Donderdag 13/08/2020

Een lichaam zonder duisternis

Na het wonderjaar 2011 was het in 2012 kwakkelen met Philippe Gilbert. Maar in extremis werd hij toch nog wereldkampioen. Een week voordat Gilbert in Australië begint aan het nieuwe seizoen, vloog Hugo Camps met de Ardennees naar diens woonplaats Monaco. 'Zie je dit licht? Er is geen mooier licht dan aan de Côte d'Azur. Ik word er zo vrolijk van.'

Hij wil zich niet meer verdiepen in het dopingfeuilleton van Lance Armstrong. "Natuurlijk hebben renners onder elkaar het er ook over. Wij leven niet op de maan. De een is voor het toebrengen van de genadeslag, de ander belijdt het pardon, een derde is afwachtend. Er is geen eensgezind oordeel. Zinloze discussies zijn het. Ik hoop alleen maar dat de Armstronghysterie is doodgebloed bij de start van het nieuwe wielerseizoen. Dat het weer over koers mag gaan. Daar doen we het voor.

"Of Lance bekent of niet, verandert niets meer aan de zaak. Ook daarom zeg ik: laten we de bladzijde omdraaien. Maak desnoods een film over het leven van Armstrong, maar laat koers weer koers zijn. Je kunt schuldvragen blijven stellen tot in de volgende eeuw en voor de duizendste keer van oordeel naar veroordeling gaan, maar ik focus me op het naderende voorjaar. Fietsen is voor mij in de eerste plaats plezier, en dat laat ik mij niet afpakken door treurverhalen over doping en bedrog. Soms kijk ik mezelf aan in de spiegel en denk dan: je hoeft echt niet te blozen, Phil. Mijn leven is niet gestapeld op duistere geheimen. Wat jij nu zegt, Hugo, vind ik mooi. 'Gilbert: röntgenfoto van het nieuwe, moderne wielrennen - een lichaam zonder duisternis'.

"Ik ben trouwens heel blij met de invoering van whereabouts en van het biologisch paspoort. Zonderdie dingen had ik niet de carrière gehad die ik nu heb. De systematiek heeft het wielrennen fundamenteel veranderd. In het holst van de nacht opgeroepen worden voor een dopingcontrole is niet prettig, maar die hinder neem ik er graag bij."

Wereldkampioen Philippe Gilbert (30) heeft nog de vreugde van een kind. "Een uurtje fietsen met vrienden wil ik voor niets en iemand inruilen, voor geen geld en geen goud. Dat is pas geluk."

Designrugzakje

We vliegen samen naar Monaco. Afspraak op de luchthaven van Zaventem. Hij in ripped jeans en T-shirt met V-uitsnijding. Schoeisel van gebroken wit met een plaatje erop. Die schoentjes moeten dus uit voor de veiligheidsscanner. Geen bezwaar, geen glimp van verontwaardiging, burger onder burgers zonder privileges. Van rocksterren weet je het niet altijd. En dat is Gilbert toch ook een beetje.

Hij zou nog graag Vers l'Avenir kopen. Als het goed is, staat er een fotoreportage van hem in die krant. Helaas, zo diep reikt het land niet in Zaventem. Dan maar Le Soir. "Voor de sportpagina's, niet voor politiek en cultuur."

Op weg in een eindeloze gang naar de gate zegt hij: "Volgens mij zijn we nu al anderhalve kilometer aan het lopen. Hoe moet dat met oude mensen? Zij stappen bekaf het vliegtuig in. Dat doe je die oudjes toch niet aan in je eigen luchthaven."

Topsporters lopen meestal met de knieën naar buiten: zie toch mijn imposante lijf! Zo niet Philippe Gilbert. Hij zweeft haast gewichtloos in zijn ranke, smalle lichaam. Het hoofd naar beneden. Introvert. Het verlangen om gezien te worden is er niet. Hij draagt een klein rugzakje van design. Meer dan zijn paspoort, een appel of peer, misschien een paar zakdoeken en een onderbroekje kan er niet in. Het is een intrigerende miniatuur, maar ik durf niet te vragen naar de inhoud. Hij zegt er ook niets over. Waar is de laptop? "Die heb ik niet. Ik bespaar me de verleiding."

Tijdens de vlucht leest hij de sportpagina's van de krant. Stukjes over Moser, Hushovd, Boasson Hagen, Voeckler... Hij leest het met één oog. Erg boeiend is het niet. "Ik ken die jongens natuurlijk al langer."

