Dinsdag 22/10/2019

'Een leugentapijt omringt ons'

In zijn videoboodschap ter ere van zijn ontvangst van de Nobelprijs voor Literatuur, haalde de Britse toneelschrijver Harold Pinter (75) vorige woensdag ongemeen hard uit naar de 'brutale, verachtelijke en meedogenloze' Verenigde Staten. Hierna volgt zijn integrale toespraak.

In 1958 schreef ik het volgende: "Er bestaat geen onderscheid tussen wat echt en onecht is, noch tussen wat waar en vals is. Iets is niet noodzakelijk waar of vals, het kan ook beide zijn." Ik geloof nog altijd dat deze bewering steek houdt en daarom hanteer ik ze nog steeds telkens ik via kunst de realiteit tracht de doorgronden. Als schrijver sta ik erachter, maar als burger niet. Als burger moet ik me afvragen: wat is waar, wat is vals?

De waarheid is in toneel voor eeuwig ongrijpbaar. Je zult het nooit vinden, maar de zoektocht ernaar is dwingend. Het is de zoektocht die het allemaal de moeite maakt. De zoektocht is je taak. Meer wel dan niet tast je in het duister, bots je met de waarheid of vang je maar een glimp op van wat de waarheid zou kunnen zijn. En meer dan eens heb je zelf niet door dat je in de buurt gekomen bent. Maar de echte waarheid is dat die ene waarheid niet bestaat in de dramatische kunsten. Er zijn er verschillende. Deze waarheden dagen elkaar uit, deinzen terug voor elkaar, negeren of verblinden elkaar. Soms voelt het aan alsof je de waarheid in handen hebt, tot ze tussen de vingers glipt en verloren gaat.

Ik heb me dikwijls afgevraagd hoe mijn toneelstukken ontstaan. Het antwoord daarop kan ik niet geven. Noch kan ik ze omschrijven. Alleen wat gezegd is en wat gebeurde. De meeste stukken zijn in het leven geroepen door een woord, een zin of een beeld waarbij het woord dikwijls het beeld voorafging. Ik zal twee voorbeelden geven van zinnen die ineens in mijn gedachten kwamen, gevolgd door een beeld. De stukken zijn The Homecoming en Old Times. De eerste zin van The Homecoming luidt "What have you done with the scissors?" De eerste zin van Old Times is "Dark." In beide gevallen beschikte ik niet over meer informatie dan dat. In het eerste geval was er duidelijk iemand op zoek naar een schaar, maar de persoon aan wie hij het vroeg gaf geen zier om die schaar of om de vraag. "Dark" sloeg op de omschrijving van de haarkleur van een vrouw en was het antwoord op een vraag. In beide gevallen dwongen de vragen me om de kwestie voort te zetten. Visueel, in een trage overgang van schaduw naar licht.

Ik begin een stuk altijd door mijn personages A, B en C te noemen. In het stuk dat evolueerde tot The Homecoming zag ik hoe een man een kamer binnenkwam en zijn vraag stelde aan een jongere man die een krant in een lelijke sofa aan het lezen was. Ik vermoedde dat A de vader was en B zijn zoon, maar bewijs daarvoor had ik niet. Dit werd echter bevestigd wanneer B (later Lenny genoemd) tegen A zegt: "Pa, zou je van onderwerp willen veranderen? Ik wil je iets vragen. De maaltijd die we hadden, hoe noem je dergelijk voedsel? Waarom koop je geen hond? Je bent een kok voor honden. Echt waar." Dus, aangezien B 'pa' zegt tegen A, veronderstel ik dat ze vader en zoon zijn. A was blijkbaar ook de kok en zijn kookkunsten vielen niet meteen in de smaak. Betekent dit dat er geen moeder was? Dat weet ik niet. Maar, zoals ik toen opmerkte, elk begin kent zijn einde niet. "Dark." Een groot raam. Avondlucht. Een man, A (later Deeley genoemd), en een vrouw, B (later Kate), zitten met een drankje voor hun neus. "Dik of dun?", vraagt de man. Over wie hebben ze het? Maar dan zie ik een vrouw aan het raam staan, C (later Anna), met haar rug naar het koppel en donker haar.

