Woensdag 27/10/2021

Eén man, twee nachten, drie moorden

'Aangezien ik zoiets heb gedaan, moet er wel iets in me zitten van een roofdier.' Dat zegt Ronald Janssen (40) over de moorden op studente Annick Van Uytsel (18), zijn buurmeisje Shana Appeltans (18) en haar vriend Kevin Paulus (21). Hoe de leraar uit Loksbergen 's nachts niet kon slapen en dan maar jonge mensen doodde.

TEKST Bjorn Maeckelbergh

rijdag 8 januari 2010. In Hasselt dwarrelt de sneeuw zachtjes naar beneden. Een lichte noordoostenwind blaast de vlokken tot tegen de gevel van de uitvalsbasis van de federale gerechtelijke politie. Binnen in een bureau zit Ronald Janssen in een van de zachte, zwarte fauteuils. Zijn handboeien zijn losgemaakt en de deur zit op slot. Aan de andere kant van de tafel zitten de twee ondervragers die Janssen nu al voor de derde dag op rij op de rooster moeten leggen. Maar de rechercheurs beseffen dat vandaag voor het eerst een andere Ronald Janssen voor hen zit. Janssen zit er op aansturen van zijn advocaat, "omdat hij nog iets wil zeggen". En dan komt het. "Ik wil het voor iedereen gemakkelijker maken. Ik heb dat besproken met mijn advocaat", zegt Janssen, waarop hij spontaan enkele verkrachtingen opbiecht. "In Hasselt en Leuven", zegt hij. "En in Kortenaken en Peer." Terwijl het sneeuwtapijt buiten beetje bij beetje dikker wordt, geeft de mysterieuze man binnen meer geheimen prijs. "En ik heb ook Annick Van Uytsel gedood. Met hamerslagen."

Janssen wilde de studente modevormgeving naar eigen zeggen eerst nochtans niet ombrengen. "Ik was die nacht op zoek naar affectie en een relatie, niet naar seks. Toen ik haar naar huis meenam, was ik aanvankelijk ook van plan haar later vrij te laten, ergens in de Ardennen. Maar toen ze bij me thuis was, barstte er een ruzie los bij de buren. In het geschreeuw riepen die ook elkaars naam. Toen kón ik niet meer terug. Ik heb haar in de badkamer op de vloer doodgeslagen met een steenkappershamer. Ik heb een aantal keren met dat ding geslagen, telkens op dezelfde plaats op haar hoofd, om zeker te zijn dat ze dood was. Daarna heb ik haar nog vijf minuten onder water gehouden in bad, om echt zeker te zijn."

De twee rechercheurs beseffen op dat moment nog niet dat het de laatste keer is dat Ronald Janssen zo openlijk over zijn misdaden zal spreken. De volgende keren dat ze hem aan tafel krijgen, maakt hij zich er al te vaak vanaf met de dooddoener "dat weet ik niet meer". Of hij zegt dat hij het verdrongen heeft. Om pijnlijke en smerige details uit de weg te gaan, wellicht. Met elk nieuw gesprek valt het op: Janssen krabbelt terug. Met elke nieuwe babbel probeert hij iets van zijn gruweldaden af te knibbelen en de verantwoordelijkheid van zich af te schuiven.

In lichterlaaie

We spoelen terug naar zaterdag 2 januari 2010. In de brandweerkazerne van Hasselt zijn ze net als in de rest van het land op hun hoede. Het KMI heeft voor de komende dagen sneeuw voorspeld. Dat kan problemen veroorzaken op de weg, en met dit weer loert ook het gevaar voor CO-doden om de hoek. Er wordt dan ook onmiddellijk in die richting gedacht als om 2.35 uur de telefoon rinkelt. Een noodoproep. "Ik rijd momenteel op de E314 van Genk naar Leuven. Ter hoogte van Halen zag ik een dikke zwarte rookpluim. Er staat hier een auto in lichterlaaie."

