Zaterdag 26/11/2022

Een leven lang aan de holocaust geketend

Nazi-zoeker, geen nazi-jager, vond hij van zichzelf. Vond, want in meerdere recente interviews gaf de 93-jarige Simon Wiesenthal te kennen er de brui aan te willen geven. Wiesenthal, 's werelds bekendste en misschien wel meest omstreden shoah-overlever, heeft het gros van de lieden die hij vijftig jaar lang gezocht heeft en voor de rechter heeft willen slepen, overleefd. De nazi's van toen zijn veruit allemaal dood, dat werk zit erop. Hooguit wil Simon Wiesenthal nog enkele jaren meewerken met het informatiseren van de documentatie.

Lode Delputte

'Nee nee, hij gaat niet met pensioen en komt nog elke dag werken", verzekert Rosemary, een van Wiesenthals twee secretaresses op het bescheiden kantoortje dat hun baas al tientallen jaren in Wenen runt, telefonisch aan De Morgen. "De berichten dat hij het voor bekeken houdt, kloppen geenszins. Wat mijnheer Wiesenthal in de pers gezegd heeft, is dat er een biologisch eind gekomen is aan de zoektocht naar nazi's omdat die hetzij allemaal dood zijn, hetzij zo oud en verzwakt dat ze in het geval van een proces op medelijden zullen mogen rekenen, medelijden voor de daders, dat groter is dan het medelijden voor de slachtoffers. Kijk maar naar de Chileense ex-dictator Augusto Pinochet. De zaak tegen hem zit danig in het slop omdat hij medische redenen inroept. Zulke lui voor de rechter slepen? Er komt een moment dat dat niet langer gaat."

"Maar vergis je niet," zegt Rosemary met haar typisch Weense accent, "mijnheer Wiesenthal neemt geen telefoongesprekken meer aan, maar hij is nog fit en gezond. En hij maakt zich sterk tot zijn laatste snik in het Dokumentazionszentrum te komen werken. Wat hij dan doet? Ach, er valt nog zoveel te doen. Documentatie verzamelen over de opkomst van extreem-rechts in Europa, over het succes van de neonazi's. Er valt nog zoveel kennis en weten over te dragen, aan jongeren, aan ouderen, aan de bevolkingen van Centraal- en Oost-Europa, van Rusland ook, waar decennialang over de jodenvervolging is gezwegen. Dat is waar hij zich nu op wil toespitsen, niet de nazi's van toen. Op die van Alois Brunner na, van wie we niet weten of hij dood is of levend, ziet het er niet naar uit dat we nog ooit één zaak aanhangig kunnen maken."

Alois Brunner. Misschien is hij wel Wiesenthals grootste bron van ontgoocheling. Brunner, het heerschap dat begin dit jaar bij verstek tot levenslang is veroordeeld, maar misschien al jaren dood is, als hij zich niet meer in Syrië ophoudt, het land dat hem decennialang een hand boven het hoofd hield en alle Franse en Duitse verzoeken tot uitlevering naast zich neerlegde. Brunner ook, van wie gedacht wordt dat hij in de jaren '90 alsnog de nazi-vluchtroute naar Latijns-Amerika volgde. Brunner ten slotte, die verantwoordelijk geacht wordt voor de dood van 130.000 joden uit heel Europa, van wie 24.000 uit Frankrijk.

