Zaterdag 07/12/2019

'Een leraar moet ook een beetje acteur zijn'

Het lijkt gratuit om Piet en Bart Van Avermaet samen te interviewen. De oudste van de twee is directeur van het Steunpunt Diversiteit en Leren aan de UGent en de jongste (en bekendste) kruipt vanavond weer in de huid van Waldek in 's lands beste soap, Thuis op Eén. Maar de twee broers hebben ook professioneel verrassend veel raakvlakken.

Diversiteit in het onderwijs; het is zowat het hete hangijzer van deze tijd. De toenemende aanwezigheid van mensen met een andere etnische achtergrond in onze klaslokalen baart de samenleving veel zorgen. Ouders zijn bang dat het niveau van het onderwijs daalt. Leerkrachten zijn vaak niet klaar of voelen zich onzeker om om te gaan met deze superdiversiteit.

Piet Van Avermaet (55) voelt zich als een vis in het water in deze discussie. Als directeur van het Steunpunt Diversiteit en Leren is dit zijn ding. Rode draad doorheen zijn werk is de opvatting dat het 'probleem' van de multiculturele samenleving te eenzijdig vanuit de blanke middenklassebril wordt bekeken. De problemen van leerachterstand van veel leerlingen zijn evenzeer verbonden met hun sociale achterstelling als met hun huidskleur. Wat niet wegneemt dat discriminatie - vaak onbewust - wel degelijk een realiteit is in onze scholen. En taal neemt daar een steeds centralere rol in.

Bart Van Avermaet (52) is de jongere broer van Piet. Hij speelt al jarenlang de rol van Waldek Kozinsky in Thuis. Kortom: Piet is de wetenschapper en Bart schikt zich tijdens het gesprek graag in de rol van proefkonijn.

Jullie zijn beiden in een totaal andere wereld terechtgekomen. Had het ook andersom kunnen zijn?

Bart: "We komen allebei uit een nest van theatermensen; uit het amateurtheater van Lokeren. Onze hele familie stond op de planken. Omdat ik van geen hout pijlen kon maken en een ADHD'er ben, ging ik theater studeren bij Dora van der Groen in het Conservatorium in Antwerpen. Ik kwam in het beroepstheater terecht, onder meer bij het Koninklijk Jeugdtheater, Raamtheater, Malpertuis, Korrekelder en daarna rolde ik Thuis binnen."

Piet: "Theater was niet mijn ding. Ik heb maar één keer op de planken gestaan. Ik moest in een stuk van Goldoni een halfuur met een kist op mijn rug staan. Meer dan vijf zinnen moest ik gelukkig niet zeggen. Ik kwam in het onderwijs terecht en daar bleek toch al snel dat een leraar veel weg heeft van een acteur: ze moeten allebei verhalen kunnen vertellen, kunnen begeesteren."

Bart, jij moest meteen in de huid van de Poolse immigrant Waldek kruipen. Hoe deed je dat?

Bart: "Door hard te studeren bij een Poolse dame die gehuwd was met een germanist. Ik leerde hoe zij het Nederlands had geleerd; welke woorden moeilijk waren, welke klanken ze anders uitsprak, welke lidwoorden ze verwisselde. Ik ben ook met Piet gaan praten om te weten te komen hoe het Nederlands van een Poolse migrant evolueert.

"Kijk, acteren is een ambacht. Ik ben heel blij dat ook Jan Decleir dat blijft herhalen. Maar ik ben tevreden. Soms word ik door Poolse mensen aangeklampt en die schrikken dan dat ik een Vlaming ben."

Piet: "En toen heb ik hem gezegd dat die evolutie afhankelijk is van het dagelijks contact dat hij met Nederlandssprekende mensen heeft. Want je leert een taal door ze veel te horen en te kunnen gebruiken in dagelijkse contacten."

Piet, een van de stokpaardjes in je onderzoeken is dat taal vooral in een informele omgeving wordt aangeleerd. Ons onderwijs zou te veel inzetten op de expliciete taallessen.

Piet: "Nederlands is meer dan Algemeen Nederlands. Er zijn veel repertoires van taal. Voor dit interview begon, praatten wij in een ander register, dan toen jij het gesprek begon op te nemen.