De beller van dienst is Kristof Wollants, een agent van de politiezone Hazodi (Hasselt-Zonhoven-Diepenbeek). Hij zag de dikke rookpluim in het naar huis rijden, na zijn late shift. Wollants stapte tot bij het brandende voertuig omdat hij wilde kijken of er nog inzittenden waren. "Maar de gloed van het vuur was te fel. Er was ook ontploffingsgevaar." Luitenant Erik Valgaeren was die nacht officier van wacht in de kazerne. Met zeven collega's stoof hij in de richting van de brand. "Omdat de beller sprak van een brandende auto óp de snelweg stonden we in eerste instantie ook letterlijk bovenop de snelweg", zegt Valgaeren. "We zagen onmiddellijk dat we daar weinig konden beginnen. Enkele meters onder onze voeten brandde die auto als een toorts. Ik weet nog dat ik toen dacht: 'Amai, als daar nog iemand in zit...'

De plek van de brand, de Rozedelstraat, doet bij de hulpverleners meteen de wenkbrauwen fronsen. "Die locatie sprak voor zich", zegt Valgaeren. "Een verlaten landweg zonder verlichting, en dan ook nog eens onder een brug. Dat kon weinig goeds voorspellen. Die auto stond ook op een piepklein lapje gras geparkeerd, vlak bij een sloot. Een ongeluk door de ijzel konden we direct uitsluiten. Iedereen die daar die nacht naast die brandende auto stond, besefte: dat is hier niet pluis."

Volgens Valgaeren hadden ze de brand in een-twee-drie onder controle. "Vrij snel waren de vlammen gedoofd. De auto was nog goed herkenbaar, een Opel Corsa. Een driedeurs." Tijdens het blussen was de koffer een klein beetje geopend. "Ik moest als officier samen met een collega de binnenkant van de wagen inspecteren. Standaardprocedure. (gespeeld) Wat is dat in die koffer? Precies een arm. En een hoofd! Op de achterbank lag ook nog iets. Nog een lichaam! Verdorie, wat is dat allemaal? En dan de manier waarop: één dode in de koffer en één op de achterbank. Jezus!"

Liefde met grote L

Gezien de ernst worden het parket en de federale gerechtelijke politie erbij gehaald. Hun orders zijn duidelijk: het uitgebrande wrak met de verkoolde lichamen inpakken en wegslepen naar de kazerne van Hasselt. Daar worden het voertuig en de inhoud ervan tijdens een sporenonderzoek gezeefd door het DVI, het slachtofferidentificatieteam van de federale politie. De nummerplaat YKE-238 onthult al snel een eerste geheim: de auto staat op naam van Kevin Paulus, een 21-jarige jongen uit Kortenaken. Bij zijn ouders krijgen ze te horen dat hij al een halfjaar slaapt bij zijn liefje, de 18-jarige Shana Appeltans uit de Gemengde Brigadestraat 11 in Loksbergen.

Dat adres ligt op amper 2,6 kilometer rijden van de plek waar de auto met de lichamen werd gevonden. Uit navraag blijkt dat dochter Shana niet thuis is gekomen na een nieuwjaarsfeest met de familie. Johan Appeltans en Peggy Bellen vertellen de speurders over hun leuke dag in de voetbalkantine van Glabbeek. 's Avonds was de bende nog afgezakt naar café Marvana, in het dorpscentrum van Loksbergen. Vader Appeltans was met het lief van zijn dochter tafelvoetbal aan het spelen, toen Shana om 1.45 uur kwam zeggen dat ze naar huis wilde. Want ze moest 's anderendaags studeren voor haar eerste examen op maandag. Kevin en Shana waren met een big smile het café buiten gestapt, eerst hadden ze iedereen nog gedag gekust. De ouders schatten dat ze een halfuur later zelf ook naar huis waren vertrokken. Daar zagen ze dat de Opel Corsa van Kevin niet voor de deur was geparkeerd. Ze hadden Shana nog proberen te bellen op haar gsm. Maar wellicht was haar batterij plat. Dat had Shana al gezegd op het feest.

Afgaande op de getuigenissen van familie hadden de twee jonge mensen geen noemenswaardige voorgeschiedenis. De moeder van Shana zegt dat haar dochter de toekomst zag zitten: ze wilde drie jaar studeren voor regentes voeding en zou er dan nog een extra jaartje aan breien. Zo zou ze later aan de slag kunnen in het onderwijs. Ook tussen Shana en Kevin zat het goed. Het was al drie jaar en twee maanden dik aan. Ook over Kevin Paulus geen slecht woord. Hij werkte tot voor kort bij de firma Devos Plastics in Loksbergen. De eerstvolgende maandag zou hij voor het eerst naar zijn nieuwe werkgever gaan, een onderaannemer van Toyota in Webbekom. Zijn ex-collega's van Devos Plastics spreken van "een fijne gast". "Op het personeelsfeestje onlangs was Kevin er nog bij, met zijn Shana. Haar voet stak toen in het gips. Kevin heeft zijn liefje toen een heel stuk gedragen." Liefde met een grote L dus.

