Zaterdag 28/05/2022

InterviewChristophe Busch

‘Een machinist voelde zich niet verantwoordelijk voor de gaskamers’: historicus over de Jodentransporten van de NMBS

Opgepakte Joden in de Dossinkazerne. Beeld Canvas
Opgepakte Joden in de Dossinkazerne.Beeld Canvas

Het onderzoek naar de deportaties door de NMBS biedt ook inzicht in de dehumanisatie en het waarheidsverval die we nu in landen als Brazilië en Hongarije zien opduiken. Dat zegt Christophe Busch, directeur van het Hannah Arendt Instituut.

Ann De Boeck

Tussen 1942 en 1944 reden meer dan 25.000 Joden en Roma-zigeuners hun dood tegemoet in een trein van de NMBS. Vanuit de Mechelse Dossinkazerne ging het aanvankelijk met gewone treinen, en later in beestenwagons, naar Auschwitz. Toch komt er nu pas een onafhankelijk onderzoek naar de rol die de nationale spoorwegmaatschappij heeft gespeeld. Een stap die niet enkel voor de Joodse gemeenschap veel betekent, zegt Christophe Busch, oud-directeur van Kazerne Dossin en nu directeur van het Hannah Arendt Instituut.

Wat is het belang van dit onderzoek?

Busch: “In de eerste plaats erkenning. We weten dat 25.000 mensen dood zijn, simpelweg omdat ze waren wie ze waren. Toch hebben we nog altijd maar een beperkt zicht op wat er is gebeurd. Zolang we die feiten niet beter kennen, is het moeilijk om er lessen uit te trekken. Dit is dus een startpunt. Daarna kunnen we het politiek-maatschappelijke debat voeren: wie draagt welke verantwoordelijkheid? Hoe gaan we hiermee om? Zoals dat ook met het kolonialisme gebeurt.”

De Joodse gemeenschap dringt al jaren aan op dit onderzoek.

“Logisch. Als je een Joods familiealbum openslaat, staan er veel mensen op foto’s die de Holocaust niet hebben overleefd. Dat heeft een enorme impact op deze gemeenschap, en het trauma wordt ook doorgegeven van generatie op generatie. Die erkenning is dus cruciaal.”

In 2018 stond de NMBS nog op de rem. Waarom zou ze van gedacht zijn veranderd?

“De huidige tijdgeest is heel anders dan in 2018. Ik heb het gevoel dat een aantal internationale tendensen in ons land een verantwoordelijkheidsproces op gang hebben gebracht. Denk onder andere aan Black Lives Matter, waaruit de dekolonisatiebeweging is voortgekomen. Mensen vinden het nu veel evidenter dat we problemen uit het verleden onder ogen zien.”

Ook in Duitsland hebben bedrijven steeds minder schroom om hun nazi-verleden te erkennen.

“Dat heeft met afstand te maken. Mensen die toen prominente functies in het bedrijf hadden, zijn nu weg. Niet zij, maar hun voorgangers namen de verkeerde beslissingen. Wat ook helpt, is dat de kijk op daderschap is geëvolueerd. Aanvankelijk spraken we enkel over daders, slachtoffers en omstanders. Nu weten we dat er ook veel betrokken actoren waren. Mensen die niet per se de rassenleer aanhingen, maar die wel deeltaakjes van het systeem uitvoerden. Die realiteit is veel mistiger dan sommigen dachten.”

Christophe Busch. Beeld Tim Dirven
Christophe Busch.Beeld Tim Dirven

Mistig of niet, het blijft moeilijk te begrijpen waarom een Belgische machinist met een trein vol Joden naar de vernietigingskampen reed.

“De vraag is: welke handelingsmarge had hij? Als je in een gestructureerde organisatie werkt, is er een behoorlijke druk om te gehoorzamen aan bevelen. Zeker als de overheid onder een militaire bezetting staat.

“Gedragswetenschappers onderzoeken al lang wat mensen ertoe drijft om dit soort taken uit te voeren. Vaak komt dat door een soort compartimentalisering. De machinist wist ongetwijfeld dat de trein vol Joden zat en dat de reis naar het oosten niet veel goeds voorspelde. Maar hij dacht: ik heb ze er niet ingestoken, ik rij gewoon. Socioloog Zygmunt Bauman noemde dat het bureaucratische proces van de massamoord. Een genocide bestaat uit allerlei deeltaken. Als je die optelt, kom je aan het resultaat. Maar niemand in het radarwerk voelt zich verantwoordelijk voor dat resultaat. De machinist voelde zich dus niet verantwoordelijk voor de gaskamers.”

Er was in België amper protest tegen de deportaties. Hoe kan dat?

“Ik heb mensen gesproken die in Mechelen woonden op het moment van de transporten. Ze wisten dat de Joden het hard te verduren kregen. Ze gaven hun kinderen ook het advies om niet langs de Kazerne Dossin te lopen. Toch hadden ze niet de voorkennis van nu. Pas vanaf eind ’42 begonnen internationale media te berichten over het bestaan van vernietigingskampen.

“De bevolking was ook gewoon vermoeid. Mensen hadden zelf al genoeg moeite om de oorlog te overleven. Je zou dat vandaag kunnen vergelijken met de problemen in Myanmar of van de Oeigoeren in China. De horrorverhalen die zich daar afspelen zijn bekend. Toch liggen de meeste mensen er niet van wakker.”

Heeft het dan wel zin om dit op de agenda te zetten?

“Absoluut. Niet alleen voor de historische details, maar ook voor de processen die erachter zaten. De dehumanisatie, het waarheidsverval, de polarisering: dat zijn processen die we nu ook zien opduiken in landen die afglijden richting een autoritair regime. Denk aan Brazilië onder president Bolsonaro, de situatie in Hongarije en Polen of de bestorming van het Capitool in de VS. Die zaken zijn niet te vergelijken met de Holocaust, maar je ziet wel dezelfde mechanismen opduiken. Alleen al daarom is het interessant om te zien wat we uit het verleden kunnen leren.”

Mogelijk leidt het ook tot herstelbetalingen aan slachtoffers, zoals bij de Franse en Nederlandse spoorwegen. Hoe kijkt u daar naar?

“Herstel moet er sowieso komen, maar niet per se financieel. Het gaat vooral om een herstel van relaties. Dat kan bijvoorbeeld via een waarheidscommissie of via educatie. Zo heeft Nederland net beslist om een koloniaal museum op te richten. Als de kous af is door puur geld te geven, dan zou dat bijzonder jammer zijn.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234