Donderdag 26/05/2022

'Een kelder vol muizen en katten

Als manager van Hotel des Milles Collines

waar alles rustig bleef'

Ze noemen hem de Oskar Schindler van Afrika. Paul Rusesabagina, de vroegere manager van het Sabena-Hotel des Mille Collines in Kigali, die tijdens de genocide van 1994 meer dan duizend mensen uit de klauwen van de Interahamwe-milities redde. De Amerikaanse regisseur Terry George maakte hierover een film, Hotel Rwanda, die deze week in de Belgische bioscoopzalen komt. Rusesabagina: 'Ik ben een zeer wantrouwig iemand geworden. Eigenlijk wantrouw ik iedereen. In april 1994 heb ik geleerd dat ieder mens een kleine duivel in zich heeft die zich op om het even welk moment kan manifesteren.'

Koen Vidal

Hotel des Mille Collines was de enige plaats waar tijdens de vier maanden durende volkenmoord niet gedood werd. Dat was voor een groot deel te danken aan de overlevingscreativiteit van Rusesabagina. Dankzij de biervoorraad van het hotel slaagde hij erin om de militieleden koest te houden. En op het moment dat de moordenaars toch beslisten om het hotel te bestormen, activeerde Rusesabagina zijn internationaal netwerk van zakenlui en politici om druk uit te oefenen op de Rwandese machthebbers. Het lukte. Op 17 juni 1994 werden de honderden hotelbewoners van Mille Collines geëvacueerd naar de zone van de rebellen van het Rwandees Patriottisch Front, waar ze veilig waren.

Drie jaar geleden besliste de Amerikaanse regisseur Terry George (In the Name of the Father, Some Mother's Son, A bright and Shining Line) om het verhaal van Rusesabagina te verfilmen. Het resultaat, Hotel Rwanda, ging deze week in avant-première en is vanaf volgende week te zien in de Belgische bioscoopzalen. Rusesabagina zelf, die in 1996 asiel kreeg in België en sindsdien in Kraainem woont, nam deel aan de productie als adviseur. De afgelopen weken gaf hij aan de lopende band interviews in de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en België.

Deze week bivakkeerde Rusesabagina in een suite van het Brusselse Plaza-hotel, waar hij woensdag alle Belgische televisiezenders over de vloer kreeg en donderdag de journalisten van de geschreven pers. "Tiens, De Morgen. Jullie hebben mij al eens geïnterviewd, niet? Vijf jaar geleden? Ik was toen nog taxichauffeur in Brussel en had net mijn eigen bedrijfje opgericht. Tja, zoals u kunt zien, is mijn leven behoorlijk veranderd. Maar ik heb lang moeten nadenken alvorens mijn verhaal aan een filmproductiehuis toe te vertrouwen. Voor mijn ontmoeting met regisseur Terry George had ik contacten met documentairemakers en met mensen die over mij een televisiefilm wilden maken. Maar ze slaagden er niet in om me te overtuigen. Ik had zo mijn twijfels over de vraag of een documentaire wel het beste medium zou zijn om mijn verhaal door te geven aan een groot publiek. Ik zat vol twijfels.

"Waarom? Omdat ik er in 1994 ook niet in geslaagd was om de wereld duidelijk te maken dat er in Rwanda dagelijks duizenden mensen werden afgeslacht. Mijn hotel is gered, maar de rest van mijn land werd aan zijn lot overgelaten. 'Deze keer wil ik dat de boodschap wel doorkomt', was mijn grootste zorg. Daarom heb ik gekozen voor een filmregisseur die een zo groot mogelijk publiek wil bereiken. Want dat is het voordeel van deze film: hij zal niet enkel bekeken worden door de leidende klasse en een kransje journalisten, maar door een breed publiek, mensen met heel verschillende achtergronden. Op die manier hoop ik dat de massa te weten zal komen wat er zich in Rwanda precies heeft afgespeeld.

"En misschien groeit dan wel het besef dat wat in mijn land gebeurde zich nu opnieuw op andere plaatsen, zoals Darfur, aan het voltrekken is. Het wordt tijd dat de gewone mensen hun leiders aanspreken met de boodschap: 'Wat nu in Soedan gebeurt, kan niet: doe verdomme iets.' Hopelijk zal deze film ook de Rwandezen tot nadenken stemmen. Want wij zijn de eerste verantwoordelijken voor de genocide. Het zijn wij die elkaar hebben uitgemoord: buren hebben hun buren gedood, mannen hun vrouwen, vrouwen hun mannen, priesters hun gelovigen en gelovigen hun priesters."

De afgelopen weken kreeg Rusesabagina regelmatig de vraag waarom Terry George precies het verhaal van het Mille Collines wou verfilmen. "Het klopt dat de Rwandese genocide een geschiedenis is van duizenden verhalen, die eigenlijk allemaal een film verdienen. Waarom Terry dan bij mij is terechtgekomen? (lacht) Misschien omdat ik zo sympathiek ben. Neen, serieus, ik denk dat dat te maken heeft met het feit dat het verhaal van het Mille Collines duidelijk en toch heel bijzonder is. In het Mille Collines kwamen allerlei soorten mensen bescherming zoeken: toppolitici, opposanten, intellectuelen, artsen, zakenmensen maar ook gewone mensen en boeren. De hele Rwandese maatschappij was als het ware naar Mille Collines geëmigreerd. En terwijl buiten de Rwandezen elkaar aan het uitmoorden waren, bleven al mijn hotelgasten in leven.

