Vrijdag 22/01/2021

Een man zonder zwaard

'Het zwaard van Ardoewaan' en andere feuilletons beleven tweede jeugd op dvd

is alleen

Vanaf dit weekend te koop op dvd: Het zwaard van Ardoewaan, een jeugdfeuilleton dat de BRT in 1972 voor het eerst uitzond. Wellicht het beste Nederlandstalige feuilleton ooit, vindt Walter Pauli. Zelfs in de 'gouden periode', die in 1964 met Kapitein Zeppos begon en in 1973 met De Kat eindigde, stak Ardoewaan er bovenuit.

Dat Ardoewaan zo uitzonderlijk is, komt omdat het conventies doorbreekt die tot vandaag gelden als 'juist' en 'waar' en 'niet aan te tornen'. Aan het einde van aflevering twee sterft het hoofdpersonage. Dan heeft de dertiendelige serie nog elf afleveringen te gaan. Beeld je zo'n scenario eens in bij Witse. Neen, in Ardoewaan komt de dappere, goede, mooie, blonde ridder - kortom: de held - bij een duel om het leven. Een minuut later kijken kinderen naar het gezicht van jonker Rohalt, zijn zesjarige zoontje, nu zonder papa. Dat klinkt misschien tranerig, maar de onvolprezen regisseur Bert Struys zet dat sober in beeld.

Zo trekt zich een feuilleton op gang dat handelt over eer- en hebzucht. "Het is van mij", roept de donkere ridder Morholt keer op keer, of het nu over sprokkelhout gaat, reebokken in zijn woud of het leen van Ardoewaan zelf, waarover alleen hij heerst nadat zijn tweelingbroer Huoon (een verbazende dubbelrol van Jef Demedts) zo jammerlijk is gestorven in dat duel. Aflevering na aflevering ontvouwt zich, zelfs voor kinderen, een verhaal "van berouw en boete", zoals een woedende abt Peregrijn het Morholt voorhoudt.

Ardoewaan tast de donkere kanten van de menselijke ziel af: haar hebzucht maar ook haar angsten, haar jaloezie en vervolgens haar wrok. In Ardoewaan wordt niet naar een schat gezocht, ontbreekt elke Hollywoodachtige ridderheroïek. En toch is het niet zwaar op de hand maar best spannend en van tijd tot tijd ook dromerig. "Een man zonder zwaard is alleen", zingt een stem bij de aftiteling.

Bert Struys' eerste serie, het 'Epoche machende' Kapitein Zeppos (1964), was bijzonder Vlaams. Het speelt zich af rond de molen van Sint-Maria-Lombeek in de Brusselse rand. En ook al lijkt het centrale thema nu (in het Brabantse 'Belderbos' speurt men naar olie) niet meer geloofwaardig, Zeppos is het eerste feuilleton waarvan de kijkers toen al wisten: dit is een klassieker. Noem het het In de gloria-gevoel: het besef dat je naar iets kijkt wat tot dan toe nog niet te zien was. Je voelt je haast 'getrakteerd' op een verrassing die je voor jezelf niet had kunnen bedenken.

Dat was ook de thrill die Zeppos veroorzaakte, te zien aan de reacties in die tijd. De BRT had weliswaar in 1955, twee jaar na de start van de televisie, het eerste eigen jeugdfeuilleton gemaakt, het nu erg oubollige Bolletje en Bonenstaak.

Latere jeugdseries uit die vroege jaren genoten wel een van populariteit en een zekere renommée, die hen voor de vergetelheid behoedt, zoals het Incaverhaal Manko Kapak (1959). Daarin al hangt Senne Rouffaer de held uit.

Maar de klassieke periode begint dus met Zeppos (1964). Voor het eerst zit alles goed, bijna perfect. Het begint al bij de begintune. Nog altijd associeert Vlaanderen 'Living it up' van Bert Kämpfert met Zeppos. Voorts was er een uitstekende rolverdeling, met Senne Roufaer als de titelheld. En dan is er dat ene cruciale aspect, dat wat Zeppos letterlijk groot maakt, maar vandaag in de Vlaamse jeugdfeuilletons totaal ontbreekt: ruimte. Als Zeppos op zijn paard door de Lombeekse velden galoppeert, klimt de camera hoog naar boven en krijg je een verbluffend zicht op het eigen land en, almaar verder in die weidse ruimte, de held die geweldiger wordt naarmate hij opgaat in het landschap.

