Maandag 26/07/2021

InterviewEddy en Christa Planckaert

‘Eén keer heb ik hem moeten tegenhouden: toen hij een modellenbureau in Litouwen wilde beginnen’

null Beeld Johan Jacobs
Beeld Johan Jacobs

‘Een edelhert!’ Een mens hoort z’n geweide geschiedenis te kennen, en dus spring ik verrukt op zodra een aardige cervus elaphus door mijn blikveld huppelt. Ik ben in de Ardennen, op de berg waar Eddy (62) en Christa Planckaert (62) zich dagelijks in onverstoorbaar geluk bekwamen, en nooit te beroerd zijn om taartpuntjes vreugde met een grazende familie herten te delen. In de nieuwe reeks van Château Planckaert proberen ze intussen ook nog om samen met de kinderen een kasteel in Frankrijk te reanimeren, al heeft de pandemie het niet zo begrepen op grensoverschrijdend kluswerk.

We praten enkele dagen later dan voorzien, want de zwaartekracht is zich komen bemoeien: goed twee weken geleden brak Junior, de jongste van de Planckaerts, zijn scheenbeen bij een motorongeval.

Christa Hautekeete: “Een vriend die erbij was, stond plots aan de deur: ‘We moeten dringend een ambulance bellen!’ Mijn hart sloeg een paar tellen over, en ik ben meteen naar de plaats van het ongeval gelopen. Junior was gelukkig bij bewustzijn, en zei dat het alleen zijn been was.”

Eddy Planckaert: “Hij was over een bult gereden en was plots z’n crossmotor kwijt. Een onnozel foutje, want het ging niet om overdreven snelheid: Junior reed hoogstens 30 kilometer per uur. In het ziekenhuis bleek dat zijn been gebroken was. Net onder de knie, helemaal door. Ze hebben hem daar ’s avonds geopereerd. Een snee van 35 centimeter, echt waar! Nee, die jongen doet niets half.”

Christa: “Hij heeft vier dagen in het ziekenhuis gelegen, en nu verzorgen we ’m hier thuis.”

Eddy: “Het is een complexe breuk. Hij zal allicht een half jaar moeten revalideren. Maar onze grootste zorg is zijn koppeke. Junior had net zijn eerste autorace gereden, en zou het ook proberen in de rallysport.”

Christa: “Junior heeft wat moeten zoeken naar zijn passie. En net nu de puzzelstukken goed leken te vallen, is er die beenbreuk.”

Eddy, begrijp je nu wat Moeder Gusta moet gevoeld hebben telkens wanneer jij en je broers gingen koersen?

Eddy: “O ja. Wij gingen indertijd trouwens ook motorcrossen. Nu besef ik hoeveel geluk we hebben gehad, want we haalden zotte toeren uit. En maar vlammen met die vijfhonderds. Peter Post, mijn ploegleider, was daar radicaal tegen: ‘Als je je been breekt, is je carrière voorbij en betalen we je niet meer.’ Maar achter zijn rug deden we het toch.

“Ach, het leven is een aaneenschakeling van kleine en grote stommiteiten. Het mijne toch. (lacht) Maar je moet wat chance hebben.”

HOFHOUDING

Zijn jullie al gevaccineerd tegen het coronavirus?

Eddy: “We hebben beiden onze eerste prik gehad. En Mémé Clara (de 95-jarige moeder van Christa die inwoont bij de Planckaerts, red.) is al volledig gevaccineerd. Zij kan weer uitgaan. (lacht)

Christa: “We kregen de keuze: het vaccinatiecentrum van Marche-en-Famenne of dat van Libramont. We zijn voor Libramont gegaan: daar was er Pfizer.”

Eddy: “Het vaccineren loopt hier bijzonder vlot. Op de organisatie valt niets aan te merken. Vive la Wallonie!

Welke impact heeft corona op jullie leven gehad?

Eddy: “Er was wat financiële schade: de inkomsten van de chambres d’hôtes vielen grotendeels weg – toch een flink deel van ons budget. Maar voor het overige hebben we goed verder kunnen werken. Bomen zagen en parket maken kun je altijd doen, hè, net als huizen bouwen of renoveren.

