Vrijdag 30/10/2020

'Een lege scène is het spannendste wat bestaat'

Sien Eggers wil liever niet op het terras in haar tuintje zitten. 'Het is bijna dertig graden in de zon. Ik ga daar in slaap vallen', zegt ze. De actrice heeft reden om vermoeid te zijn. In de Brusselse Beursschouwburg is net de premièrereeks afgelopen van Glanzen, het nieuwe theaterstuk van Pieter De Buysser, dat volgende week in de Vooruit te zien is. Op zondagavond schittert Eggers ondertussen in de herhalingen van In de gloria.

DOOR JEROEN VERSTEELE / FOTO STEPHAN VANFLETEREN

De verandadeur gaat wel open, voor de frisse lucht. Een slome kat waggelt Sien Eggers tegemoet. Ze neemt het dier op de schoot, neemt een tube ooggel en mikt wat druppeltjes in het kattenoogje. "Hij heeft herpes aan zijn ogen gehad," legt ze uit, "en door de medicatie produceren de traanklieren niet meer genoeg vocht. Jaren geleden repeteerde ik in Gent aan Talkshow, een voorstelling van 't Koetje (Compagnie De Koe, JV). Wanneer de ploeg ging eten, kwam ik speciaal naar huis om de poes druppeltjes te geven. 'Allez Sien,' zei iedereen, 'kom toch mee eten met ons.' Maar ik reed elke dag over en weer naar Brussel. Sindsdien vraagt iedereen hoe het gaat met de poekes. Ze zijn oud ondertussen, negentien jaar al. Weinig mensen hebben zo lang een relatie."

Dat is waar. Hoe gaat het met uw relatie met uw In de gloria-collega's? Zien jullie elkaar nog?

Sien Eggers: "Ik ben onlangs goeiendag gaan zeggen bij Woestijnvis. Ik wilde een foto ophalen van ons groepje van Het eiland. Het was lang geleden dat ik nog eens gepasseerd was. Ik heb dus een toer gedaan langs de bureaus. Het was direct feest, natuurlijk. Het is altijd feest als we elkaar terugzien. Als ik naar een toneelstuk ga kijken van Tom Van Dyck of Lukas Van den Eynde, of van Tania of Wim of Frank, dan zijn we zo blij als een kieken. De Fokke (Frank Focketeyn, JV) is ook niet te doen. Hij is zo innig, hij zou je doodknijpen van pure liefde. Het zijn allemaal schatten van mensen. Onze samenwerking voor In de gloria en daarna voor Het eiland was dan ook heel intens. Ik ben fier op het resultaat, we hebben echt mooie televisie gemaakt."

Merkt u nog hoe In de gloria leeft bij de mensen?

"Ik was onlangs op een etentje bij vrienden thuis. De televisie ging aan en het was net In de gloria. Je verstond er niks van, je hoorde alleen maar roepen en lachen. 'En nu komt dit, en kijk nu dat!' Zelfs de kinderen kenden heel die aflevering van buiten. Ze stonden allemaal recht voor de televisie, ze sprongen van links naar rechts en van voren naar achteren. Ze kwamen gewoon niet bij. Wat een tumult.

"Soms gebeurt het ook dat mensen iets zien of meemaken en dan komen ze daarna tegen mij zeggen: 'Sien, dat zou nu toch iets voor In de gloria zijn.' Dat maakt me blij. Wat goed dat ze zo de humor gaan opmerken in de dingen, toch?

"De Jakke (regisseur Jan Eelen, JV) wist heel goed welk soort humor hij wilde tonen. Humor zonder joke. Zijn grappen eindigen soms heel erg, zoals bijvoorbeeld met een filmploeg die gewoon wegloopt. Als een scène toch naar een pointe toe leek te groeien, zond Jakke ze niet uit. Op de dvd's staan die scènes er wel bij."

Hoe speelt hij het klaar om die herkenbare, schrijnende vorm van humor te vatten? Wat maakt hem zo goed?

