Dinsdag 18/02/2020

'Een kinderboek illustreren is vuil werk'

De ene noemt zich knutselaar, de andere is een echte 'ouderwetse' tekenaar. De ene zit al meer dan twintig jaar in het vak, de andere is net begonnen. Maar over één ding zijn Gerda Dendooven (50) en Mattias De Leeuw (23) het eens: het draait allemaal om de drive van het creëren.

Waren jullie als kind al verwoede tekenaars?

Mattias De Leeuw: "Ik heb altijd heel veel getekend. In de kleuterschool was er een leerkracht die dat zeer sterk stimuleerde. Zij gaf me ooit de opdracht om tekeningen te maken terwijl ze in de klas Andersens sprookje 'Wat vader doet, is altijd goed' vertelde. Nadien heb ik tekenacademie, beeldende vorming en illustratie gevolgd. Ik ben eigenlijk altijd blijven tekenen. Dat doe ik het liefste."

Gerda Dendooven: "Ik tekende als kind niet zo veel, ik knutselde en prutste vooral."

Geen kleuterjuffen die jou stimuleerden?

Dendooven: "Nee, dat waren nonnen. Haken en breien, dat stimuleerden ze. (lacht) Maar nu je het zegt, ik had wel een kleuterjuf die heel goed kon tekenen. Ik zat eigenlijk bij een andere non in de klas, maar toen ik zag dat de juf van de klas ernaast elke dag een prachtige tekening op het bord maakte, heb ik mijn moeder de oren van de kop gezaagd om van klas te mogen veranderen. Dat is uiteindelijk gelukt en daar ben ik nog altijd heel blij om.

"Zelf tekende ik wel eens, maar knutselen vond ik veel leuker. Knippen en plakken, dat deed ik. Mijn moeder zei altijd tegen mij, mijn zussen en broers: hou je bezig. Er waren lappen stof, papier, behangboeken. En dus hielden wij ons daarmee bezig."

Wanneer ben je van 3D naar 2D overgegaan?

Dendooven: "Ik weet het niet. Ik denk dat ik eigenlijk altijd bij 3D gebleven ben. Nog steeds maak ik collages en pruts ik met papier. Tekenen was niet mijn eerste liefde."

De Leeuw: "Als jij steeds met collages werkt, ligt jouw atelier dan helemaal vol snippers? Ik vind dat verschrikkelijk. Tijdens mijn opleiding heb ik allerlei dingen uitgeprobeerd. Ook collages. Tussen het toetsenbord van mijn computer zaten snippers, op de grond, tussen het parket. Zot werd ik daarvan. (lacht)"

Dendooven: "Het meest ellendige aan een boek maken is dat het zo vuil is. Al die vuiligheid en rommel, man toch. Elke
De Leeuw: "Ik heb gewoon een plakkaatje met mijn verf en mijn borstels. Ok, mijn bureau ligt vol potloden, maar dat hoort zo. Je kunt nu eenmaal niet proper werken."

Mattias, waarom heb jij ervoor gekozen om als eindwerk een prentenboek te maken?

De Leeuw: "Kinderboeken maken is niet noodzakelijk het logische gevolg van mijn opleiding. In het derde jaar kregen we de opdracht om iets uit te proberen dat we altijd al hadden willen doen. Voor mij was dat een boek maken. Tijdens het tekenen verzon ik een verhaal. Het ontstond al doende. Dat vond ik zo leuk dat ik hetzelfde wilde doen voor mijn eindwerk."

"In de zomer voor mijn masterjaar ben ik op reis geweest in Noorwegen. Twee weken lang stappen en veel tekenen. Zo is het idee van de steltenloper ontstaan. Al was het niet meteen de bedoeling om er een kinderboek van te maken. Plots kwam ik op het idee om kinderen mee een verhaal te laten bedenken. Daarom heb ik met een klas uit 't Speelscholeke in Deurne gecorrespondeerd. Ik schreef hen elke week een brief in naam van de steltenloper en zij reageerden. Op een dag zou ik een workshop gaan doen met die kinderen. Ik heb daar zelf op stelten rondgelopen en ben heel hard gevallen. Ik heb toen mijn arm gebroken."

Dendooven: "Je tekenarm?"

De Leeuw: "Neen, gelukkig niet. Maar toch werd tekenen moeilijk. Ik kon niets meer doen. Toen besliste ik: dit is het moment om een verhaal te bedenken. Met al het materiaal dat de kinderen hadden aangereikt ben ik beginnen fantaseren. Het boek is dus het resultaat van een heel proces."