Het is een vreemd moment, het moment waarop personages ontstaan die tot dan niet bestonden. Wat volgt is twijfelachtig, onzeker maar ook hallucinant of een niet te stoppen stortvloed. De positie van een auteur blijft bizar. De personages bieden weerstand aan hem, zijn niet gemakkelijk om mee te leven, onmogelijk te definiëren. Je kunt ze zeker niets dicteren. Tot op zekere hoogte speel je een nooit stoppend spelletje met hen, als kat en muis of verstoppertje. Maar uiteindelijk heb je mensen van vlees en bloed in je handen, mensen met een wil en eigen gevoeligheden, gemaakt uit onderdelen die je niet meer kunt veranderen, manipuleren of vervormen. Taal blijft in kunst een ambigue transactie, te vergelijken met drijfzand, een trampoline, een bevroren zwembad waar je als auteur elk moment door kunt zakken. Maar zoals ik al gezegd heb, de zoektocht naar de waarheid mag nooit stoppen. Je mag die niet opschorten of uitstellen. Je moet de waarheid in de ogen kijken, hier en nu.

Politiek theater brengt een resem andere problemen mee. Preken moet je vermijden. Objectiviteit is essentieel. De personages moeten hun eigen lucht kunnen in- en uitademen. De auteur kan hen niet kneden of beperken om zijn eigen smaak, wilsbeschikking of vooroordeel te bevredigen. Hij moet bereid zijn hen de vrijheid te geven om hun eigen weg te gaan. Dit werkt echter niet altijd. Politieke satire blijft natuurlijk geen van deze recepten trouw, doet zelfs volledig het omgekeerde, wat ook zo hoort. In mijn stuk The Birthday Party bied ik een hele rij opties aan om door een dicht bos van mogelijkheden te geraken alvorens ik uiteindelijk focus op het thema onderwerping. Mountain Language doet dit niet. Het blijft een brutaal, kort en lelijk stuk. Maar de soldaten in het stuk halen er wel hun plezier uit. Men zou soms vergeten dat folteraars zich snel vervelen. Ze hebben wat humor nodig om de sfeer erin te houden. Denk maar aan Abu Ghraib in Bagdad. Mountain Language duurt amper twintig minuten, maar het zou uren en uren verder kunnen gaan, hetzelfde patroon voortdurend herhaald, verder en verder, uur na uur. Ashes to Ashes lijkt me eerder onder water plaats te vinden. Een vrouw die aan het verdrinken is, haar hand reikt door de golven, verdwijnt onder het water, reikt naar anderen maar vindt niemand. De vrouw is een verloren figuur in een verdrinkend landschap, een vrouw die niet in staat is om te vluchten voor het onheil dat alleen voor anderen lijkt voorbestemd. Maar als zij sterven, sterft ze ook.

Politieke taal waagt zich niet op zulk terrein aangezien de meerderheid van de politici niet geïnteresseerd is in de waarheid maar in macht en hoe die te behouden. Om die macht te behouden is het essentieel om het volk onwetend te houden. Wat ons omringt, is een wandtapijt van leugens. Zoals iedereen ondertussen wel weet, was de rechtvaardiging voor de invasie in Irak dat Saddam Hoessein over gevaarlijke massavernietigingswapens beschikte die binnen de 45 minuten afgevuurd konden worden. De politici verzekerden ons dat dit waar was. Het was niet waar. Ze vertelden ons dat Irak connecties had met Al-Qaeda en mee achter de aanslagen zat van 11 september 2001. De politici verzekerden ons dat dit waar was. Het was niet waar. Ze vertelden ons dat Irak een bedreiging inhield voor de wereld. Ze verzekerden ons dat dit waar was. Het was niet waar. De waarheid is soms helemaal anders. De waarheid is te vinden in hoe de Verenigde Staten hun rol zien in de wereld en hoe ze die wereld trachten in te lijven.

