Vrijdag 18/10/2019

Een leven van papier

Wim Coessens

Zo bewogen de avonturen zijn van de held, zo 'gewoon' was het leven van zijn geestelijke vader Georges Remi, alias Hergé (Etterbeek, 1907). Zijn jeugd verloopt zo goed als rimpelloos, maar de jongen is naar eigen zeggen wel een ronduit onuitstaanbaar kind. Zijn ouders ontdekken al snel dat ze hem met papier en potlood toch urenlang stil kunnen houden. Hij heeft een vijf jaar jongere broer, die volgens Hergé zelf later model zal staan voor Kuifje. Tijdens zijn humaniora is hij vrijwel altijd de beste van de klas, behalve dan voor tekenen, waarvoor hij nooit een behoorlijk cijfer weet te behalen.

Het hoogtepunt van zijn jeugd is het scoutisme, dat hij eerst bij de niet-confessionele Boy-Scouts van België beoefent en vervolgens bij de Federatie van Katholieke Verkenners. Uit die periode stamt zijn belangstelling voor Amerika en de indianen. In het federatieblad Le Boy-Scout verschijnen zijn eerste tekeningen, vanaf 1924 definitief onder de naam Hergé (de omkering van zijn twee initialen).

Het daaropvolgende jaar ontmoet Hergé een figuur die zijn verdere levensloop in grote mate zal bepalen. Hij wordt bediende bij het dagblad Le Vingtième Siècle, dat op dat ogenblik geleid wordt door abbé Norbert Wallez. Het is de controversiële maar doortastende Wallez die Hergé na zijn legerdienst stimuleert om aan zijn eigen ontwikkeling te werken en die hem ook steeds meer verantwoordelijkheden geeft.

Als Wallez in 1928 een jeugdbijlage wil starten om zijn lezersbestand uit te breiden, ligt het voor de hand dat hij de verantwoordelijkheid voor de bijlage, die Le Petit Vingtième zou heten, aan Hergé toevertrouwt. Hergé neemt voor die taak Totor weer ter hand, een stripfiguur uit zijn scoutsperiode. Hij verandert een paar letters in de naam en ook het beroep, en de reporter Tintin is geboren. Het eerste Tintin-verhaal verschijnt in wekelijkse afleveringen in Le Petit Vingtième vanaf 10 januari 1929. Als dat verhaal (Kuifje in het land van de Sovjets) begin mei 1930 eindigt, is de stripfiguur zo populair dat de directeur van de krant de terugkeer van Kuifje in Brussel ensceneert en een ware volkstoeloop veroorzaakt. De oplage van de krant verzesvoudigt op de verschijningsdag van de jeugdbijlage. Voortaan zal Hergés leven in het teken staan van zijn held, die hij met een uitzonderlijke nauwgezetheid en toewijding tot leven wekt.

Als Le Vingtième Siècle door het uitbreken van de oorlog ophoudt te bestaan, stapt Hergé over naar de krant Le Soir. De Kuifje-strips verschijnen er algauw dagelijks (wat de verteltechniek ingrijpend verandert), maar door de oorlogssituatie wordt Hergé gedwongen om zich ver van de actualiteit verwijderd te houden. Op 8 september 1944 krijgt Hergé net als alle journalisten die in oorlogstijd bij een krant gewerkt hadden, een publicatieverbod opgelegd.

Het duurt tot 26 september 1946 en de oprichting van het weekblad Tintin (Kuifje's Weekblad) eer Hergé weer van zich laat horen, maar van dan af zit Kuifjes carrière definitief in de lift. De oplage van de albums stijgt tot duizelingwekkende hoogtes en bereikt vanaf 1956 een miljoen exemplaren per jaar. In 1950 richt Hergé de nv Studios Hergé op, waar hij een team tekenaars rond zich verenigt dat hem de rest van zijn carrière zal bijstaan.

In de jaren zestig verwerft Hergé wereldwijde bekendheid met twee films en twee lange tekenfilms over Kuifje. Hij raakt in de ban van de moderne schilderkunst en begint in deze periode ook intensief te reizen, iets wat hij tot dan toe nagenoeg alleen op papier heeft gedaan. In 1971 gaat hij naar de Verenigde Staten en in 1973 naar China. Dat land had hem in 1939 al officieel uitgenodigd omdat hij met het album De Blauwe Lotus de Chinese zaak goede diensten had bewezen, maar het zou dus 34 jaar duren voor hij op die uitnodiging kon ingaan.

Hergé en zijn geesteskind zijn dan allang onsterfelijk en worden met alle eer overladen, maar de zo al gesloten Hergé trekt zich vanaf 1980 meer en meer uit het openbare leven terug. Hij overlijdt op 3 maart 1983 in een Brussels ziekenhuis aan de gevolgen van een longaandoening.

Bronnen: De Wereld van Hergé, Benoit Peeters, Casterman, 1983; Alles over Hergé, Stephane Steeman, Casterman, 1991; Tintin, The Complete Companion, Michael Farr, Editions Moulinsart, 2001.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234