Maandag 21/06/2021

'Een luxueuze loft is nog geen erfgoed'

industriele archeologie in vlaanderen:

na 25 jaar op de drempel van erkenning

'Het zou een zinloze en absurde beslissing zijn om deze site te beschermen', dixit een Brugs raadslid over Carcoke Zeebrugge. Dat soort uitspraken heeft Adriaan Linters, medestichter en voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Industriële Archeologie, al meer gehoord. De VVIA blaast dit jaar 25 kaarsjes uit. Een terugblik op een kwarteeuw strijd voor erkenning.

Brussel

Van onze medewerker

Frans Geys

'Een tafel, een kast en twee stoelen in de kelder van de Koninklijke Bibliotheek, daarmee moesten we het in 1973 doen", vertelt Linters. "In dat jaar werd het nationale Centrum voor Industriële Archeologie (CIA) opgericht, gedragen door wetenschappelijke instellingen en openbare diensten. Het centrum stond in voor het opzetten van een grote tentoonstelling. En toen kwam de machine. Kennismaking met de industriële archeologie lokte in 1975 meer dan 82.000 bezoekers naar Brussel. Helaas bleven na dat succes de middelen uit - de federalisering kwam volop op gang - en stierf het CIA een stille dood.

"De expo heeft wel heel wat impact gehad op het grote publiek, maar het was een groep geschiedenisstudenten die industriële archeologie als volwaardige discipline erkend kreeg. In 1971 werd de opleiding geschiedenis aan de Gentse universiteit herzien. De studenten maakten van die gelegenheid gebruik om de invoering van een vak industriële archeologie op de agenda te zetten. Zij vonden een gewillig oor bij professor Jan Dhondt. Uiteindelijk zou daaruit de werkgroep industriële archeologie van de RUG groeien.

"De VVIA werd in 1978 boven de doopvont gehouden. Het Europese jaar voor het bouwkundig erfgoed, in 1975, had net als elders in Europa de industriële archeologie een duwtje gegeven. De discipline werd eindelijk ernstig genomen. Het decreet tot behoud van monumenten, stads- en dorpsgezichten van 3 maart 1976 was de eerste wetgeving in Europa die gebouwen beschermde vanwege hun industrieel-archeologische kwaliteiten."

Vlaanderen was toen dus een voorloper. En toch werden jaren later, in 1990, en ondanks luid protest in Antwerpen de Koninklijke Stapelhuizen nog gesloopt.

"Ja, de afbraak van de Entrepot was een nederlaag van formaat. De actie voor het behoud van de Stapelhuizen en de campagne om doordacht om te springen met de overblijfselen van de Kempense steenkoolmijnen waren de eerste grote publieke acties van de VVIA. De jaren daarvoor hield de VVIA zich vooral bezig met lobbywerk, petities en ondersteuning van de initiatieven van de weinige lokale groepen die Vlaanderen toen rijk was. Zo hebben wij heel wat steun verleend aan de mensen die ijverden voor het behoud van het West-Vlaamse stoommachinepark.

"In die periode is een grote groep mensen gesensibiliseerd geraakt. Wij pakten in Vlaanderen als eerste uit met stadswandelingen in het teken van de industriële archeologie, wij hebben mee het debat over de herbestemming op gang getrokken. De VVIA was ook een pionier in het promoten van industrieel toerisme. Wij hebben het thema industrieel erfgoed in het onderwijs geïntroduceerd. En ja, het kan cynisch klinken, maar gebeurtenissen als de sloop van de Entrepot, met alle media-aandacht, hebben velen bewust gemaakt van de waarde van dat onbekend erfgoed."

Ook van het mijnerfgoed is uiteindelijk heel wat beschermd geraak.

"Ja, maar daarvoor hebben we hard aan de kar moeten trekken. De Noord-Franse regio Pas-de-Calais wil haar mijnerfgoed bij Unesco voordragen. Die mensen zijn zich zeer goed bewust van de waarde en het potentieel van dat patrimonium. Ook Groot-Brittannië staat op dat vlak veel verder dan wij. Je hebt daar natuurlijk ook talloze plaatselijke comités die zich voor een of andere site inzetten. Dat soort initiatieven komt bij ons maar langzaam van de grond. Het grote draagvlak in Engeland is onder meer te danken aan de BBC, die al in de jaren zeventig aandacht besteedde aan dat patrimonium. De British Tourist Authority is ook al vroeg begonnen met het toeristisch promoten van industriële monumenten. En de vakbonden en de ingenieursverenigingen staan er heel anders tegenover industriële archeologie. Hier hebben de vakbonden met de relicten van de industriële revolutie de herinnering aan mensonwaardige arbeidsomstandigheden willen uitwissen. De ingenieurs hebben evenmin enige belangstelling getoond."