“In Frankrijk zijn we wel flink achteropgeraakt met de renovatie van het kasteel. Net in de periode waarin we vaart zouden maken, was het verboden om naar daar te gaan.”

Christa: “Nu kan het wel weer, maar het is telkens een rompslomp: de testen, de documenten die je moet invullen, de verplichte quarantaine. Een paar weken geleden zijn de kinderen alleen gegaan.”

Eddy: “Dat is voor ons het ingrijpendste gevolg van corona: een gescheiden familie. Dat is niet gezellig, hè. Ik heb daar moeite mee. Maar voor het overige valt er niets te zeuren. We zijn bij de gelukkigen: we zijn niet ziek geworden, en we hebben hier in de bossen ruimte zat. We hebben ons leven kunnen voortzetten. Leef maar eens met je gezin in een klein appartementje in Brussel: dan hakt zo’n crisis er echt in.”

Christa: “En bij jonge mensen die net hun vleugels wilden uitslaan, natuurlijk.”

Eddy: “Voor ons lag het dieptepunt in de eerste lockdown. Toen hebben we de kleinkinderen zes weken niet gezien. We gingen weleens zwaaien aan het raam, maar dat maakte het eigenlijk alleen maar hartverscheurender. Onze jongste kleinkinderen begrepen dat niet: waarom mochten we plots niet meer binnenkomen? En dan de tranen wanneer we vertrokken…

“Het is een les voor de kinderen: er kan altijd iets op je kop vallen dat gróter is dan jezelf, iets dat je niet kunt controleren. Het is de les die Moeder Gusta me in mijn jeugd al voorhield: je kunt de dingen niet veranderen. Je plooit de werkelijkheid niet altijd zoals jij dat zou willen. De kunst is om daar niet ongelukkig van te worden. Voor mij is dát de kern van het leven: je steeds weer aanpassen aan de omstandigheden.”

null Beeld Johan Jacobs
Beeld Johan Jacobs

Dat verbaast me. Ik vermoedde in jou eerder het type dat gelooft in de maakbaarheid van de dingen.

Eddy: “Dat klopt, hoor: wij zijn een heel ondernemende familie, een clan die dingen dóét. Zelf het geluk najagen, is onze basis. Maar het betekent niet dat we geloven dat álles maakbaar is. Je kunt meesturen, maar je bent niet de chauffeur.

“Ik heb vroeger vaak gepraat over een droom van me: in de Pyreneeën gaan leven, volkomen afgezonderd van de maatschappij. Dat is het dichtste dat je bij een zelfgekozen lot kunt komen. En dat verlangen zit nog altijd in mij. Alleen: dat gáát niet. Christa krijg ik misschien nog mee, maar de kinderen en de kleinkinderen niet – en dat is natuurlijk volkomen logisch. Dat is dus een barrière, iets dat ik niet zelf in de hand heb, en daar leg ik me bij neer.”

Waar komt dat verlangen vandaan?

Eddy: “Ik heb nooit echt goed kunnen functioneren in de samenleving. Het drukke, georganiseerde, door regeltjes afgebakende leven zit me niet lekker. Ik ben altijd een beetje een eenling geweest.”

Christa: “Binnen je eigen kleine clan, weliswaar. Want die heb je nodig, toch?”

Eddy: “Absoluut. Maar de grote wereld errond, nee, die heeft me vaak in de weg gezeten. (denkt na) Het leven gaat niet over: de Ronde van Vlaanderen winnen. Het gaat over: het niet te warm of te koud hebben, eten en drinken, een lichaam dat behoorlijk functioneert, en de liefde van de mensen rond je. Dat vind ik. Maar ik weet niet of de rest van de wereld dat nog vindt.”

