Zondag 21/07/2019

Een kleine a met een groot hart

Ontwerpster Agnès Troublé dertig jaar in het vak

Voor iemand die regelmatig herhaalt dat mode haar niet interesseert, houdt ze het toch goed vol. De Franse ontwerpster agnès b. zit al 30 jaar in het vak, en zopas opende ze haar eerste Belgische boetiek in Brussel. Op de toonbank staat altijd een doos met

gratis condooms. 'Ik heb te veel vrienden aan aids verloren.'

Door Agnes G.

Als je één kledingstuk moet noemen dat je automatisch met agnès b. associeert, dan is het de katoenen cardigan met drukknopen. Miljoenen zijn ervan verkocht. "Ik hield van het klik-klakgeluidje", zegt ze. Maar ze liet zich ook inspireren door de 18de eeuw. "Je ziet op de schilderijen dat ze in die periode de knopen heel dicht op elkaar zetten, als van een soutane." Ze werd er zo beroemd dat het Centre Pompidou er in 1996 zelfs een tentoonstelling aan wijdde, Des photographes et le cardigan pression, en op de jongste kunstbeurs Fiac droegen de hostessen er een variant van. Die ligt nu ook in de winkel, hij heeft een V-hals en drukknopen helemaal rond de hals. Er is zelfs een versie met blote rug.

Onder haar stylistennaam agnès b. is Agnès Troublé vooral erg populair bij een lichtjes artistiek-intellectueel publiek. Ze houden van haar no-nonsensekleren, waarmee je nooit opvalt, maar altijd gezien mag worden. Nog een onverslijtbaar stuk in haar collecties - zowel voor mannen als voor vrouwen - is het gestreepte T-shirt. Het is van stevig, zwaar katoen en heeft lange, smalle mouwen. Ook daarvan zijn er al tonnen over de toonbank gegaan. "Ik hou van eenvoudige kledingstukken, die je aantrekt zoals een kind zich kleedt", zegt de ontwerpster/zakenvrouw. Ze is even met me op de bank gaan zitten, in een zijkamertje van haar nieuwe boetiek. Haar lichtblonde haren zijn nonchalant met speldjes opgestoken, ze draagt een zwarte jeans, zwart jasje en baskets. Ze is de zestig voorbij, maar haar stijl is onveranderd gebleven. "Vanbinnen ben ik nog precies dezelfde, ik voel me niet veranderen, en mijn vijf kinderen zouden ook niet willen dat ik verander." Maar ze wil toch niet op de foto: "We hebben hier de hele middag gewerkt om alles in orde te krijgen. Ik wou dat grote kunstwerk van Christophe Bisson nog tegen de muur krijgen, en ik heb niet eens de tijd gehad om me te verkleden."

Agnès b. is geen ontwerpster als de anderen. Ze gaat nooit naar een defilé kijken van collega-ontwerpers, ze heeft lak aan modetendensen, ze adverteert niet en ze heeft zelf nog nooit een defilé gegeven (behalve nu een feest voor haar 30 jaar). "Je ne fais pas de vêtements de podium", antwoordt ze als ik haar naar het waarom daarvan vraag. "Mijn kleren vereisen intimiteit. Ze zijn zo eenvoudig. Het zijn kleren, geen mode."

De b. in haar merknaam heeft ze gehouden van haar eerste echtgenoot, de uitgever Christian Bourgois met wie ze trouwde toen ze zeventien was, met wie ze snel een tweeling kreeg, en van wie ze gescheiden is. Ze is opgegroeid in Versailles, in een burgerlijke, welgestelde familie, omringd door kunst. Ze leerde tekenen aan de Ecole des Beaux Arts en las alles wat ze te pakken kon krijgen over Versailles. "Dat is zo fenomenaal, wat zich daar allemaal heeft afgespeeld, in dat kasteel, in die tuinen." Versailles heeft haar getekend, zegt ze. Het echte Versailles dan, niet dat van Sophia Coppola. "Die film is me helemaal niet bevallen, het leek eerder een commercial voor de makarons van Ladurée. Marie-Antoinette is volgens mij een heel moedige vrouw geweest, en het is helaas slecht met haar afgelopen. "