Buikgevoel

Bij de speurders van de federale gerechtelijke politie in Hasselt sluiten ze voorlopig niets uit, zelfs zelfmoord niet. Misschien heeft de een de andere wel vermoord en dan zelfmoord gepleegd. Maar die these wordt door de wetsdokter snel van tafel geveegd. De jongen is volgens het onderzoek afgemaakt met twee kogels in de rechterslaap, het meisje met een nekschot en een kogel in de onderbuik. Een dubbele moord dus, aangezien het wapen niet in de auto lag.

Vanaf dat moment is het alle hens aan dek. Terwijl er op andere weekends nog geen handvol rechercheurs van permanentie is, wordt er nu een groep van twintig speurders bijeengeharkt. Op de eerste briefing verdelen ze het werk: de getroffen families uitgebreid verhoren, zoeken naar eventuele antecedenten van de slachtoffers en een uitgebreid buurtonderzoek. Heeft iemand iets gehoord of gezien? Weet iemand iets? 's Anderendaags doen ze dat nog eens over.

Op de debriefing zondagavond laat overlopen ze nog maar eens de mogelijkheden. De centrale vraag is: wat zijn die twee jonge mensen daar 's nachts eigenlijk gaan doen? Gaan vrijen? Volgens de ouders is dat weinig waarschijnlijk. Ze hadden daar thuis alle gelegenheid toe, zeggen ze. Staat de plek bekend in het drugsmilieu? Was die jongen eventueel een dealer? Of had hij een openstaande schuld? Of wilde hij zijn liefje die nacht nog eens tonen waar hij die maandag zou beginnen werken? De Rozedelstraat ligt op die route. Of zijn ze daar op iets gebotst wat ze niet mochten zien? Want enkele weken geleden werd daar in de buurt toch ook een collega van de lokale politie beschoten door ladingdieven?

Wat er het meest uitspringt, is de opmerking van rechercheur Van der Bruggen, die betrokken was bij het buurtonderzoek in de Gemengde Brigadestraat. "Vraag me niet om het uit te leggen, want dat kan ik niet", zegt hij. "Maar ik houd een heel eigenaardig gevoel over aan de buurman. Mijn buik deed raar bij die vent. Hij zei me dat hij zich op oudejaarsavond nog kwaad gemaakt had op de familie Appeltans, omdat ze hun braaksel op zijn erf hadden geveegd. Zijn naam is Ronald Janssen, een leraar. Hij woont op nummer 9. Hij beklemtoonde in zijn gesprek wel dat hij geen probleem had met Shana en Kevin."

De naam van Janssen valt even later nog eens. Een anonieme beller heeft via de hulplijn laten weten dat het tussen de ouders van Shana Appeltans en de bewuste buurman niet boterde. Ook de speurders van de federale gerechtelijke politie Leuven laten hun Limburgse collega's weten dat ze in hun onderzoek naar Annick Van Uytsel een tip kregen over die man. Uiteindelijk is er ook nog de politiezone West-Limburg, die erop wijst dat Alex Michaux, een van hun politiemannen, eind december 2005 een vertrouwelijk rapport over Ronald Janssen opmaakte, een zogeheten Recherche Informatie Rapport (RIR). Volgens Michaux verkrachtte Janssen zijn partner in 2005 op een brutale manier. Dit is de letterlijke weergave van het politierapport:

Op 13/3/2008 en 10/4/2008 was ik, opsteller, samen met enkele collega's op vermaakuitstap in danscafé Nicky's Afterworkparty (Diest). Janssen Ronald, reeds eerder vereenzelvigd in bundel, was eveneens aanwezig. Ten laste van Janssen Ronald hebben onze diensten op 1/12/2005 een onderzoek gevoerd in verband met een mogelijke verkrachting van zijn toenmalige vriendin Nathalie B. In verband met de aanwezigheid van Janssen Ronald in danscafé Nicky's heb ik het volgende vastgesteld: op 14/3/2008 omstreeks 1.30 uur zag ik Janssen zich begeven naar de uitgang van de zaak. Ik stelde vast dat betrokkene iets fluisterde in de oren van mijn zus. Hierna heb ik onmiddellijk gevraagd aan mijn zus wat betrokkene vroeg. Zij vertelde me dat ze de man niet kende en dat ze niet verstaan had wat hij zei, door luide muziek en de drukte in de zaak. Ik veronderstel dat Janssen alleen de zaak verlaten heeft.