"Dat is een hele gazet vol. Heel De Morgen vol, dat is Jan Eelen. Een en al liefde voor de mens. Hij kan iedereen op zijn gemak stellen. We filmden bij mensen thuis en die mochten in de living aanwezig blijven. Zolang ze maar uit beeld waren. Soms liet hij ze zelfs gewoon in beeld zitten. Zoals in die scène waarin de vader condooms in zijn reiszak heeft ingepakt en wordt betrapt door zijn familie. Heel het gezin van dat huis was daar. De oma en opa waren ook afgekomen en Jakke heeft ze allemaal in de zetel gezet. Ze wisten niet wat er zou gebeuren. 'Blijf maar zitten', zei hij. Hij had het niet over 'meespelen' of zo, want Jakke geeft je nooit het gevoel dat hij je een richting uitstuurt. Hij laat die mensen zijn wie ze zijn.

"Hij is vol respect, ook voor de acteurs. Ik weet nog goed dat ik tijdens de opnames nooit een eerste zinnetje wist. Alles is immers geïmproviseerd in In de gloria - Jan wist heel goed welke ingrediënten in een scène moesten zitten en waar hij heen wilde, maar niks was uitgeschreven. 'Jakke, hebt ge geen eerste zinnetje?' En dan gaf hij mij letterlijk een zin waarmee ik kon beginnen. Zo lief is hij. En ineens gaat hij gitaar spelen. Op een keer speelde hij rock-'n-roll. Laweit in het kot, en iedereen springen. Ik dacht bij mezelf, komaan, laten we toch voortwerken, het is al vier uur en we moeten er nog zoveel opzetten. Maar de Fokke kwam naar mij: 'Sieneke, ge moet meedoen. Zo krijgt ge opnieuw energie.' En inderdaad, nadat we onnozel hadden gedaan, was onze kop leeg en konden we ons opnieuw concentreren."

Hoe bent u actrice geworden?

"Ik ben begonnen bij de Reynaertghesellen, een groep Leuvense amateurs. Ik was een jaar of zeventien, achttien en ik wist niet hoe acteren in elkaar stak. In de coulissen bleef ik doorspelen. Ik kon niet stoppen. Daarna heb ik toelatingsexamen gedaan aan het conservatorium in Antwerpen. Intrigerend was dat. Het ging helemaal niet hoe ik het wou. 'Het is voldoende', zeiden ze toen ik nog maar drie zinnen gezegd had. Ik dacht, ik vlieg hier buiten. Maar dat was niet waar. Ik mocht beginnen. Ze moeten iets in mij gezien hebben.

"Nog altijd vind ik een lege scène het spannendste wat bestaat. Ik kan er moeilijk over babbelen, over hoe het voelt om toneel te spelen. Als je op repetitie voor het eerst op het toneel gaat, sta je daar als een konijn in een lichtbak. Je weet niets meer. Je loopt rond en denkt: tiens, zo loop ik toch nooit, waarom loop ik nu zo? Je lichaam is bang. Toneelspelen is onnatuurlijk. Een toneeltekst voor het eerst lezen is ook raar. Want er staat bijvoorbeeld: Yvonne, dubbel punt. Een zinnetje. Nog een zinnetje. Die Yvonne is blijkbaar iets aan het uitleggen. Wat heeft die Yvonne aan de hand, zeg? Elke nieuwe tekst is ondoorgrondelijk. Je leest alleen maar het verhaaltje, zonder te begrijpen wat er tussen de regels staat. De betekenis komt pas later binnen. Niet door ze op voorhand te formuleren, maar wel door ter plekke dingen uit te proberen.

"Er zit een grappige scène in Glanzen, het stuk van Pieter De Buysser dat ik de komende weken samen met Peter Van den Eede speel. Hij is David Copperfield en ik ben Claudia Schiffer. Ik kruip in een lange kast om mij in tweeën te laten zagen. Als ik ze wil sluiten, loopt er van alles fout. 'Je sukkelt zo mooi met die kast,' zei Peter me eens tijdens de repetitie, 'maar ik ga je niet zeggen waarom je het zo goed doet.' Je mag inderdaad niet te praten over wat goed is, want meestal lukt het daarna niet meer. Net zoals je als regisseur op voorhand niet te veel moet uitdokteren hoe je iets wilt ensceneren. Je mag niks arrangeren. Toneelspelen is geen oplossing presenteren, maar een probleem ter plekke aanpakken, zonder schaamte. Peter gaat daar heel ver in. Het is geweldig om met hem te spelen, heel spannend en in het 'hier en nu'."