Dat is een cruciaal verschil met de Vlaamse jeugdfeuilletons, meestal werk van Studio 100, die Ketnet en VTM vandaag op de Vlaamse kinderen loslaten. Niet dat Studio 100 slecht of fantasieloos werk zou leveren. Zonder in kijkcijferfetisjisme te vervallen, maar als Plop en Samson & Gert alleen maar hype zouden zijn, bleven de ukken niet kijken.

Máár: Studio 100 levert, zijn eigen naam getrouw, wel 101 producten af die allemaal hetzelfde kenmerk hebben: ze zijn opgenomen in een studio. Zogezegd vertelt Piet Piraat over een groepje kapers en hun 'scheve schuit', maar zelfs het dek komt niet of amper in beeld. Alles speelt zich af in een paar kajuiten. Kabouter Plop, Big & Betsy, Samson & Gert: allemaal hetzelfde. Zelfs feuilletons voor de iets oudere jeugd, zoals W817 of Spring, zijn van a tot z binnenwerk. Het is Vlaams seriewerk dat van nature op zichzelf gericht is.

Na Zeppos kwam Johan en de Alverman (1965), een verhaal uit de late middeleeuwen, vroege nieuwe tijden. Frank Aendenboom is een geloofwaardige en in die tijd zelfs mooie (!) jonge held, maar het is en blijft Jef Cassiers die de show steelt, als de Alverman.

En dan gaat het in hoog tempo verder: Midas (1966) en Axel Nort (1967), twee maal Vlaamse detective, weliswaar varianten op Zeppos, dat in 1968 trouwens een tweede en derde reeks krijgt. Ook al haalt zeker de derde reeks, Tweng, niet meer het niveau van het origineel, Zeppos bleef razend populair, ook al omdat in De Eglantier (reeks 2) de befaamde 'amfibie-auto' opduikt. En dan is er Fabian Van Fallada (1969), een wat minder bekende reeks in het genre van Johan en de Alverman.

Het is trouwens merkwaardig dat die oude jeugdfeuilletons veel meer de tand des tijds hebben doorstaan dan de 'gewone' feuilletons, die ook door de VRT op dvd worden aangeboden. Komt het omdat bij jeugdseries een milde vorm van overacting eigen is aan het genre, maar dat dit in andere reeksen absoluut not done is?

De dvd's van Schipper naast Mathilde, volgens de overlevering wel het meest legendarische feuilleton ooit, zijn haast niet te bekijken. Met Wij, heren van Zichem (1968-1969), een destijds razend populaire compilatie uit de werken van Ernest Claes, is iets heel vreemds aan hand. Op één of andere manier werkt de begingeneriek (een heel dorp dat samen zingt van "Wij zijn de mannekes van plezier / Zichem dat is boven") nog altijd. Volkse opvolgers als FC De Kampioenen hebben ook een melodie die haast tot het Vlaamse patrimonium hoort, maar dat van Wij, heren van Zichem is echter, haast ontroerend. Op het acteerspel en de fotografie zit wel al een dikke laag stof. Net zoals bij andere feuilletons die toen voor volwassenen bestemd waren, ogen de verhaallijnen en de acteerprestaties soms redelijk kinderachtig voor kijkers van nu.

Terwijl de jeugdfeuilletons veel makkelijker charmeren. Waarbij het opvalt dat die ook toen aardig wat succes hadden bij volwassenen, gezien hun hoge score in 'Prijs van de Kijker' van Humo. In 1964 strandde Zeppos op nummer twee, na de cowboyserie Bonanza. In 1965 moest Johan en de Alverman één plaats inleveren, want na Bonanza gingen The Flintstones met zilver lopen.

Nadien wordt het zelfs beter. Vanaf 1971 levert het team van Bert Struys drie onvolprezen klassiekers op rij af. Eerst Keromar (1971), een redelijk ingewikkeld verhaal met een onmiskenbare Tolkieninvloed, wat in die hippiejaren zeer in de mode was. De serie blijft in het geheugen gegrift omdat Mike Verdrengh in minirok rondhuppelt, toen nog met halflang blond haar. Keromar is nog om een andere reden een mijlpaal. Vanaf 1970 begint de BRT gedeeltelijk over te schakelen op kleuren-tv. Vandaar dat Keromar in het zonnige Joegoslavië werd gefilmd, "om de kleuren goed te krijgen". De uitzendingen zelf waren evenwel nog in zwart-wit.

