Dinsdag 06/12/2022

Een land met echte vrienden

De Amerikaanse presidentsverkiezingen eisen de aandacht van de wereld op. Is dat nog altijd terecht? Jazeker, want de VS laten de enige serieuze uitdager, China, met gemak achter zich.

Op een stormachtige ochtend in februari 2021 is de Amerikaanse president, nog maar net verkozen, met de pet in de hand op weg naar het IMF. Die internationale waakhond over overheidsfinanciën zit nog wel in Washington, maar de topman is inmiddels een Chinees. Hij overhandigt de president een lijst met eisen, waaraan de Verenigde Staten moeten voldoen om miljardenkredieten te ontvangen. De Amerikanen zijn bedolven geraakt onder hun schuldenlast en hebben geld van het IMF, dus China, nodig om de financiële markten tevreden te stellen. Op de wensenlijst staat de ontmanteling van dure marinebases in Azië en een belastingdruk op Amerikanen van minimaal 40 procent. Omdat de Amerikaanse president de kredieten bitterhard nodig heeft, capituleert hij voor China.

Met dit toekomstvisioen begint het boek Eclipse van de Indiase econoom Arvind Subramanian. De ondertitel is veelzeggend: 'Leven in de schaduw van China's economische dominantie'. Aan de hand van een econometrisch model stelt hij dat China al in 2010 de Verenigde Staten is gepasseerd als 'meest dominante economie ter wereld'. Die provocatie leverde hem vorig jaar een plek op in de top honderd van 'Global Thinkers' van het blad Foreign Policy.

Als Subramanian het goed ziet, kijken we massaal de verkeerde kant op. Alle media-aandacht die de Amerikaanse presidentsverkiezingen trekken, vormt dan een ritueel uit de 20ste eeuw, terwijl we allang leven in 'de eeuw van Azië'. In Europa zouden we niet gebiologeerd moeten zijn door de missertjes en snedigheden van Amerikaanse presidentskandidaten, maar ons behoren te verdiepen in wie die nieuwe Chinese leiders zijn. Want terwijl de Amerikanen op 6 november hun president tot 2016 kiezen, beginnen diens Chinese tegenvoeters aan een veel langere ambtsperiode: Xi Jinping en Li Keqiang worden deze maand als president en premier aangesteld tot, normaal gesproken, 2022. Tegen die tijd hebben de machtsverhoudingen zich definitief gewijzigd, verwacht Subramanian.

Natuurlijk moet China op weg naar mondiale dominantie nog wel allerlei hobbels nemen. Zo staat het land nog de gevolgen te wachten van het leeglopen van een 'vastgoedbubbel', met mogelijk een bankencrisis tot gevolg. Ook gaat vanaf 2015 de vergrijzing toeslaan en loopt de omvang van de beroepsbevolking procentueel terug. Subramanian, verbonden aan het Peterson Institute for International Economics in Washington, doet daar luchtig over. De Chinese groei stelt hij 'conservatief' op 7 procent, beduidend lager dan de 10 procent van de afgelopen drie decennia. Daarmee vindt hij dat hij tegenvallers voldoende heeft ingecalculeerd. "Je kunt veilig voorspellen dat hun financiële systeem in de komende vijf jaar een grote schok gaat krijgen. De vraag is: kunnen ze zich daar overheen zetten? Met een sterke, effectieve staat zoals die van China is de kans daarop groot. Dan kunnen ze daarna weer terugkeren op hun oude groeiniveau."

Voor de Verenigde Staten gaat hij uit van 2,5 procent, wat hij 'optimistisch' noemt in het licht van de periode 2006-2011, waarin de VS maar 0,7 procent groeiden. China komt dus vanzelf langszij en koerst de komende vijftien jaar in de richting van een 'G1'. Die werelddominantie zal tot uiting komen in de positie van de Chinese munt, "die de dollar over tien jaar heeft verdrongen".