Maar voor ik tot het heden kom, wil ik eerst even terugblikken op het recente verleden, de buitenlandpolitiek van de Verenigde Staten sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog. Het is onze plicht om die periode op zijn minst aan kritisch onderzoek te onderwerpen. Iedereen weet wat met de Sovjet-Unie en Oost-Europa gebeurd is na de oorlog: systematische brutaliteiten, wijdverspreide wreedheden, de roekeloze onderdrukking van de vrije meningsuiting. Dit is allemaal volledig in kaart gebracht en geverifieerd. De misdaden die de Verenigde Staten in diezelfde periode hebben begaan zijn echter maar heel oppervlakkig bijgehouden, laat staan gedocumenteerd of doorgedrongen in de geesten van de mensen. Dit moet benadrukt worden, aangezien die waarheid ons ook veel vertelt over waar we nu aan toe zijn. Hoewel de Verenigde Staten beperkt waren door het bestaan van de Sovjet-Unie, maakt de geschiedenis duidelijk dat de VS altijd carte blanche hebben gehad en gewoon deden waar ze zin in hadden.

Directe invasie van vreemde staten is nooit de favoriete methode van Amerika geweest. Het prefereerde de tactiek van het 'low intensity conflict'. Het eindresultaat blijft hetzelfde: duizenden mensen sterven, maar dan trager dan wanneer je er een bom op gooit. Ze infecteren liever het hart van een land, laten de woede groeien en kijken hoe het gangreen om zich heen grijpt. Wanneer het gepeupel eindelijk klein is gekregen, of doodgemept, en de militairen, ondernemingen en politici de macht hebben overgenomen, klinkt het triomfantelijk voor de camera's dat de democratie heeft overwonnen.

De tragedie in Nicaragua is daar een treffend voorbeeld van. Het toont hoe Amerika tegen de wereld aankijkt, toen en nu. Ik was aanwezig tijdens een vergadering op de Amerikaanse ambassade in Londen in de late jaren tachtig. Het Amerikaanse parlement stond op het punt meer geld te geven aan de Contra's zodat ze hun campagne tegen de staat Nicaragua konden voortzetten. Ik maakte deel uit van een delegatie die in naam van Nicaragua sprak en waarvan het belangrijkste lid priester John Metcalf was. De leider van de Amerikaanse delegatie was Raymond Seitz (toen de nummer twee op de ambassade, later werd hij zelf ambassadeur). Metcalf zei toen tegen hem: "Beste heer, ik ben verantwoordelijk voor een parochie in het noorden van Nicaragua. Mijn parochianen hebben er een school, een gezondheidscentrum en een cultureel centrum gebouwd. We leefden in vrede. Enkele maanden geleden vielen de Contra's ons dorp aan. Ze vernietigden alles: de school, het gezondheidscentrum, het cultureel centrum. Ze verkrachtten de verpleegsters en de leraressen en maakten dokters op gruwelijke wijze af. Ze gedroegen zich als wilden. Vraagt u alstublieft aan de Amerikaanse regering om hun steun aan deze terreurbende te stoppen."

Raymond Seitz genoot een bijzonder goede reputatie als een rationele, verantwoordelijke en intelligente man en kon op veel respect in diplomatieke kringen rekenen. Hij luisterde aandachtig, pauzeerde even en zei toen met enige diepte in zijn stem: "Pastoor, laat me je iets vertellen. In een oorlog lijden altijd onschuldige mensen." Er viel een lange stilte. We staarden hem aan. Hij gaf geen krimp. Onschuldige mensen lijden inderdaad altijd. Uiteindelijk nam toch iemand het woord: "Maar in dit geval zijn onschuldige mensen wel het slachtoffer van wreedheden gesubsidieerd door uw regering. Als het parlement de Contra's in de toekomst meer geld geeft, dan zullen ook meer wreedheden plaatsvinden. Is dat niet het geval? Is uw regering daarom niet mede schuldig aan de ondersteuning van moord op burgers die in een soevereine staat leven?" Seitz was onverbiddelijk. "Ik ga niet akkoord met de manier waarop u de feiten voorstelt." Toen we de ambassade verlieten, vertelde een medewerker van de ambassade me nog hoezeer hij van mijn toneelstukken hield. Ik heb hem niet van antwoord gediend. In diezelfde periode deed de toenmalige president Ronald Reagan de volgende uitspraak: "De Contra's zijn de morele evenknie van de Founding Fathers", de grondleggers van de Amerikaanse staat.