Zo is het jeugdfeuilleton definitief uit de Vlaamse klei getrokken. Het zwaard van Ardoewaan (1972) moest wel in kleur worden uitgezonden. Opnieuw trekt de crew naar het zuiden, nu naar de Franse Provence. Het geeft het verhaal iets universeels: deels Vlaamse namen en toestanden (Ardoewaan, boer Orm, ridders Huoon en Morholt, heer Gorneval), maar het decor is spectaculair on-Vlaams, met een onwerkelijke blauwe hemel, pijnbomen en grillige rotsformaties. Ook het opwindende milieufeuilleton De Kat (1973) - Greenpeace meets Batman - wordt nabij Carpentras gedraaid.

En natuurlijk spiekten de Belgen in het buitenland. In 1968 hadden de Nederlandse kinderen zich kunnen vergapen aan Floris (ook op dvd uitgebracht), een uitzonderlijk avontuurlijk ridderverhaal. Floris zit à cheval tussen Zeppos en Ardoewaan. De serie is nog zwart-wit, en van a tot z in de Nederlandse polders en bossen gedraaid. (de Zeppos-kant). Maar het is een ridderfeuilleton en Ardoewaan heeft duidelijk leentjebuur gespeeld. In de eerste aflevering van Floris keert een ridderlijk duo van een lange reis terug naar huis, waar intussen veel is gebeurd. Bij Floris bestaat de generiek uit ridders die op hun paard galopperen, van rechts naar links over het scherm. Het zwaard van Ardoewaan herneemt dat 'letterlijk'.

Tegelijk is Floris zeer Hollands, op alle vlakken. Er zit oneindig veel meer vaart in dan in eender welk Vlaams feuilleton. Al komt dat ook door de figuren die in Floris het vak in de vingers krijgen, acteur Rutger Hauer als titelheld en regisseur Paul Verhoeven. Vijf jaar later realiseert dit duo Turks fruit, de film die archetypisch is voor het Nederland van de jaren zeventig, al is die prent niet echt geschikt voor kijkertjes onder de twaalf. En tegelijk is Floris tien keer oppervlakkiger dan welke serie ook die Struys onder handen kreeg. In elke aflevering beleeft die Hollandse ridder zijn avontuurtje, met een heel vage rode draad. Bij de grote Vlaamse feuilletons was het niet raadzaam één aflevering te missen: ze kluisterden hun publiek week na week aan de buis, wat nodig was om de hoofdlijn én de nevenintriges te kunnen volgen.

En ineens was het zo goed als voorbij. Om allerlei interne redenen wordt Struys na De Kat de laan uitgestuurd. Meteen zakt het niveau ineen. Tim (1974) is zo onwaarschijnlijk dat het belachelijk wordt - een hippie die in een buggy verandert - en zelfs toen al op het randje van het gedateerde. Magister Masius (1973) is al bij al een behoorlijke serie, maar komt niet tot de knieën van Het zwaard van Ardoewaan. En de latere middeleeuwse serie, Rogier van Ter Doest en Dirk Van Haveskerke zijn in alle opzichten vlakker werk.

Natuurlijk is het niet zo dat na de gouden periode alleen rommel werd gemaakt. Dag Sinterklaas (1993) en Kulderzipken (1995) waren grote klasse: hilarische scenario's van Hugo Matthysen en opmerkelijk acteerwerk van mensen als Jan Decleir, Lucas Van den Eynde, Ianka Fleerackers, Michael Pas en Bart Peeters.

Maar de Struysjeugdfeuilletons stonden er wel. Elke woensdagmiddag keek het jonge land naar Nonkel Bob en zijn Tip Top, waarin, zoals olijke Bob zelf zong, "dans en spel en stuk toneel" te zien was. Dat laatste was het jeugdfeuilleton, de uitsmijter van de namiddag, de afsluiter, het hoogtepunt ook.

En nadien, rond een uur of vier, halfvijf, renden in het hele land kinderen naar buiten om in de eigen buurt, op het eigen pleintje De Kat na te spelen. Of ridder spelen, wij jonge inwoners van dat verre en toch zo vertrouwde land van Ardoewaan. Bij de eindgeneriek stormden we naar buiten, energie in het lijf en die dromerige melodie in het hoofd: "Een kind zonder zwaard is alleen."

Merkwaardig dat die oude jeugdfeuilletons veel meer de tand des tijds hebben doorstaan dan de 'gewone' feuilletons, die ook door de VRT op dvd worden aangeboden

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234