Einde westerse wereld

Even overtuigd toont zich Martin Jacques. De Britse journalist en wetenschapper schreef When China Rules the World, dat zowel in het Westen als China een bestseller werd. Jacques voorspelt niet minder dan 'het einde van de westerse wereld', nu China weer zijn rechtmatige plaats in de wereld opeist. Tot het begin van de 19de eeuw was het land al de grootste beschaving en economie ter wereld, vervolgens is het bijna twee eeuwen in het slop geraakt, nu neemt China weer de touwtjes in handen. Ten onrechte heeft het Westen zijn eigen dominantie in de afgelopen twee eeuwen voor de natuurlijke stand van zaken aangezien. In de internationale politiek doet China zich nu nog kleiner voor dan het in werkelijkheid is, maar met kenmerkend geduld streeft het naar de dag dat het zich superieur over iedereen kan tonen. Dat voelen de Chinezen zichzelf nu al, meent Jacques, behept als ze zijn met hun 'Rijk van het Midden'-mentaliteit, waarin alles en iedereen aan hun land ondergeschikt is. Met leesbaar genoegen betoogt hij dat het Westen zijn borst nat kan maken.

Dit soort opgewonden toekomstvoorspellingen mogen er dan bij het publiek ingaan als koek, de werkelijkheid laat toch een ander beeld zien. Een vergelijking tussen de VS en China op economisch, militair en politiek vlak maakt dat duidelijk. Uit enquêtes blijkt dat een meerderheid van de Amerikanen meent dat hun land economisch al door China is ingehaald, maar in werkelijkheid is hun economie nog altijd twee keer zo groot is als die van China. Bovendien daalt de Chinese groei naar 8 procent, nog voor de vergrijzing in 2015 toeslaat. Dat lijkt nog altijd een hoog percentage, maar China heeft minimaal 6 tot 8 procent nodig om voldoende banen te creëren voor de miljoenen mensen die jaarlijks van het platteland naar de stad komen. Dat de Chinese groei nu al onder druk staat, illustreert de afhankelijkheid van westerse markten. De tegenvallende vraag uit Europa en de VS raakt China momenteel direct.

De militaire vergelijking valt zwaar in het nadeel van China uit. Alleen in aantallen soldaten ligt het Chinese leger voor, maar als het gaat om wapensystemen en financiële middelen dan blijven de VS zeker dit decennium onbereikbaar voor China. Tegenover dat ene vliegtuigdekschip dat China onlangs met veel fanfare in gebruik nam, staan er elf van de VS. Veelzeggend is ook het aantal militaire bondgenootschappen. Terwijl de VS er over meer dan veertig beschikt, moet China het vooral doen met Noord-Korea als militaire bondgenoot. Leerzaam is het perspectief dat Chinese beleidsmakers op de krachtsverhouding hebben: zij zien hun land 'omsingeld' door de VS, die met grote militaire bases in Zuid-Korea en Japan, bevolkt door tienduizenden soldaten, op de drempel van het Chinese huis zitten.

Op politiek vlak tonen de VS zich ook nog altijd oppermachtig. In de eigen regio weet China zich omringd door landen vol achterdocht. Die is veelal ingegeven door een oorlogsverleden, zoals in het geval van Japan en India, maar ook door de toenemende economische en militaire kracht van China. Landen als Vietnam en de Filippijnen zoeken in reactie daarop bescherming achter de brede rug van de Amerikanen. De VS verwelkomen dat uiteraard, want zij hebben de Aziatische regio tot hun eerste prioriteit gemaakt.

Portemonnee vs. waarden

Krijgt China dankzij zijn groeiende economische kracht niet toch ook meer bondgenoten - gaat de macht van de portemonnee niet in hun voordeel tellen? Een econoom als Subramanian is daarvan overtuigd, maar gaat daarmee te zeer voorbij aan het politieke systeem van China. Yan Xuetong, een invloedrijke hoogleraar politieke wetenschappen aan de Tsinghua University in Peking, betoogt dat een land over aantrekkelijke normen en waarden moet beschikken, wil het echte bondgenoten om zich heen kunnen verzamelen. In The New York Times legde hij de lat voor zijn land in 2011 hoog: China moet een 'hogere kwaliteit van moreel leiderschap bieden dan de Verenigde Staten'. Ga er maar aan staan.

Lekker handel drijven, tot je dienst, maar daarmee verwerft China alleen oppervlakkige bondgenoten. Met echte vrienden deel je waarden en kun je gezamenlijk optrekken, zoals de VS en Europa nog altijd doen. China ontbeert een dergelijke verwantschap met andere landen. De pogingen om die op te bouwen, worden nogal eens onderuitgehaald door binnenlandse misstanden. Die schrikken potentiële bondgenoten af.

