Zondag 29/05/2022

Een kapotte etalagepop

Brian de Palma's The Black Dahlia, vanaf vandaag in een bioscoop in uw buurt, is gebaseerd op een echt gebeurde misdaad die de Verenigde Staten al bijna vijftig jaar fascineert. Wie was de echte Zwarte Dahlia, hoe werd ze vermoord en door wie?

Door Bart Holsters

The Black Dahlia is een verfilming van de gelijknamige bestseller waarmee James Ellroy, de briljantste en ook meest gestoorde thrillerauteur van zijn generatie, zijn doorbraak maakte. Ellroy, de meester van de harder-dan-hardboiled detective, vertelt het verhaal van twee rechercheurs, Bucky Bleichert en Lee Blanchard, die de gruwelijke moord op een jong meisje onderzoeken en allebei verliefd worden op een mysterieuze, kettingrokende blondine (Scarlett Johansson, men zou voor minder). De broeierige plot met een flinke portie geweld, de nodige seks en stapels intriges is verzonnen, maar de moord waarmee het allemaal begint is geen fictie. De Zwarte Dahlia heeft echt bestaan en werd echt vermoord. Maar anders dan in de film is haar moordenaar nooit gevonden.

In de ochtend van 15 januari 1947 legt Betty Bersinger haar dochtertje in de kinderwagen en vertrekt ze naar de schoenmaker. Maar onderweg doet ze een schokkende ontdekking. Op een braakliggend stuk grond aan S. Norton Avenue in Los Angeles, aan de rand van Hollywood, ziet ze iets wat eerst een kapotte etalagepop lijkt te zijn. Ze durft niet te gaan kijken, belt enkele huizen verder aan en vraagt of ze de politie mag telefoneren. Een half uur later komt een patrouille ter plaatse. De agenten gaan kijken en vinden geen etalagepop maar het vreselijk verminkte naakte lijk van een jonge vrouw. Ze is doormidden gesneden of gezaagd. De moordenaar heeft de twee delen van het lichaam op een halve meter van elkaar gelegd, de armen in een dramatische pose geschikt. Ook het gezicht is verminkt, opengesneden van de mondhoeken tot aan de oren, in een bloedige grijns.

Nog voor de eerste rechercheurs arriveren, krioelt de vindplaats van de journalisten en de fotografen, zodat het later onbegonnen werk zal zijn om sporen van de moordenaar te vinden. Dezelfde dag verschijnen al de eerste lugubere foto's in de kranten, met koppen als 'Weerwolf in Los Angeles'. Het einde van de jaren veertig is niet alleen de gouden tijd van Hollywood maar ook die van de dagbladpers, die een ongehoorde sensatie rond de zaak opklopt. De politie van Los Angeles, even corrupt als incompetent, is zo lek als een zeef en het niet duurt niet lang voor de wildste geruchten de ronde doen.

Pas enkele dagen na de ontdekking van het lijk, wanneer de moordenaar een pakket met krantenknipsels en identiteitspapieren van het slachtoffer naar de politie stuurt - het is de eerste en de laatste keer dat hij iets van zich laat horen - krijgt de dode vrouw een naam: Elizabeth Short, 22 jaar, geboren in Medford, een stadje in Massachusetts, aan de Oostkust van de Verenigde Staten. Ze krijgt ook een bijnaam: The Black Dahlia. Volgens de pers werd Short door haar kennissen zo genoemd omdat ze gitzwart haar had en altijd zwarte kleren droeg. In werkelijkheid is de naam door de journalisten zelf verzonnen, omdat hij de verbeelding aanspreekt - de inspiratie komt van een film uit die tijd, The Blue Dahlia, een film noir met Veronica Lake in de hoofdrol.

En zo wordt een hele legende rond Elizabeth Short opgebouwd. Ze zou een femme fatale geweest zijn, een avonturierster, een callgirl. Ze zou Marilyn Monroe hebben gekend. Ze zou lesbische relaties hebben gehad. De feiten zijn prozaïscher. Short, geboren in 1924, groeide op aan de Oostkust. Haar vader, een welgestelde zakenman, verloor zijn hebben en houden in de beurscrash van 1929 en verdween een jaar later zonder adres achter te laten - hij veinsde zelfs dat hij zelfmoord had gepleegd. In 1940 liet Elizabeth de school voor wat ze was en reisde ze naar Florida, waar ze bij vrienden van de familie logeerde en als dienster wekte. De volgende jaren bracht ze de winters in Florida door - ze leed aan astma - en de zomers bij haar moeder en zussen in Massachusetts. Ze werd een schoonheid met groene ogen en zwart haar, kleedde zich modieus, had veel aanbidders, droomde ervan om bij de film te gaan.

In 1943 liet haar vader voor het eerst weer van zich horen en stuurde hij Elizabeth zelfs geld, zodat ze bij hem in Californië kon komen wonen. Na drie weken zette hij haar aan de deur - het klikte niet. Nog altijd in 1943 werd Elizabeth gearresteerd omdat ze als minderjarige alcohol had gedronken. Ze werd naar haar moeder gestuurd maar bleef ook daar niet lang, werkte een poosje in Boston en zakte dan weer af naar Florida, waar ze een relatie begon met Matt Gordon, een piloot bij de luchtmacht. Ze hadden trouwplannen, maar enkele dagen na het einde van de oorlog kwam het nieuws dat Gordon gesneuveld was.

In de lente van 1946 keerde Elizabeth terug naar Californië. Ze werkte als dienster, logeerde soms op kamers, soms in hotels. Er waren mannen in haar leven, maar nooit voor lang. Ze was een flirt en hield van uitgaan, maar stond bij de politie niet bekend als prostituee. De avond van 9 januari 1947 werd ze voor het laatst in leven gezien, toen een vriend haar afzette aan het Biltmore Hotel in Los Angeles, waar ze naar eigen zeggen een afspraak met haar zuster had. Zes dagen later werd haar lijk gevonden en veranderde Elizabeth Short in de Zwarte Dahlia.

Wat er in die laatste dagen is gebeurd, zullen we nooit weten. De enige die het zou kunnen vertellen is de dader die, gesteld dat hij nog leeft, bijna vijftig jaar na de feiten niet meer zal worden gevonden. Er waren nochtans kandidaten genoeg. Meer dan vijftig mannen en een handvol vrouwen meldden zich aan als moordenaar: stuk voor stuk gekken of sensatiezoekers. Het aantal verdachten liep in de honderden, maar geen enkel spoor of geen enkele van de duizenden tips die de politie en de pers ontvingen leverde iets op. De meeste verdachten waren seksdelinquenten of zwervers, maar er zaten ook een paar interessante namen tussen, zoals die van Bugsy Siegel, de legendarische gangster, folkzanger Woody Guthrie en zelfs filmmaker Orson Welles.

Welles, die op het tijdstip van de moord 32 was en net de opnamen van The Lady from Shanghai had voltooid, had geen al te beste reputatie. Hij stond bij de politie bekend als zware drinker en drugsgebruiker, leed aan woedeaanvallen en had ooit een vrouw moeten afkopen nadat ze hem van verkrachting had beschuldigd. Nog mooier: Welles had voor The Lady from Shanghai scènes gefilmd in een griezelpaleis met doormidden gezaagde etalagepoppen en had in 1943 shows voor de soldaten georganiseerd waarin hij als illusionist een vrouw doormidden zaagde.

Het zou nog jaren duren voor de sensatie rond de Zwarte Dahlia luwde. Maar ook later werd de zaak nooit echt vergeten en is ze voor de Amerikanen een beetje geworden wat de moorden van Jack the Ripper voor de Britten waren: een bloedig mysterie dat, precies omdat het nooit opgelost zal worden, altijd blijft fascineren. Er zijn stapels boeken over de zaak geschreven, vaak in de stijl van 'Mijn vader was de moordenaar van de Zwarte Dahlia'. In 1975 werd er een televisiefilm over de moord gemaakt en in 1998 kwam er zelfs een computerspel Black Dahlia op de markt. En dan is er natuurlijk James Ellroy.

Voor Ellroy is de Dahlia niet zomaar een bron van inspiratie. Het is een obsessie geworden, zodat de moord niet alleen in de thriller met dezelfde naam meespeelt maar ook keer op keer in andere boeken en verhalen opduikt. De reden is niet ver te zoeken: in 1958, toen Ellroy tien was, werd zijn moeder in bijna vergelijkbare omstandigheden vermoord. Geneva Hilliker, die na haar echtscheiding met haar zoontje in de omgeving van Hollywood woonde, verdween na een afspraakje met een onbekende vriend en werd vermoord teruggevonden. Ook hier waren er geen sporen en leverde de zoektocht naar de dader niets op. Voor Ellroy was de moord en haar naspel traumatisch: hij ging bij zijn vader wonen, die hem verwaarloosde, raakte op de dool en leefde jaren als een marginaal, een kleine crimineel, tot hij met zichzelf in het reine kwam en zijn schrijverstalent ontdekte. Toen hij in 1987 The Black Dahlia, het boek dat hem beroemd zou maken, publiceerde, droeg hij het op aan zijn moeder: "Moeder: negenentwintig jaar later. Dit afscheid in bloed."

De Zwarte Dahlia werd op 25 januari 1947 begraven, niet in Massachusetts maar in Los Angeles, "omdat ze zoveel van Hollywood had gehouden". Zoals duizenden andere jonge mensen in die jaren, was ze naar Hollywood gekomen in de hoop ontdekt te worden. Door toedoen van een anonieme moordenaar, een sensatiehongerige pers en een aaneenschakeling van schrijvers en filmers is die hoop op een perverse manier in vervulling gegaan. Elizabeth Short is onsterfelijk geworden - onder een naam die ze zelf nooit heeft gekend.

Een recensie van de film kunt u vandaag lezen in Encore.

Voor de Amerikanen is de Zwarte Dahlia wat Jack the Ripper is voor de Britten: een bloedig mysterie dat nooit opgelost zal worden en altijd blijft fascineren

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234