Zaterdag 28/01/2023

Een jongetje met macho-allures

Er bestaat een ronduit griezelige foto van Diego Armando Maradona. Ze dateert van 2000, het jaar van zijn eerste hartaanval. Hij draagt een baseballpetje met de klep naar achteren, zodat je een stuk geverfd haar met de kleur van een vuile luier ziet. Hij heeft een zonnebril op en een mouwloos T-shirt aan, als een drummer. De Che Guevara-tatoeage op zijn rechterschouder is goed zichtbaar. Hij grijnst uitdagend, zijn mond half open. En dan is er die kolossale buik. Waar is Dieguito gebleven?

e alomtegenwoordigheid van de verkleiningsuitgang (-ito, ita) in het Latijns-Amerikaanse Spaans is niet te onderschatten en heeft te maken met de buitengewone manier waarop kinderen er op de handen worden gedragen. Je ontmoet om de haverklap volwassen mannen met kindernaampjes, uit de kluiten gewassen Manitos, dikke Huguitos (en ik heb een vriend van zestig die simpelweg Ito heet). Maar niemand zal Maradona nog 'Dieguito' noemen. De man die nog vaak op de televisie te zien is terwijl hij door een luchthaven waggelt of zich in een golfkarretje perst, heeft zijn oude haarkleur terug en is wat soberder gekleed, maar zijn corpulentie blijft opmerkelijk en onmiskenbaar. Hij lijdt er duidelijk onder. Soms vang je een glimp op van Dieguito, gevangen in zijn nieuwe schild, kwijnend en lijdend maar lijdzaam. Ze zeggen dat in elke dikke man een magere zit die wil ontsnappen. Bij Maradona lijkt het alsof een nog dikkere man binnen probeert te geraken.

Kort voor de verschijning van Maradona's autobiografie, El Diego, hoorde ik dat hij misschien bereid zou zich te laten interviewen, in Buenos Aires (ik was toevallig in de buurt, in Uruguay). Toen hij opeens naar Cuba vertrok, dat sinds 2002 zijn tweede thuis is (of zijn sanatorium), reisde ik hem vrolijk achterna. In april hadden de drugs Maradona een hartstilstand bezorgd, maar deze reis, zo zei men, was routine: gewoon even gaan uitdrogen, ontcoken. Zijn agent, een jongeman die Gonzalo heette en een beetje op de jonge Dieguito leek, ontving mij in zijn hotel. We leken voorzichtig vorderingen te boeken. De volgende dag kreeg ik mijn antwoord, op het nieuws. De dokters - Fidels dokters - van het Centro de Salud Mental deden er geen doekjes om: de patiënt hing vol slangetjes als een astronaut en mocht geen bezoek ontvangen.

In 1997 trok Maradona zich uit het voetbal terug. In 2001 speelde hij (nogal mollig, toegegeven) nog een wedstrijd die op de televisie werd uitgezonden. En nu, in 2004, heeft hij medische toelating nodig om naar een wedstrijd op de televisie te kijken. Hij is drieënveertig. Waar is Dieguito gebleven?

De Zuid-Amerikanen beweren soms dat de sleutel van de volksaard van de Argentijnen te vinden is in hun waardering van de twee goals die Maradona in de Wereldbeker 1986 scoorde. Het eerste doelpunt, dat hijzelf "de hand van God" doopte, kwam er toen Maradona bij een hoge voorzet spectaculair leviteerde en met een slim verborgen linkervuist de bal in het doel mepte. De tweede goal, slechts enkele minuten later, was in de woorden van Bobby Robson "een verdomd mirakel". Maradona pikte een pass op uit zijn eigen strafschopgebied, boorde zich met gebogen hoofd, alsof hij boete deed, een weg door heel het Engelse team, schakelde Shilton met een schijnbeweging uit en trapte de bal in het net. De pointe is dat ze in Argentinië de éérste goal de mooiste vinden.

Voor de Argentijnse macho (zeggen de buren, in wat ongetwijfeld een lasterlijke veralgemening is) is vals spel oneindig veel bevredigender dan fair play. "Dat geldt ook in de politiek en het zakenleven. Ze tolereren geen corruptie. Ze aanbidden ze." Die neiging bestaat ook in het seksuele domein, waar de macho bijzonder veel prijs stelt op heteroseksuele sodomie (V.S. Naipaul noteerde het op zijn reizen en - verrassender - in de jaren twintig merkte Jorge Luis Borges het ook op en noemde hij het "de essentie van de cultus van het profiteren").