Van film weet ze wel iets, ze heeft in 1997 zelfs een eigen productiebedrijfje opgericht, Love Streams, zo genoemd als hommage aan John Cassavetes. Ze coproduceerde verscheidene langspeelfilms, kortfilms en kunstenaarsprojecten. "Ja, ik heb ook nog mijn kunstgalerie in Parijs. Daar exposeer ik vooral jonge fotografie, momenteel loopt er een tentoonstelling van Ryan McGinley (tot 2/12 - AG). Of die contacten met de kunstwereld mijn mode voeden? Dat weet ik niet. Ik ben iemand die vaart op haar intuïtie. Mijn galerie is mijn snoepje, de kleren zijn mijn werk."

Maar dat werk heeft ze altijd gedaan op een vrije, onafhankelijke manier. Op haar negentiende had ze twee kinderen en moest ze de kost verdienen. Haar werk als styliste werd opgemerkt door het weekblad Elle, dat haar engageerde als moderedactrice. Als freelancestyliste werkte ze later o.a. voor de prêt-à-portermerken Pierre d'Alby, Cacharel en Dorothée bis, maar na een poosje was ze dat anonieme werk beu. Ondertussen beleefde Parijs zijn revolutie, en die gebeurtenissen drukten ook op haar een stempel. Het onconventionele en het gezonde wantrouwen voor gevestigde waarden zal ze altijd blijven meedragen.

In 1973 deponeert ze haar eigen merk, in 1975 opent ze haar eerste winkel in een voormalige slagerij in de rue du Jour. De buurt van de Hallen is op dat moment in opkomst, ze bevindt zich in de overgangsperiode tussen de oude voedselgroothandels en de nieuwe inwijkelingen die er zich vestigen met kleren, boeken en platen. Haar winkel met witte tegels aan de muur wordt een vaste stop voor vrienden, die er graffiti op de muur mogen spuiten, waar kinderen rondscharrelen, een kanarie rondvliegt en muziek te horen is. Het aanbod is beperkt, maar het zijn de kleren die je als jongmens hebben wilt: een zwart lederen jasje, een goed zittend T-shirt, een witte blouse, een lange sjaal, een variant op het maojasje. Haar reputatie doet snel de ronde en in 1980 opent ze haar eerste buitenlandse filiaal, in Soho, New York. Een jaar later volgt de eerste herenboetiek, en lanceert ze haar kinderlijn. In 1984 volgt de Galerie du Jour, in dezelfde straat. Die is inmiddels verhuisd naar de rue Quincampoix en uitgebreid met een boekhandel. Samen met enkele kunstbroeders lanceert ze het gratis blad Point d'Ironie. het verschijnt altijd op hetzelfde, grote formaat, acht keer per jaar, en wordt telkens door een andere kunstenaar gemaakt. Het jongste nummer is gewijd aan Damien Hirst en ligt in de winkel in Brussel om mee te nemen. Zo lopen kunst en kleren voortdurend door elkaar. Tja, wat is ze, eigenlijk, agnès b. Voelt ze zich créateur, mecenas, pdg? "Ik ben vooral iemand met gezond verstand", antwoordt ze daarop. "Natuurlijk sta ik aan het hoofd van een groot bedrijf en moet ik dat in goede banen leiden. Maar ik heb nog altijd geen ontwerpstudio, ik teken alles zelf. Ik heb alles al doende geleerd, en ik voel me niet te beroerd om de handen uit de mouwen te steken."

Daarbij heeft ze ook zeer open geest, ze is gelovig, en ze draagt ze het hart op de juiste plaats. In haar bedrijf in Frankrijk werken 350 mensen van 40 verschillende nationaliteiten. "Als je man niet in de gevangenis zit, seropositief is of werkloos, heeft hij weinig kans om door Agnès in dienst te worden genomen", zei haar broer ooit schertsend in een interview. Hoe komt ze aan dat lappendeken van personeel? "Dat ontstaat vanzelf, omdat we geen ostracisme toepassen", antwoordt ze, "en omdat er ook een vorm van coöptatie bestaat. Het ene personeelslid brengt het andere aan. Daardoor blijft de sfeer ook goed."