"Nog vreemder was dat ik er op een bepaald moment in slaagde om bescherming te krijgen van het Rwandese leger waarvan heel wat militairen deelnamen aan de volkenmoord. Maar in het Mille Collines deden ze niets. Iemand vergeleek die situatie met een kelder vol katten en muizen waar alles rustig bleef. Natuurlijk moest ik de militairen van alles toestoppen opdat ze kalm zouden blijven. Achteraf werd mij verweten dat ik de moordenaars heb omgekocht. Dat klopt. Ik heb flessen wijn uitgedeeld aan officieren, champagne en sterke drank. Maar ik deed het heel bewust om de hotelgasten te beschermen. Als je een leeuw kalm wilt houden, moet je hem niet in de ogen kijken, maar af en toe een fles toegooien."

Hoewel het Mille Collines vol onverwachte gasten zat, probeerde Rusesabagina tijdens de genocide de normaliteit van het hotelleven verder te zetten. "Dat was belangrijk. Ik wilde op alle manieren duidelijk maken dat mijn hotel geen potentieel slagveld was maar een oase van rust. Ik bleef als een hotelmanager functioneren. Elke ochtend trok ik mijn mooi kostuum aan en een das. Dat was belangrijk om de moordenaars te doen geloven dat niet zij, maar ik de baas was in het hotel. Het klinkt absurd en onwerkelijk, maar het heeft toch gewerkt."

Toen de internationale gemeenschap op aandringen van de Verenigde Staten en ook België de VN-blauwhelmen uit Rwanda terugtrok, beleven de naar Hotel des Mille Collines gevluchte Rwandezen een van hun moeilijkste momenten van de genocide. "Dat gebeurde op 11 april. We konden onze ogen niet geloven. De Belgen evacueerden alle buitenlanders, maar ons lieten ze stikken. Die gebeurtenis heeft me voor altijd veranderd: die dag is mijn vertrouwen in andere mensen voorgoed verdwenen. Dat klinkt hard, maar het is zo. Ik ben een zeer wantrouwig iemand geworden. Eigenlijk wantrouw ik iedereen. In april 1994 heb ik geleerd dat ieder mens een kleine duivel in zich heeft die zich op om het even welk moment kan manifesteren. Die duivel slaapt ergens op de bodem van de oceaan, tot hij plots bovenkomt. Neen, ik heb geen speciaal talent ontwikkeld om te weten wanneer die duivel ontwaakt. Hij is totaal onberekenbaar. Of er ook een duivel in mij zit? Ongetwijfeld. Maar ik hoop hem heel mijn leven in bedwang te houden."

Hoewel Rusesabagina als een held uit de volkenmoord kwam, moest hij in 1996 naar België vluchten. "Het nieuwe regime had blijkbaar een probleem met het feit dat ik een succesvol zakenman was. In de maanden voor mijn vlucht waren er al verschillende politici en zakenlui vermoord. Ik ontsnapte op het nippertje aan een aanslag: gewapende mannen waren mijn huis binnengedrongen maar toevallig was ik op dat moment niet thuis."

Twee jaar geleden keerde de ex-hotelmanager voor het eerst sinds 1996 terug naar Rwanda. "Tegen mijn zin. Na alles wat me daar overkomen is, interesseerde het me niet om terug te gaan. Maar Terry drong aan. Omdat ik aanvankelijk niet veel mensen wou ontmoeten, had ik slechts mij twee beste vrienden van mijn komst op de hoogte gebracht. Maar toen ik op de luchthaven van Kigali arriveerde, stonden tientallen mensen me op te wachten. Vrienden, familie, maar ook personen die tijdens de genocide in het Mille Collines verbleven. Iedereen wilde me omhelzen, kussen en sommige mensen waren zo ontroerd dat ze begonnen te huilen. Het was een onbeschrijfelijk moment. Die avond hebben we gegeten en gedronken: une grande fête, quoi.

De dag nadien ben ik naar het Mille Collines gegaan. Ook daar kreeg ik een warm onthaal. Iedereen wou me zien en kwam me goedendag zeggen: zij die me kenden en zij die enkel over mij hadden horen vertellen. Ik ben die dag met een koffie op het terras naast het zwembad gaan zitten. En toen kwamen de herinneringen aan die verschrikkelijke dagen terug. Ik keek naar het water, net zoals ik tien jaar daarvoor elke dag had gedaan. Want omdat de waterleiding tijdens de genocide was afgesloten, was het zwembad ons enige waterreservoir. Elke dag controleerde ik het waterpeil, dat veel te snel daalde. Toen ik daar opnieuw met mijn koffietje zat, voelde ik heel even opnieuw de stress uit die dagen. Het was een bizarre ervaring. Want in datzelfde zwembad dat toen onze levensbron was, zwommen nu expats. Eigenlijk was het een plezier om te zien. Het is goed dat men van het Mille Collines geen genocidemonument heeft gemaakt. Het hotel moet een hotel blijven. Het is een monument op zich."

in Kigali redde Paul Rusesabagina tijdens de genocide van 1994 meer dan duizend mensenlevens. Over hem gaat nu de film

'Hotel Rwanda'. Hij moest even nadenken voor

hij wou meewerken. 'Maar misschien groeit dan wel het besef dat wat in mijn land gebeurde zich nu op andere plaatsen aan het voltrekken is'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234