Maandag 18/01/2021

Een 'Marokkaan' in België, een 'blanke Belg' in Harlem

Charif Benhelima is een Belg met Marokkaanse wortels. In Bozar toont hij 280 polaroidfoto's, die de evolutie van zijn werk weergeven vanaf 1999, na de zwart-witfoto's van vluchtelingen in België. Elk beeld is bij Benhelima verweven met identiteit en afkomst. 'Ik ben Arabier en jood. En ik ben tegelijk geen van beiden.'

Zijn fotografie gaat over hem, zegt Charif Benhelima. Welcome to Belgium was een serie groezelige en confronterende foto's die hij tussen 1990 en 1999 maakte over ontheemde kinderen in Antwerpen en Brussel, vluchtelingen in het Klein Kasteeltje, een Brussels onthaaltehuis voor illegalen en, ten slotte, het verhaal van één Tunesische vrouw. "Dat is geen afstandelijke documentairefotografie. Dat ging ook over mij, ik was geen buitenstaander. En dat zie je aan de foto's." Zeker in die foto, waarin de fotograaf meekijkt over de schouders van een zwarte man, die door de tralies van zijn kamertje naar het bevroren kanaal van Brussel staart.

Benhelima heeft een studio in een groot complex in Antwerpen-Zuid. Aan de muur hangen twee uitvergrote polaroids, werken uit de serie Roots I, waaraan hij sinds 2008 werkt: een fel belichte witte bloem, waarvan alleen de contouren zichtbaar zijn, en een vervagende klimop met Oosterse tegeltjes op de achtergrond. Zijn beelden gaan richting abstractie, er is geen notie van tijd of plaats, en dat is ook de bedoeling van Charif Benhelima.

Tussen uw documentair werk van de jaren negentig en nu lijkt u een andere fotograaf te zijn geworden.

Charif Benhelima: "Het gaat om een proces. In Welcome to Brussels wou ik zien wat ik binnen de klassieke sociale en documentairefotografie kon doen. Enerzijds wou ik zeer klassiek werken, anderzijds wou ik de grens met het experimentele aftasten. In de serie zie je een overgang: de foto's veranderen. Wat ik sindsdien met polaroids doe, is een heel ander verhaal. Maar mijn inzet is altijd dezelfde gebleven: het gaat over identiteit en het gevoel een vreemdeling te zijn. Hoe benader je dat?

"Toen ik in Berlijn was (in 2005-2006, ER), was iedereen daar met propagandakunst bezig. Ik vind dat veel te gemakkelijk. Ik ben wel beginnen nadenken. Wat betekent voor mij identiteit? Ik wou mijn beelden en mijn onderwerp democratiseren. In de foto's van het Klein Kasteeltje bepaalde de achtergrond altijd het onderwerp. De achtergrond definieerde meteen de man of vrouw op de foto en maakte ook meteen duidelijk waarover die foto's gingen. Het is dus de achtergrond die bepaalt hoe je kijkt, maar dat is niet eerlijk, dat is niet democratisch.

"Om mijn beelden te democratiseren, heb ik dan de achtergrond van mijn foto's volledig neutraal gemaakt. Dat is de serie Black -Out. Als je de achtergrond overbelicht, wordt die wit en blijft alleen nog je onderwerp over. Je kunt dus niet meer zeggen: die duif is in een favela gefotografeerd of op de Grote Markt in Brussel. Je krijgt het onderwerp, niets anders. Waar ik nu mee bezig ben, in de serie Roots I, is het omgekeerde: ik overbelicht het onderwerp, terwijl de achtergrond zichtbaar blijft. Daar is het de achtergrond die alle informatie geeft."

U neemt dus een stuk informatie uit de foto's weg?

"Ja. Ik probeer op die manier de vraag naar identiteit anders te benaderen. Maar ik grijp nooit in de opname in, ik doe niet aan fotoshoppen. Ik vergroot alleen de foto zoals ze uit de polaroidcamera is gekomen. Het gaat bij polaroid om een één op één-beeld, er is geen negatief waar je x aantal afdrukken van kunt maken.

"Ik wil de kijker een blik gunnen in mijn atelier. In Bozar toon ik daarom 280 polaroids, het kleine formaat dus, waar ik van vertrek. Daartussen hangen tien uitvergrotingen, zodat de kijker de vergelijking kan maken.