Hebt u altijd de laconieke speelstijl gehanteerd die we vandaag van u kennen, of bent u sterk geëvolueerd als actrice?

"Ik heb duidelijk moeten leren spreken, want als jonge actrice liet ik mijn zinnen op het einde altijd vallen. Dan zei Nand (Buyl, acteur en toenmalige artistiek directeur in de KVS, JV): 'Dat laatste mag ik niet weten, zeker?' Ik vond het indrukwekkend hoor, toneelspelen. Dat is het nu nog altijd. Ik ben wel minder bang dan vroeger. Tegenwoordig kan ik beter relativeren.

"Ik herinner me nog het moment waarop ik met stress leerde omgaan. Ik stond in de coulissen. Ik moest opkomen met een kopje koffie op een schoteltje. Het bibberde in mijn hand. Ik dacht bij mezelf, dit is foute boel, toch? Zo kan ik mijn vak toch niet doen? Eigenlijk moet het leuk zijn en het is niet leuk hoe ik hier sta. Is dit soms leuk? Toen heb ik beslist om mijn instelling te veranderen, met mijn tasje koffie daar in die donkere coulissen. Ik kwam op. Het lukte nog niet meteen. Ik bleef bibberen. Maar het besef was er en ik heb stilletjes aan dat zenuwachtige gedoe achterwege gelaten.

"Waar ik ook veel van geleerd heb, is van rollen overnemen. Op de minuut, hé. Zonder voorbereiding in de zaal zitten, en na de pauze op scène staan, de tekstbrochure in de hand. Toen ik nog vast in de KVS werkte, was er iemand ziek geworden en tijdens de pauze kwamen ze mij uit de zaal halen. 'Sien, meedoen!' Ze staken mij in een kostuum en hup, het podium op. Dat heb ik nog een tweede keer meegemaakt, met De vrolijke vrouwtjes van Windsor. Dat was een regie van de Senne (Rouffaer, vorig jaar overleden KVS-regisseur, JV), en Senne had altijd nogal van die spetterende decors. Ik geloof dat er in dat decor veertien deuren waren, in een halve cirkel. Deur in, deur uit. Enfin, ik ging kijken naar een stukje van de generale repetitie en later die avond kwam Nand mij zoeken. 'Welke schoenmaat heb jij, Sien?' Zevenendertig. 'Da's goed,' zegt hij, 'net zoals Gerda Marchand. Ze is naar het ziekenhuis voor een dringende operatie.' Ik moest haar vervangen.

"Gerda speelde mevrouw Vliet, toch goed voor vier stevige scènes in die voorstelling. Ze hebben me toen het stuk uitgelegd en de volgende dag speelde ik in Leuven de avant-première met de tekst in mijn hand. 's Nachts heb ik die tekst dan uit het hoofd geleerd, met iemand erbij om me te helpen. De volgende dag was het première in Brussel, en ik die scène op. 'Niks van de rest aantrekken,' zei Nand, 'ik roep je wel aan het deurtje waar je moet afkomen.' En ik maar spelen, in het veel te grote kostuum van Gerda. Ik kon door mijn decolleté de grond zien. Dat was kicken, jong."

Wat een prestatie, een rol overnemen op één dag.

"Zonder oefenen, gewoon improviseren, terwijl Nand aan die deurtjes stond te roepen: 'Hier! Kalm! Het gaat goed!' Dat was heerlijk. Het is echt onwaarschijnlijk waartoe je in staat bent als je onder de adrenaline zit. Je moet voort. Geen tijd om te twijfelen, er is geen stoppen meer aan. Net zoals in het echte leven. Je doet het gewoon, want iedereen rond jou marcheert vlekkeloos. Je riekt wat je moet doen, net zoals een hond zijn instinct volgt. Je voelt de emotie en de tekst floept er beter uit dan wanneer je ze gerepeteerd zou hebben. Dat is spelen op intuïtie, voluit en voor echt, zonder te zeggen: dames en heren, ik ben maar een invaller. Zulke ervaringen hebben me een goeie stoemp gegeven. Sindsdien heb ik ook op repetities veel meer gedurfd.

