Dinsdag 19/11/2019

Een lijf dat danst als een beest

'Ik hou van voorstellingen die me een push geven,' zegt choreograaf Alain Platel, 'maar ik vind het kleine gescharrel even belangrijk. Aanrakingen, gebaren, het alledaagse gedoe, waar dan plots een lichaam tussenuit schiet.' Een gesprek over Iets op Bach, waarmee Platel zijn trilogie rondom muziek voltooit, een voorstelling over onschuld en ravioli, verhalen van de straat en de top-30 van Bach. 'Alles wat de studio binnen komt waaien, kan pertinent zijn.'

Myriam Van Imschoot

Volksvijand nummer één Marc Dutroux is nog maar net ontsnapt en weer gesnapt en de daaropvolgende politieke stoelendans in volle gang, als ik met Alain Platel in een tochtig Schaarbeeks café aan tafel zit. Aanleiding is de première van zijn nieuwste stuk, Iets op Bach, waarmee de derde editie van het KunstenfestivaldesArts dit weekend opent. "De poppen zijn weer aan het dansen," grinnikt Platel. "Een psychopaat zet het op een lopen en een heel land staat op zijn kop. De politiek wringt zich in alle bochten en iedereen wijst iedereen met de vinger na. Het is het toppunt van amateurisme op alle niveaus, een regelrechte farce. Eerlijk gezegd, als het niet zo verschrikkelijk was voor alle betrokkenen, dan zou ik er nog om kunnen lachen ook. Die lichte anarchie, die ons in het buitenland de reputatie bezorgt een bananenrepubliek te zijn. Geef toe, het doet soms deugd om Belg te zijn."

Met een zelfde aanleg voor satire hielden Alain Platel en enkele maats in 1987 Les Ballets Contemporains de la Belgique boven de doopvont. De communautaire strijd woedde op dat moment weer eens in alle hevigheid en de belgicistische naam van het collectief was daar een frivool antwoord op. Ook de verwijzing naar 'ballet' in een tijd dat de hedendaagse dans een hoge vlucht nam en ballet werd afgedaan als muffe romantiek, was niet van ironie gespeend. En helemaal baldadig voor een klein collectief dat begin jaren tachtig zijn allereerste voorstellingen in de woonkamer van groepsleden had gegeven, was de associatie met de legendarische Ballets Russes, die in de jaren twintig de wereld hadden veroverd.

De naam was geknipt voor een gezelschap dat veeleer dan de wereld zichzelf niet al te ernstig nam. Hij klonk wat ouderwets en stijfdeftig, met het patina van oude volkshuizen en tiercélokalen. Had je toen gezegd dat Les Ballets ooit nog het populairste Belgische dansgezelschap zouden worden, dat ze de wereld zouden veroveren van Adelaide tot Zanzibar, nota bene onder de vlag van Cultureel Ambassadeur van Vlaanderen, en dat boegbeeld Alain Platel een prijs zou krijgen ter waarde van 1 miljoen (Océprijs 1997), ze zouden hàrd gelachen hebben.

Platel heeft het zelf vast ook niet voorzien. Begin jaren negentig vatte hij in een rake formulering twee decennia hedendaagse dans samen: "Waren de jaren zeventig voor mij Café Müller van Pina Bausch, de jaren tachtig Ottone, Ottone van Anne Teresa De Keersmaeker, dan zijn de jaren negentig Disfigure Study van Meg Stuart." Vandaag mag hij zonder schroom zijn eigen naam aan het lijstje toevoegen, want zonder Bonjour Madame (1993) of La Tristeza Complice (1996), en zonder de indrukwekkende voorstellingen die Platel met theatermaker en auteur Arne Sierens maakte, Moeder en kind (1995) en Bernadetje (1997), kunnen we evenmin de jaren negentig begrijpen.

Na de hausse van de jaren tachtig heeft de hedendaagse dans zich ontwikkeld in twee richtingen. In verticale richting evolueerde hij weg van het danstheater naar een grotere zelfreflectie. Het medium viel terug op zichzelf, op zijn eigen dans-zijn, maar ook op zijn verleden. Zoals bij alle jonge kunstvormen, die zichzelf aanvankelijk avant-gardistisch wanen, ontstond immers de behoefte om niet alleen voorwaarts te stormen, maar ook om te kijken naar waar men vandaan kwam. Die aandacht voor het grotere historische verband leidde tot een levendige belangstelling voor het erfgoed van de klassieke dans.