"In het NT2-onderwijs (taallessen aan anderstaligen, KvdB) leert men Nederlands nog te vaak zoals men wiskunde leert: expliciet. De resultaten zijn dan ook soms erg bedroevend. Ik pleit ervoor om daar anders mee om te gaan. Ik vind ook dat we in het onderwijs meer aandacht moeten hebben voor de meertalige achtergrond van kinderen, hun meertaligheid benutten in de lessen. Dat motiveert hen en kan ook helpen om beter Nederlands te spreken."

In Vlaanderen torsen we nog altijd een trauma over onze taal. Wie er bij wil horen moet eerst Nederlands leren.

Piet: "Burgerschap wordt steeds meer verbonden aan taalkennis. Het is meer en meer een voorwaarde om erbij te horen, om een job te vinden. Men zou beter de discriminatie op de werkvloer wegwerken zodat meer anderstaligen aan de slag kunnen. Zo kunnen ze ook al doende Nederlands leren.

"Taal dreigt een nieuwe vorm van racisme te worden - linguïcisme heet dat in het jargon. Dat werkt heel subtiel. Wie aan iemand met een andere huidskleur een job weigert, is een racist. Maar wie iemand weigert omdat hij slecht Nederlands spreekt, krijgt geen kritiek. Dat vinden we vanzelfsprekend. Terwijl we uit onderzoek weten dat taal soms wordt gebruikt als onterecht argument om mensen een job te weigeren."

Bart: "Het doet me wel een beetje denken aan wat mensen vroeger ook al zegden. Volgens veel Vlamingen deden de Marokkanen alsof ze geen Nederlands konden... Tot ze naar het OCMW moesten gaan om hun geld te halen.

"Er bestaat Australisch onderzoek waaruit blijkt dat anderstaligen veel sneller Engels leerden in de jaren 90, toen er een open klimaat heerste en Australië een multicultureel gidsland was. In de jaren 60, toen een 'English only-politiek werd gevoerd die geen ruimte liet voor meertaligheid, bleven de verschillende gemeenschappen sterk gesegregeerd.

"Waarom zou iemand die zich hier niet welkom voelt, zich integreren?"

Piet, op een recent debat over diversiteit in de kinder- en jeugdliteratuur sprak jij harde woorden. De goedbedoelde initiatieven om ouders van anderstaligen aan te sporen om voor te lezen aan hun kinderen, schieten vaak hun doel voorbij.

Piet:"Ik gaf toen het fictieve voorbeeld van een Marokkaanse moeder die luistert naar de goede raad om elke avond een stukje voor te lezen aan haar kinderen. Ze koopt een boek van 'Tiny in het grootwarenhuis' en krijgt daarvoor op haar donder omdat Tiny geen hoogstaande jeugdliteratuur zou zijn. Dat is natuurlijk nefast. Wij leggen nog veel te sterk het referentiekader van wat goed lezen en goede literatuur - van de hoogopgeleide blanke middenklasse zeg maar - op aan anderen. Voor alle duidelijkheid, lezen en voorlezen - in ongeacht welke taal - thuis moeten we sterke aanmoedigen en actief ondersteunen."

En dan zijn we bij het eeuwige debat tussen lage en hoge cultuur. Cultureel racisme, zeg maar. Daar weet jij, Bart, ongetwijfeld alles vanaf?

Bart: "Kijk, in mijn sector heeft de vraag wat goed of slechts is vaak veel meer te maken met wie iets speelt dan met de voorstelling zelf. Ik heb ook in het Toneelhuis gespeeld, maar ik zie dat het altijd dezelfde acteurs zijn die gevraagd worden om in die grote huizen aan de bak te komen. Ook in film en televisie is het belangrijk om bij de juiste kliek te horen.

"Ik geef een frappant voorbeeld. Will Tura was jarenlang niet meer hip. Tot de mannen van Boechout - Bart Peeters en co. - beslisten dat Will Tura alleen maar klassiekers heeft gemaakt."