Dendooven: "Teken jij eigenlijk veel naar waarneming?"

De Leeuw: "Nee, ik teken altijd uit mijn hoofd. Soms blader ik wel eens even in reisboeken. Maar nooit om foto's na te tekenen. Vaak weet ik op voorhand ook niet honderd procent hoe mijn beeld er zal uitzien."

Dendooven: "Put jij puur uit je visueel geheugen als je een bepaalde houding wil tekenen? Iemand die van een berg skiet bijvoorbeeld?"

De Leeuw: "Ja, ik zie het voor mij en ik teken het."

Teken jij wel naar waarneming, Gerda?

Dendooven: "Ik ben een voyeur. Ik kijk voortdurend rond en sla veel beelden op. Mijn mentale computer zit vol met visuele indrukken waaruit ik kan putten. Maar ik blijf het ook fantastisch vinden om naar waarneming te tekenen. Ik doe dat heel veel. Ik heb hier een voorbeeld mee. (haalt een schetsboekje uit haar tas) Ik heb theaterrepetities gevolgd en heb schetsen gemaakt. Supersnel. Dan weet ik weer: ah ja, zo zit dat met een bil. (lacht)"

"Soms vraag ik me af hoe ik een moeilijke houding moet tekenen. Bijvoorbeeld als je met je ene been achter het andere zit, hoe ziet dat er juist uit? Meestal is er niemand in de buurt die dat even wil voordoen, dus dan doe ik het zelf in de spiegel."

De Leeuw: "Bij jou is het belangrijker dat het helemaal juist is omdat jij grotere figuren tekent. Als daar de positie niet helemaal goed zit, valt dat erg op. Ik teken vaak heel kleine figuren, waarbij het minder uitmaakt of het helemaal klopt. Het staat er toch maar in twee lijnen."

Jouw figuren zijn inderdaad altijd groot en robuust, Gerda. Ze barsten bijna uit de pagina.

Dendooven: "Dat is een probleem voor de vormgeving. Ik begin op een klein formaat, ik maak mijn paskruis en ik denk: ik ga er in blijven. Maar elke keer wordt mijn tekening groter dan ik bedoeld had. Verschrikkelijk. Dan twijfel ik of ik er een stuk af moet doen, maar dan denk ik: de vormgever lost het wel op. Gert Dooreman, sorry sorry sorry. (lacht) Ik weet echt niet hoe het komt. Het is echt een afwijking."

Het contrast met jouw figuren kan niet groter, Mattias. Ze zijn klein en fijn, in een paar lijnen op papier gezet.

De Leeuw: "Ik heb absoluut geen geduld. Groot tekenen zou te lang duren en dat kan ik niet verdragen. Het beeld moet er snel zijn."

Dendooven: "Je praat ook rap. (lacht)"

De Leeuw: "Alles moet bij mij snel gebeuren. Ik werk op een groot blad zonder retouches. Daarom heb ik vaak klamme handjes als ik aan het tekenen ben. Voor De steltenloper begon ik bijvoorbeeld met verf. Daaruit ontstaan allerlei tafereeltjes. Ik zie een verfveeg die een bos kan worden of een ijspiste en dan laat ik er bijvoorbeeld een figuurtje af skiën. Tot ik het punt bereik waarop ik twijfel of ik nog verder moet gaan. Dan ga ik een halfuurtje weg om het daarna opnieuw te bekijken. Als er nog plekken zijn waar iets bij moet, ben ik echt bang om het te verkloten. Dat is het gevaar, maar dat is ook leuk. Lekker spannend.

"Van elke pagina heb ik zes versies. Allemaal totaal verschillende beelden. Ik zoek tot ik de beste pagina heb. Soms gebruik ik wel elementen uit een eerdere versie, maar als ik dat te veel doe, voelt het geforceerd aan. Ik heb liever dat dingen spontaan komen."

Heb jij net als Gerda altijd een schetsboekje bij je, Mattias?

De Leeuw: "Nee, die gewoonte heb ik nooit gehad. Als ik in mijn atelier ben, teken ik heel veel, maar ik heb het ook nodig om daar weg te kunnen gaan. Vroeger ging ik met mijn tekeningen slapen en stond ik ermee op. Ik kon dat nooit afzetten. Nu wel. Het valt me wel op dat er, elke keer als ik gewoon aan het kribbelen ben, dansende figuren op mijn blad verschijnen."