Naast deze verticale en formele verdieping zette onder invloed van Alain Platel een horizontale verbreding door. Zowel in zijn werk voor Les Ballets C. de la B. als in dat met Arne Sierens voor Victoria wijst Platel erop dat niet alleen in de cultuurtempels dans te zien is. Overal wordt gedanst: op straat, in aerobiczalen, in conservatoria waar het jazzballet nog leeft, in disco's, in kleine achterafzaaltjes en op de grote podia. Platel koestert niet langer de modernistische wensdroom van de autonome dans-om-de-dans. Hij belicht het feit dat dans altijd verbonden is met een sociale biotoop, met een leefwereld, met verlangens en demonen.

Vanwege zijn voorliefde voor kleine hoops- en wanhoopsgeschiedenissen wordt Platel weleens vergeleken met Pina Bausch, voor wie hij een grote bewondering koestert. Een groot verschil met Bausch is evenwel dat Platel zich niet tot één bewegingsstijl bekent. Zei de Duitse choreografe ooit: "Ik toon niet hoe de mensen bewegen, maar wàt ze beweegt", dan neemt Platel precies die beide samen. Hij karakteriseert de personages van zijn dansstukken aan de hand van hoe ze bewegen.

Zijn exemplarische openheid voor hiphop, een dansvorm die begin jaren negentig in de Belgische hedendaagse dans nog nagenoeg onopgemerkt was gebleven, heeft de weg vrijgemaakt voor formaties als Hush Hush Hush van ex-Platel-danser Abdelaziz Sarrokh. Maar in de discussie over de plaats ervan in het danslandschap mengt Platel zich liever niet. "Ik vind het onzinnig om te discussiëren over wat goed of slecht is, over wat geld moet krijgen en wat niet."

"Ik wil niet zomaar schone dansjes maken," zegt Alain Platel. "Ik wil mensen op de planken zien staan die iets te verdedigen hebben en dat zo hard mogelijk doen." Platel gaat daarbij steevast uit van de mensen met wie hij werkt. Zij zijn letterlijk en figuurlijk zijn beweegredenen. "Voor Iets op Bach lagen twee zaken vooraf vast. Ik wou iets met de muziek van Bach doen. En ik wou met de mensen die ik voor deze productie heb samengebracht aan de slag."

In de loop van het gesprek vertelt Platel vaak en graag over hen. "Negen volwassen dansers, met daarrond weer wat klein volk van twintig maanden tot zestien jaar." Zij bewegen zich in een veelledige raamvertelling. Het joodse meisje, dat wanhopig terugkeerde van een bezoek aan haar vaderland vanwege de ramp die zich daar aan het voltrekken is. Nelis en Necati, de twee kinderen die al acht jaar van productie tot productie zijn meegereisd. De jongen die het wil maken in de hedendaagse dans maar er heimelijk van droomt om ooit eens een jazzballet te maken. "Wil je niet eens je natte droom verwezenlijken en dansen als in een show van Janet Jackson of Madonna? Dat moet toch het einde zijn," spoorde Platel hem aan.

Met het geduld van een hengelaar vist Platel hun verhalen op. "Als ik misschien al een talent heb, dan is het dit toch wel: ik kan wachten. Alles wat de studio binnen komt waaien kan pertinent zijn. Want zoals Marguerite Duras zei: iedere uitspraak, hoe banaal ook, kan de essentie van het leven bevatten. Alleen moet je soms de juiste omgeving creëren opdat iets zijn waarde kan reveleren. Of je moet mensen over hun gêne heen helpen."

In de eerste weken van het repetitieproces bereidt iedere danser een dag voor met de anderen. "Iemand nam ons mee naar een peepshow. Een andere dag ging het om littekens. Weer een andere keer mocht een hele dag lang niemand praten. Het zijn de eerste tekens die ik later tegenkom in de voorstelling." Het resultaat is vaak hevig, met een hoog voltage. Dat is de aard van het beestje: "Op een podium worden woorden en gebaren verhevigd, op een manier die je in het leven slechts af en toe meemaakt. Een podium is een plek waar de dingen gecomprimeerd en gecondenseerd worden. Het is niet zoals het leven zelf, maar een samenvatting van dat leven in een enkel beeld of een reeks bewegingen. Ik hou van voorstellingen die me een push geven. Maar ik vind het kleine gescharrel minstens even belangrijk. Aanrakingen, gebaren, gewoon het alledaagse gedoe, waar dan plots een lichaam tussenuit schiet. Een lijf dat danst als een beest."