De Verenigde Staten steunden het brutale regime van Somoza in Nicaragua voor meer dan veertig jaar. De bevolking van Nicaragua stootte hem met behulp van de Sandinisten van zijn positie in 1979. De Sandinisten waren verre van perfect. Ze deelden een stuk de arrogantie van hun voorgangers en hun politieke filosofie bevatte een aantal contradicties. Maar ze waren intelligent, rationeel en ontwikkeld. Ze slaagden erin om een degelijke, stabiele en pluralistische samenleving op te bouwen. De doodstraf werd afgeschaft, honderdduizenden boeren kregen hun land terug en tweeduizend scholen werden gebouwd. Een opmerkelijke alfabetise- ringscampagne zorgde ervoor dat nog maar een zevende van de bevolking analfabeet was. Gratis onderwijs deed zijn intrede, net als gratis gezondheidszorg. Kindersterfte daalde met een derde, polio werd uitgeroeid.

De Verenigde Staten veroordeelden deze verwezenlijkingen als een marxistische/leninistische omverwerping. In de ogen van de Amerikaanse regering was hier een gevaarlijk voorbeeld gesteld. Op hetzelfde moment was er immers ook hevig verzet tegen de status-quo in El Salvador.

Eerder sprak ik al over het 'leugentapijt' dat ons omringt. President Reagan omschreef Nicaragua doorgaans als een 'totalitaire kerker'. De media namen dit beeld over, net als de Britse regering. Maar er zijn nooit bewijzen geweest van doodseskaders onder de Sandinisten. Er zijn geen bewijzen van foltering. Er zijn geen bewijzen van systematische brutaliteiten door de militairen gevonden. Geen enkele priester is vermoord in Nicaragua. Er zaten zelfs drie priesters in de regering, twee jezuïeten en een missionaris. De totalitaire kerkers bevonden zich bij de buren, in El Salvador en Guatemala. De Verenigde Staten wierpen de democratisch verkozen regering van Guatemala in 1954 omver en sindsdien waren meer dan tweehonderdduizend mensen het slachtoffer van de opeenvolgende militaire dictators die er aan de macht kwamen. Zes van de meest gerespecteerde jezuïeten werden in 1989 door een bataljon van het Alcatl-regime vermoord in San Salvador. Een bataljon dat nota bene was opgeleid in het Amerikaanse Fort Benning in Georgia. Aartsbisschop Romero werd gedood toen hij een mis opdroeg. In totaal lieten naar schatting 75.000 mensen het leven in San Salvador. Waarom moesten zij sterven? Omdat ze geloofden dat een beter leven mogelijk was. Die overtuiging kwalificeerde hen als communisten. Ze stierven omdat ze de status-quo ter discussie durfden te stellen, de eindeloze armoede, de ziektes, de onderdrukking.

De Verenigde Staten wierpen de Sandinistische regering omver. Economisch verval en 30.000 doden later bleef er van het moraal van het Nicaraguaanse volk niet veel meer over. Ze waren uitgeput en leefden ver onder de armoedegrens. Casino's deden hun intrede, gratis gezondheidszorg en onderwijs verdwenen. 'Democratie' had overwonnen.