Christa: “Al in je tijd als wielrenner praatte je over vertrekken en niet meer terugkomen. Naar de Ardennen verhuizen was eigenlijk een lightversie daarvan. Ik was aanvankelijk wat bezorgd – hoe zou dat voor de kinderen zijn? Maar nu ben ik blij dat ik gevolgd ben. (wijst naar buiten, waar de Ardennen laconiek prachtig liggen te wezen) Dit is weelde, hè. Eddy heeft me doen inzien dat ik de grote wereld niet zo nodig heb. Of beter: dat die niet voor mijn geluk zal zorgen.”

Eddy: “Toch leef ik nog altijd een beetje tegen mijn idealen in. Ik rijd nog elke dag naar Wellin, naar de hangar waar de productie van het parket gebeurt. Ik doe dat doodgraag: dat werk zit me in de vingers, en ik voel me goed met mijn thermoske koffie. Maar toch: eigenlijk zou Wellin naar mij moeten komen. Op mijn hof, daar ben ik gelukkig.”

Christa: “Ik begrijp dat. Ik verzorg nog altijd mee de administratie van de verschillende bedrijven, maar dat doe ik van thuis, ver weg van alle tumult.”

Eddy: “Onze kinderen wonen hier in de buurt, maar ik zou ze graag nóg dichter bij me hebben. De hele familie samen: dat is mijn ideaal.”

Christa: “Onvermijdelijk zie je je kinderen weleens kwetsbaar, stuiten ze onderweg op ontgoochelingen. Dan wil je als ouder dichtbij zijn. Maar: je moet mensen hun intimiteit gunnen.”

Eddy: “Natuurlijk. Ik bedoel ook niet dat we allemaal in één huis moeten wonen. Maar in mijn dromen zag ik meerdere huisjes op deze plek. Dan zouden we er altijd zijn om elkaar te helpen.

“Het is mijn belangrijkste motivatie om dat kasteel in Frankrijk op te knappen: een plaats creëren waar we ongestoord samen een familie kunnen zijn.”

null Beeld Johan Jacobs
Beeld Johan Jacobs

IN DE BOCCACCIO

Jij komt niet uit zo’n onwrikbare clan als de Planckaerts, Christa.

Christa: “Neen, ik ben enig kind. En mijn opvoeding was ook helemaal anders: heel klassiek, heel christelijk. Maar ik heb me snel aangepast aan het vrijbuiterschap van de Planckaerts. Bij ons thuis was het altijd stil, maar daar was er chaos en lawaai. Dat voelde echt als een ontdekking.”

Eddy: “Ons-lief-vrouwke dat het op een akkoordje gooide met den duvel!”

Je kwam al vroeg over de vloer bij de familie Planckaert, toch?

Christa: “Klopt. Mijn vader was een wielerfanaat – op regionale koersen was hij vaak de omroeper – en kende Moeder Gusta. Ik heb Eddy nog in z’n wiegje zien liggen. Niet dat ik me dat nog herinner: ik was zelf nog maar een jaar.

“Ik was 15 toen we iets begonnen, Eddy 14. (dromerig) Hij was zo’n mooie jongen! Gespierd, bruin, met heel mooie witte tanden. En zijn jongensachtigheid charmeerde me, de manier waarop hij in alles humor vond. De speelsheid die hij nu nog altijd heeft, ja.”

Eddy: “Ga door, ga door!”

Christa: “Eddy was mijn ticketje naar een andere, wat minder stijve wereld.”

Eddy: “Voor mij voelde het ook als – hoe moet ik dat nu formuleren? Een cadeau waarvan ik nooit gedacht had dat ik het zou krijgen. Jij was de ster van het dorp, hè.”

Christa: “Kom, kom…”

Eddy: “Neen, ik meen het: je had iets oogverblindends. En dat was de andere jongens niet ontgaan. Ik moest opboksen tegen gasten van 17 en 18 jaar, mannen die al met de auto reden. Dat maakte het competitiebeest in me wakker.

“Ik was stapelverliefd, verdorie. Ik herinner me het bal van de Soete Beese in Landegem, 1 juli 1973: daar en toen is het echt begonnen. Will Tura kwam er optreden, en ik kwam altijd nét te laat om haar ten dans te vragen. Maar toen zette Tura ‘Hopeloos’ in. (zingt) ‘Hopeloos / Loop ik hier door de straat / Zonder doel, zonder haast, zonder jou’. Ik stond in de startblokken, als een atleet die zo meteen het wereldrecord op de 100 meter aanvalt. En het lukte: ik was als eerste bij Christa, en we dansten. (zingt verder) ‘Zelfs de lucht hangt vol mist / De hemel is triest en in rouw’.”

Christa: “Mijn moeder had me gewaarschuwd: ik mocht dansen, maar alleen met jongens die ik kende.”

Eddy: “Waarop ze er dus de schurk van de streek uitkoos. (lacht)

Christa: “Ik kwam thuis en vertelde dat ik met Eddy gedanst had. ‘Jawadde’, zei mijn moeder. ‘Een Planckaert… Pas op, hè!’ Je moet weten: van Eddy en zijn broers was bekend dat ze nogal vlot waren met de meisjes. Willy bijvoorbeeld was in die tijd al een toprenner. Een mooie jongen, afgetraind, en dan won hij ook nog eens de groene trui in de Ronde van Frankrijk… Dat leverde een hoop vrouwelijke aandacht op, hè.”

Intussen zijn we bijna vijftig jaar na dat bal, en de liefde wint nog altijd.

Eddy: “Het is eenvoudig: dat is de verdienste van Christa. Dat ze me nooit in de steek heeft gelaten, dat ze dat huwelijk altijd heeft laten leven: het is een prestatie. Want ze heeft veel te stellen gehad met mij. Niet dat ik zo’n slecht karakter ben, hoor: ik ben een goeie mens, geloof ik, en ik ga tot het uiterste voor wie ik graag zie. Maar in al die jaren heeft Christa veel water bij de wijn gedaan, terwijl ik vooral wijn bij het water deed.”

Christa: “Toch heb ik het nooit moeilijk gevonden om in ons huwelijk te geloven. (tot Eddy) Wat je ook deed, en welke problemen je je ook op de hals haalde, je stelde de familie altijd op de eerste plaats. De kinderen en ik zijn nooit details geweest, en dat is wat belangrijk is voor mij.”

null Beeld Johan Jacobs
Beeld Johan Jacobs

Ik gooi er even een citaat in van Stephanie, jullie dochter, vorig jaar in Humo: ‘Mijn papa is een sportman: eergevoelig en flamboyant. Iemand die opleeft wanneer er licht op ’m schijnt. Mijn mama heeft altijd voor de schaduw gekozen, en veel opgeofferd.’

Christa: “Da’s een juiste typering. Maar het betekent niet dat ik een vrouw ben die zich laat wegdrummen door haar man. Die keuze voor de schaduw maak ik heel bewust. Ik vind dat zélf de mooiste plek. Het licht hoeft helemaal niet op mij te vallen.

“Mijn leven is ook absoluut niet saai geweest. En ik heb verschillende mannen gehad.”

Eddy: (verslikt zich in zijn koffie)

Christa: “Ik bedoel: verschillende mannen in één lichaam. Er was de wielrenner, er was de boer, er was de zakenman…”

En er was de garçon in de Boccaccio.

Christa: “God, ja, dat was ik al vergeten. Eddy heeft weleens, euh, aparte keuzes gemaakt.”

Soms met faliekante gevolgen. Een zakelijk avontuur in Litouwen en Polen leidde rond de eeuwwisseling tot een faillissement. Jullie hadden niets meer, en moesten hier helemaal opnieuw beginnen.

Christa: “En toch beschouw ik dat niet als de minst fijne periode. In materieel opzicht was het heel zwaar toen, maar tegelijk vonden we elkaar wel helemaal terug. Neen, het moeilijkst was voor mij de periode daarvoor, toen Eddy die zaken in Litouwen en Polen deed. Hij moest vaak naar daar, en dat drukte op ons. Ik was bang dat hem iets zou overkomen – hij is er ook effectief eens overvallen – en ik voelde ook dat Eddy niet de hardheid heeft die nodig is in de zakenwereld. Dat bleek: hij werd bedrogen. Enfin, dat waren dus de minste jaren van ons huwelijk. Niet de armoedige periode die daarna kwam, want toen hadden we elkaar.”