Het werk van Alain Platel laat zich moeilijk in één trek schetsen. Wie het prijst om zijn hevige andrenalinestoten, de portie rock'n'roll, de ruige branie van een groep jongeren die de pannen van het dak swingen, verliest het kleine haakwerk uit het oog. Wie zijn multiculturalistische danstheater looft, zal eraan moeten toevoegen dat Platel niet zomaar een utopisch pluralisme belijdt maar steeds wijst op de inherente machtsverhoudingen in iedere groep. Wie beweert dat Platel een choreograaf is met de vinger aan de pols omdat er wel eens techno op het podium loeit, gaat voorbij aan een fundamentele nostalgie in zijn werk. In La Tristeza Complice staat de gettoblaster naast een orkest van klassieke accordeons die Purcell spelen. Het botsautokraam in Bernadetje heeft de veelbetekenende naam Lourdes; de figuur van het kleine meisje dat in het kermisgejoel verloren loopt is dan weer geïnspireerd door Bernadette Soubirous. "Het is misschien wel het kernthema van mijn werk: de onschuld. En hoe die verloren gaat," aldus Platel.

Onschuld, schuld: ethiek is nooit veraf voor Platel. Het is bijvoorbeeld opvallend hoe vaak morele categorieën in het geding zijn bij de bespreking van zijn werk. En er is nauwelijks peil op te trekken. Nu eens is men vol lof over de heterogene cast waar kinderen naast volwassenen staan, en leken naast beroeps, dan weer vindt men het in Amerika politically incorrect om kinderen te 'exploiteren': zij horen 's avonds niet op een podium te staan maar thuis in bed te liggen. Commentatoren noemen Platels werk sociaal, geëngageerd, authentiek en levensecht. Maar evengoed rijzen er vragen bij de grootschalige, dure producties over het leven in de onderbuik van de samenleving.

Alain Platel: "Tijdens een nagesprek in Parijs heeft een vrouw me eens gezegd dat ze het er moeilijk mee had dat de dans, net als de mode en de fotografie, de voorbije jaren de armoede heeft gerecupereerd en tot look gemaakt. Vroeger had je de bohémien in de kunst, nu heb je de zelfkanter. Arte povera: dat staat goed. Een beetje groezelig, kleren die schots en scheef zitten, street credibility weet je wel. Maar, zei die vrouw, die zelf in de banlieue werkte, het is niet omdat een Franse choreograaf af en toe een hiphopper uit het quartier plukt, dat daarmee iets fundamenteels verandert aan de situatie daar. Trouwens, die gast zien ze daar niet meer terug. Die is weg. Dat was haar frustratie: dat het allemaal niets uithaalt.

"Je kunt dan wel zeggen dat je werk niet per se gaat over de banlieue of over de vierde wereld, maar over de condition humaine, maar dat doet niets af aan wat die vrouw zegt. Ik vind dat heel pertinent, en ik weet niet goed wat ik ermee moet aanvangen. We proberen met Les Ballets C. de la B. wel altijd naar plekken te gaan waar we een ander publiek bereiken. Naar Dieppe bijvoorbeeld, waar er een goede samenwerking is met buurtorganisaties van de banlieue. We hebben al een keertje gratis gespeeld in Litouwen en nu willen we naar Boekarest, waar enkele mensen ons dolgraag zouden ontvangen. Dat doen we dan voor een zacht prijsje en dat berekenen we door aan de prestigieuze theaters."

Platel stelt vast dat hij na de meer relatiegetinte stukken van de jaren tachtig een groter verlangen is gaan voelen om standpunten in te nemen. "Maar," voegt hij daar uitdrukkelijk aan toe, "ik wil niet preken. Ik ben geen politicus en geen maatschappelijk werker. Wel werk ik met mensen die goed weten hoe het daar toegaat en ik kan je verzekeren dat wat we op het podium brengen maar een fractie is van wat zij hebben meegemaakt. Het punt is dat je dat alles niet moet gaan zóeken. Je moet het alleen willen zien. Neem nu het hedendaagse dansmilieu. Als je er even bij stilstaat, merk je dat de leefomstandigheden van dansers ontstellend zijn. Ze moeten, in afwachting van de volgende auditie, scharrelen om rond te komen. Overdag zitten ze in een wereld van esthetiek en steken ze een ballet in elkaar, maar als ze 's avonds thuiskomen is het alweer ravioli omdat ze geen geld hebben voor iets anders. Het is dat contrast dat ik in mijn werk wil laten zien: niet alleen de ravioli, maar ook de wereld van schoonheid en lichaamscultuur. Niet alleen Dieppe, maar ook de Munt.

"Onze studio is het vangnet voor al die verhalen. Het hoeft bijvoorbeeld niet per se over de oorlog in ex-Joegoslavië te gaan, maar op een bepaald moment is die oorlog daar, zoals bij Bonjour Madame. Die oorlog wordt een gevoel van machteloosheid, een gebrek aan solidariteit, een onvermogen om in te grijpen. Dat is niet per se iets verafs, het maakt wezenlijk deel uit van de manier waarop mensen met elkaar omgaan. Dat kan ook het verhaal zijn van een groep mensen hier: hùn onvermogen, hùn gebrek aan zorg voor elkaar.

