van Flor Bex. Toeval of niet, op ongeveer hetzelfde ogenblik als in Gent ging daar eveneens een belangrijke tentoonstelling open, eveneens met prachtig werk, 120 schilderijen van Philippe Vandenberg. Op een slordige zestig kilometer van elkaar vind je nu dus twee tentoonstellingen met actuele kunst van hoog niveau. Waar is de tijd dat we zelfs maar voor één zo'n expositie naar het buitenland moesten?

Hoe weldadig ook, het is een luxe die tot waakzaamheid en bezinning noopt. Het is nu meer dan ooit zaak voor beide musea om eigen accenten te leggen en die ook voldoende duidelijk te maken aan het publiek. De mensen moeten weten wat voor tentoonstelling ze in elk van beide musea kunnen verwachten. De middelen van Hoet en Bex zijn veel te beperkt om elkaar vliegen af te vangen. Dat geldt zeker als ze inkopen doen. Wanneer het SMAK en het MuHKA werken in huis halen die eigenlijk perfect in beide collecties thuishoren, dan is er iets mis. Dan kun je net zo goed alles in dezelfde pot steken, op Europese schaal liggen beide musea toch vlak bij elkaar. Eén collectie, één portemonnee: het heeft het voordeel dat je een vollediger collectie kunt tonen en dat je grotere sommen op tafel kunt leggen als een interessant werk op de markt komt.

De derde reden is de twijfelachtigste, omdat ze aanleiding kan geven tot vervelende nationalistische bespiegelingen. Maar goed. We kunnen niet om de vaststelling heen dat Antwerpen en Gent op hetzelfde moment een Belgische kunstenaar in de etalage hebben staan. Dat is verheugend omdat beide musea niet toegeven aan de snobistische trend om voortdurend met buitenlandse, bij voorkeur Angelsaksische namen uit te pakken. Zo'n houding kun je natuurlijk alleen maar appreciëren als je ook in eigen land over kunstenaars met internationale allure beschikt. En dat is zeker het geval. De Cordier en Vandenberg zijn mooie voorbeelden. En Gent en Antwerpen kunnen nog verschillende van die Belgische duetjes opvoeren. Bijvoorbeeld met Luc Tuymans, Wim Delvoye, Panamarenko, Roger Raveel, Michel François, Guillaume Bijl of Patrick Van Caeckenbergh - ik som zomaar voor de vuist weg op, onderweg vergeet ik er verschillende. En het hoeven niet altijd bekende namen te zijn. Wie zich haast, kan in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten zien hoe veelbelovend de toekomst eruitziet. Tot 2 januari is daar werk van Anne Daems, Gauthier Hubert, Sophie Whetnall en Barbara Visser te zien, de vier winnaars van de Prijs van de Jonge Belgische Schilderkunst.

De vierde en laatste reden is de vaststelling dat Antwerpen en Gent respectievelijk schilderkunst en tekenen tonen. Tegenwoordig is het al foto en video wat de klok slaat, om het met een boutade te zeggen; ook de Prijs van de Jonge Belgische Schilderkunst is wat dat betreft een kind van zijn tijd. Op zich is daar niets op tegen natuurlijk, op voorwaarde dat het niet automatisch tot de verkettering van de traditionelere kunstvormen leidt. Beide musea geven aan die apartheidspolitiek maar niets te vinden. Het is een troostende gedachte. Het betekent dat we nog niet helemaal overgeleverd zijn aan het circusspektakel dat hedendaagse kunst soms geworden is. We mogen hopen dat Jan Hoet en Flor Bex (en zijn opvolgers) op deze weg verder gaan. Elk met hun eigen accenten.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234