Op 10/4/2008 stelde ik vast dat Janssen opnieuw aanwezig was. Betrokkene zag ik dansend op de dansvloer staan. In eerste instantie dacht ik dat er gezelschap bij hem stond, gezien hij al lachend met zijn omstanders (mannen en vrouwen) aan het shaken was. Doch ik merkte op dat hij aan een garçon slechts één consumptie bestelde en deze alleen nuttigde, een tiental meters van waar hij eerst stond. Gezien ik betrokkene reeds tweemaal heb opgemerkt in Diest kan ik vermoeden dat betrokkene alleen op vermaakuitstap gaat.

Op 17/4/2008 heb ik de verklaringen doorgenomen in verband met de mogelijke verkrachting van zijn toenmalige vriendin en leg ik een link naar de moord op Annick Van Uytsel. Uit de verklaring van het slachtoffer verneem ik dat ze Ronald in 1993 heeft leren kennen in Leuven (fiets van Annick teruggevonden).

Betrokkene kan ondanks zijn opleiding en functie als leraar verbaal zeer agressief uit de hoek komen (kutwijf). Op 20/11/2005 kreeg slachtoffer een pak rammel gezien Janssen Ronald naar een fuif was geweest en niet kon uitslapen gezien de twee kinderen te rumoerig waren. Mogelijk werd het slachtoffer verdoofd met Trazolan om haar meermaals brutaal te verkrachten. Door middel van een washandje in de mond en dichtknijpen van de neus heeft hij mogelijk getracht haar te wurgen. Tijdens de verkrachting heeft het slachtoffer vastgesteld dat er touwen en sluitstrips in de gang lagen. Uit de verklaring van Janssen vernemen we dat de seks met wederzijdse toestemming was (leugenachtige verklaring). Wij zijn van mening dat Janssen tijdens het afnemen van zijn verklaring zeer beredeneerd overkwam. Betrokkene gaf bovendien toe dat hij geslagen had. Janssen verklaarde een slaapprobleem te hebben (soms maar twee uur per nacht slaap), voor deze slaapstoornis Trazolan (zwaar slaapmiddel) neemt en mogelijk hiermee zijn partner verdoofde.

Janssen Ronald maakte gebruik van een lichte vracht met nummerplaat VLP-724. Janssen Ronald is woonachtig in Halen, Gemengde Brigadestraat 9 en dit op enkele honderden meters van de zendmast waar het laatste signaal van Annick haar gsm werd opgevangen. FGP Leuven werd eveneens in kennis gesteld.

De Limburgse speurders noemen dat "geen normaal gedrag voor een leraar". En dat is nog niet alles. Er bestaat ook nog een proces-verbaal over Ronald Janssen. In juli 2008 kreeg hij het in Beringen aan de stok met een groep Chirojongeren. Minstens een van de jongeren stak tijdens een discussie over hun rijgedrag zijn middenvinger op naar Janssen. Dat werkte als een rode lap op een stier. Janssen achtervolgde de tieners tot aan hun kampplaats. 's Nachts werd hij daar betrapt. Janssen beweerde dat hij een gsm en een mp3-speler wilde stelen. Hij kwam er vanaf met dertig uren gemeenschapswerk in de Kringloopwinkel. Bij de rechercheurs gaan de alarmbellen af: zo'n gedrag voor een leerkracht? Dat is echt niet normaal.

