Zaterdag 06/03/2021

Een man van zijn woord

De nieuwe Hemmerechts: een sterke familiegeschiedenis in een armetierige stijl

door Herman Jacobs

Kristien Hemmerechts

Atlas, Amsterdam/Antwerpen, 286 p., 800 frank.

Het gegeven van Kristien Hemmerechts' nieuwe roman is veelbelovend: een documentairemaker, Arthur Goemaere, selecteert in 1964 tien in 1957 geboren kinderen uit zo'n beetje alle geledingen van de Vlaamse maatschappij, zes jongens en vier meisjes, en vervaardigt een groepsportret van hen, 7plus. De bedoeling is hen om de zeven jaar opnieuw bij elkaar te brengen en dan telkens een vervolgfilm te maken. Uit die serie (gecalqueerd op het niet-fictieve Britse voorbeeld 7Up) zal na enige afleveringen "hopelijk" blijken "hoe bepalend de maatschappelijke achtergrond voor iemands verdere leven was. Of het uitmaakte of je met een zilveren dan wel met een plastic lepel in je mond geboren was. Of met helemaal geen lepel."

Minder veelbelovend is hoe Hemmerechts die kwestie uitwerkt. Niet, namelijk. De op haar zevende straatarme Chantal bijvoorbeeld blijkt veertien jaar later druk bezig rijk en beroemd te worden als fotomodel en zich in Malibu op te houden, waar haar zeer welvarende pleegouders niet zo lang voor de opnamen van 21plus heen zijn verhuisd. Hoe dat zo komt? "Ze had het soort lichaam gekregen dat ontworpen leek te zijn om in minuscule bikini's op een strand of bij de rand van een zwembad te worden gefotografeerd. (...) Het ene moment was ze een meisje op klompen met een kapje op haar hoofd, het andere een bloedmooie vamp (...)." Van het ene moment op het andere inderdaad. Simsalabim! Pleegouders zijn even als goden uit Hemmerechts' schrijfmachine gevallen.

Op zich is daar niets tegen, want zulke dingen gebeuren - af en toe - wel degelijk. Alles gebeurt. Maar ook de levensloop van de overige negen 'plussers' - die overigens slechts bij twee van hen, Dora en Victor, en dan nog vooral Dora, echt consequent gevolgd wordt - illustreert of verduidelijkt niets over de invloed van de zilveren dan wel de plastic lepel op hun verdere leven. Zelfs met Victor, die in afschuwelijke omstandigheden opgroeit ("in openbare toiletten ergens onder een trottoir in het Antwerpse schipperskwartier", samen met zijn moeder, die hem geestelijk mishandelt en hem onder de mannelijke clientèle prostitueert), komt het ten slotte nog min of meer in orde. Met Ronny, de gehandicapte zoon van Roma-kermisklanten, dan weer niet. En met Alex, golden boy uit een welvarend milieu nochtans, eigenlijk ook niet. Want: "Levens verliepen grilliger. Onvoorspelbaarder. Andere factoren speelden een rol. Liefde. Dood. Mazzel." Kort samengevat: "De meesten van hen zigzagden door het leven, leken bij elke aflevering als een onherkenbare feniks uit de as van een vorig bestaan te zijn herrezen." Makkelijk zat is het wel. En een nogal eenzijdige voorstelling van zaken is het ook.

Maar De kinderen van Arthur heeft dan ook alleen in schijn een onderwerp dat maatschappijkritiese literatuurbeschouwers goedkeurend gebrom zou kunnen ontlokken. Ook weinig meer dan flirten doet Hemmerechts met een ander thema dat ze in dit boek had kunnen uitdiepen: fictie en werkelijkheid. Arthur wil die laatste in beeld brengen, maar gebruikt daarvoor - noodzakelijkerwijs - technieken van de eerste. Die geselecteerde, geregisseerde, gemonteerde en dus tot op zekere hoogte gefictionaliseerde realiteit beïnvloedt dan weer, zodra de eerste film van Arthurs project is uitgezonden, de werkelijke levens van 'zijn' kinderen. Zoals dat gaat wanneer privé-aangelegenheden publiek bezit worden. Behalve vaststellen dat dat gebeurt, voor op zijn minst één van de tien met niet onaanzienlijke gevolgen, doet Hemmerechts hier niets mee. Idem dito voor een nauw daarbij aansluitend thema als het gezien-worden, het bestaan in (via) andermans blik, dat door het Endemol-product Big Brother en derivaten daarvan een voorheen ongekende dimensie heeft gekregen. Ja, Dora verleidt Arthur op zeker ogenblik wel voor het oog van een bewakingscamera in het oude BRT-omroepgebouw, maar dat heeft in dit boek geen wezenlijke betekenis. Voyeurisme bestaat, beste lezers, en u beseft toch wel dat dat ook voor u, lezend en wel, geldt? Ja hoor. Maar een idee in dit verband? Het is in deze roman niet te vinden.