"In Australië waren we te gast op het prestigieuze festival van Adelaide. Een van onze technici had een aboriginal leren kennen en een en ander had ertoe geleid dat die man tijdens de voorstelling didgeridoo zou spelen. Nu, dat werd een onvoorstelbaar ontroerende voorstelling. De man had zijn traditionele klederdracht aangetrokken, wat eigenlijk betekent dat hij heel weinig aanhad, en stond daar voor dat stijfdeftige publiek op zijn instrument te spelen. In een land dat erg repressief optreedt tegen de aboriginals werd dat een politieke verklaring. Had ik dat op voorhand gepland, dan had ik dat vies gevonden. Dan wordt die aboriginal een vehikel voor je eigen politieke fatsoen."

Voor Platel is er altijd een verschil tussen een idee, de studio, de repetities, het leven dat zich daar afspeelt en het uiteindelijke effect van wat hij op de planken brengt. "Ik kan dat effect niet overzien, ik heb daar geen vat op. Ook niet in termen van succes. Je hebt daar werkelijk geen flauw idee van. Ik zie me nog een week voor de première van La Tristeza Complice in deSingel naar onze manager bellen om de hele boel af te blazen. Niet dat ik niet achter die voorstelling stond, maar toch: op dat moment had ik echt zin om alles te laten vallen. En dan werd Tristeza een gigantisch succes. Mensen kwamen na afloop naar me toe en het was alsof ik in hun woorden mezelf hoorde praten. Ze hadden blijkbaar gevoeld wat ik had gevoeld, gezien wat ik had gezien. Dat doet deugd.

"Iedere kunstenaar wil het uiteindelijk over het leven hebben. Maar allicht laat ik in mijn werk een grotere herkenbaarheid toe. Veel postmodernen maken, uit angst om naïef of te expliciet te zijn, hun werk cryptisch, terwijl ik, wel ja, ik zal wel argelozer zijn. Naïever. Maar wat is het leven? Als ik iets toon, dan is dat niet noodzakelijk het leven zelf, maar wel het moment waarop we eraan willen ontsnappen. Dat we even opgetild worden."

Het is dat moment dat in talrijke variaties in het werk van Platel te zien is: het moment waarop de dingen gaan schuiven. Het moment van levitatie, als het zogeheten realisme surreëel wordt. In La Tristeza Complice danst Abdelaziz Sarrokh een virtuoze solo op een tapijtje dat zo uit 'Aladdin en de wonderlamp' lijkt te zijn gekomen. En gaandeweg stijgt de danser hemelwaarts, als een vloeitje boven de vlam van een kaars. Zo letterlijk gaat het niet altijd, maar de dans is bij Platel wel vaker opvliegend. Beginnend met een por en een stoot van ruwe vlegels, om dan plots in en door de dans alle trossen los te gooien en op te stijgen.

In Iets op Bach sluit deze verglijding van tranche de vie naar trance de vie heel nauw aan bij Bach. "De muziek van Bach heb ik vooral gekozen vanwege haar emotionele kracht. Na ontelbare luisterbeurten heb ik uiteindelijk een top-30 van Bach-muziekjes opgesteld. In overleg met Roel Dieltiens (de muzikaal leider van Iets op Bach en leider van het ensemble Exploration, dat de voorstelling live begeleidt, MVI) zijn daar nog stukken van weggevallen. Uit de teksten van Bachs cantates spreekt een intens doodsverlangen. Het verlangen om verlost te worden uit een aards tranendal en opgenomen te worden in het paradijs. Ik heb dat geïnterpreteerd als een verlangen om boven jezelf uit te stijgen. En dat kan op tal van manieren. Iemand voert een bravourestukje op of een circusact, iemand daagt zichzelf uit om een superdanser te zijn, een ander kleedt zich uit."

Intussen zal de muziek van Bach op "wel twintig verschillende manieren gebruikt en misbruikt worden", belooft Platel. "We zullen zowel dansen op medleys van de bekendste Bach-hits als de muziek erg sacraal behandelen." Van de hel tot de hemel. Van de hoogste toppen tot de laagste stront. Mooie dansjes en ravioli. "Onlangs zei ik nog: Bach heeft met Iets op Bach zijn eerste opera gemaakt. Alleen weet hij het zelf nog niet."

Iets op Bach, in regie van Alain Platel en onder muzikale leiding van Roel Dieltiens, op 9, 10, 11, 13 en 14 mei in de Hallen van Schaarbeek. Plaatsbespreking en inlichtingen: tel. 070/233 889. Nog meer dans op KunstenfestivaldesArts van Trisha Brown (Orfeo vanaf 13 mei), Ea Sola (Il a été une fois vanaf 17 mei) en Pierre Droulers (Multum in parvo vanaf 25 mei).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234