Dit beleid beperkte zich niet alleen tot Centraal-Amerika. Het werd in de hele wereld uitgevoerd. De Verenigde Staten ondersteunden en hielpen rechtse militaire dictators aan de macht. Ik verwijs naar Indonesië, Griekenland, Uruguay, Brazilië, Paraguay, Haïti, Turkije, de Filippijnen, Guatemala, El Salvador en natuurlijk Chili. Honderdduizenden doden vielen in deze landen. Is dit echt gebeurd? En zijn ze toe te wijzen aan Amerika's buitenlandpolitiek? Ja, het is echt gebeurd en ja, ze zijn toe te schrijven aan de buitenlandpolitiek van de Verenigde Staten. Maar je zou het niet geweten hebben. Het is nooit gebeurd. Niets gebeurt ooit. Zelfs als het aan het gebeuren was, gebeurde het niet. Het maakte niets uit, was van geen belang. De misdaden van de Verenigde Staten vonden systematisch en ongenadig plaats, maar slechts weinig mensen hebben er ooit over gesproken. Dat moet je Amerika nageven. Ze zijn erin geslaagd om op een klinische manier wereldwijd macht te manipuleren, terwijl ze het verkochten als een goede daad. Het is een briljante, uitgekiende manier van hypnose. De Verenigde Staten spelen zonder twijfel de grootste show ter wereld. Brutaal, onverschillig, verachtelijk en meedogenloos maar ook heel slim. Als een verkoper met als enige koopwaar in zijn tas: zelfliefde. Amerika is een winnaar. Luister naar alle Amerikaanse presidenten en hoor hoe ze 'het Amerikaanse volk' uitspreken. "Ik zeg aan het Amerikaanse volk dat het tijd is om te bidden en om de rechten van het Amerikaanse volk te verdedigen en ik vraag het Amerikaanse volk om hun president te vertrouwen in de stappen die hij zet in het belang van het Amerikaanse volk." Het is een briljante krijgslist. Taal hanteren om onze gedachten op een afstand te houden. De woorden 'het Amerikaanse volk' vormen een geruststellend kussen. Je hoeft niet na te denken. Vlij je gewoon neer op dat kussen. Dat kussen mag dan wel je intelligentie en je kritische instelling smoren, het is zeer comfortabel. Dat geldt natuurlijk niet voor de veertig miljoen mensen die onder de armoedegrens leven en de twee miljoen mannen en vrouwen die vastzitten in Amerikaanse gevangenissen.

De Verenigde Staten doen nu zelfs niet langer moeite voor een 'low intensity conflict'. Ze gooien zonder enige angst hun kaarten op tafel. Ze geven geen zier om de Verenigde Naties, internationaal recht of kritische tegenstemmen. Ze hebben bovendien een blatend lammetje dat hen overal volgt, het zielige en slappe Groot-Brittannië. Waar is ons normgevoel naartoe? Hebben we er ooit een gehad? Wat betekenen deze woorden? Verwijzen ze naar een term die dezer dagen nog amper over onze lippen komt - geweten? Een geweten dat niet alleen te maken heeft met onze eigen handelingen, maar ook met de gedeelde verantwoordelijkheid voor de handelingen van anderen? Is dat allemaal uitgestorven? Kijk naar Guantanamo Bay. Honderden gevangenen zitten er al drie jaar vast zonder enige vorm van aanklacht, proces of wettelijke verdediging. Deze totaal illegale instelling kan blijven bestaan hoewel ze op alle vlakken indruist tegen de Conventie van Genève. Dit wordt niet alleen getolereerd, maar ook amper besproken door de internationale gemeenschap. Deze misdaad wordt gepleegd door een land dat zichzelf uitroept als de "leider van de vrije wereld". Liggen we nog wakker van de bewoners van Guantanamo Bay? Schrijven de media er nog over? Die mensen zijn afgevoerd naar een niemandsland waar ze misschien nooit meer wegraken. Op dit moment zijn velen van hen in hongerstaking. Ze worden gedwongen gevoederd zonder kalmeermiddel of verdoving. Gewoon een darm die via de neus in de keel gaat en waarvan je moet kotsen. Het is pure marteling. Wat heeft de Britse minister van Buitenlandse Zaken daarover te zeggen? Niets. Wat heeft de Britse premier daarover te zeggen? Niets. Waarom niet? Omdat de Verenigde Staten zeggen: onze aanpak in Guantanamo Bay aanvallen staat gelijk met ons aanvallen. Je bent ofwel met ofwel tegen ons. Dus houdt Blair zijn mond.

De invasie in Irak was een schurkendaad, met geen enkel ontzag voor het concept internationaal recht. De invasie was niets meer dan een arbitraire militaire actie gebaseerd op een serie leugens en groteske manipulaties van de media en het publiek. Een actie die de Amerikaanse militaire en economische controle over het Midden-Oosten moest bestendigen maar die ze verkochten als een bevrijding. Een militaire actie die voor de dood en verminking van duizenden onschuldige mensen zorgde. We brengen hen foltering, clusterbommen, gespleten uranium, willekeurige doodslag en misère en noemen het "vrijheid en democratie in het Midden-Oosten introduceren".