Vlotte prater

In de ochtend van dinsdag 5 januari 2010 houden de rechercheurs Ronald Janssen van op afstand in de gaten. De onderzoeksrechter heeft hen een extra wapen meegegeven: een huiszoekingsbevel. Janssen brengt die ochtend zijn twee dochters van acht en elf jaar oud naar school. Daarna krijgt hij het huiszoekingsbevel onder zijn neus. De politiemannen maken hem meteen duidelijk dat hij mee moet voor verhoor. Janssen stribbelt niet tegen. Hij zegt dat hij het begrijpt en stapt in de politiewagen die hem naar de basis in de Hasseltse Rijkelstraat brengt.

Daar vragen twee ervaren speurders hem de kleren van het lijf. Ook over de verkrachting van zijn ex-partner. "Ik besef dat ik toen te ver ben gegaan", zegt hij. "Ik schaam me voor die eenmalige gebeurtenis. Want ik had maar één keer op een abnormale manier seks met haar. Ik werd overigens vrijgesproken voor die feiten. Nu heb ik weer een goede verstandhouding met Nathalie. We hebben co-ouderschap. De meisjes zijn op maandag en dinsdag bij mij, de andere dagen bij Nathalie."

Al snel schakelen de rechercheurs over op de buren, de familie Appeltans. "Ik mijd die mensen. Ze voelen zich altijd tekortgedaan en steken de schuld voor van alles en nog wat op anderen. Vader Appeltans heeft me vier jaar geleden nog bedreigd. Hij zei dat hij me kapot zou schieten als ik nog één keertje op zijn erf zou komen." Over Shana is hij kort van stof. "Een rustig en stil meisje, altijd en overal. Haar heb ik in tegenstelling tot de rest van de familie nog nooit zien ruzie maken. Haar vriend ken ik niet. Ik heb ook nog nooit met hem gesproken."

Over de nacht van 1 op 2 januari zegt Janssen dat hij voor tv in slaap viel. "Toen ik wakker werd, ben ik in bed gekropen. Om 5 uur ben ik opgestaan en heb ik wat aan de kachel geprutst. Ik heb alvast niets gehoord." Hebt u ooit een wapen gehad? "Ja, in 2006 kocht ik op internet een jachtgeweer. Maar door de nieuwe wapenwet heb ik dat geweer snel doorverkocht aan een jager. Andere wapens heb ik niet."

De ondervragers leren Janssen kennen als een vlotte prater, aangenaam gezelschap en zelfs een humorist. Het gesprek kabbelt voort, tot het in de late namiddag onderbroken wordt door een rinkelende telefoon. De speurders die de woning en tuin van Janssen uitkammen, hebben iets gevonden. Een wapen! Een pistool 22., een Derringer die glimt van de olie. Het schiettuig zat verborgen op de zoldering van de garage, verpakt in plastic zakken en in een lege zak kattenvoer.

Het kaliber interesseert de ondervragers. "22 mm, dat is hetzelfde kaliber als het wapen waarmee Shana en Kevin zijn gedood", zeggen ze. Maar Janssen geeft geen kik. "Ik heb dat wapen gevonden in het huis van mijn overleden vader. Ik heb het verzwegen om niet in de problemen te komen, want ik heb het illegaal in mijn bezit. Twee of drie weken geleden heb ik het nog ingeolied tegen de roest. Maar met die moorden heb ik niets te maken. Ik vind het afschuwelijk wat er met Shana en Kevin is gebeurd."

Om 23 uur heeft de wapenexpert het pistool onderzocht: het wapen werd volgens zijn onderzoek niet gebruikt voor de moorden op Shana Appeltans en Kevin Paulus. Niet! De moed zakt de speurders in de schoenen. Is hij het dan toch niet?

Charmant

Woensdag 6 januari 2010. Op de briefing is de spanning te snijden. De nacht heeft niet alleen raad maar vooral twijfel gebracht. Wat als Janssen het toch niet is? De twee ervaren rechercheurs die hem gisteren ondervroegen, zeggen het zonder al te veel omwegen: weinig kans dat hij het is. Iedereen zucht. En dan staan twee rechercheurs op: "Chef, mogen wij het proberen?" Het mag. Hun opdracht wordt wel onmiddellijk scherp gesteld: de deur dicht en verhoren tot op het bot.