In zijn heel persoonlijke lexicon gebruikt Maradona hetzelfde woord voor een doelpunt scoren als voor neuken. (Het woord is "vaccineren", een vreemde keuze voor een man die regelmatig voor de wedstrijd een gigantische injectienaald in een ontstoken knie of teen kreeg). In deze logica was de tweede goal tegen Engeland een geraffineerd staaltje van erotiek en de eerste een ruw nummertje in een steeg. Het heeft allebei zijn leuke kanten.

Tegen de tijd dat de wedstrijd tegen Engeland in El Diego aan bod komt, is de lezer hoe dan ook totaal in de ban van het verhaal en van de onstuimige naïviteit waarmee Maradona het allemaal vertelt. De passies die hij beschrijft zijn niet uitsluitend sportief. "In het interview voor de wedstrijd zeiden we allemaal dat voetbal en politiek twee verschillende zaken zijn, maar dat was gelogen. We dachten aan niets anders. Een match als alle andere? Mijn kloten!" Het ging niet alleen om de Falklands, het was ook de revanche van een geknecht, ongelukkig volk. Maradona jubelt uitvoerig over zijn tweede goal ("Ik had heel die aanval, beeld na beeld, boven mijn bed willen hangen, enorm vergroot") en mijmert dan over de eerste: "De andere goal gaf mij ook erg veel voldoening. Soms denk ik dat ik hem bijna nog beter vond..." De lezer kan alleen maar instemmen met zijn voldane besluit: "Ze hadden allebei hun eigen charme."

Met andere woorden, in liefde en oorlog is alles toegelaten. En om de ene of andere reden is dat inderdaad waar het voetbal om draait.

Het was een in alle opzichten onbeschermde jeugd. Er stond niets tussen Dieguito en de ziekten van de maatschappij waarin hij opgroeide. "Iedereen zeurt over rolmodellen. Rolmodellen, mijn gat! In Argentinië hadden we niet één levend rolmodel, stop alsjeblieft met lullen!" Het voetbal was een uitweg uit de sloppen, maar allesbehalve een baken van rechtschapenheid voor een opgroeiende jongen. De sport was zo corrupt en inhalig als de rest van de maatschappij. Iedereen wist dat spelers hun manager moesten omkopen als ze opgesteld wilden worden. Als bijvoorbeeld Patrick Viera Arsene Wenger niets toestopte, kon hij op de reservebank beschimmelen.

Maradona's barrio in Buenos Aires was Villa Fiorita ('bloempje'), in de jaren zestig een stinkende jungle (en vandaag een Saddam City van zwaar bewapende criminelen). "Mijn ouders waren simpele werkmensen", schrijft hij, maar dat cliché doet de waarheid te kort. Heel het gezin Maradona, tien mensen, woonde in een krot met drie kamers. Het enige stromende water kwam door het dak ("binnen werd je natter dan buiten"). De voet- balobsessie lijkt volledig aangeboren. Als de kleine Diego een boodschap moet gaan doen, jongleert hij met een sinaasappel op zijn voet. Als hij drie is, krijgt hij van een neef zijn eerste leren bal ("ik sliep met mijn bal tegen mijn borst gedrukt"). En toen hij als jongetje van negen voor het eerst een test aflegde, was hij zo ver gevorderd dat de coach hem ervan verdacht een dwerg te zijn. Op zijn vijftiende speelde hij bij de senioren.

De opgang die volgde deed hem onvermijdelijk het contact met de realiteit verliezen - en die realiteit was de Vuile Oorlog, de terreur en de 30.000 desaparecidos. "Op de leeftijd dat de meeste kinderen sprookjes horen, hoorde hij ovaties", schreef een krant. Drie maanden na zijn debuut trainde hij met het nationale team en was hij een rivaal voor Daniel Passarella en Mario Kempes. Op zijn achttiende, na een overwinning tegen US Cosmos, ruilde hij shirts met Franz Beckenbauer. Op zijn negentiende scoorde hij zijn honderdste goal. Hij was toen al het gezicht van Coca Cola, Puma, Agfa. De marginale en relatief arme Zuid-Amerikaanse voetbalclubs dienen als een trainings- en rekruteringsreservoir voor het Europese voetbal. Het was dan ook niet meer dan normaal dat Maradona in 1982 naar Barcelona verhuisde, dat hem voor 8 miljoen dollar had gekocht. Toen hij twee jaar later naar Napels ging, verdiende hij 7 miljoen dollar per jaar en kreeg hij 3 miljoen extra van de Italiaanse televisie (en 5 miljoen van Hitachi). Een peiling van International Management Group riep hem uit tot "beroemdste mens ter wereld". Hij kreeg 100 miljoen dollar aangeboden voor zijn "beeldrechten" en weigerde (uit patriottisme: IMG wilde dat hij de dubbele nationaliteit zou aannemen). In 1986 kwam de nationalistische apotheose: hij werd kapitein van de Argentijnse ploeg in de Wereldcup en ze wonnen. Hij was zesentwintig.