Wat zei ik - Dora verleidt Arthur? Zeker. En wel wanneer haar vader, op wie ze dol was, erg dol zelfs, haar net ontvallen is. Dit vader-, of beter nog familieromanaspect van het boek is grotendeels wèl geslaagd te noemen. (Het wordt ook, om even iets puur technisch te noemen, met kleine vooruitwijzingen en spiegeleffecten vaardig tot een hecht geheel doorgecomponeerd. Zo zegt Arthur op een gegeven ogenblik, wanneer ze al minnaars zijn geworden, iets tegen Dora dat, vele jaren daarvoor, ook haar vader letterlijk zo had gezegd.) Er gebeurt ook het een en ander in de 'plussersfamilie' - want zo gaan de tien zich in de loop der jaren toch wel een beetje voelen, terwijl ook Arthur emotioneel steeds sterker bij de minder fortuinlijken van 'zijn' kinderen betrokken is geraakt, zozeer dat hij ook in figuurlijke zin hun levensverhaal gaat regisseren, of dat althans probeert. Victor, die eerst in een psychiatrische instelling belandt, weet zich ten slotte, met behulp van een scherpe handbijl, van de demonen uit zijn jeugd te bevrijden, daarbij geholpen door Arthur, die hem niet aangeeft bij de politie. Dora rouwt om haar moeder, een concertpianiste die net voor haar dochters twaalfde verjaardag uit het raam is gesprongen, en vooral om haar beminnelijke kinderboekenschrijvende vader, maar ten slotte vindt ze, zoals Arthur haar had voorspeld, troost en geborgenheid in de armen van een leeftijdgenoot. Anders dan haar broer Bas, die zich na de dood van hun ouders alleen maar sterker tot haar aangetrokken begint te voelen, ontgroeit ze zo dan eindelijk haar incestueuze verlangens. Ook voor Arthur zelf valt aan het slot alles eindelijk op zijn plaats, min of meer; er was ook nogal wat in het ongerede. Op zijn zevende verongelukt zijn jongere broertje als ze samen aan het spelen zijn. De stolp van verdriet die op die dag over het gezin Goemaere valt, doet hem op zijn zestiende de boerderij van zijn ook tevoren al weinig hartelijke ouders definitief ontvluchten. Nooit hebben zij daarna zelf nog contact met hem gezocht, en dat zit hem jaren nadien nog altijd hoog: "Ik mis hen. Ik verlang naar hen. Maar niet noodzakelijk naar hen. Ik verlang naar ouders. Echte ouders. Ouders die mij zouden zijn komen zoeken." Er zijn de hoeren geweest, daarna kwam de grote liefde, die hij weer verloor aan kanker. Nog later - "Red me, zou hij haar smeken. Red me, alsjeblieft" - trouwt hij met de praktische, nuchtere, slimme en moederlijke Elza, die hij vervolgens, ondanks zijn ongeveinsde minachting voor overspel, weer bedriegt met de springerige, artistieke, zinnelijke maar ook onevenwichtige Dora.

In de tekening van die twee relaties ontvouwt Hemmerechts' talent zich ten volle: zonder één moraliserend woord legt ze met grote empathie bloot hoe liefde ook maar mensenwerk blijft. Misschien beknot Elza Arthur - "Precies zo hoog als het haar zinde zou hij mogen groeien, daarna zou onverbiddelijk de snoeischaar in hem worden gezet" -, maar om te beginnen is dat alleen zijn eigen, niet noodzakelijke met de feiten strokende aanvoelen, en ook is waar dat hij zonder haar nergens zou zijn. Bovendien manipuleert hij de veel jongere Dora (ze schelen 24 jaar); ook al spiegelt hij haar nooit bewust voor dat hun relatie een ander dan een kort leven beschoren kan zijn, hij doet ook niets om te verhinderen dat zij hevig verliefd op hem wordt. Want zijn vlees is al te gewillig, en zijn geest te zwak om zich aan zijn eigen principes te houden. Uiteindelijk, nadat Dora een einde heeft gemaakt aan hun wederzijdse verslaving, vindt hij zichzelf bij Elza terug, en in een huwelijk waar hij, een bijzondere ervaring rijker, nog weleens meer voldoening in zou kunnen scheppen dan hij was gaan denken. Een kluwen van lust, liefde en leugens, van machtsspel en (zelf)bedrog, van onvermijdbare pijn en moeizame heling dat je langzaam maar zeker in zijn greep krijgt - en houdt.