Trendy stadslui doen dat wel. Wonen in een gewezen bedrijfspand, in een stapelhuis, het is een rage.

"De lofthype is niet onverdeeld positief. Vaak wordt daarbij, of als er een kantoor in gemaakt wordt, het erfgoed verminkt. Er wordt zelden tijd uitgetrokken voor historisch onderzoek en gaan de eigenheid en de kwaliteiten van het gebouw verloren. Heel wat architecten willen de goegemeente met hun hoogstandjes verbluffen. In hun opleiding ontbreekt industriële archeologie overigens vrijwel volledig. Een basisregel voor een succesvolle herbestemming wordt nogal eens over het hoofd gezien: de nieuwe functie moet verenigbaar zijn met de omgeving. Luxueuze lofts in een proletarische omgeving, daar komen spanningen van. De sleutel is dan ook dat je inzicht verwerft in de betekenis van het gebouw voor zijn omgeving. Je moet omzichtig te werk gaan. De identiteit die een buurt aan zo'n gebouw ontleent, is trouwens een van de hoofdredenen om niet te slopen. Aan die relicten van een industriële bloeiperiode kan een door werkloosheid en sociale onrust getroffen buurt of regio zich optrekken."

Jullie 25ste verjaardag wordt wel overschaduwd door de nakende sloop van een van onze belangrijkste industriële overblijfselen: Carcoke Zeebrugge.

"Ja, de laatste cokesfabriek in Vlaanderen die nog rechtstaat. Niet alleen heel interessant vanuit industrieel-archeologisch oogpunt, maar ook architecturaal heeft het pand heel wat te bieden. Wist je dat op dit terrein een van de weinige intacte gashouders staat die Vlaanderen nog rijk is? De VVIA heeft enkele maanden geleden een beschermingsaanvraag ingediend, het Steunpunt Industrieel en Wetenschappelijk Erfgoed (Siwe) heeft net hetzelfde gedaan. De fabriek moet gesloopt worden om de bodem te saneren en er vervolgens een nieuw industrieterrein aan te leggen. De sanering kost ten minste 50 miljoen euro, zo heeft Ovam becijferd. Dat betekent dat Zeebrugge 15 hectare industriegrond zou krijgen tegen een prijs die je in de badplaatsen in de buurt kunt vragen voor villagrond. Een onzinnige operatie.

"In Duitsland, in het Ruhrgebied zijn soortgelijke gebieden tegen een veel lagere kost gesaneerd, zonder de gebouwen en installaties te slopen. In de VS, Engeland en Frankrijk zijn er gelijkaardige voorbeelden. Maar in Vlaanderen lijkt men daar niet aan toe. Waarom die bestaande technieken hier niet toepassen? Ovam zou meteen een pak knowhow opdoen. Voor zulke gebouwen is, wat men ook moge beweren, wel een toekomst weggelegd. Wie herinnert zich niet de affiche voor de Ruhr-triënnale van Gerard Mortier? Het imposante industriegebouw in wat ooit het hart van de zware industrie van Duitsland was, is een gedroomd decor voor theater, opera, optredens, performances en wat je maar aan culturele evenementen kunt bedenken. Wat in Zeebrugge staat, is maar een heel kleine uitgave van de infrastructuur in de Ruhr. Waarom het complex niet opknappen en er een culturele en recreatieve bestemming aan geven? Brugge profileert zich toch zo graag als cultuurstad."

De technische en industriële evolutie staat niet stil. Hoe ziet u de rol van de VVIA in de 21ste eeuw?

"Het tijdperk van de zware industrie loopt stilaan op zijn einde, althans in het Westen. Het spreekt vanzelf dat we onze focus voor een stuk moeten verleggen, aandacht moeten besteden aan bijvoorbeeld informatica en telecommunicatie. Dat zijn sectoren die een razendsnelle innovatie kennen. De techniek van vandaag is over enkele jaren al erfgoed.

"De Europese dimensie wint ook aan belang. Grote reconversieprojecten zijn vaak grensoverschrijdend, of zouden dat toch moeten zijn. Europese fondsen zoals Interreg, Urban... hebben nu trouwens al een belangrijke inbreng bij grotere projecten. We zullen eraan moeten wennen de zaken in een ruimer perspectief te bekijken.

"De VVIA lag, samen met de Catalaanse zustervereniging, enkele jaren geleden overigens aan de basis van een Europese federatie. In 2006 organiseert die een Europees jaar van het industrieel en technisch Erfgoed. In dat kader werd de VVIA zopas uitgekozen om dan het Internationaal Congres voor Mijnbouwgeschiedenis te organiseren, in Limburg."

'Zo'n chique loft in een proletarische omgeving, dat is vragen om spanningen. Je moet begrijpen wat zo'n gebouw betekent voor de buurt'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234