Naast haar kledingcollecties ontwikkelt ze ook een waaier van accessoires, gaande van lederwaren (met Sazaby), horloges (met Seiko) en brillen (met Lamy). Cosmetica en parfum worden verkocht per postorder, met Trois Suisses. "We hebben 1 miljoen klanten die op de catalogus bestellen, ik was daar zelf ook verbaasd over. Met Club des Créateurs de Beauté zijn wij in Frankrijk de nummer één van de maquillage, nog voor Chanel. Het is een divisie van l'Oréal, die doen dat heel goed. Ikzelf houd me persoonlijk bezig met de catalogus, hoe je de producten voorstelt, de lay-out, alles. Als je de producten niet kan ruiken of voelen, is dat natuurlijk heel erg belangrijk."

Van de kleding wordt nog 70 à 75 procent in Frankrijk gemaakt. "Ik blijf trouw aan mijn leveranciers van het begin, maar de kleine ateliers krijgen het bijzonder moeilijk om te overleven. Jasjes voor herenkostuums, dat krijg je bijna niet meer gemaakt, vandaar helaas, ook de prijzen. Maar er is een savoir-faire in Frankrijk die je in ere moet houden. Ik vind dat je een ethiek moet hebben op dat vlak, het is geen chauvinisme van me, maar een kwestie van trouw."

"De boetieks moet ik soms wel wat aansporen. Het syndroom van dit beroep is dat ze altijd willen aankopen wat ze het seizoen voordien goed hebben verkocht, maar zo geraak je natuurlijk niet vooruit. Ik creëer voortdurend nieuwe dingen, weliswaar in dezelfde stijl, en daarin moeten ze maar meegaan. "

En de condooms? "Daar zijn we mee begonnen in onze eerste winkel, en daar doen we mee verder. Iedereen mag er gratis een greep in doen, zelfs als je niets koopt in de winkel. Voor ons, is dat uiteindelijk peanuts. In onze winkels in Japan hebben we er al meer dan 1,5 miljoen uitgedeeld. Ik vermeld dat apart, omdat Japan nog maar pas wil toegeven dat er aids in het land bestaat. We steunen ook Act Up (actiegroep ontstaan in het homomilieu die opkomt voor hiv-slachtoffers - AG), maken er T-shirts voor en nog allerlei andere dingen, zoals het werk van Abbé Pierre en de ACPT, die opkomt voor slachtoffers van kinderprostitutie."

Wie naar haar website www.agnesb.com surft, wordt meteen ook geconfronteerd met de veelzijdigheid van haar activiteiten. Zo loopt er in Londen ter gelegenheid van Wereldaidsdag en tot eind december een tentoonstelling van Matthew Clerk en George O'Shaughnessy. de opbrengst van hun werk gaat naar Artisjustaname, waarvan zij de stichters zijn. ze zetten zich o.m. in om kinderen in ziekenhuizen aan te sporen zich artistiek te uitren.

En zelfs in haar kleren zit een snuifje activisme. "In de show ter viering van onze 30 jaar hadden we vier of vijf belles rondes, superbe meiden, fors van gestalte, mooi gemaquilleerd Omdat ik merk dat er steeds meer jonge meisjes zijn die een grotere maat nodig hebben. Onze show viel net samen met de hele heisa rond de anorectische modellen. Dat was puur toeval, ik had die belles rondes al veel eerder gepland. Maar daardoor kregen we natuurlijk meer aandacht dan normaal."

Ons gesprek zit erop. Maar de avond nog niet. Ze neemt haar dikke zwarte viltstift en schrijft op de nog maagdelijk witte muren van de boetiek een zinnetje ter herinnering van de opening. "Ik hou van Brussel, leuke stad", zegt ze tot afscheid. n

info

agnès b., Waterloolaan 27 (achter Delvaux), 1000 Brussel.

Mijn kleren vereisen een intimiteit. Ze zijn zo eenvoudig. Het zijn kleren, geen mode

Ik ben iemand die vaart

op intuïtie

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden