Donderdag 20/01/2022

'Een journalist heeft geen macht'

Gesprek met Gianni Riotta

Als adjunct-hoofdredacteur van de prestigieuze Corriere della Sera is Gianni Riotta in een permanent gevecht met de krachten van het kwaad gewikkeld. Romans schrijven doet hij tussen zijn journalistieke activiteiten door. Zijn krant uit de klauwen van premier Silvio Berlusconi houden, is minstens even belangrijk.

Gianni Riotta

Alborada

Oorspronkelijke titel: Alborada

Vertaald door Henny Vlot

Atlas, Amsterdam, 251 p., 19,90 euro.

We zijn niet verdwaald van God, maar van onszelf", zegt de Italiaanse korvetkapitein Athos Pollini tegen zijn landgenoot Nino Manes. Heilige ernst is uit de boeken van Gianni Riotta niet weg te denken. In Prins van de wolken woedt een meedogenloze strijd tussen onderdrukkers en onderdrukten, in Alborada proberen de ontsnapte krijgsgevangenen Pollini en Manes New York te bereiken en van daaruit naar hun vaderland terug te keren, de eerste om dictator Benito Mussolini aan te pakken, de tweede om het huwelijk van zijn verloofde Zita met de veel oudere professor Leonardo Barbaroux tegen te houden.

De ernst van Riotta uit zich ook in zijn voorzichtigheid. Nuancering is zijn middel en zijn doel. Misschien komt dat ook omdat hij de ene helft van het jaar in New York en de andere helft in Milaan woont. Iedere zaak heeft verschillende invalshoeken. Een motto dat zowel van pas komt voor een journalist als voor een romanschrijver.

Is het moeilijk om de onafhankelijkheid van uw krant te bewaren?

"Natuurlijk. Een journalist heeft geen macht. Die ligt bij de aandeelhouders van de krant. Ons enige wapen is het redactionele commentaar. Als we zeggen dat de concentratie van macht in één persoon gevaarlijk is voor de democratie, dan kunnen we alleen maar hopen dat de lezers ons geloven. Mijn kennis van de Belgische politiek is beperkt. Maar stel dat de Belgische premier net zoals Berlusconi de belangrijkste kranten, uitgeverijen, tijdschriften, voetbalclubs, radiozenders, televisiestations, banken en verzekeringsmaatschappijen in handen had, wat zou u daar van vinden?"

Is Italië nog een democratie?

"Zonder twijfel. Wie het tegendeel beweert, brengt ernstige schade aan Italië toe. Ten eerste is het niet waar, ten tweede demoraliseert het diegenen die Berlusconi bevechten. Is de Verenigde Staten geen democratie meer omdat Dick Cheney het contract voor de heropbouw van Irak aan Halliburton gaf, een bedrijf waar hij vice-voorzitter van was? Dat neemt niet weg dat we blijven ijveren voor meer gouvernementele openheid en doorzichtigheid."

Zijn belangenconflicten in een democratie dan niet gevaarlijk?

"De Italiaanse kiezers zijn niet dom. Ze hebben Berlusconi in 1996 al eens naar huis gestemd. Bovendien was zijn herverkiezing in 2001 het gevolg van de verdeeldheid en zelfoverschatting van de linkse partijen. Vandaag staat Berlusconi er opnieuw slecht voor. Ik ben er zeker van dat zijn politieke avontuur afgelopen is. De mensen hebben begrepen dat hij niet deugt. Ze zien een uitstekend zakenman en a great communicator, maar geen goed politicus. Misschien zal zijn val bij de verkiezingen volgende lente zelfs een slechte zaak zijn, want zolang hij aan de macht is, weten zijn tegenstanders tenminste tegen wie ze hun pijlen moeten richten."

U was nog erg jong toen u al naar New York trok om journalistiek aan Columbia University te studeren. Een grote stap voor een piepjonge Siciliaan?

"Minder groot dan mijn eerste stap van Palermo naar Rome. Toen voelde ik echt aan wat een emigratie betekende. Daarom sympathiseer ik nog altijd met immigranten, waar ze zich ook mogen bevinden. Dante schreef dit prachtige vers: "Quanto sa di sale lo pane altrui". Hoe zout is het brood elders. Als Florentijn was Dante het niet gewend om zout brood te eten. Zout brood eten deed hem tijdens zijn verbanning altijd naar zijn geboortestad verlangen. Toen ik dus van Rome naar de Nieuwe Wereld vertrok, was ik klaar voor de uitdaging. Bovendien ontfermde een aantal Italiaanse Amerikanen zich over mij. Gay Talese bijvoorbeeld, de schrijver. En Mario Cuomo, de burgemeester van New York."

Wat was de reputatie van Italiaanse Amerikanen in die tijd?

"Ze hadden een slechte naam. Maffiosi, weet u wel. Toen Cuomo afstudeerde, raadde men hem aan zijn naam te veranderen, anders zou hij geen carrière kunnen maken. En Italianen waren katholiek. Wie de top wilde bereiken, moest protestants zijn en Yale bezocht hebben. Neem nu president Clinton. De afstand tussen zijn school in Little Rock in Arkansas en de universiteit van Yale was veel groter dan de afstand tussen Yale en het Witte Huis. Bush senior en junior gingen naar Yale, net als Al Gore, John Kerry en Hilary Clinton."

Waarom houdt Nino Manes zo wanhopig aan het verleden vast?

"Nino aanbidt het verleden. Daarom heb ik trouwens de naam Manes gegeven. De manen zijn de Romeinse goden van de afgestorvenen. Ze wijken nooit van je zijde, schreef de Romeinse dichter Propertius. De dubbelspionne H.S. zegt tegen Nino dat hij de jongen die hij was vóór de oorlog niet kan loslaten. 'Je zult hem niet terugvinden', zegt ze. Maar dat dringt niet tot Nino door, de oorlog heeft hem fundamenteel veranderd. En in één klap, dat is cruciaal. Bovendien had Nino vroeger illusies in plaats van hoop en dromen. Wie illusies koestert, wordt altijd teleurgesteld. Daarom is Zita rijper dan Nino. Zita ziet in dat het leven verdergaat. Nino denkt dat hij zijn leven van voor de oorlog kan heropbouwen."

Waarom is Nino op latere leeftijd nog altijd beschaamd dat Italië de oorlog heeft verloren?

"De Italiaanse partizanen en soldaten die na de val van Mussolini aan de zijde van de geallieerden streden, hebben hun schuld betaald. Ook alle Italiaanse soldaten die zich liever naar Duitse concentratiekampen lieten afvoeren dan meedoen met de Duitsers, voelen zich niet meer schuldig. Maar Nino werd gevangengenomen in de woestijn in 1941, op een moment dat de Italianen nog overtuigd waren dat ze aan de goede kant vochten en dat ze zouden winnen. Nino kent ook geen nuances. Hij is koppig. Eens fascist, altijd fascist, vindt hij. Na de oorlog heeft hij geen berouw. Hij is niet alleen. Vandaag leven er in Italië nog altijd oud-soldaten met een onvervalste bewondering voor het fascisme."

Waar geloven die oud-soldaten dan nog in?

"Het is geen kwestie van geloof in raciale suprematie zoals in het nazisme. Enerzijds is het loyaliteit. Ze steunden de Duce toen hij aan het winnen was, ze steunen hem nu hij onteerd is. Anderzijds kijken ze met melancholie terug naar die zogenoemde grote dagen van het fascisme, toen Italië bezig was een wereldrijk uit te bouwen en zich de waardige nazaat van het Romeinse rijk vond."

Waarom werd Nino een fascist? Professor Barbaroux, zijn mentor, werd een hevig antifascist.

"Nino was geen aanhanger van de fascistische ideologie. Toen de oorlog uitbrak, vond hij het niet meer dan normaal om voor zijn vaderland te vechten. Heel spoedig zouden de soldaten ondervinden dat Mussolini helemaal geen nationale oorlog uitvocht, maar de oorlogsdoelen van Adolf Hitler diende. Daarom gruwden ze van het barbaarse optreden van de Duitsers in Rusland. Ze begrepen niet waarom hele dorpen werden uitgemoord en joden werden geëxecuteerd. Ook tijdens de campagne in de Balkan schrokken de Italianen van het extreme antisemitisme van de Duitsers en Kroaten. De Italianen waren de enigen die de joden probeerden te redden."

Nino is bijzonder trots op zijn land. 'La bella Italia', zegt hij. Wat voelt of denkt een Italiaan als hij dat zegt?

"Het drukt zijn identiteit uit. Op school krijgen Italiaanse kinderen al de boodschap mee dat ze de achterkleinkinderen van Leonardo da Vinci en van Rafaël zijn. Familierelaties, liefde voor het dorp of de streek waar je woont, respect voor de leiders van de natie, alles vormt die nationale identiteit. Een Italiaan voelt zich enkel Italiaan, niets meer en niets minder. En vermits Nino zich in een krijgsgevangenkamp in de Verenigde Staten bevindt, voelt hij zich nog duizendmaal meer Italiaan."

In Alborada is zogoed als iedereen uiterst vroom. Is religiositeit ook onverbrekelijk verbonden met de Italiaanse identiteit?

"Mijn vader zei dat de kerk in zijn tijd helemaal gevuld was met gelovigen, maar dat slechts weinigen geloofden. Vandaag zijn de kerken zogoed als leeg, maar wie er zit, is een overtuigde gelovige. Geloof is voor een Italiaan altijd meer een traditie en een gewoonte dan een overtuiging geweest. Bijgeloof was even sterk als geloof."

Heeft Nino iets van zijn odyssee door de Verenigde Staten geleerd?

"Nee. Wanneer Nino eindelijk in Italië terug is, weet hij niet hoe hij nu verder moet leven. Zijn identiteit is zoals een spiegel. Zodra de spiegel aan scherven is geslagen, kan hij niet meer hersteld worden. Kapitein Athos Pollini probeert hem te doen inzien dat hij de werkelijkheid onder ogen moet durven te zien, maar Nino weigert dat. De oorlog heeft hem onherstelbaar kapotgemaakt. Aan het einde rent hij rond zijn eiland net als toen hij een jonge jongen was. Daarom houd ik van Nino. Hij is niet sterk genoeg om zijn illusies vaarwel te zeggen. Die kwetsbaarheid vind ik charmant."

Joseph Pearce

'Vandaag staat Berlusconi er opnieuw slecht voor. Zijn politieke avontuur is afgelopen'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234