Zondag 17/01/2021

Een leven als een politieke uppercut

film

biografische film 'ali' over bokslegende muhammad ali van regisseur michael mann HHHII

Als Oliver Stone niet goed oplet, zou regisseur Michael Mann hem wel eens kunnen onttronen als het politieke geweten van Hollywood. Na het magistrale The Insider, waarin het proces van zowel de media als dat van de tabaksindustrie werd gemaakt, volgt nu de biografische film Ali, waarin het leven van bokslegende Cassius Clay-Muhammad Ali veeleer op zijn politieke impact dan op zijn sportieve prestaties getaxeerd wordt.

Brussel / Eigen berichtgeving

Jan Temmerman

Die keuze valt best te verdedigen, al was het maar omdat een opeenvolging van sportieve krachttoeren minder dramatische span- en zeggingskracht zou hebben dan de meer algemene impact van zo'n atleet op de mensen en de geschiedenis van zijn tijd. Dat geldt zeker voor een figuur als Muhammad Ali, bij wie sport en politiek sowieso onlosmakelijk verbonden waren. Ook de selectie van de specifieke periode die ons van dat leven voorgeschoteld wordt, is relevant. De film begint in 1964, net voor Cassius Clay door zijn overwinning tegen Sonny Liston voor de eerste keer wereldkampioen bij de zwaargewichten zou worden, en eindigt tien jaar later, met de roemruchte Rumble in the Jungle in Zaïre, waar Muhammad Ali die wereldtitel van George Foreman zou terugpakken. Een wereldtitel die hij niet eens verloren had, maar die hem om politieke redenen was afgenomen. In dat decennium wordt dus niet alleen een deel van het leven van een bokslegende getoond, maar wordt ook een boeiend portret van een samenleving geschetst.

Dat in dit specifieke geval de raciale tegenstellingen in de Amerikaanse maatschappij veel aandacht krijgen, ligt voor de hand. Het is de periode van Malcolm X, van de stijgende invloed van de Nation of Islam en van de moord op dominee Martin Luther King. Het is ook de periode waarin de jonge, joggende bokser Cassius Clay meteen al verdacht is als hij door de straten loopt: een politiewagen komt langsrijden en dan volgt de even spottende als wantrouwige vraag: 'Where are you running from, son?' De periode waarin de kranten nog regelmatig foto's van lynchpartijen publiceren. De periode waarin Cassius Clay nog bussen met colored only-afdelingen ziet rondrijden. Het is ook de periode waarin Clay bij zijn eerste vliegreis naar Afrika nog oprecht verbaasd is door de vaststelling dat er ook zwarte piloten zijn.

Binnen die tijdsspanne van tien jaar - waarin de jonge atleet ook, tot ergernis van zijn vader Cassius Clay Sr., afstand neemt van zijn 'slavennaam' om via Cassius X naar Muhammad Ali te evolueren - wordt de meeste aandacht besteed aan de bekende perikelen in verband met zijn weigering om zich te laten oproepen voor militaire dienst in Vietnam. Ali's historische uitspraak van dat moment is inmiddels voldoende bekend: "I got no quarrel with no Vietcong. Ain't no Vietcong called me nigger." Wat de film erg goed doet, is dat citaat in zijn juiste context plaatsen. Als Black Muslim was Ali op dat moment zeker niet de marionet van de Nation of Islam, integendeel. Het bezorgde hem eerder problemen met de leiders van die beweging (die in deze film trouwens niet op een welwillende behandeling door regisseur Michael Mann hoeven te rekenen) en zelfs een verwijdering uit de Nation. Ook het gemakkelijke verwijt dat de weigering van de bokser in feite gewoon een vorm van lafheid was, wordt ontkracht, want het Amerikaanse leger was sowieso bereid om hem in Vietnam ver van alle gevaar te houden; het militaire én politieke establishment was alleen maar als de dood dat de dienstweigering van deze angry black rebel een voorbeeldfunctie zou krijgen. En trouwens, hoe laf kan een man zijn die door zo'n principiële weigering bereid is zowel zijn wereldtitel als zijn religie te verliezen?

Voor alle duidelijkheid: de film Ali gaat niet alleen maar over politiek; ook de sportieve carrière en het tumultueuze huwelijksleven van The Greatest komen uitgebreid aan bod, net als de loyaliteit tegenover zijn Italiaanse trainer Angelo Dundee, zijn vergevingsgezindheid tegenover zijn sparringpartner Bundini Brown (zelfs nadat die aan de drugs raakte en Ali's kampioensgordel verkocht "om in mijn arm te spuiten"), zijn jarenlange verstandhouding met de blanke sportjournalist Howard Cosell (vertolkt door een onherkenbare Jon Voight) en natuurlijk zijn grootspraak, spitsvondigheden en dito provocaties, zoals die uitspraak van hem over tegenstrever Sonny Liston, als zou die man zo lelijk zijn dat de zweetdruppels schrikken en terug naar zijn haar vloeien als ze zijn gezicht zien!

De titelrol wordt gespeeld door Will Smith en die brengt het er meer dan behoorlijk van af, ook al blijven er hier en daar momenten dat de 'gelijkenis' met Ali het een beetje laat afweten en we veeleer naar de zwarte superster Will Smith zitten te kijken. Maar over het algemeen is de vertolking, die het natuurlijk ook voor een stuk van 'imitatie' moet hebben, behoorlijk overtuigend, ook wat de zwierige, typische 'dansstijl' van de bokskampioen betreft. Will Smith trainde uiteraard de nodige spiermassa bij, maar toch oogt hij soms nog wat te slank, al zullen bokskenners opmerken dat Ali als actieve bokser zelf nooit een echt 'zwaar' zwaargewicht is geweest.

Alhoewel de film misschien niet altijd voldoende de nadruk legt op het feit dat Cassius Clay-Muhammad Ali indertijd niet alleen om voor de hand liggende redenen gevreesd werd door het blanke establishment, maar ook hartgrondig geháát werd door een deel van de blanke bevolking, slaagt regisseur Michael Mann er zeker in een boeiend portret af te leveren van een begenadigd atleet, die meer deed dan alleen wat boksen. In deze biopic zien we Cassius Clay inderdaad evolueren van een zelfverzekerde sportman, die zichzelf probleemloos tot 'de grootste en de mooiste' uitroept, tot een charismatische kampioen die nog tijdens zijn leven uitgroeide tot een wereldwijd icoon. En die dat nog leuk vond ook.

Met Will Smith, Jamie Foxx, Jon Voight, Mario Van Peebles, Ron Silver, Jeffrey Wright, Jada Pinkett Smith, Giancarlo Esposito, Michael Michele en Nona M. Gaye.

Regisseur Michael Mann levert een boeiend portret af van een begenadigd atleet, die meer deed dan alleen wat boksen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234