De affaire-Brunner was symptomatisch voor de ongewilde reputatie van nazi hunter die Wiesenthal in de loop der jaren opbouwde, en verknalde voorgoed zijn relatie met het Internationale Rode Kruis, meer bepaald de Oostenrijkse afdeling ervan. Of zoals zijn Brits-Oostenrijkse biografe Helga Pick schrijft: "Hoewel Wiesenthal zeer gedesillusioneerd was over het Rode Kruis (dat de nazi's tijdens de shoah min of meer had laten begaan, ld), was het desondanks toch een slag voor hem toen hij in 1967 bij toeval ontdekte dat het Oostenrijkse Rode Kruis metterdaad gezochte nazi's waarschuwde om hen te helpen aan arrestatie te ontkomen." Ook Brunner, een van de capo's van het jodenvernietingssysteem en een man die Mauthausen-overlevende Wiesenthal altijd is blijven zoeken, zou hem dankzij het Rode Kruis ontglipt zijn. Wiesenthal bewoog hemel en aarde om de organisatie daarvoor te laten straffen. Maar met name in Duitsland weigerden de autoriteiten zijn argumenten te accepteren en werden Wiesenthals pogingen om de zaak juridisch terug te laten draaien, geblokkeerd.

Duitsland is met de in 1908 in het Pools-Galicische, nu Oekraïense stadje Buczacz geboren architect nooit echt in het reine gekomen. Bijna steevast werd Wiesenthal er als een ruziestoker, ijdeltuit en moeilijkdoener beschouwd, een egocentrische fantast die in de eerste plaats op persoonlijke publiciteit uit was. Het ARD-programma Panorama van 9 februari 1996 deed er een fikse schep bovenop en noemde Wiesenthal behalve "incompetent" ook "een tragische figuur die in alle grote nazi-zaken na de oorlog faalde en de vervolging van nazi's zelfs bemoeilijkte". Dat Wiesenthal eigenhandig duizend nazi's op het spoor zou zijn gekomen? Niets van aan, was de teneur van het programma.

En om het te staven werden Isser Harel erbij gehaald, de ex-chef van de Israëlische geheime dienst Mossad, Elan Steinberg, toen directeur van het Joodse Wereld Congres, en Eli Rosenbaum, de man die op dat moment belast was met het dossier nazi-misdrijven op het Amerikaanse ministerie van Justitie. Stuk voor stuk joden die hun pappenheimers kenden en zwaar uithaalden naar Wiesenthal: in de affaire-Waldheim, over de Oostenrijkse president die lid geweest was van de SA en daar internationaal voor gemeden werd, koos hij paradoxaal genoeg de zijde van Waldheim. En in de zaak-Eichmann, de 'kleine ambtenaar' die door de Mossad gevat werd en van Latijns-Amerika naar Israël werd overgebracht waar hij ter dood veroordeeld werd, was de rol van Wiesenthal veel beperkter dan hij zichzelf, onder meer in zijn boek Ich jagte Eichmann, toebedeelde. Ook over Hitlers secretaris Martin Bormann en over kampdokter Josef 'Engel des Doods' Mengele zou Wiesenthal volgens het ARD-programma meer halve dan hele waarheden hebben verspreid.

En wat te denken van de Oostenrijks-joodse bondskanselier Bruno Kreisky, die Wiesenthal haatte, hem zowaar een 'joodse fascist' noemde en hem ervan beschuldigde de reputatie van Oostenrijk te bezoedelen? Toch zullen vele (linkse) Oostenrijkers Wiesenthal alvast in de zaak-Kreisky erkentelijk zijn: hij waarschuwde sinds jaar en dag dat de al te vlotte omgang die Kreisky met voormalige nazi's had, het land nog zuur zou opbreken. Enkele tientallen jaren later kwam in Wenen de Vrijheidspartij van Jörg Haider aan de macht.

Helga Pick, wier boek Simon Wiesenthal. Op zoek naar gerechtigheid leest als een roman (maar vaak als te hagiografisch is afgedaan), vindt de kritiek niet altijd onterecht. Ze stelt zowaar vast dat Wiesenthal "in andere omstandigheden gewoon een public-relationsfiguur zou zijn geworden". Maar ze nuanceert ook: "In het licht van de holocaust", zo schreef ze in een artikel in The Guardian, "heeft Wiesenthal zich altijd tot doel gesteld grote thema's als schuld, boetedoening en vergeving aan te pakken. Op cruciale momenten is hij opgetreden om te voorkomen dat de internationale gemeenschap haar belangstelling voor het fenomeen van de massamoord zou verliezen."