In en rond de Gemengde Brigadestraat 9 is het intussen nog altijd een drukte van je welste. Het grotendeels gerenoveerde werkmanshuisje en de tuin werden de hele nacht bewaakt door agenten. De huiszoekingen gaan ook vandaag gewoon verder. Drie gigantische stapels met brandhout worden blok per blok op een andere plaats gelegd. Omdat er 'iets' tussen kan zitten. Het moordwapen, bijvoorbeeld. Of iets anders. Wat dan? Geen idee. Hopelijk minstens aanwijzingen. Ook de kleine visvijver achter de keuken moet eraan geloven. Agenten slaan het ijs stuk. Een duiker tast de bodem af. Niets. Ook niet in de sloot achter de tuin van Janssen. Helemaal gedregd, resultaat: nul komma nul.

In het warme bureau van de gerechtelijke politie is Janssen intussen nog altijd zijn charmante zelve. De ondervragers hebben de indruk dat er op de een of andere manier een klik is tussen hen en de leraar technisch tekenen. Uiteindelijk vragen ze hem of hij eventueel nog wapens bezit. "Ja", klinkt het verrassend. "Begraven in het geitenkot. Een 7.65 mm. Dus geen kaliber 22, waarmee die moorden volgens jullie zijn gepleegd." In de Gemengde Brigadestraat zorgt dat nieuws voor hoogspanning. Meteen steken ze de koppen bij elkaar en beginnen ze de bevroren grond af te graven. Tachtig centimeter diep is het bingo. Wat is dat? Een oranje pvc-buis, dichtgekit en verpakt in vuilniszakken. Binnenin steekt een bokaal met ruim vierhonderd patronen, kaliber 22. In nog een ander zakje zitten een FN Browning en een Walter PP met een lege lader.

In de verhoorkamer weten ze onmiddellijk waarover gepraat. De ondervragers verwijten Janssen dat hij gelogen heeft over zijn wapens. Daarom vragen ze het nog eens opnieuw: heb je Shana en Kevin vermoord? Voor het eerst laat het antwoord lang op zich wachten. En dan zegt Janssen dat hij niets meer wil zeggen. "Ik doe dit voor anderen, voor mijn kinderen." Twee uur lang herhalen de ondervragers dezelfde vraag. Maar Janssen zwijgt als een graf. Tot ze naar de herkomst van zijn 7.65mm-pistool vragen. "Kocht ik via het internet. De munitie kreeg ik erbij."

Plas bloed

Na het urenlange moeilijke verhoor beslissen de ondervragers een korte eetpauze in te lassen. Frieten. Een halfuur later hernemen ze het verhoor. "Ik wil de waarheid zeggen", begint Janssen meteen. "Ik word al jaren gepest door de familie Appeltans en Kevin. Hij riep me constant na. Kijk, ik had nog een vierde wapen: een 6 shot 22-revolver. Die nacht stond ik op straat een luchtje te scheppen toen Shana en Kevin thuiskwamen. Kevin reed op me in met zijn auto. Hij maakte me uit voor 'stom varken'. Ik ben in volle colère naar binnen gelopen. Ik wilde ze doden en in brand steken. Binnen nam ik twee wapens en vulde ik een lege fles White Spirit met vuile benzine. Daarna heb ik aangebeld. Het was Shana die de deur opende. Ik heb ze gedwongen om in te stappen in Kevins auto. Met mijn revolver dwong ik Kevin om achter het stuur te gaan zitten, Shana moest op de achterbank. Zelf ben ik naast Kevin gaan zitten. Ik stuurde hem in de richting van de Rozenstraat en deed hem stoppen op een holle weg. Daar schoot ik twee keer, in zijn slaap." We hebben daar een plas bloed gevonden, zeggen de agenten. "Dat kan. Toen ik Kevin van achter het stuur wilde slepen, viel hij met zijn hoofd naar buiten.

