Dinsdag 25/01/2022

Een land van wolken en water

Herontdekte schilders van het licht (1830-1930) in galerie Tzwern, Brussel

Brussel

Van onze medewerker

Eric Min

Je moet het maar doen. Tien jaar geleden zette de Brusselse galeriehouder Maurice Tzwern in zijn eentje een tentoonstelling op over het kunstenaarsgezelschap Les XX. In 1998 volgde er een hommage aan Meunier met een uitgelezen ensemble van werken dat menig conservator maar wat graag in zijn eigen museum wilde opslaan. Vandaag heeft Tzwern andermaal toegeslagen.

Onder de titel De zang van het land, of de veranderlijke invloed van het licht in de Belgische schilderkunst van 1830 tot 1930 verzamelde hij een honderdtal werken van zowat alle landgenoten die het artistieke leven in de tweede helft van de negentiende eeuw hebben gekleurd. Brave academieleerlingen, vergeten ambtenaren die wel eens achter de schildersezel stonden, monumenten als Khnopff, Meunier, Laermans of Van Rysselberghe, de nieuwlichters Rops en Ensor... ze zijn allemaal present op een thematische tentoonstelling over het landschap, het ooit verguisde genre dat aan een langzame rentree toe is. Omdat er geen echte landschappen meer bestaan, of omdat er gewoon geen tijd is om ernaar te kijken?

Maurice Tzwern zal het niet tegenspreken: heeft hij deze tentoonstelling niet samengesteld omdat niemand anders het doet of zelfs maar de moeite neemt om even stil te staan bij het licht dat door de bladeren op een landweg valt? Een gevoel van rust is het eerste wat ons tegemoetkomt op de drie verdiepingen van de galerie bij de Kleine Zavel. Rust en licht, vloeibare wolkenlucht en het grijs van de zee, de zondag van de burgerman en de artiest. Schemering ook, en vlekjes zon in het vochtige sous-bois. Kleuren die de academiezalen waren ontvlucht, andere avonturen tegemoet. In de catalogus heeft Nicole Craenhals de tinten die ons tegemoet spatten, opgesomd. Groen: smaragdgroen, amandelgroen, watergroen, olijfgroen, absintgroen, jadegroen. Blauw: hemelsblauw, lavendelblauw, Nattier-blauw, zacht paarsblauw, grijsblauw, turkooisblauw. Grijs als een parel of de vacht van een muis, asgrijs. Het klopt: we moeten lang kijken en de schilderijen traag lezen om alles goed te zien.

De meeste schilders van wie het werk uit de beslotenheid van privé-verzamelingen en opslagplaatsen werd gehaald, gooiden de conventies van het romantische landschap overboord. Ze hadden al van het realisme gehoord; de Brusselaar Dubois was zelfs een leerling van Courbet. Ze trokken de stad uit en plantten hun schildersezel neer in de 'vrije' natuur. Wat Barbizon was voor de Fransen, zou bij ons de herberg 'De Vos' in Tervuren zijn, 'Au Repos des Artistes' in Anseremme, de Kalmthoutse Heide of Wechelderzande. Om geen tijd te verliezen en ook in de regen buiten te kunnen werken, liet Verstraete een woonwagenatelier bouwen met grote ramen die het licht naar binnen lieten stromen. In De Panne schilderde Artan in een wankele paalwoning op het strand. Boulenger en Van Camp trokken naar het bos van Tervuren; af en toe werkten ze zelfs samen aan hetzelfde doek. De schrijver Lemonnier noteerde dat zijn vriend Baron alle details van het landschap in zich opnam "als een man die een stuk grond wilde kopen". In het Rood-Klooster van Oudergem, waar hij zich samen met Vogels terugtrok, schildert Degreef 's winters in de sneeuw, met de laarzen aan en lurkend aan zijn pijp. Ze moeten snel zijn, want het licht is elk moment anders. Zes, zeven tinten groen heb je nodig. Het impressionisme is in de maak.

Wie kent Huberti of Lamorinière nog, tenzij van een straatnaambord? Enkele schilders hebben geschiedenis geschreven, de meerderheid is vergeten. Zo vreemd is dat niet: de nieuwe eeuw zat niet echt te wachten op vredige doeken vol bootjes, molens en vrouwen die takkenbossen dragen. Op een groot schilderij van Hagemans komt een herder met zijn kudde dichterbij, in voorspelbaar tegenlicht als op een pictoralistische foto van Léonard Misonne. Beide kunstvormen zijn door het militaire en het avant-gardistische geweld van de Eerste Wereldoorlog in de verdrukking geraakt, werden afgedaan als troost en tijdverdrijf voor de burgerij. Maar neem toch even de tijd om een doek als Van Strydoncks Rode kolen (1883) te bekijken, het Moeras van Ensor uit dezelfde periode of het groene, aan Vallotton herinnerende landschap van Léon Frédéric, dat ook op het omslag van de catalogus troont. De bootjes van Walter Vaes - van wié?

Ze zijn mooi, de schilderijen die Tzwern heeft verzameld. Onschadelijk en onschuldig. Het is er altijd een beetje herfst. Ze hebben tijd, tijd om geschilderd te worden, vergeten en opnieuw ontdekt. Niets van waarde gaat verloren.

De tentoonstelling loopt tot 19 juli in galerie Maurice Tzwern, Wolstraat 36 te Brussel (bij de Kleine Zavel). Inlichtingen: tel. 02/511.84.49. Elke dag, behalve 's maandags, open van 14 tot 19 uur. De toegang is gratis. De drietalige catalogus, een uitgave van Pandora, kost 2.000 frank.

Ze zijn mooi, de schilderijen die Tzwern heeft verzameld

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234