Hoeveel mensen moet je doden voor je gekwalificeerd wordt als een massamoordenaar of oorlogscrimineel? Honderdduizend? Meer dan genoeg, blijkbaar. Daarvoor alleen al zouden ze Bush en Blair voor het Internationale Gerechtshof moeten brengen. Maar Bush is slim geweest. Hij heeft het Internationaal Gerechtshof niet geratificeerd. Als er ook maar één Amerikaanse soldaat of politicus op een rechtbank belandt, dan stuurt Bush zijn marines erop af. Maar Tony Blair heeft het Gerechtshof wel geratificeerd en is daardoor vatbaar voor vervolging. We kunnen het Hof zijn adres geven, mochten ze geïnteresseerd zijn: Downing Street 10 in Londen.

Dood is in deze context irrelevant. Zowel Bush als Blair moffelen dood weg. Op zijn minst honderdduizend Irakezen werden gedood bij Amerikaanse bombardementen, nog voor de oproer in Irak begon. Die doden zijn van geen belang. Er wordt zelfs niet bijgehouden wie sterft. Bij de aanvang van de invasie verscheen op de voorpagina van een Britse krant een foto van Tony Blair die de wang van een Irakese jongen kust. "Een dankbaar kind", luidde het onderschrift. Enkele dagen later was binnen in die krant een andere foto te zien: van een vierjarige jongen zonder armen wiens familie door een raket weggeblazen was. Hij was de enige overlevende. "Wanneer krijg ik mijn armen terug", vroeg hij. Wel, Tony Blair hield hem niet vast in zijn armen, noch het lichaam van een ander verminkt kind of een bloedend lijk. Want bloed is vies. Het maakt je hemd en das vuil wanneer je een oprechte speech op de televisie houdt. De tweeduizend Amerikaanse doden zijn beschamend. Ze worden in het donker naar hun graven getransporteerd, de media zijn niet welkom op hun begrafenissen. De verminkten rotten weg in hun bedden, sommigen voor de rest van hun leven. De doden en verminkten rotten samen weg, zij het in een ander soort graf.

Hier een extract van een gedicht van Pablo Neruda.

'I'm Explaining a Few Things':

And one morning all that was burning,

one morning the bonfires

leapt out of the earth

devouring human beings

and from then on fire,

gunpowder from then on,

and from then on blood.

Bandits with planes and Moors,

bandits with finger-rings and duchesses,

bandits with black friars spattering blessings

came through the sky to kill children

and the blood of children ran through the streets

without fuss, like children's blood.

Jackals that the jackals would despise

stones that the dry thistle would bite on and spit out,

vipers that the vipers would abominate.

Face to face with you I have seen the blood

of Spain tower like a tide

to drown you in one wave

of pride and knives.

Treacherous

generals:

see my dead house,

look at broken Spain:

from every house burning metal flows

instead of flowers

from every socket of Spain

Spain emerges

and from every dead child a rifle with eyes

and from every crime bullets are born

which will one day find

the bull's eye of your hearts.

And you will ask: why doesn't his poetry

speak of dreams and leaves

and the great volcanoes of his native land.

Come and see the blood in the streets.

Come and see

the blood in the streets.

Come and see the blood

in the streets!

Laat ik duidelijk maken dat door Neruda's gedicht te citeren ik geenszins het republikeinse Spanje wens te vergelijken met het Irak van Saddam Hoessein. Ik citeer Neruda omdat ik nog nergens in de hedendaagse poëzie zo een krachtige en visuele omschrijving van het bombarderen van burgers ben tegengekomen.

Ik heb eerder gezegd dat de Verenigde Staten nu vrijmoedig hun kaarten op de tafel leggen. Dat is het geval. Officieel voeren ze nu een 'full spectrum dominance'-politiek. Dat is niet mijn term, maar die van hen. 'Full spectrum dominance' betekent over land, zee, luchtruim, de ruimte en alle middelen die ze daarvoor nodig hebben. De Verenigde Staten beschikken momenteel over 702 militaire installaties verspreid over 132 landen, met de eerbare uitzondering van Zweden. We weten niet goed hoe ze daar gekomen zijn, maar ze zijn er. De Verenigde Staten bezitten achtduizend actieve en operationele nucleaire kernkoppen. Tweeduizend daarvan zijn klaar om binnen het kwartier afgeschoten te worden. Ze blijven nieuwe nucleaire wapens ontwikkelen en ook de Britten, meewerkend als ze zijn, zijn van plan om hun eigen nucleaire raketten te vervangen. Op wie mikken ze? Osama bin Laden? Jij? Ik? China? Parijs? Geen idee. Wat we wel weten is dat deze infantiele gekte, nucleaire wapens bezitten en ermee dreigen, het kernpunt vormt van de Amerikaanse politieke filosofie. We moeten ons eraan herinneren dat de VS zich in een permanente militaire status bevinden en geen tekenen tonen dat ze die gaan afbouwen. Vele duizenden, zelfs miljoenen, Amerikanen zijn het niet eens met hun leiders. Ze zijn beschaamd en woedend over hun acties, maar zoals het er nu uitziet, vormen ze (nog) geen politieke kracht. Maar de angst en de onzekerheid groeien elke dag zienderogen in de VS.