El Diego is een transparant verhaal. Tussen de regels zie je een verbijsterende innerlijke chaos - acute en chronische karakterfouten, foute beoordelingen en vooral een hardnekkig gebrek aan zelfkennis. Op zijn veertiende komt Maradona onder de invloed van zijn eerste manager, een oude mentor met een naam die weinig goeds voorspelt: Jorge Cyterszpiler. Je ziet het al aankomen wanneer Maradona pocht dat ze alles "als vrienden" regelen en "nooit iets op papier moeten zetten". Jawel, wanneer hij tien jaar later in Napels arriveert, ontdekt hij tot zijn verbazing dat "Cyterszpiler zoveel tegenslag met de cijfers had gehad dat ik weer op nul stond". Of op minder dan nul. Cyterszpilers tegenslag met de cijfers, zijn investeringen in Paraguayaanse bingozalen en soortgelijke ondernemingen, verslonden Maradona's aandeel in de transfer-som en zijn huis van tien kamers in Barcelona. "Gebeurd is gebeurd", schokschoudert Diego, en hij houdt vol dat elke belegging (elke bingozaal) zijn eigen beslissing was. Veel later, wanneer Maradona aan een fitnesscampagne begint, neemt hij een persoonlijke trainer aan: Ben Johnson. "Juist, Ben Johnson! De snelste man ter wereld, wat ze ook mogen zeggen!"

Zo gaat het ook met de Camorra, de Napolitaanse variant van de maffia. "Ze boden mij dingen aan maar ik wilde ze nooit aanvaarden, want eerst geven ze en daarna willen ze dingen terug... Altijd als ik naar een van die clubs ging, gaven ze mij gouden Rolexhorloges, auto's..." Hij "wilde" ze niet aanvaarden, maar aanvaardde ze toch.

Idem dito met overtredingen en scheidsrechters. Wanneer Maradona zich een mening vormt, lijkt hij zichzelf voorbij te dribbelen. "Die klootzak van een Luigi Agnolin, de Italiaanse arbiter, keurde een van mijn goals ten onrechte af. Ik heb Bossio nooit een trap gegeven, nooit! Ik heb hem geraakt omdat ik over hem sprong. Het was nooit een opzettelijke schop... die Agnolin was een eikel. We probeerden hem vanaf het begin onder druk te zetten maar die Italiaan liet zich niet intimideren. Hij gaf Francescoli een duw. Hij duwde hem! Hij gaf Giusti zelfs een elleboogstoot. Ik vond Agnolin eigenlijk wel sympathiek..." Maradona's anarchistische trekjes komen ook tot uiting in zijn minachting - afkeer is een beter woord - voor de wet. Wanneer hij over zijn problemen met de politie schrijft, krijgt hij nauwelijks gezegd wat er eigenlijk is gebeurd. "Ik werd aangehouden, aangehouden!", jammert hij, waarna hij kort de "farce" beschrijft die erop volgde. Intussen, met een beleefd kuchje, komt een voetnoot vertellen waarvan hij werd beschuldigd (bezit van cocaïne). Later, thuis in Argentinië, gunt de pers hem geen rust: "Ik reageerde... ik reageerde zoals iedereen dat zou doen. Het was het incident met de luchtbuks, juist." En weer een voetnoot, eveneens ontwijkend, die uitlegt dat Maradona met een luchtbuks op een groepje journalisten schoot, zonder erbij te vertellen dat hij vier mensen verwondde en een voorwaardelijke straf van drie jaar kreeg.

