Zaterdag 03/12/2022

Een knipoog van de geologie

Vier grote geesten over het einde van een tijdperk

door Griet Vandermassen

Umberto Eco, Stephen Jay Gould, Jean-Claude Carrière en Jean Delumeau in gesprek met Catherine David, Frédéric Lenoir en Jean-Philippe de Tonnac

Uit het Frans vertaald door Nele Ysebaert Boom, Amsterdam, 257 p., 790 frank.

Men neme de toevallige beslissing om gebruik te maken van een decimaal getallenstelsel en van Arabische cijfers, waardoor de vier datumcijfers maar één keer in de duizend jaar allemaal tegelijk veranderen. Men voege daar twee menselijke kenmerken aan toe: de behoefte in een chaotische wereld regelmaat en zin te ontdekken, en de ontwikkeling van specifieke mythen om aan die behoefte te voldoen. Het resultaat: veel commotie rond het jaar 2000, een op zich uiterst onbeduidende overgang die vanuit menselijk oogpunt echter een diepe betekenis krijgt. De marketing ervan oogt dan ook heel wat minder onbeduidend; het aantal millenniumboeken schijnt onderhand het magische getal 2000 te willen evenaren. Gelukkig zit er koren tussen het kaf, zo bewijst Gesprekken over het einde der tijden, een toegankelijk werkje waarin vier grote geesten hun licht laten schijnen op duistere vraagstukken over het einde van een tijdperk.

Wat houdt het 'einde der tijden' eigenlijk in? Welke filosofische betekenis heeft het begrip tijd? Wat is de balans van tweeduizend jaar christelijke beschaving en wat staat er in onze volop veranderende samenleving op het spel? De Franse journalisten Catherine David, Frédéric Lenoir en Jean-Philippe de Tonnac grepen het jaar 2000 aan om over die kwesties van gedachten te wisselen met semioloog Umberto Eco, paleontoloog Stephen Jay Gould, scenarist en oriëntalist Jean-Claude Carrière en godsdiensthistoricus Jean Delumeau. Precies aan die combinatie van deels overlappende, deels complementaire invalshoeken - grofweg te omschrijven als de filosofische, de wetenschappelijke, de oosterse en de christelijke - ontleent het boek zijn meerwaarde. Het levert meestal zowel amusante als diepzinnige beschouwingen op - meestal, want Delumeaus theologische ernst en ellenlange bijbelcitaten komen de pret soms vergallen. De drie anderen laten zich niet door een dogmatische geloofsvorm weerhouden van avontuurlijke en oneerbiedige bedenkingen.

Zoals Carrière uiteenzet is het einde der tijden natuurlijk niet het einde van de tijd, wel van de door ons geleefde tijd. Dat menselijk perspectief maakt het hele verschil. Binnen onze organisch beperkte 'cerebrale' tijd kunnen we ons onmogelijk de duizelingwekkende ouderdom van het universum voorstellen, en daarom vallen we terug op de idee van de schepping, met haar buitengewone eenvoud en haar bewezen onjuistheid. Maar eigenlijk, aldus een levendige Gould, heeft de wereld al vele malen het loodje gelegd en dankt de mensheid daaraan haar bestaan. De evolutie is geenszins een rustig kabbelende stroom, ze is gefraseerd door een aantal massale uitstervingen. Doordat een meteoriet de dinosaurussen uitroeide lopen wij hier nu rond. Als wij op onze beurt uitsterven, trekt de kosmos zich daar geen moer van aan en de aarde herstelt zich wel van ons geknoei, ook al kost het haar miljoenen jaren. Voor ons mensen is die tijdschaal echter niet relevant. Onze levensduur, die van onze ouders en kinderen: dat is onze tijdelijkheid. Voor een geoloog geldt een millennium als een knipoog, voor de menselijke ervaring echter als een reusachtige tijdsspanne. Het Indische tijdsbegrip, legt Carrière uit, sluit aan bij dat kosmische perspectief: volgens de Indiërs kan een beschaving in een paar seconden verdwijnen en weer ontstaan. Niet zo absurd, want wat is in de ogen van de kosmos het verschil tussen enkele seconden en een paar miljoen jaar?

De onomkeerbaarheid van de tijd geldt voor alles, op één uitzondering na: de elementaire deeltjes. Carrière zet het uiterst fascinerende gegeven uiteen dat zodra een lichaam 'zijn tijd gehad heeft' de deeltjes waaruit het bestond zich vrijmaken en zich opmaken voor een nieuw avontuur, een nieuwe vorm. Elektronen of neuronen sterven niet, ze zijn te glad om in de greep van de tijd te komen. Pas wanneer deeltjes zich tot atomen vormen, en atomen tot moleculen, komt de tijd in beeld. Tijd is de tol die vormen betalen voor hun bestaan, terwijl hun innerlijke materie ongewijzigd blijft.

Niets wijst erop dat de samenleving een speciale angst voor het jaar 2000 heeft, daarover zijn de vier het roerend eens. Altijd hebben zonderlingen het einde van de wereld gepredikt, stelt Eco, niets nieuws onder de (ondergaande?) zon dus, alleen beijvert de pers zich nu hardnekkig om een psychose te creëren. Toch heeft de profane wereld ook haar apocalyptische angsten: de nucleaire en ecologische problematiek, de Noord-Zuid-kloof, enzovoorts. Maar terwijl religieuze eschatologische doctrines meestal een paradijslijke wederopstanding beloven, eindigt voor niet-christenen alles wanneer de planeet er de brui aan geeft en daarom verdringen ze hun angsten. De mensheid realiseert zich nog niet wat er werkelijk op het spel staat. Het proces van milieuvernietiging begon natuurlijk al met de uitvinding van het vuur, of nog verder terug, met de eerste klap op een vuursteen. Als we echter niet met de aarde onderhandelen, nagaan in hoeverre ze ons verdraagt, kan dat tragische gevolgen hebben.

Eco zet zich hiermee af tegen de radicaal-milieufilosofische visie op de mens als indringer op de planeet. We zijn een deel van de evolutie, uitgerust met een hinderlijke neiging tot voortdurend veranderen. De vraag of de mens door genetische manipulatie de evolutie kan wijzigen, bevat dan ook een filosofische denkfout, aldus Gould. Ze suggereert immers een vooropgezet natuurlijk proces waarin wij binnendringen om het te ontregelen. Wel lijkt het genetische onderzoek het proces te kunnen versnellen, we staan in een tot dusver ongeëvenaarde wisselwerking met andere levensvormen. Maar het avontuur begint pas en we zullen zeker nog op grenzen en wetten stuiten. Ondertussen zullen we voortgaan met het vertellen van verhalen over het leven en de wereld. Die verhalen horen bij ons, hoe beperkt en misleidend soms ook. Giordano Bruno zei terecht dat onze theorieën over de natuurlijke orde als voertuigen of als ketenen kunnen werken. "Geen menselijke strijd," besluit Gould enigszins hoogdravend, "is nobeler dan die welke we voeren om de ketenen stuk te slaan en vooruit te komen met behulp van de voertuigen van het begrip." Met Gesprekken over het einde der tijden als trekpaard raken we alweer een eindje verder.

Eigenlijk heeft de wereld al vele malen het loodje gelegd en dankt de mensheid daaraan haar bestaan

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234