Roger Moore

We stappen uit in Nice. Alsof hij getroffen is door een mooie regenboog zegt hij: "Zie je dit licht? Er is geen mooier licht dan het licht aan de Côte d'Azur. Ik heb nu een week onder het miezerige, mistige wolkendek in België geleefd. Je durft 's ochtends nog nauwelijks naar boven te kijken. En nu dan dit prachtige licht: een godsgeschenk. Ja, ik word daar echt vrolijk van."

De taxichauffeur die ons naar Monaco brengt, herkent hem meteen. "Ha, monsieur Gilbert..." De wereldkampioen is gehaast, maar zegt het niet. Hij wil niemand dwingen, wil geen vedette zijn. Fluisterend tegen mij: "Als ik thuis ben, kruip ik meteen de fiets op. Na een vlucht moet je de benen losrijden, dat is belangrijk voor het onderhoud van de conditie. Ik heb ook wel zin in een trainingstochtje op vertrouwde wegen. Beetje vlak, beetje klimmen. Het kan hier steil zijn, hoor."

Hij woont in een mooi steegje, naast de Mairie, De muren gezandstraald tot een rosse gloed. De klinkers blinken. Weinig volk op straat, deze zondagnamiddag. Het kan hier stil zijn, zo midden in de stad, zegt hij. "Monaco is veel meer dan een casino. Ik voel me hier thuis, terwijl ik altijd een jongen van de natuur ben geweest. Jacht en visvangst. Het is hier aangenaam trainen, of richting Italië of het Franse binnenland in. Vlak en nijdige heuvelruggen à la carte. Ik ga meestal op stap met Thor Hushovd en een paar vrienden die aardig kunnen fietsen. Thor is een prachtkerel. Steengoeie renner. We spreken altijd Engels, terwijl hij het Frans perfect beheerst. Zo leer ik nog wat bij. Al fietsend in het peloton heb ik Engels en Nederlands geleerd. Ik maak helaas nog veel fouten. Daarom spreek ik met mijn zoontje Alan van twee altijd Frans. Ik wil niet dat hij mijn gebrekkige vocabulaire overneemt."

We spreken af dat hij het restaurant uitkiest. Het wordt de tweesterrentent van Joël Robuchon in hotel Métropole. Bij het binnenkomen slaat de grand chic je in het gezicht. In een hoekje zit Roger Moore met gezelschap. Sommige dames zijn in het lang. Philippe heeft ook een vestimentaire inspanning gedaan: zwart jasje met meesterlijke snit. De witte schoenen zijn thuisgebleven.

"Ik kom hier graag, niet voor de chic, voor het lekkere eten. En voor de wijnen. In het seizoen is het pasta voor en na, met aftrek van de formidabele Italiaanse gastronomie. Maar op vrije dagen zoek ik graag de betere keuken op. Weet je wat hier ongelooflijk lekker is? De Spaanse ibéricoham. Of de sardientjes met asperges. De tarbot: ook altijd zeer verfijnd."

Hij gaat in gesprek met de sommelier. Des- kundigen onder elkaar. Een kwartiertje wikken en wegen. Ze zijn eruit. Over de prijs wordt niet gesproken.

"La bonne fourchette en een goed glas wijn heb ik door de jaren heen leren appreciëren. Mijn ouders gingen niet op restaurant. Daar hadden ze de middelen niet voor. Bij mijn eerste profploeg FDJ heb ik kennisgemaakt met de Franse cultuur. 's Avonds, na de wedstrijd, kwam er altijd een wijntje op tafel. Geen flutwijn. Een paar glaasjes rood zijn beter dan een slaappil. Je moet wel oppassen, want na een zware inspanning ben je gauw dronken.

"Ik heb een wijncursus gevolgd bij een bevriend chirurg. Hij is een kenner, heeft internationale wedstrijden gewonnen. Toen ik nog een huis in België had, ben ik begonnen met de aanleg van een mooie wijnkelder: 500 flessen. Een deel is nu gestockeerd bij een vriend. Ik ben geen man van cadeaus. Het mooiste geschenk dat ik ken is: fietsen. En zo nu en dan een hoogstaand culinair moment. Ik vraag alles van mijn lichaam, dan moet het ook al eens gevierd worden."