Dendooven: "Ik heb dat ook! Alleen zijn het bij mij blote figuren."

De Leeuw: "Ja, naakt! Goeie ronde poepen tekenen. Zo leuk."

Dendooven: "Wist je dat Takkenkind twee jaar geleden al min of meer af was? Ik heb het in een doos laten liggen omdat ik niet uit raakte of ik de jurk van de vrouw met vierkantjes zou tekenen of met streepjes. Echt waar. Dus heb ik duizend verschillende jurkjes getekend en uitgeknipt om uit te proberen. Ik kon niet beslissen. Van zo'n dwaze dingen kan het dus afhangen. Je moet je figuren kleden, maar eigenlijk zou ik liever hebben dat ze allemaal naakt zijn. Dan hoef je tenminste niet na te denken over de kledij. Maar een kinderboek met enkel naakte figuren is ondenkbaar. Daar zou veel reactie op komen. Er lijkt een nieuwe preutsheid te heersen."

"Nadat Takkenkind verschenen was, ben ik meteen aan een nieuw boek begonnen. In twee weken had ik een twintigtal prenten met telkens een twaalftal meisjes op. Het boek is ongeveer af, maar waarschijnlijk zal het nog een jaar duren voordat dat echt klaar is."

Waarom? Ben je bang om ermee naar buiten te komen?

Dendooven: "Nee, ik ben bang om het definitief vast te leggen. Ik werk nooit op één blad. Ik verknip de dingen en verschuif ze. Pas als ik helemaal zeker ben, plak ik ze vast. Ik ben een angsthaas."

De Leeuw: "Vind je het creatieve proces leuker dan het uitwerken?"

Dendooven: "Ja. Ik hou veel meer van het zoeken en het bedenken dan van de uitvoering."

In Soepkinders zijn twee meisjes op zoek naar de ideale moeder. In Takkenkind zoekt een man het perfecte kind voor zijn vrouw. Familiaal geluk komt steeds terug.

Dendooven: "O jee, denk je dat ik in therapie moet? (lacht) Perfectie en de zoektocht naar geluk, ik vind het heel interessant om daarmee aan de slag te gaan. De verwachtingen die kinderen en ouders van elkaar hebben, boeien me.

"Ik bedacht net dat in Takkenkind nog genoeg stof zit voor drie andere boeken. Misschien is het wel leuk om een boek te maken waarin ik vertel wat er gebeurd is met die twee kinderen in de kartonnen doos. Of hoe het die vijf weeskindjes is vergaan? Misschien maak ik wel een aantal spin-offs."

Welke kunstenaars inspireren jullie?

De Leeuw: "Voor mij is Matisse echt een voorbeeld.. Zijn schetsen van naaktmodellen vind ik prachtig. Zijn kleurgebruik. En die lijnvoering is zo levendig, daar kijk ik heel graag naar."

Dendooven: "Ik kan door alles geïnspireerd worden. Illustratoren, hedendaagse kunstenaars, middeleeuwse schilders. Onlangs heb ik een halve dag in Museum M in Leuven rondgehangen en getekend. Man toch. Die religieuze beelden zijn geweldig. Die hoofdjes, die muiltjes van die Maria's. Fantastisch!"

De Leeuw: "Bruegel vind ik ook heel goed. Ongelooflijk hoe gedetailleerd zijn werk is. Hij is eigenlijk een illustrator avant la lettre. Hij maakt kijkplaten waar heel veel op gebeurt."

Dendooven: "Ik heb mij heel erg op Bruegel geïnspireerd voor Wie klopt daar?, het Sinterklaasboek dat ik met Bart Moeyaert gemaakt heb."

Gerda, binnenkort ben je 25 jaar bezig.

Dendooven: "Nee, meen je dat?"

We hebben het even nagekeken en jij was net een jaar oud toen Gerda haar debuut uitbracht, Mattias.

Dendooven: "Zeg jongens. (lacht)"

Blijft het even spannend?

Dendooven: "Ik vind het eigenlijk almaar spannender. En ik amuseer me steeds meer. Ik ben nog niet van plan om op prepensioen te gaan. (lacht) Ik wil bijvoorbeeld al lang iets doen met Kitty Crowther. En ik wil heel graag de Kamasutra van het leesgenot maken. Genoeg toekomstplannen dus."

Mattias De Leeuw geeft workshops op de Boekenbeurs aan de stand van Lannoo. Beide illustratoren signeren op de Boekenbeurs. www.boekenbeurs.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234