Zondag 25/10/2020

Een lieflijk ding GodsRiana Scheepers

Als er één ding is dat ik verschrikkelijk mooi vind, is het wel een dennenappel. Dennenappels zijn gepolijst hout, ze zijn zaad, kunstig gebeiteld beeldhouwwerk, een symfonie van symmetrie en structuur. Een dennenappel verandert, want de stijve korf die je hebt opgeraapt, gooit maanden later in je huis zijn luikjes open en strooit zijn pitten uit - zoals een vrouw met behendige armen haar wasgoed losschudt en uitspreidt.

Een dennenappel is een lieflijk ding Gods.

Zoals andere mensen stenen en postzegels verzamelen, raap ik dennenappels op waar ik kom. En zonder dat dit de bedoeling was, heb ik op den duur een verzameling literaire dennenappels bijeengekregen. Waar schrijvers zijn, daar zijn ook dennen - die indruk heb ik toch.

In mijn bescheiden collectie heb ik een handvol dennenappeltjes, nauwelijks groter dan eikels. Die heb ik in Frankrijk gevonden, onder een rij bomen waar George Sand dagelijks passeerde. Ik heb twee dennenappels uit Pouca da Beira in het noorden van Portugal. Geraapt onder de bomen nabij Gerrit Komrij zijn marmeren huis. Uit Polen heb ik er een meegebracht uit de omgeving waar de Nobelprijswinnaar Wislawa Szymborska woont.

En mijn mooiste: twee reusachtige, scherppuntige knapen, die ik met moeite heb aangevoerd uit de droombergen van Jan Rabie, de Cederbergen.

Die literaire appels staan op mijn boekenplanken en zijn louter versieringen die ik kan bewonderen.

In mijn huis is er ook nog de gewone soort, die ik in hele zakken aansleep en die in de glorie en het vuur van mijn kachel vergaat. Niets brandt zo lekker als een dennenappel in de winter, niets ruikt zo lekker.

Daarom pak ik vandaag weer een zak om mijn voorraad aan te vullen vooraleer de harde winterregens eraan komen. De dichtstbijzijnde vindplaats is de begraafplaats van mijn dorp, waar grove dennenappels in groten getale onder de bomen liggen. Ik loop langs de omheining van de begraafplaats en raap. Sommige zijn door de eekhoorntjes tot aan de kegel opgegeten, ze lijken op de perziken die wij als kinderen aten tot er alleen maar een wolharige pit overbleef. In andere dennenappels ratelen de droge pitten als je ze optilt, net als een schedel vol losse tanden. Ik denk aan de Afrikaanse schrijvers die hier begraven liggen: D.J. Opperman, Eitemal, P.J. Schoeman.

Ineens komt er tussen de graven een figuur op mij af, een spook in het zwart, een schim tussen de grafstenen. Als de zon niet helder scheen, zou ik mij inbeelden dat ik al aan de overkant van de Styx was. Maar dit is niet Charon die op mij toestapt, want voor zover ik weet heeft die geen stralende glimlach en geen passion gap. Het is een bergie, een dakloze.

"Goeiemorgen," zegt ze tegen mij. "Kan ik u helpen rapen?"

"Ja, graag," zeg ik.

We rapen samen dennenappels en het duurt niet lang of de zak is vol.

"Hoe heet jij?" vraag ik aan de vrouw.

"Maria," zegt ze.

"Waar woon jij, Maria?"

"Hier. Mijn man heeft voor ons een zeiltje opengespreid."

"Hier, tussen de graven? Ben jij dan niet bang?"

"Neen," lacht ze tandeloos. "'t Is de veiligste plek in het dorp."

Natuurlijk, ik had het kunnen denken. Niemand dwaalt immers zomaar rond op een begraafplaats. Zelfs een schurk heeft zo zijn angsten.

Maria is nog niet klaar.

"U weet dit nog niet juffrouw, maar vandaag is het uw geluksdag!" Ze zegt dit zo stralend dat ik haar geloof.

"O, zo? En wat gaat er met mij gebeuren?"

"Ik ga voor u zingen," zegt zij.

Ze zet een stap achterwaarts, duwt haar ene schouder achteruit. Haar linkerhand streelt verleidelijk haar heup. Er verschijnt een vleugelpiano achter haar, een bescheiden begeleider in rokkostuum, een orkest dat ingehouden de eerste noten speelt voor de diva.

"Woman, mmhhmm hmm, beautiful woman...," zingt ze.

Ik zit in een zaal te midden van drieduizend mensen die betaald hebben, die zich met parels en pels getooid hebben, om naar haar te komen luisteren.

"... you control the world he's livings in..."

Maria's Engelse grammatica laat haar in de steek, maar dit brengt haar niet van de wijs. Ze zingt. Het slotapplaus is daverend. Ze buigt, ze ontvangt de golven bis-geroep, de rozen die om haar voeten heen vallen.

De zwarte zak boordevol dennenappels is omgevallen, de bruine zaden liggen prachtig voor haar.

Ze helpt mij de zak naar mijn auto te dragen. Ik open de bagageruimte, neem mijn handtas eruit en geef haar een bankbiljet.

Thuis keer ik de zak om in het druivenmandje naast de kachel. Ik kies een glanzend bruine dennenappel uit de hoop en zet die bij mijn verzameling literaire dennenappels in de boekenkast.

Dit is de eerste van een nieuwe collectie. Die van grote zangers.

Vertaald uit het Afrikaans door Eric Rinckhout.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234