Geboren winnaar

Hij nipt aan zijn glas, laat de wijn voorzichtig ronddraaien in de mond, smakt gedempt even na. Met Philippe Gilbert haal je eer aan tafel.

"Armoede heb ik niet gekend. Aywaille is natuurlijk geen rijk dorp. Er is geen industrie. Voor een warenhuis moet je vijftien kilometer verderop, voor een delicatessenwinkel nog verder, tot in Luik. Mijn grootmoeder heeft jarenlang met enkele honderden euro pensioen moeten leven. Toch heb ik haar nooit horen klagen. Soms denk ik: ook armoede went. Je ziet het in Afrika: de mensen hebben niets, maar blijven dansen en lachen. Ontroerend vind ik dat. Armoede is een cultuurverschijnsel. Als je gezond bent... ça va.

"Een Ardennees staat met een zeker je m'en foutisme in het leven. Het interesseert hem niet wat anderen van hem denken. Hij houdt vast aan zijn ideeën, ook als ze fout zijn. Rure et dure. Mijn vader is socialist. Ik heb hem vaak genoeg gezegd dat ik hem in die overtuiging niet kan volgen. Het helpt niet, hij blijft wie hij is. Nee, de waarheid in Aywaille is geen rotonde. Daar zijn we een beetje anders in dan Vlamingen."

Al bij zijn debuut als junior was Philippe Gilbert een geboren winnaar. Waar hij koerste, won hij een race, een trui of klassement. Zijn aanvalslust was niet te temmen. Het ging zo goed dat de school erbij inschoot. "Nee, geen spijt van." Zijn aanpassing in het profpeloton duurde niet lang. Nu zegt hij: "Toen ik de eerste keer Het Volk won, wist ik dat ik zou slagen als renner. Die openingskoers heeft een apart plaatsje in mijn hart."

In 2011 won Gilbert de ene klassieker na de andere. Nummer 1 in de WorldTour. Gefêteerd in noord en zuid, op handen gedragen zelfs. In Vlaanderen werd hij even populair als Tom Boonen. Ook door zijn présence buiten de koers. Zijn goedlachsheid, zijn vriendelijke ogen, de bereidwilligheid om winst en verlies te verklaren voor de media. De beul die altijd weer vervelt tot een zachte mens. En nooit is iets ordinair aan hem.

Un monsieur.

Knagende twijfel

Na het boerenjaar kwam het kwakkelen. 2012 was een rampvoorjaar. Val in Milaan-Sanremo, geen hoofdrol in de klassiekers. Schaamte en pijn. Niets klopte: problemen met zijn tanden en met zijn nieuwe fiets. Een hoofd vol knagende twijfel. Het hele voorjaar werd hij geraspt door de vraag: wat is er toch met Philippe Gilbert aan de hand? Wat hij ook deed, de vorm wou niet komen. Voor het eerst werd hij geconfronteerd met kritiek en verdachtmakingen.

"Misschien had ik wel een burn-out, was ik in mijn wonderjaar te diep gegaan. Ik hoorde dat mensen lacherig deden als ik zei dat mijn nieuwe fiets een probleem was. Zij denken: een fiets is toch een fiets. Zo simpel is het niet. Ik voelde me niet goed op de fiets, bleef zoeken naar de ideale positie. Elke fiets heeft zijn specifieke geometrie. Als je van fiets verandert, krijg je ook een ander zadel, andere pedalen, ander schoeisel. Het is zoals een autoracer - die voelt meteen dat er iets niet klopt met de ophanging."

BMC bleef voluit achter Gilbert staan. En binnen de ploeg was het vertrouwen even groot. Hij werd niet afgeschreven door zijn ploegmaats, integendeel. Iedereen leefde mee. Langzaam kwam de conditie terug. Er gloorde iets van de ouwe Gilbert.

"Ik ben een ouderwetse coureur. Ik leef, fiets en train op feeling. Bij BMC werd ik overvallen door wetenschappelijke spitstechnologie. Alles werd opgemeten. Dat was nieuw voor mij en dat aanpassingsproces kostte tijd. Ik bleef in mezelf geloven. Je moet ook wat geluk hebben in de koers. Met iets meer geluk had ik de Touretappe in Luik gewonnen. Dan was het weer 'hosanna Gilbert' geweest.