"In de KVS heb ik zoveel geleerd als actrice. Ik ben nogal stilletjes begonnen, maar toen zag ik wat mannen als die Buyl allemaal op scène uitstaken. Terwijl ik in het begin niet eens een stilte durfde te laten vallen omdat ik bang was dat ik de rest van mijn tekst niet meer zou herinneren. Ze hebben me daar losgeschud."

U bent nu al tien jaar freelance actrice. Mist u dat niet, zo'n theaterfamilie om deel van uit te maken?

"Weet je wat ik lastig vind als freelancer? Je moet je overal invoegen. Hoe gaan ze hier om met theater? Hoe zit dat hier ineen? Beginnen ze hier om tien of om elf uur? Zitten ze hier aan een tafel of in een cirkel? Al die nieuwe omgevingen leren kennen, dat vreet veel energie. Goede gezelschappen als STAN of 't Koetje zijn heel integer bezig en ze kennen elkaar daar ook door en door. In zo'n omgeving functioneer je gewoon beter dan wanneer je steeds nieuwe abc's moet aanleren, nieuwe kastjes moet opentrekken.

"Er zijn ook voordelen. Door de KVS te verlaten en te freelancen heb ik vrijer leren spelen. Ik herinner me Wysiwyg, een stuk waarin ik meespeelde met 't Koetje. Ik moest een lange lap tekst zeggen. Peter Van den Eede zei me: 'Ja Sien, dat is toch te veel toneel. Maar ik begrijp dat wel, want er zitten nu nog geen mensen in de zaal waartegen je kunt praten.' Terwijl ik tot dan toe altijd gerepeteerd had voor rijen lege stoelen. 'Hoe moet ik het dan zeggen?' vroeg ik aan Peter. 'Is het zoiets als vertellen tegen de buren, over de draad in de tuin?' En Peter antwoordde: 'Ja, eigenlijk wel.'

"De première in de Minardschouwburg was spannend, maar het werd een een openbaring. Het licht ging uit en ik ging voor het publiek staan. 'Raf is er, zenne', zei ik, want dat was mijn eerste zin. De mensen moesten lachen. Omdat ik het zo gewoon vertelde, zonder doen alsof. De toeschouwers gierden van herkenning. Dat gaf me zo'n shot. Het was alsof ik plots geboren werd, daar op scène. 'Wie is die actrice?' gingen ze achteraf aan Peter vragen. Ongelooflijk."

U werd toen nog niet herkend?

"De mensen kennen je pas als je op televisie komt. Nu lachen en knikken ze af en toe naar mij. Als ik op restaurant ga en ik ga buiten een sigaret roken, komt er wel eens iemand vragen of ik echt Sien Eggers ben. 'Mijn man gelooft mij niet, wil je het hem eens komen zeggen dat jij het bent.' Het is toch fijn gewaardeerd te worden. Jakke zei ons eens tijdens de opnames van In de gloria: 'Ja mannekes, niet onnozel doen, hé. Als je op televisie komt, word je herkend. Daar is niks ergs aan.' En hij heeft gelijk. De mensen zijn allemaal heel correct en vriendelijk. Vorige week kreeg ik nog een brief van een fan met een foto van De Kavijaks, of ik die wilde handtekenen. En of ik nog een andere foto wilde meesturen. Ik heb er een bijgestoken van de Fokke en mij, met pruiken op. Dat was een van de weinige foto's die ik heb. Ik hou geen foto's bij, zie je.

"Om nog even terug te komen op dat freelancen, wat ik ook ambetant vind is dat ik de dag na een laatste voorstelling moet gaan stempelen als ik niet meteen ander werk heb. Het is leuker om even uit te bollen, een weekje te kunnen nagenieten. Als je als acteur ergens vast verbonden bent kun je gemakkelijk eens enkele weken niets te doen hebben, maar als freelancer sta je meteen te stempelen. En dat gaat me niet af. Dan denk ik, gisteren stond ik nog voor een publiek te spelen en nu sta ik hier in een Brussels doplokaal. Niet dat ik mij daar te goed voor voel, maar ik zou wel wat tijd kunnen gebruiken om af te kicken van een voorstelling."