"Ik ben zelf achter het stuur gekropen. Shana zat op de achterbank, ze was stil. Ik ben naar een boomgaard gereden en sleurde daar Kevin uit de auto. Ik legde hem achter de wagen en parkeerde die tot net boven zijn lichaam. Shana vroeg me haar te laten gaan. Ik zei dat ik dat wilde doen, op voorwaarde dat ze met me wilde vrijen. Shana was akkoord. Ik heb me daar uitgekleed. Achteraf besefte ik dat ze seks met me had uit angst, dat ik haar dus eigenlijk verkrachtte. Daarom vroeg ik haar om zich om te draaien. Ze deed dat. Ik heb daarop de revolver genomen die op de zetel van de chauffeur lag en loste twee schoten, wellicht twee keer in haar slaap. Daarna schoot ik haar ook nog eens in de borst, om zeker te zijn dat ze dood was. Ten slotte heb ik ook nog eens in haar schaamstreek geschoten. Daarna heb ik me buiten aangekleed en legde ik Kevin in de koffer. Ik heb toen nog wat rondgereden, tot ik op de plek kwam waar ik de auto in brand stak. Via een veldweg ben ik naar huis gewandeld. Ik schat dat ik om 4 uur thuis was. Ik zat onder het bloed. Ik heb al mijn kleren uitgetrokken en alles opgestookt in de kachel. Rond 8 uur ben ik opgestaan en heb ik de assen uit de lade van de kachel gehaald. Om er vanaf te zijn, kapte ik ze in de beek." De revolver gooide Janssen die dag in de Demer in Diest. Hij werd nooit teruggevonden.

Uiteindelijk ondervroegen de speurders Janssen een tiental keren over de moorden op Shana en Kevin. Met elke ondervraging slikte Janssen een stuk verantwoordelijkheid in. Tijdens een later verhoor zei Janssen dat hij zich voor de moorden op Shana en Kevin had vermomd. "Toen ik aanbelde, droeg ik een bivakmuts en een zonnebril zonder glazen. Ik sprak in het Frans en deed alsof ik een overvaller was die zij naar Brussel moesten brengen."

De ouders van Shana geloven niet dat Kevin en hun dochter die nacht nog binnen zijn geweest. Omdat Shana 's nachts nooit de deur zou openen voor vreemden. Shana en Kevin droegen thuis ook altijd pantoffels, en die stonden er nog. In de uitgebrande auto vonden de experts nog een klein stukje van een cursus van Shana. Die zou ze toch meegenomen hebben naar binnen? Ook de politie had nog een kanttekening bij zijn bekentenis. Want volgens hun informatie kon Janssen niet aan de deur hebben aangebeld. Eenvoudigweg omdat die stuk was. "Dan zal ik geklopt hebben", zegt Janssen daarover. Achteraf trok hij zijn bekentenis over de verkrachting van Shana in.

Hoewel Janssen twee dagen later ook de moord op Annick Van Uytsel bekende, zijn ook daar nog heel wat vragen over. Volgens Janssen kon hij de nacht van 27 op 28 april 2007 niet slapen. Weer maar eens niet. "Ik lag te rillen in bed en stond op. Ik heb mijn camionette gepakt en ben wat gaan rondrijden, vooral in Schoonaarde, bij Diest. Opeens zag ik een meisje alleen fietsen. Annick Van Uytsel, ja. Maar ik kende haar niet. Ik heb me gehaast om zo snel mogelijk naar de Leopoldvest te rijden, ik wist dat ik haar daar zou kunnen tegenhouden. Ik sprak haar aan en herinner me dat ze even later vastgetapet in het struikgewas lag. Ik heb mijn VW-busje in achteruit gezet, heb haar en haar fiets ingeladen en ben zo naar Loksbergen gereden."

Planmatig

Volgens Janssen parkeerde hij zijn auto onder de carport. "Ik had moeite om haar te dragen. Binnen maakte ik haar los en bracht haar naar de slaapkamer. Ik heb heel veel verteld tegen haar. Opeens ging haar gsm af in haar handtas (Annicks moeder belde haar om 6.29 uur op, BJM). Ik heb het toestel gezocht en haalde er de batterij uit." Janssen zegt dat hij niet gepland had om Annick Van Uytsel om te brengen. "Maar opeens kregen mijn buren ruzie. Ze schreeuwden ook elkaars naam. Ik kon niet meer terug. Vanaf dat moment handelde ik erg planmatig. Ik wilde haar ook niet laten afzien. Ik maakte haar wijs dat ik haar vrij zou laten in de Ardennen. Ik zei dat ze daarvoor wel naakt moest zijn en vroeg haar zich uit te kleden. Ik zou intussen wat sporen opruimen. Om haar dat te doen geloven, zette ik de stofzuiger aan en liet het bad vollopen. Van dat geluid profiteerde ik om naar de kelder te lopen en een steenkappershamer te halen. Ik verborg dat stuk gereedschap in de badkamer en riep haar. Ik stond daar met tape en zei dat ik haar aan haar handen, voeten en mond wilde vastmaken. Zij zei dat dat niet nodig was. Ik zei dat het niet anders kon. Ik legde haar op het badkamertapijt en gooide een handdoek over haar, omdat ik wilde dat ze rustig was. Daarna heb ik enkele keren met die hamer op dezelfde plek geslagen. Omdat ik er zeker van wilde zijn dat ze niet meer leefde, heb ik haar ook nog vijf minuten onder water gehouden. Daarna heb ik haar twee of drie keer met warm water gewassen, om alle sporen uit te wissen."