"Ik heb in die moeilijke maanden vaak aan Tom Boonen gedacht. Hij heeft ook een dip gekend en kon toen ook op weinig steun rekenen. Ik voelde me zelfs plaatsvervangend gekwetst. Een kampioen als Boonen die de mensen zo veel plezier heeft verschaft, laat je niet slingeren in fysiek of mentaal ongemak. Juist dan hoor je hem te steunen.

"Ik ben veel harder voor mezelf dan voor anderen. Mijn motto is: vriendelijkheid kost niets. Zo heb ik me altijd gedragen. Nederig in de triomf. Ik hoef geen bodyguards die me na de koers naar de bus begeleiden. Wat maken twee minuten uit? Ook in mijn hondsdagen had ik evenveel aandacht voor de pers als in het jaar dat ik won bij afroeping. Daarom heeft de kritiek van sommigen mij zo diep gekwetst. Er was een gebrek aan respect. Een journalist schreef zelfs dat ik niet thuishoorde in de selectie voor de Olympische Spelen. Wie zou dan wél recht op een ticket hebben gehad? Het was boosaardig."

De wereldtitel in Valkenburg maakte alles goed. Na een historische laatste demarrage flitste Gilbert als wereldkampioen over de meet.

Blij met complimenten

"Mijn oude ploegleider Marc Madiot leerde me dat je de zwaarste pijn op training in je hoofd moet registreren voor de rest van het seizoen. Afzien moet je vastleggen in de hersenen, zodat het bij je blijft. Die pijn blijft de norm. Dan pas ontstaat iets van gewenning in het afzien. Elk jaar passeer ik enkele keren le mur de la douleur. Wat je dan voelt, is niet uit te leggen. Eerst is er de pijn in de benen, dan klimt ze naar de heupen en langzaam neemt ze bezit van het hele lichaam. Door de muur gaan, moet je van jongs af leren. Er zijn maar weinig coureurs die de uiterste extremen opzoeken. Bij mij is het een soort orgasme. Er ontstaat een onwezenlijke lichtheid in mijn hoofd bij een beslissende demarrage. Ik ben ook gevoelig voor de ambiance bij de supporters. Aan de vlaggen en spandoeken. Het is extra motivatie."

In de sombere oudejaarsdagen heeft hij met enkele oude vrienden een trainingstocht gemaakt in het Luikse. "Je kunt niet geloven hoe gelukkig ik me dan voel. Twee uur op de fiets, dan een biertje, weer terug. Gezelliger kan ik het niet hebben. Ik vertel dat nu omdat voor mij fietsen nog altijd amusement is. Geloof het of niet: plezier gaat voor geld en eer. Ook daarom kan ik niet zonder de fiets. Als kind reed ik naar La Redoute om de renners te zien in Luik-Bastenaken-Luik. Ik heb nooit gedacht: zie ze toch lijden, die jongens. Ik dacht altijd: gelukzakken. Met dat gevoel zit ik nog steeds op de fiets.

"Een estheet? Ik ben altijd blij met een compliment over mijn kleding of mijn haarcoupe. Complimenten zijn schaars in het peloton. Ik hecht aan schoonheid, ja. Ook op de fiets. Ik wil niet als een vod in het zadel hangen. Niet dat ik Patricia achterna ga met haar exotische kapsels. Nu heeft ze weer rood haar. Mijn vrouw is een beetje gek. Met haar familie praat ze het patois van de Voerstreek: een barbaars taaltje. Ik begrijp er helemaal niets van."

Hij kan niet wachten op de eerste wedstrijd in de Tour Down Under. "Ik voel dat de vorm er is en bijna mathematisch blijft groeien. Ik denk dat ik er in Australië dichtbij zal zijn voor etappewinst. Vorm is niet uit te leggen. Het is ook weer een soort lichtheid van bestaan die door je heen zindert. Je voelt je eigen gewicht niet meer. De zwaartekracht opgeheven, bijna. Mijn hoofd zegt dat ik de regenboogtrui de nodige eer zal aandoen."

Heimwee naar de oude Ronde

"De ultieme droom? Alle klassiekers winnen in een jaar. En dan heb ik het niet over de Waalse Pijl, San Sebastián of Hamburg. Echte klassiekers. Het parcours moet me wel motiveren. Het nieuwe parcours van de Ronde van Vlaanderen bevalt me niet helemaal. Het is geschikt voor mijn capaciteiten, maar er ontbreekt iets aan. Als ik niet van een koers hou, kan ik mij maar voor 100 procent motiveren, niet voor 110 procent.