"Ik toon ze in een prachtige ruimte die Horta speciaal bestemd heeft voor fotografie. Toen ik die ruimte zag, besefte ik dat het hét moment was om mijn polaroids te tonen."

Wanneer begon u met polaroids?

"Ik heb heel lang met een kleinbeeldcamera gewerkt. Op een bepaald moment wordt dat een automatisme. Met die camera heb ik Welcome to Belgium gemaakt: een concept, een formule en een boek. Als dat af is, kun je twee dingen doen: jezelf herhalen of iets totaal nieuws beginnen. Ik wilde die uitdaging wel aangaan. Toen ik in 1998 in New York was, heb ik daar een polaroidcamera gekocht. En ik fotografeer nu al veertien jaar lang met polaroid. Maar Polaroid kreeg rond 1998 financiële problemen. De digitale fotografie begon en zij wilden iets doen om Polaroid te stimuleren. Ze lanceerden de zwart-witfilm toen ik in Harlem verbleef. Fantastisch was dat, maar helaas was het geen succes en na een jaar stopten ze met de productie. Daar stond ik dus, terwijl ik volop aan een project bezig was. Ik had geen films meer. Ik heb dan, als alternatief, een roodfilter voor mijn lens gezet. Zo kreeg ik zwart-roodbeelden."

"Met de beperkingen van een polaroidcamera kan je juist veel doen. Ik ben ook na een tijd in kleur beginnen werken. Zolang ik een kleinbeeldcamera gebruikte, zou ik nooit in kleur zijn gaan werken. Ik dacht toen in zwart-wit.

"Is polaroid trouwens wel fotografie? Het is een ander medium, het leunt misschien wel sterker aan tegen schilderkunst. Omgekeerd heeft de laatste twintig jaar schilderkunst meer te maken met fotografie dan met schilderkunst op zich. Die twee media kruisen elkaar al een hele tijd."

Kunt u nog wel werken met polaroid? De productie ervan is toch stopgezet?

"Ik heb de laatste duizend films gekocht (lacht). Ik kon niet anders, het was alles of niets. Ik heb er mijn laatste spaarcenten aan gegeven. Maar nu kan ik de rest van mijn leven doorwerken, er schieten er nog zevenhonderd over."

Semites, een portrettenreeks uit 2003-2005, neemt een aparte plaats in uw werk in.

"Er hangt een merkwaardig verhaal aan vast. In New York kocht ik, zoals zovelen, mijn fotomateriaal in de bekende winkel B&H. Op een dag geef ik een kaartje met mijn naam af. De winkelbediende bekijkt mij en zegt: 'Benhelima? Dat is een joodse naam.' Een tijd later ben ik er weer en diezelfde man zegt: 'Ik heb het telefoonnummer van uw grootmoeder in Marokko gevonden.' Ik was even verward, moet ik toegeven. Ik kom dus in New York te weten dat mijn Marokkaanse vader en zijn grootouders van joodse komaf zijn. Ik heb contact opgenomen met de ambassade en die informatie bleek te kloppen. In Marokko zitten inderdaad veel Sefardische joden. En in mijn geval was er een vermenging gebeurd van de Arabische en de joodse families."

De grens tussen de Arabische en joodse wereld loopt door u heen.

"Ik ben Arabier en jood, ik ben beide en tegelijk geen van de twee.

"De joodse gemeenschap is historisch gezien altijd aanwezig geweest in de Arabische landen. Families waren vaak gemengd. Later zijn we dat allemaal beginnen scheiden. In Marokko zijn er nog joden actief als zilversmeden en in de transportbusiness. Zelfs de adviseur van de Marokkaanse koning is joods.

"In 2004 ben ik dan mijn familie in Marokko gaan opzoeken. Toen ik de foto's van familieleden reproduceerde, realiseerde ik me dat ik dat niet zomaar kon doen. Ik weet niet hoe die mensen er echt uitzien. Bovendien, als je iemand lang niet meer gezien hebt, vervaagt de voorstelling, je hebt alleen maar een wazige herinnering. Daarom heb ik die familieportretten gefotografeerd met flits. Sommige gelaatstrekken zijn wat duidelijker, van andere mensen schiet alleen een witte vlek over als gezicht."

Waarom koos u de titel Semites?

"Semieten zijn de volkeren die de Semitische staal spreken, Arabieren én joden. Dat is één groep, en tegelijk zijn ze in conflict met elkaar. Het voordeel van 'Semiet' is dat je niet spreekt over religie maar over cultuur.