"Het komt mij niet toe uitspraak te doen over Wiesenthals persoonlijkheid", zegt ook Judith Kronfeld, secretaris-generaal van de Unie van Gedeporteerden van (Franstalig) België, aan De Morgen. "En ik ontken niet dat er discussie bestaat over de methodes die hij heeft aangewend, dat er vragen zijn gesteld bij de doeltreffendheid van zijn zoektocht naar nazi-oorlogsmisdadigers zoveel jaren later. Maar daar gaat het ook niet om. Het gaat erom dat Wiesenthal in zeer ruime mate bijgedragen heeft aan de strijd tegen het vergeten, aan het levend houden van de herinnering aan de shoah."

"Aan Wiesenthal is het te danken dat de oorlogsmisdaden van de nazi's niet konden verjaren, hij heeft ruimschoots bijgedragen aan de internationale bewustwording over misdaden tegen de mensheid en genocide. In die zin zijn we hem veel respect verschuldigd en denk ik dat niemand het nut van zijn werk in twijfel kan trekken."

Nazi-zoeker Wiesenthal was en is een gedreven man, ijver die de zoektocht naar gerechtigheid vertaalt voor het grenzeloze kwaad dat de nazi's hem, zijn familie en volksgenoten hebben aangedaan. Zijn moeder was aan het begin van de Tweede Wereldoorlog door de nazi's doodgeschoten, zelf werd hij door Oekraïense soldaten meegenomen en op de valreep niet vermoord. Hij wist te ontsnappen, werd opnieuw opgepakt, op een trein naar Auschwitz gezet, net niet vergast, naar Mauthausen verkast. Op 5 mei 1945 wordt hij er door de troepen van generaal Patton bevrijd. Van zijn familieleden vindt hij enkel zijn vrouw Cyla terug, die de oorlog in dwangarbeid had doorgebracht in de Duitse stad Solingen.

Een shoahverhaal dat Wiesenthal naar eigen zeggen niets anders kan laten doen dan speuren naar de daders. "Ik ben voor de rest van mijn leven aan de holocaust geketend", zei hijzelf.

Zozeer zelfs dat hij op twee momenten als de held in een naoorlogsroman opduikt, Geheim dossier Odessa van Frederick Forsyth en De jongens uit Brazilië van Ira Levin, verhalen die verfilmd zijn en wonderwel pasten in het Koude-Oorlogsimago dat altijd een beetje aan Wiesenthal is blijven plakken: de nazi-zoeker heeft communisme en nationaal-socialisme altijd als aan elkaar gewaagd beschouwd en genoot in die zin alleen in het Westen bekendheid.

Overigens - en dat is geen detail - heeft Wiesenthal het de voorbije decennia nooit alleen maar voor de joden opgenomen, maar ook voor de Roma of andere door Hitlers genocide geteisterde bevolkingsgroepen. Wiesenthal heeft zich altijd tegen de monopolisering van de holocaust door de joden uitgesproken en daar onder meer de sympathie van de voormalige Duitse kanselier Helmut Kohl mee gewonnen. Kohl, nochtans een inwoner van het land waar Wiesenthal het allerminst op begrepen had, beschouwt het, zoals hij enkele jaren geleden stelde, "als een grote fout dat Wiesenthal nog steeds de Nobelprijs voor de vrede niet heeft gekregen. Hij is veel meer dan een nazi-jager, hij is een man die een uitgesproken mening heeft, iemand die begrijpt dat noch individuen noch volkeren kunnen leven zonder systeem van morele coördinatie."

Bronnen: Simon Wiesenthal. Op zoek naar gerechtigheid (Helga Pick); The Guardian; Het Laatste Nieuws; NRC Handelsblad.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234