Eddy: “(liefdevol) We zijn er samen mooi doorgesparteld, hè?

“Ik zei daarnet dat je in het leven niet altijd zelf stuurt. Maar er zijn wel een paar dingen waar ik al jong van overtuigd was, doelen die ik met veel hardnekkigheid achternaliep. Een goeie coureur worden was er één. Maar het belangrijkste: ik zou trouwen met Christa, en dat zou voor het leven zijn. Ik meen het: ik was zó zeker van die liefde. En kijk, hier zitten we, innig content met elkaar.

“Als het leven Parijs-Roubaix is, zit ik nu in de finale. Nog een paar kasseistroken, en dan de arrivée. Wel, ik voel me als een wielrenner die weet dat hij straks als eerste de piste opdraait. Het is pure euforie die door mijn lijf gutst: dit leven is het leven dat ik wilde. En dat heeft alles met Christa te maken. Die liefde snijdt door mijn lijf.”

‘NIET MET MIJ!’

Net als Eddy heb jij je vader vroeg verloren, Christa.

Christa: “Ja. Hij was 43, ik 17.”

Eddy: “Ik kende hem heel goed. Hij kwam dikwijls een druppelke drinken – Moeder Gusta had een niet-officieel café bij ons thuis.”

Christa: “Mijn vader was een heel plezante man.”

Eddy: “Absoluut. Kamielke was fantastisch.”

Christa: “Warm, sociaal, betrokken. Ik ben blij dat hij nog net geweten heeft dat we een koppeltje waren. Maar ik miste hem op elke koers die Eddy won. Had hij dát maar kunnen zien, dacht ik dan. Het deed toen ook pijn dat ik enig kind was. Na de dood van zijn vader kon Eddy terugvallen op zijn oudere broers. Ik bleef alleen achter met mijn moeder.”

Eddy: “Ik was 6 toen mijn vader dat auto-ongeval had, en 7 toen hij stierf aan de gevolgen ervan. Het is mijn grote geluk geweest dat Moeder Gusta zo’n krachtige figuur was.”

Christa: “Dat geldt ook voor de mijne. Mémé Clara had het niet makkelijk – we moesten op de centen letten, hè – maar voor mij was ze een rots waar ik op kon leunen.”

Eddy: “Ze hadden ook een goeie relatie met elkaar, onze moeders. Hoezeer ze ook verschilden, want Mémé Clara is heel bescheiden en christelijk, iemand voor wie de mis het ijkpunt van de week was. Voor Moeder Gusta lag dat ijkpunt eerder net na de mis, wanneer iedereen bij ons thuis borrels kwam drinken. (lacht) Tot aan haar dood, nu bijna twintig jaar geleden, was ze een vrijgevochten, levenswijze vrouw. Ze zou nu al drie aangebrande lollen tegen je verteld hebben.”

Christa: “Mijn moeder heeft ook nooit een andere man gewild. Dat zag ze echt niet zitten. En ik eigenlijk ook niet.”

Eddy: “In die tijd was dat zo: een weduwe bleef weduwe. Alhoewel, ik herinner me een man die iets kwam drinken bij ons, en heel vadsig aankondigde: ‘Ik ga hier acht pakskes van 25.000 frank op tafel smijten als ge met mij trouwt, Gusta.’ Ik was nog een klein jongetje, maar ik herinner me dat mijn bloed kookte. Die vent dacht mijn moeder even te komen kopen – ik had hem het pak slaag van zijn leven willen geven.

“Dat we allebei goed zijn in relativeren, heeft natuurlijk te maken met die vroege dood van onze vaders. Het was een tegenslag nog voor ons leven echt begonnen was, een gemis dat ons kwaad en verdrietig maakte. Dat zijn geen simpele dingen. We hebben allebei moeten leren om daarmee om te gaan.”

Intussen zijn jullie zelf de ouders van drie volwassen kinderen.

Christa: “Ik vind het mooi om ze zo te zien floreren. Ze zijn nu het centrum van de familie. We kijken toe, we geven raad, maar we nemen de leiding niet meer.”

