Maandag 10/05/2021

Een klein visje in de grote oceaan

Twaalf jaar geleden laadde Laure-Anne Bosselaar al haar bezittingen, 'tot punaises en elastiekjes toe', in een container, liet huwelijk, ouders en Brussel achter zich en maakte dat ze met haar kinderen wegkwam, naar Amerika. Ze vond er een nieuw leven, en de vrijheid zich uit te spreken. Letterlijk: haar debuutbundel The Hour Between Dog and Wolf, met een voorwoord van Charles Simic, is er het in haar nieuwe vaderland enthousiast onthaalde resultaat van.

Herman Jacobs

Zou u mij toelaten om 'je' te zeggen, anders ga ik ieder keer struikelen," vraagt ze aan het begin van het gesprek. "Struiui-ke-len," herhaalt ze, het woord proevend als iemand die verbaasd is over de exotische klank ervan.

Exotisch is haar moedertaal ondertussen ook wel een beetje geworden voor Laure-Anne Bosselaar - na twaalf jaar in Amerika doorspekt ze haar Nederlands met Engels. Hoewel, moedertaal. Die heeft ze eigenlijk nooit bezeten.

"In Amerika lees ik heel vaak 'Loving You in Flemish' voor," vertelt ze (zie het gedicht op p. 28), "en als ze dat Vlaams horen! Dat heb ik aan Wannes Van de Velde te danken. Ik luister zo vaak naar die plaat van hem met 'Ik wil deze nacht door de straten verdwalen' erop. Net toen ik dat lieke gehoord had, dacht ik: 'Let me love you in my tongue', you know? Al is het eigenlijk mijn taal niet, ik ben een totale bastaard, ik heb helemaal geen moedertaal. Maar als ik mocht kiezen, zou ik zeggen: 'Flemish is my mother tongue.' En in Amerika zeg ik: 'I'm Flemish.' That's what I feel. Dat is waar ik naar mijn gevoel toe behoor - al behoor ik eigenlijk helemaal nergens toe."

"Je moet weten, mijn vader was van Leeuwarden. Als er een stereotype van de Fries bestaat, dan mijn vader wel. Gesloten, koud... Enfin, een Fries hè. Mijn moeder kwam uit Charleroi. Mijn vader sprak Hollands tegen haar. (Imiteert noordelijk accent:) 'Wat dacht je ervan als we vanmiddag gingen wandelen. Maar zij moet niet mee.' En dan zei m'n moeder: 'Ton père voudrait se promener cet après-midi, mais toi, il voudrait mieux que tu restes à la maison.' Net of ik niet verstond wat mijn vader zei. Ze spraken altijd via de ander. En ik was dus de 'zij'. Mijn vader sprak altijd Hollands tegen mijn moeder en mijn moeder altijd Frans tegen mijn vader. Met mij daartussenin. Dus wat is mijn moedertaal? Misschien ben ik wel een echte Belgische."

In de eerste afdeling van haar debuutbundel, 'The Worlds in This World', die voornamelijk lange verhalende gedichten bevat, kijkt Bosselaar terug op een jeugd die zich wel in de middeleeuwen lijkt te hebben afgespeeld. Nonnenkloosters, het kleinsteedse Vlaanderen, het katholicisme... "Leek Street in Bruges was a cul-de-sac so narrow / cars never scarred its mossy cobblestones. / Every house had a niche above the door / for a Saint, and a little garden framed by / high brick walls (...)" (uit het gedicht 'Leek Street'). Voor Amerikanen ongetwijfeld een heel exotische wereld.

"Extremely exotic. En je vraagt je weleens af hoe goed ze het eigenlijk kunnen plaatsen. Iemand zei eens tegen me: 'Weet je, ik ben zo dol op België. We zijn de Rijn afgevaren en daar zagen zo'n klein kerkje, schitterend in de zon, en ik zei tegen mijn man: Honey, this is where I want to live. And, I mean, Belgium has always had that little place in my heart.' De Rijn af, jawel. Zagen ze daar een dorpken hè, naast München of zo. Dat was dan België.

"Het is niet zo dat ik het per se daarover wilde hebben, die hele Vlaamse mythologie. Maar ik kan niks anders schrijven. This is all I can do. Ik bedoel, ik heb ook in het Frans geschreven. Driehonderd gedichten. Ik heb ook nog een Franse dichtbundel gepubliceerd, toen ik nog in België was. Ik heb er misschien 125 verkocht. Forget it. Het was een slecht boek. Hermetisch, 'modern' - het deugde niet. Nee, dit is waar ik het blijkbaar over moest hebben.