"Maar het kan ook snel veranderen. Arne Sierens is een hele tijd het troetelkind geweest van de pers en de theatercommissie, maar nu is hij blijkbaar uit de gratie. Maakt hij nu slechter theater? Nee, maar de krachtsverhoudingen zijn veranderd. Wie subsidie én erkenning wil, moet een paar leden van de theatercommissie voor zich kunnen winnen. Heel wat gezelschappen slagen er zelfs niet in een commissielid naar één voorstelling te krijgen."

"Ik ging vroeger vaak naar het Echt Antwaarps Theater. Ze zouden alle studenten aan het conservatorium moeten verplichten om één of twee van die komedies mee te spelen. Dat is heel moeilijk en weinigen krijgen het ooit onder de knie."

"Spelen in een soap was lange tijd not done, maar daar komt wel verandering in. Het is inderdaad geen schande meer. Dat komt omdat er toch ook vaak erg bekende acteurs opduiken in Thuis. Zij effenen het pad voor de anderen."

Jullie hebben het taalprobleem wel erg simpel opgelost.

Bart: "Dat klopt. Iedereen in Thuis spreekt zijn eigen 'tussentaal'. En dat geeft geen problemen, anders hadden we niet al die kijkers. De tijd dat er in populaire fictie op de BRT alleen maar Antwerps werd gesproken, is gelukkig wel voorbij."

Kan het onderwijs daar iets van leren?

Piet: "Ja. Neem nu die leraar die een les woordenschat geeft over voetbal. De jongens zijn blij dat ze daar iets van kennen. Tot die leraar een van hen corrigeert omdat hij 'penalty' zegt in plaats van 'strafschop'. Je ziet de twijfel in de ogen van die leerling. En de talige verwarring is compleet als die leraar tijdens de speeltijd dan plots zelf 'penalty!' roept. Het onderwijs moet erkennen dat er verschillende taalregisters zijn en die benutten."

De Vlaamse regering worstelde met de hervormingsplannen voor het secundair onderwijs. Hoe sta je tegenover die brede eerste graad?

Piet: "Die is positief, zelfs noodzakelijk. Het Vernieuwd Secundair Onderwijs (experiment uit de jaren 70 en 80, KvdB) kende ook zo'n systeem. Men heeft het VSO te snel afgeschaft. Op 12 jaar zijn kinderen niet altijd in staat om een keuze te maken over hun toekomst. Kinderen van goede komaf worden in het ASO gestopt en kinderen uit een lagere klasse komen in TSO of BSO terecht. Van de eerste groep belandt er een aantal in het watervalsysteem, maar de tweede groep geraakt nooit in het ASO. Het is beter om te wachten tot leerlingen 14 jaar zijn om hen dan, samen met ouders en leraars, een gefundeerde studiekeuze te laten maken."

We stoppen leerlingen te veel in categorieën. Alsof elke notariszoon briljant is en elke Marokkanen achterop hinkt.

Piet: "Een collega deed onderzoek naar de interactie tussen leraars en leerlingen. Ze observeerde lessen van 100 minuten. Wat bleek: sterke middenklasseleerlingen kregen vaak meer dan 100 interactiebeurten en de leskansarme, vaak gekleurde leerlingen soms zelfs geen enkele keer. Maar gelukkig zijn er ook voorbeelden van scholen die een sterk diversiteitsbeleid voeren en stereotiepe beeldvorming doorbreken.

"Ook Thuisbewijst dat het anders kan. Mijn broer wordt altijd als Waldek aangesproken op straat en nooit als vertegenwoordiger van de Poolse gemeenschap. Hij is 'onze Waldek' geworden. Dat is de kracht van Thuis, de soap toont erg goed aan hoe een succesvolle integratie kan verlopen en slaagt er zo in om bij te dragen tot het doorbreken van stereotiepe beeldvorming. Thuis heeft ook veel bijgedragen tot de aanvaarding van homoseksualiteit."

Bart: "Dat klopt, maar je moet daar niet zo druk over doen. Het is de verdomde plicht van de VRT om de integratie en de aanvaarding van homo's te bevorderen. Maar als er op een dag een minister komt die dat niet langer een prioriteit vindt, wil ik nog wel eens zien of ze dat pad verder zullen blijven bewandelen."

Een laatste mededeling?

Bart: "Luc Bomans is niet dood."

Oef.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234