Eddy: “Zo gaat dat: ik glijd nu naar de achtergrond, en onze kinderen komen in het licht. Ik ben niet langer het middelpunt van de clan. Francesco, Stephanie en Junior zijn nu in de fleur van hun leven, en hen zit die moderne maatschappij wél als gegoten. Is dat erg? Helemaal niet.

“De grote fout die zoveel mensen maken, is dat ze de ander willen veranderen. Ik vind dat een kwalijke vorm van arrogantie: verwachten dat de ander op jou lijkt. Wij laten iedereen gewoon zijn. Al die verschillende persoonlijkheden in één vat gieten: dat kunnen wij.”

Christa: “Maar jij hebt het wel moeilijker met loslaten, denk ik. Jij wil de kinderen nog altijd heel erg beschermen.”

Eddy: “Omdat ik veel meegemaakt heb. Ik wil ze behoeden voor de lelijkheid van het leven – maar dat kan natuurlijk niet.”

Christa: “Het is ook je rusteloosheid die spreekt. Je wil de anderen nog altijd graag vooruitbranden.”

Eddy: “Dat is waar. Ik ben nog altijd de meest ambitieuze van de familie. Niet in de zin van: status verwerven. Wel: dingen doen, grenzen verleggen. Onze kinderen hebben dat minder. Ze zijn goed in wat ze doen, en ze halen daar hun geluk uit. Ze willen het niet altijd anders, hoger en beter. En ze hebben gelijk, natuurlijk. ‘Wat heb je toch nog te bewijzen? Voor wie of voor wat moet je nog iets betekenen?’ Dat is wat Christa me altijd zegt. En ze heeft gelijk. Maar het is sterker dan mezelf.”

Christa: “Toen je stopte met koersen, waren we zo gelukkig. We hadden ons huisje in Poeke zelf verbouwd, we leefden een jaar lang in het paradijs. En toen begon de onrust weer op te spelen. Het duurt allemaal nooit lang bij jou, je kunt niet zonder beweging. Ik ben rustiger.”

Eddy: “Het is die drang naar avontuur, naar nieuwe dingen. En nu ik de 60 voorbij ben, weet ik wel zeker dat ik te weinig tijd ga hebben. Ik moet nog een kasteel renoveren, een wijngaard aanleggen, bier brouwen, en een boer en een herder worden. Mijn verlangens passen niet in één leven.”

Christa: “En je kunt hem niet tegenhouden. Dat is weleens vervelend, ja. Maar tegelijk maakt het alles ook spannend. Ik heb me nog nooit verveeld.”

Heb je Eddy ooit echt willen tegenhouden?

Christa: “Eén keer, ja.”

Eddy: “Als een mens al geen modellenbureau meer mag beginnen!”

(lacht)

Eddy: “Ik méén het: in Litouwen wilde ik zo’n bureau opstarten.”

Christa: “(rolt met de ogen) Toen liep ik op hoge poten, en heb ik gezegd: ‘Niet met mij, Planckaert. Als je dat doet, ben ik weg.’”

Eddy: “Nochtans lagen daar zoveel kansen! Litouwen heeft mooie vrouwen, hè. We hebben eens een casting georganiseerd. Ik zag het al helemaal voor mij: die vrouwen zouden defileren op modeshows overal in Europa! (gespeeld verontwaardigd) Maar het mocht dus niet.”

Je luisterde, Eddy?

Eddy: “Ja, natúúrlijk luisterde ik. Want Christa is zachtaardig en vergevingsgezind, en de kampioen van het relativeren: als zíj dan een grens trekt, moet je die respecteren.”

Christa: “Wij tweeën, dat is iets goeds.”

Eddy: “O ja. Weet je, zoals je in de koers Eddy Merckx hebt, zo heb je in de liefde Christa. En zie ze fietsen, zeg: het peloton definitief uit de wielen gereden, ongenaakbaar, en danseuse de berg op.”

Christa: “Dankjewel, Eddy. Maar dat van dat modellenbureau blijft een slecht idee.”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234