Minder geslaagd is dan weer de uitleggerigheid - "Alles moest Dora haar voorkauwen en uitleggen. Het was om tureluurs van te worden" - waarmee je soms wordt bestookt. Eén voorbeeld slechts: Dora maakt onmiddellijk na haar vaders dood een periode van frenetieke promiscuïteit door; ze scoort 57 verschillende bedgenoten in minder dan elf maanden. "Misschien had ze al die penissen nodig gehad om het verlies van de ene oerpenis te compenseren, de penis die haar had verwekt." Verdomd, dat zou bèst weleens kunnen.

Overigens. Dat Hemmerechts het verschil niet weet - merkwaardig genoeg, voor een schrijfster die in haar werk het lichamelijke toch niet schuwt - tussen 'billen' en 'dijen', het genus van 'huisraad' niet kent, meent dat een tram "woest tinkelend" kan komen aanracen, en nog zo wel een paar dingetjes - ach. Dat ze niet altijd even gelukkig is in haar beeldspraak ("Een zware last gleed van zijn schouders over zijn rug, belandde met een plof op de grond") - och. Maar haar stijl! "Monotoon als een polderlandschap onder een loodgrijze hemel", om het te zeggen met een uit dit boek gelicht clichébeeld. Zo saai. Zo vlak. Zo geheel en al gespeend van enige verbale fantasie. En vooral ook, zo armetierig. Van het wèl indruk makende, naakte, granieten proza waarmee ze ooit debuteerde is geen spoor meer, verwaterd als het sinds jaren is tot iets dat nog het best kan worden omschreven als leesplankjesstijl. Wie tot zijn zestiende de lessen Nederlands niet te vaak heeft verzuimd, zal bij Hemmerechts nimmer een woord, een wending, een vergelijking of wat voor taalkunstigs dan ook aantreffen waar hij van opkijkt, maar dat is niet het enige. Je vindt in De kinderen van Arthur passages waarin tot tien zinnen en meer na elkaar allemaal in de vorm onderwerp-werkwoord-gezegde zijn gegoten. Liefst korte zinnen, met zo weinig mogelijk onderschikking erin. Niet één ervan die je bijblijft.

En dan die verschrikkelijke tic om steeds het voegwoord weg te laten. Voorbeelden zijn letterlijk bij honderden aan te slepen, en je loopt er halverwege het boek al de muren van op: "Hij stak zijn hand naar haar uit, trok haar bij zich op schoot." "De reus pakte een reep chocola uit zijn zak, brak een stukje af." "De kinderen schoven opzij, maakten Dora's plaatsje vrij." "Haar armen schoten uit, trokken de jongen aan zijn dichte kroeshaar naar de grond. (...) Een hand ging in de lucht, aarzelde, gaf het kind geen mep. Désiré stond allang weer overeind, veegde zijn handen aan zijn nieuwe trui af. (...) Désiré knikte, bestudeerde (...) zijn schoenen." "Ze draaide zich om, glimlachte." "Ze luisterde aandachtig, keek hem met rustige ogen aan, zei wat hij moest doen." "Hij greep haar halsband (van een van zijn honden, HJ) stevig vast, duwde de staldeur open. Een zware motor reed het erf op, minderde vaart. (...) Koppig probeerden de dieren zich los te rukken, blaften woest naar de indringer." Hier is een boekhoudster aan het woord: dit is geen vertellen, dit is opsommen.

Waar nog eens bijkomt dat Hemmerechts' dialoogschrijfkunst ook al niet overhoudt: de woorden van alle personages, zonder uitzondering, op één bittere tirade van Ronny na, zijn in toon en stijl niet van elkaar noch van de vertellende gedeelten te onderscheiden.

Dat is allemaal erg zonde, want wat de personages betreft hoort deze nogal donker getoonzette, maar naar het einde toe door iets hoopvoller noten verlichte familiegeschiedenis zeker tot Hemmerechts' betere werk. Niet alle aspecten komen tot hun recht, zoals boven al aangegeven, maar tussen Elza, Dora en Arthur heeft ze wel een sterke literaire driehoek getrokken. Met name die laatste is een schepping die je niet snel vergeet, deze "onbeholpen, goedzakkige reus", deze mens van goede wil, deze gekwetste, brokken makende, aandoenlijke demiurg Arthur Goemaere, met zijn diepe behoefte aan "iemand voor wie híj moest zorgen". Al 'zijn' kinderen redden kan hij niet, maar voor sommigen heeft hij toch iets geprobeerd. Dat had hij hun nu eenmaal beloofd, en hij is een man van zijn woord. Uiteindelijk wel.

Kristien Hemmerechts spreekt op zaterdag 30 september om 18 uur in het kolveniershof.

Van het wèl indruk makende, naakte, granieten proza waarmee Hemmerechts ooit debuteerde is geen spoor meer, verwaterd als het sinds jaren is tot iets dat nog het best kan worden omschreven als leesplankjesstijl

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234