Ik weet dat president Bush beschikt over extreem competente speechschrijvers, maar toch zou ik hem graag mijn diensten vrijwillig aanbieden. Ik stel het volgende korte tekstje voor dat hij zou moeten voorlezen op de televisie. Ik zie hem al zitten: gewichtig, haren netjes gekamd, serieus kijkend, in een winning mood, er kan af en toe een klein lachje af, op een bizarre manier aantrekkelijk. Een echte vent.

"God is goed. God is groots. God is goed. Mijn God is goed. Die van Bin Laden is slecht. De zijne is slecht. Saddams God was slecht, tenzij hij er geen had. Hij was een barbaar. Wij zijn geen barbaren. Wij hakken niemands hoofd af. Wij geloven in vrijheid. En God ook. Ik ben geen barbaar. Ik ben de democratisch verkozen leider van een democratie die houdt van vrijheid. Wij zijn een meedogend volk. We geven elektrocuties met medelijden en dodelijke injecties met medelijden. Wij zijn een grootse natie. Ik ben geen dictator. Hij wel. Ik ben geen barbaar. Hij is. En hij is. Ze zijn het allemaal. Ik beschik over morele autoriteit. Zie je deze vuist? Dit is mijn morele autoriteit. En vergeet dat maar niet."

Het leven van een schrijver is zeer kwetsbaar, het is een bijna naakte activiteit. Daarover hoeven we ons niet te beklagen. De schrijver maakt zijn keuze en zit ermee opgescheept. Je staat er alleen voor, je vindt geen beschutting, geen bescherming - tenzij je liegt - en in dat geval construeer je natuurlijk je eigen bescherming waardoor je een politicus wordt.

Deze avond heb ik al meerdere keren naar de dood verwezen. Ik zal nu een gedicht van mezelf voorlezen, genaamd 'Death'.

Where was the dead body found?

Who found the dead body?

Was the dead body dead when found?

How was the dead body found?

Who was the dead body?

Who was the father or daughter or brother

Or uncle or sister or mother or son

Of the dead and abandoned body?

Was the body dead when abandoned?

Was the body abandoned?

By whom had it been abandoned?

Was the dead body naked or dressed for a journey?

What made you declare the dead body dead?

Did you declare the dead body dead?

How well did you know the dead body?

How did you know the dead body was dead?

Did you wash the dead body

Did you close both its eyes

Did you bury the body

Did you leave it abandoned

Did you kiss the dead body

Als we in de spiegel kijken, denken we dat het beeld voor onze ogen accuraat is. Maar beweeg een millimeter en het beeld verandert. We kijken eigenlijk naar een nooit stoppende variatie van reflecties. Maar soms moet een schrijver die spiegel aan stukken slaan, omdat de waarheid ons van de andere kant van die spiegel aankijkt. Ik geloof dat de echte waarheid over onze levens en onze samenleving vertellen, een cruciale taak is die elke burger op zich zou moeten nemen. Het is zelfs verplicht. Als die vastberadenheid niet vervat zit in onze politieke visie dan schiet er niet veel hoop meer over om te herstellen wat we bijna kwijt zijn: onze menselijke waardigheid.

© The Nobel Foundation 2005

e Verenigde Staten spelen zonder twijfel de grootste show ter wereld. Brutaal, onverschillig, verachtelijk en meedogenloos, maar ook heel slim. Als een verkoper met als enige koopwaar in zijn tas: zelfliefde

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234