Je merkt ook sporen van een bescheiden vorm van megalomanie. Maradona schrijft graag over zichzelf in de derde persoon, niet alleen als Maradona ("Wij maakten hem groter dan Maradona", "Dat is voor Maradona het belangrijkste" en, amusant, "De drugshandel is zo machtig dat zelfs Maradona er niets tegen kan doen"), maar ook als El Diego: "Omdat ik El Diego ben. Ik noem mezelf ook zo: El Diego. Ik ben niet veranderd. Ik ben mezelf, Maradona. Ik ben El Diego." Na een poosje klinkt het meer als zelfhypnose dan als zelfverheerlijking.

"Passarella was een goede kapitein", geeft El Diego toe, "maar de fantastische kapitein, de echte grote kapitein, dat zal ik altijd zijn." Later, in 1996, krijgt de uitspraak een echo wanneer Maradona een nationale antidrugscampagne lanceert met de verklaring: "Ik ben een drugsverslaafde en dat zal ik altijd zijn." Deze mantra van de afgekickte verslaafde komt gemakkelijk over als valse nederigheid, want in werkelijkheid is de spreker trots op een overwinning waarvoor hij hard heeft moeten vechten. Maar in het geval van Maradona heeft ze de klank van een onweerlegbare waarheid.

Maradona is al twintig jaar aan de drugs. Zijn verslaving heeft hem vijftien maanden schorsing opgeleverd in Italië, een uitwijzing uit de Wereldbeker 1994 ("Ze hadden mij efedrine gegeven en efedrine is legaal. Of dat zou het toch moeten zijn") en een schandaal dat definitief een einde maakte aan zijn loopbaan, na zijn laatste comeback bij de Boca Juniors, in 1997. Diego is geen recreatieve gebruiker. Hij is een man die zich af en toe een hartstilstand snuift. Het lijkt wel alsof hij de intensiteit van zijn vergane glorie - de duizelingwekkende hoogten en de bodemloze diepten - alleen opnieuw kan voelen door met een overdosis te flirten.

El Diego is een boek met de emotionaliteit van een opera. Door het vernis van de exotische stijl en de voetbalclichés zijn sporen van een dieper perceptieniveau te merken. De angst in de kleedkamer, voor het begin van de wedstrijd: "Ik voelde stilte, te diep, te koud. Ik zag bleke gezichten, alsof ze al moe waren." Een ernstige blessure: "Ik sprintte achter een verloren bal en hoorde het onmiskenbare geluid van een scheurende spier, als een rits in mijn been die openging."

Van emoties gesproken, om de twee bladzijden moet Maradona een zakdoek boven halen. Zijn prozagedichten aan zijn vrouw en familie zijn des te aangrijpender omdat we weten dat hij inmiddels gescheiden is en met allebei zijn broers overhoop ligt. Omdat we weten dat de banden van de liefde niet sterk genoeg waren om hem te redden.

Veel sportmensen zeggen graag dat ze kampioenen van het volk zijn. Maar het populisme van Maradona wordt gestaafd door de weg die hij heeft afgelegd: proletarische bastions als Buenos Aires, Napels en nu Havana (de enige Franse club waarmee hij ooit geflirt heeft, was veelzeggend genoeg Marseille). Als je in Buenos Aires de naam Maradona laat vallen, is de reactie altijd weemoedig en sympathiek. In Havana, dat nooit een Maradona heeft gekend die niet decadent was, lijken ze hem onvoorwaardelijk te aanbidden ("Ik ben een fanaticus van Maradona"). Cuba is net wat hij nodig heeft, want hij kan er een man van het volk zijn en een man van de president, een vriend van dat andere zwarte schaap van wereldformaat, Fidel Castro.

De grote speler Jorge Valdona zei op een heel Latijnse manier iets heel moois over Maradona: "Arme oude Diego. We hebben hem jarenlang verteld dat hij god was, een ster. Maar we hebben vergeten hem het belangrijkste te vertellen: dat hij een mens was." En in Italië riepen ze: "Ti amo piu che i miei figli" - ik hou meer van jou dan van mijn eigen kinderen. Dat is niet zo schokkend als het klinkt. Met zijn woedebuien, zijn drang tot zelfvernietiging en zijn onverzadigbare snoeplust is Maradona "El Pibe d'Oro" gebleven, het Gouden Kind. Hij is nog altijd Dieguito.

Martin Amis

Vertaald door Bart Holsters

Het lijkt wel alsof Maradona de intensiteit van zijn vergane glorie - de duizelingwekkende hoogten en de bodemloze diepten - alleen opnieuw kan voelen door met een overdosis te flirten

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234