"Natuurlijk zal ik dolgelukkig zijn als ik de Ronde win. Maar 's avonds in bed zal ik ook denken: was het mij maar vijf jaar eerder overkomen op het oude, vertrouwde parcours. Natuurlijk moet een nieuwe route ook de tijd krijgen om historie te kweken. En de omstandigheden spelen mee. Als het straks in de Ronde van Vlaanderen hondenweer is, hebben we het over een andere wedstrijd.

"Een andere droom is een dag in de roze trui van de Giro kunnen rijden. Dan heb ik alle truien van de grote Rondes mogen dragen. Ik vind de Ronde van Italië misschien nog wel mooier dan de Tour. Alleen de eindeloze verplaatsingen staan me tegen. Maar het veelvoud aan landschappen is adembenemend.

"Ik ben gevoelig voor historie. De glans van de Ronde van Lombardije is voor mij ook een beetje weg. Ook daar is geprutst aan het parcours. Je kunt Como toch niet links laten liggen in deze waanzinnig mooie klassieker?"

Meestal kan hij de benen van de concurrentie lezen, behalve van één man: Fabian Cancellara. "Hij is voor mij de meest gecompliceerde tegenstander. Je weet nooit wat hij gaat doen. Hij heeft een mooie zit en cadans, maar zijn benen zijn niet te doorgronden. En altijd is er dat air van: jongens, ik ben zeker van mezelf.

"Dat laatste heb ik niet. Ik zal nooit zeggen: morgen ga ik winnen. Zo'n zin brengt ongeluk. Verder heb ik niets met geloof, maar ik denk wel dat je ongeluk ook kunt opzoeken door hautaine uitspraken en gebaren. Je moet nederig zijn voor de koers."

Welnee, hij is niet de patron in het peloton. "Het bestaat niet meer, een patron. Daarvoor is het wielrennen veel te internationaal geworden met die Amerikanen, Kazachen en Britten. De patron dateert van toen wielrennen de sport van het oude Europa was. Er is wel nog respect. Ik heb altijd oudere renners gerespecteerd. Voor mezelf voel ik ook respect.

"Ik heb al voor de tweede keer het boek over Laurent Fignon gelezen. Hij was een leider, meer zelfs, een rebel. Een boeiende figuur, razend intelligent. Zo'n type zie je vandaag niet in het peloton. Het heeft ook te maken met de commercialisering. Jonge renners die een contract tekenen, willen meteen een dure auto. Na hun eerste profjaar zitten ze al met schulden. Toen ik prof werd, moest ik het stellen met een minimumloon. De rest van mijn salaris werd op de bank gezet. Mijn toenmalige begeleider en vriend hield me kort."

Geen afgang

Zijn managementbureau Golazo staat hem vakkundig bij, maar op zijn bankrekening ziet hij graag zelf toe. "Ik heb het moeilijk om vreemden toe te laten in mijn privacy van geld en beleggen. Het is een van mijn kronkels. Zoals ik mensen haat die 's ochtends in hun bed blijven liggen. Daar kan ik dus niet tegen. Je hoort voor acht uur het bed uit te zijn. Hop, de buitenlucht in."

Hoe lang hij nog zal fietsen kan hij niet zeggen. Maar omdat hij zijn lichaam nooit vervuild heeft met rare producten, denkt hij dat het einde van zijn carrière geen afgang wordt. "Als ik afscheid neem, zal het niet als een wrak zijn.

"En daarna? Misschien iets op televisie. Als commentator voor een Franse zender. Wij keken thuis altijd naar Franse zenders, zelden naar de RTBF. De beste commentator is Sean Kelly op Eurosport. Hij dringt nooit een mening op, geeft duiding maar oordeelt niet. De Tour bij de RTBF vind ik een beetje oubollig. De VRT is mij soms iets te patserig."

Voor we het restaurant verlaten, komen haastig nog een paar kelners toegelopen. Een zegt dat hij uit de streek van de gewezen Franse kampioen Jalabert komt. Hij fietst ook. De receptioniste wil graag een handtekening. Philippe blijft glimlachen. Een man buigt. Een vrouw die uit het toilet komt, werpt hem een hoofs knikje toe.

Bij het afscheid zegt hij: "De mensen in Monaco kennen me, en dat doet altijd deugd. Alleen op de fiets is best lekker; alleen op de wereld moet wel erg verdrietig zijn."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234