Tijdens de vijf uitgebreide verhoren over de dood van Annick Van Uytsel is het nooit duidelijk geworden wanneer hij de studente uit Kaggevinne precies ombracht. Janssen zegt dat hij denkt dat hij dit al op zaterdagmiddag deed. "Daarna heb ik alles gepoetst. Om alle bloedsporen te wissen, goot ik wc-ontstopper in bad. Toen ik klaar was, ben ik nog iets gaan drinken in het streekmuseum De Reinvoart."

Janssen trapte naar eigen zeggen ook de gsm van Annick stuk en gooide haar sim-kaart in de vuilnisbak van De Reinvoart. Haar fiets verborg hij aanvankelijk in de Zwarte Beek in Zelem. "Maar toen ik thuiskwam, besefte ik: die fiets ligt daar niet goed. Ik ben hem weer gaan oppikken en heb hem met een spuitbus gedeeltelijk in een ander kleur gespoten. Ik vijlde ook het nummer uit het kader. Daarna dumpte ik de fiets in de studentenbuurt in Leuven." Janssen zorgde er ook voor dat het moordwapen uit zijn huis was. Hij gooide het in een paardenweide nabij de Kauwplasstraat. De boer herinnerde zich alvast een hamer die zijn zoon daar ooit had gevonden. DNA kon echter geen uitsluitsel brengen of het effectief het moordwapen was.

Volgens het onderzoek dumpte Janssen het lichaam van Annick Van Uytsel in de nacht van zaterdag op zondag. Hij verpakte het lijk daarvoor in grijze plastic zakken van 80 bij 100 centimeter, voorzien van een lasnaad. De stoffelijke resten wikkelde hij verder in een zwarte propexdoek en een blauw dekzeil. Om te voorkomen dat het lichaam zou bovendrijven, verzwaarde hij het pak met een 14,5 kilogram zwaar betonblok. Uiteindelijk bleek dat te licht en kwam het lichaam van Annick Van Uytsel toch bovendrijven. Net geen week na haar verdwijning zag een wandelaar het pak. Omdat de zakken volgens de speurders in Leuven zo speciaal waren, lanceerden ze een oproep tot getuigen. De politie wilde weten wie de zakken herkende en wist waarvoor ze eventueel werden gebruikt. Janssen zag de oproep op televisie en redeneerde dat hij alles moest wegmaken. "Ik stookte alle zakken op in de tuin. En alle kasseistenen, die ik overigens kocht bij een bedrijf langs het kanaal nabij de vindplaats van Annicks lichaam, laadde ik op en dumpte ik op een parking in Maasmechelen."

Duistere verlangens

Nathalie B., de moeder van zijn kinderen, zocht na zijn arrestatie opnieuw toenadering tot Ronald Janssen. Ze bezoekt hem regelmatig in de gevangenis. Ook opvallend: tijdens het onderzoek bleek dat Janssen na de breuk met zijn partner nog verschillende 'losse vriendinnen' had. Allemaal spreken ze van een normale relatie, ook op seksueel vlak. "Nooit gemerkt dat hij duistere verlangens had en die elders zocht", zeggen ze. Janssen bekende na zijn arrestatie voor de moorden ook nog een tiental aanrandingen en verkrachtingen. Voor die zedenfeiten zal hij na het assisenproces in Tongeren nog terecht moeten staan. In een van de laatste verhoren wilde Janssen nog iets rechtzetten. "In verband met Annick Van Uytsel denk ik dat ik het geroep van de buren heb verzonnen. Misschien had ik gewoon een reden nodig om dat meisje te doden."

Dinsdag wordt de volksjury gekozen, vrijdag gaat het proces echt van start.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234