U bijt zich vast in het theater. Kunt u ook gemakkelijk loslaten?

"De weken voor een nieuwe première niet. Dan krijg ik ruzie met vrienden. 'We zien u niet meer,' zeggen ze dan, 'ge ziet ons zeker niet meer graag?' Natuurlijk zie ik ze graag, ik ben dan alleen te hard bezig. Maar nu is de kop eraf, Glanzen kan op tournee. Het eerste wat ik straks ga doen, is in de tuin werken. Een beetje wieden, wat binnen en buiten lopen, mijn vriendekes opzoeken of uitnodigen. Ik kan me heel goed ontspannen, ja. Behalve als de première niet goed geweest is. Een slechte voorstelling blijft aan mij plakken. Maar met Glanzen is alles goed gelopen. Ik mis mijn maten al een beetje. Vanochtend wilde ik Peter en Pieter al opbellen. Ik heb ze toch maar gerust gelaten. Volgende week zie ik ze al terug in Gent.

"Ik heb zin in de reisvoorstellingen van Glanzen. Het is een voorstelling met een serieus filosofische inslag maar met veel plaats voor humor. David Copperfield is de wereld van de illusie beu en wil Claudia Schiffer zijn liefde verklaren. Heel kostelijk. Een stuk waarin niet gelachen wordt, is niet goed. Zelfs met Shakespeare moet je kunnen lachen, vind ik toch. Anders is het allemaal te erg."

Vindt u dat het belangrijkste aspect aan mensen, een goed gevoel voor humor?

"Mensen met humor geven zichzelf meer bloot, ja. Die stellen zich kwetsbaar op. Van te veel ernst word ik ongemakkelijk. Pas op, de gesprekken die we voor Glanzen gevoerd hebben, waren soms behoorlijk serieus. Maar met Peter en Pieter zitten we direct ergens in de bomen. We lachen veel samen."

Uw rollen, hoe schrijnend of ernstig ook, geeft u altijd een komische slag. Waarom werkt die combinatie van tragiek en humor zo goed?

"Het is niet zo dat ik mijn personages bewust een komische noot meegeef. Als ik alleen maar ernstige woorden gebruik, is dat potsierlijk, dan loopt het altijd mis. Er komt snel humor piepen wanneer wij mensen het goed en serieus menen, maar er niet uit geraken. En we kunnen er wat van, al die grote uitleg altijd. Met veel moeilijke woorden, want we denken dat die ons allure geven. We willen goed overkomen. We willen begrepen, geloofd en bemind worden. Maar we verongelukken al snel in al dat geprobeer. We vallen door de mand. En dat geeft aanleiding tot komische situaties.

"In Glanzen begint Peter bijvoorbeeld een uitleg over de 'tijdloze rechtvaardigheid'. Ik begrijp er eerlijk gezegd geen snars van. Welnu, ik speel ook niet alsof ik het wel begrijp. Ik zeg: 'Ja, ik kan mij daar wel iets bij voorstellen.' Iedereen moet lachen, want zo'n reactie is heel herkenbaar. Iedereen heeft al honderd keer zoiets geantwoord op een uitleg waar hij in feite niks van snapt. Dat is net zoals: 'Het was wel een interessante voorstelling.' Als ze dat zeggen, kun je het schudden, want dan hebben ze er niks van begrepen. Of: 'Met momenten was het wel goed, zenne.' Eigenlijk kom ik constant humor tegen. (lacht)"

Glanzen speelt van 25 tot 28 april in Gent (Vooruit, 09/267.28.20), op 1 mei in Antwerpen (Arenbergschouwburg, 03/202.46.11) en op 7 en 8 mei in Leuven (Stuk, 016/320.300). Herhalingen van In de gloria, zondagavond op Eén.

Toneelspelen is geen oplossing presenteren, maar een probleem ter plekke aanpakken, zonder schaamteMensen met humor geven zichzelf meer bloot. Die stellen zich kwetsbaar op. Van te veel ernst word ik ongemakkelijk

Als je voor het eerst op het toneel gaat, sta je daar als een konijn in een lichtbak. Je weet niets meer, je lichaam is bang

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234