"We kijken altijd naar de verschillen tussen volkeren, terwijl we zouden moeten zoeken naar wat we gemeenschappelijk hebben. Toen ik in Berlijn zat, werd ik daar nog met de Muur geconfronteerd. Daarom heb ik de Arabieren en de joden van elkaar gescheiden. Subtiel. In de grote toonkast staan sommige foto's wat meer naar voren, andere wat meer naar achter. Als je ver staat, merk je dat verschil niet. Het is één familie, en toch zijn ze gescheiden. Zoek maar uit wie de joden en wie de Arabieren zijn: ze hebben zoveel gemeen."

Door te flitsen maakt u hun identiteit waziger.

"Ja. En door overbelichting maak ik de kijker ook bewust van het feit dat ik daar niet was. Dat het reproducties zijn. En reconstructies. Voor een deel is dit mijn familie, maar ik heb er andere foto's aan toegevoegd. Ik zit er zelf ook twee keer in."

Hoe belangrijk was die ontdekking van uw joodse voorouders?

"Het was raar, zeer raar. In België ben ik een Marokkaan, in New York hoor ik dat ik joodse familie heb. Hoe complex is dat! Ik wist niet hoe ik dat moest plaatsen."

Uw vader is naar België gekomen als 'gastarbeider', zoals dat toen werd genoemd.

"Ik begin Welcome to Belgium met een document uit 1964 dat verspreid werd om Marokkaanse en Tunesische arbeiders naar België te lokken, een uitnodiging om in de mijnen te komen werken. Mijn vader is door die belofte naar België gekomen. Zovele jaren later spreekt men van een politiek 'probleem'. Maar men vergeet waar de uitnodiging vandaan kwam. Bovendien: wij zijn niet verantwoordelijk voor de keuzes van onze ouders

"Maar ik ben met heel die problematiek altijd heel voorzichtig en nooit agressief omgesprongen. Het is allemaal heel fragiel. Zie naar mijn Semites: wat ons verdeelt, is niet de inzet. Door te kijken naar wat we gemeenschappelijk hebben, kunnen we zoeken naar oplossingen. Dat is altijd mijn keuze geweest. Ik ben geen moslim of Arabier, ik kom daarvandaan, ik ben geen jood, ik kom daarvandaan. Ik ben nu wie ik ben, maar ik heb wel mijn geschiedenis. Daar wil ik op mijn manier over spreken."

Voet u zich Belg?

"(lacht) In de eerste plaats ben ik Belg. Ik ben Belg geworden in de States. In Harlem werd ik met alles geconfronteerd waar ik hier ook doorheen ben gegaan. Maar daar was ik opeens een blanke. In Harlem is het duidelijk ik was 'a white man'. Ik werd opgenomen in de gemeenschap, maar ik was een fucking Belg. Het perspectief werd omgekeerd. En hier ben ik een 'allochtoon'. Toen ik dat aan mijn vrouw, een Braziliaanse, vertelde, barstte zij in lachen uit. In Brazilië is iedereen 'allochtoon', in de States ook, behalve de Indianen.

"Ik werd eens opgebeld door een journalist die me wou interviewen en vroeg of ik Marokkaanse kunst maakte. Nee, dus. Ik ben in België opgegroeid. Mijn achtergrond bepaalt wel mijn manier van kijken, maar nee, ik maak geen Marokkaanse kunst. En toen ik een appartement wou huren, ging alles goed aan de telefoon: ik heb een West-Vlaams accent. Tot ik mijn naam noemde. Oei, een Marokkaan, dacht de man aan de andere kant. Weg appartement."

Uw volgende tentoonstelling heet De allochtoon. Vervelend voor deze krant, die het woord uit haar kolommen probeert te weren.

"(lacht) Dat is volgend jaar, in Charleroi. Ik ben daar al lang mee bezig, maar ik werk altijd traag. Beelden moeten een tijd kunnen rusten en ik moet afstand kunnen nemen. Ik wil het begrip an sich aanpakken. Ik toon een voetballer, een straatcrimineel... ik ga alle clichés tonen van wat mensen verstaan onder dat woord."

Charif Benhelima, Polaroids 1998-2012 tot 18 november in Bozar, Ravensteinstraat, Brussel. www.bozar.be.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234