Tegelijk is The Hour between Dog and Wolf een liefdesverklaring aan Amerika. Het slot van de bundel, de laatste alinea van het mooie slotgedicht 'Inventory', luidt niet voor niets: "In Belgium, the day is almost over. / Soon, a new century will make History: miserere. / Four larches grow in my garden: one for my son, one for my daughter - / and far from a moor in Flanders, the other two fuse / here: in America. In America."

"Weet je, Amerika heeft mij de vrijdom gegeven om het te zeggen, om het allemaal te vertellen. Nu, met een paar jaar afstand, lijkt het belachelijk, maar ik durfde die verhalen niet vertellen. Ik schaamde me ervoor. Een antisemitische vader, mishandeling, seksueel misbruik, all that stuff... Ik woonde in Brussel en ik werkte zo'n beetje, maar ik durfde er niet mee naar buiten te komen. Dat lukte pas in Amerika, toen ik mijn man heb ontmoet. Hij zei me: 'Go back to college, learn to write in English, say it. You have stories to tell.' En hij liet me Amerikaanse dichters lezen, en toen had ik het gevoel dat zij mij, ja, de permissie gaven om te schrijven.

"Ook net doordat het in een andere taal was. Je durft meer hè. Zo'n beetje als in het vliegtuig of de trein, als je een gesprekje aanknoopt met de man of de vrouw naast je, dan zeg je veel meer, omdat je weet dat je hem of haar nooit meer zult zien. I had a new tongue. I could talk. Ik was vrij. Het was bijna alsof ik in een gevangenis had gezeten hier. En ginds, ver van hier, - want de meeste gedichten zijn in Colorado geschreven, op een berg, 8700 feet hoog - zat ik ver genoeg om te mogen spreken.

"Ik schrijf wel al sinds ik zes jaar oud ben, maar in het geheim. Kleine gedichtjes, rijmpjes, voor mezelf. Ik zat bij Vlaamse nonnekes op school. En daar leerden we Vlaamse poëzietjes hè, van Guido Gezelle en zo. (Citeert zangerig:) 'O krink'lend wink'lend waterding, met 't zwarte kapoteken aan...'

"Schrijven was voor mij een manier om te uiten wat ik niet mocht zeggen als kind. Van de nonnen mag je dingen niet zeggen, en er zijn ook dingen die je niet durft. En op het college moest ik gewoon mijn mond houden. Want als ik mijn mond opendeed, dan kreeg ik miserie. En thuis - poëzie schrijven en van literatuur houden, dat was dus voor mijn vader het laagste wat je kon doen. Ik herinner me, als ik uit de nunneries kwam en ik nam de tram, dan ging ik de boeken kopen die op de index stonden. Of stelen, omdat ik geen geld had. Ik ben eens thuis gekomen met Sartre in mijn tas - ik hield heel erg van theater, en ik had La Putain respectueuse gekocht. Nooit heb ik zo'n klop gekregen. I mean, he beat me to a pulp."

Sinds ze in Amerika woont, draait Bosselaars leven om de poëzie. Ze schrijft niet alleen zelf, ze doceert ook, ze geeft een Advanced Poetry Workshop aan Emerson College in Boston, ze is mede-organisator van de Aspen Writers Conference, ze vertaalt Frans- en Nederlandstalige poëzie in het Engels en stelt samen met haar man, de dichter Kurt Brown, bloemlezingen samen. Thematische anthologieën, zoals Night Out. Poems about Hotels, Motels, Restaurants and Bars en Drive, They Said. Poems about Americans and Their Cars.

"Kijk, je kunt daar misschien denigrerend over doen, en het is natuurlijk heel Amerikaans, maar er staan echt wel goeie dingen in, tot Pulitzer Prize- en Nobelprijswinnaars toe. En het is een goeie manier om poëzie bij de gewone lezer te krijgen, want die bloemlezingen verkopen dus met duizenden. En dat is wat ik wil. Ik wil helpen met mijn gedichten, ik geef niks om elitaire, academische poëzie.

"Je kunt zeggen, wie ben ik, alles is toch al eens gezegd - maar ik dan herinner ik me altijd wat een van leermeesters, de Amerikaanse dichter Stephen Dobyns, eens tegen mij heeft gezegd. 'Listen. You only have one voice. All you can do is talk. So do it. You have to publish, you have to talk, for all the ones who can't, or for the ones who won't.' Natuurlijk, ik ben maar een van de kleine visjes in de grote oceaan der dichters. Maar al die visjes hebben voor mij hetzelfde recht en zijn voor mij even belangrijk."

Laure-Anne Bosselaar, The Hour Between Dog and Wolf, met een voorwoord van Charles Simic, BOA Editions Ltd., Rochester, New York, 95 p., 12,50 dollar.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234