Een eerste, noodzakelijke stap is dan ook het verkrijgen van het vertrouwen van de eigen bevolking, want alleen dan kan men elders enthousiast worden over 'het Chinese model'. Nu valt dat vertrouwen niet uit opiniepeilingen af te lezen, maar veel wijst erop dat het er niet al te best mee is gesteld. De kloof tussen arm en rijk is inmiddels groter dan in de VS; de milieuvervuiling leidt tot maatschappelijke protesten, waarvan er dagelijks naar schatting zo'n vijfhonderd door het hele land plaatsvinden; de sociale tekortkomingen, zowel wat betreft de oude dag als de gezondheidszorg, maken grote delen van de bevolking onzeker; en de corruptie is wijdverbreid, omdat leden van de Partij zich boven de wet geplaatst voelen.

Hoe gespannen de verhoudingen binnen het staatsapparaat zijn, blijkt uit het fenomeen van de 'naakte ambtsdragers'. Die ambtenaren hebben niet alleen zichzelf verrijkt, maar ook hun ontsnappingsroute geregeld. Vrouw en kinderen zitten in een villa in een westers land, terwijl ze zelf nog in China door werken, maar met een verblijfsvergunning achter de hand, mocht de nood aan de man komen. Hun aantal is onbekend, maar het zou om enkele tienduizenden functionarissen van de Partij gaan. Die nam in 2010 maatregelen tegen het fenomeen. Sommige categorieën ambtenaren moeten hun paspoort bij hun chef in bewaring geven.

Affaire-Bo Xilai

Bij de bevolking is het cynisme over de eigen leiders gevoed door de affaire-Bo Xilai, die het afgelopen jaar de Chinese politiek domineerde. De val van deze populaire, maar nu van corruptie en machtsmisbruik beschuldigde politicus is pijnlijk voor de Partij. Tot voor kort werd hij bewierookt, nu deugt hij totaal niet meer. Dat roept vragen op over het beoordelingsvermogen van de leiders. Wil het land het 'moreel leiderschap' gaan uitoefenen dat Yan Xuetong voor ogen staat dan zijn fundamentele, politieke hervormingen noodzakelijk. Maar in de afgelopen decennia is de Partij geconcentreerd geweest op machtsbehoud, dus minieme verandering.

Nu jaren van structureel lagere economische groei in het verschiet liggen, zullen de interne spanningen nog verder toenemen. Het Westen moet eerder hopen dat China niet ontspoort dan vrezen dat het de wereldmacht grijpt - alle bestsellers daarover ten spijt. Dat het naast een economische ook nog een politieke supermacht wordt, lijkt in het licht van het voorgaande vrijwel uitgesloten. Het Chinese 'model' is daarvoor simpelweg onvoldoende aantrekkelijk voor anderen.

Dat ligt anders bij het Amerikaanse politieke systeem. Natuurlijk is daar allerlei kritiek op mogelijk, bijvoorbeeld op de wijze van financiering. Maar het behoeft nauwelijks betoog dat het wereldwijd over meer krediet beschikt dan dat van China. Neem alleen al het verschil in de manier waarop de hoogste leider wordt verkozen. Toekomstig president Xi Jinping verkreeg zijn functie door achter de schermen de juiste connecties op te bouwen, een ondoorzichtig proces waar welwillende buitenstaanders moeilijk enthousiasme over kunnen veinzen. In de VS mag de 20-jarige student Jeremy Epstein tijdens een rechtstreeks uitgezonden debat aan de presidentskandidaten kritisch vragen of hij straks wel op een baan kan rekenen. Welke van beide systemen op sympathie mag rekenen, ligt voor de hand.

De VS vormen met al hun interne problemen niet langer de onaantastbare supermacht, die het land aan het begin van deze eeuw nog wel dacht te kunnen blijven. Maar het eigen 'verval', waar in de Amerikaanse media in het voorbije decennium uitgebreid over is gediscussieerd, moet ook weer niet worden overdreven, net zo min als de opkomst van China. Alle aandacht daarvoor heeft geleid tot overspannen denkbeelden, die nog maar weinig met de werkelijkheid te maken hebben. Zowel economisch, militair als politiek valt niet in te zien hoe de Verenigde Staten dit decennium hun koppositie aan China kunnen kwijtraken. Op 6 november kijken we dus niet de verkeerde kant op - de Amerikaanse presidentsverkiezingen blijven onze volle aandacht waard.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234