Zondag 08/12/2019

Een jonge hond van 46

Clash-legende Joe Strummer overtuigend in de Brusselse Botanique

Als The Sex Pistols het gezicht van de punk bepaald hebben, dan zorgde The Clash er alleszins voor dat de beweging ook een uitgesproken politieke betekenis had. Waar Johnny Rotten en zijn handlangers na Never Mind The Bollocks algauw in creatieve ademnood raakten, ontwikkelden hun geestesgenoten zich in een jaar tijd tot een veelzijdige rockgroep die zowel soul, dub, reggae, rockabilly als jazz in haar geluid wist te integreren. Momenteel is zanger Joe Strummer voor het eerst sinds mensenheugenis weer op tournee, en woensdagavond hield de levende legende even halt in een snikhete Botanique.

Hoewel The Clash al sinds 1985 tot het verleden behoort, is de groep eigenlijk nooit echt uit de belangstelling verdwenen. Mick Jones, de andere zingende songschrijver uit het gezelschap, scoorde een paar hitjes met Big Audio Dynamite; drummer Topper Headon ging de soultour op; bassist Paul Simonon werd een succesvol landschapschilder; terwijl Strummer zich onledig hield met kleinschalige projecten als filmsoundtracks en productiewerk. Voor The Pogues onder andere, met wie hij na het vertrek van dronkeman Shane MacGowan ook even als zanger op tournee ging. Intussen werd het Clash-repertoire onafgebroken gecompileerd, scoorde de groep een postume nummer-één-hit middels het voor een jeansreclame gebruikte 'Should I Stay Or Should I Go' en deden er regelmatig geruchten de ronde over een reünietournee. In het najaar zou er eindelijk een officiële liveplaat worden uitgebracht en zopas verscheen een tribute-cd waarop groepen als The Afghan Whigs, Silverchair, Offspring, Moby en Heather Nova met wisselend succes hun favoriete Clash-song coveren.

Het respect voor de groep is sinds de split alleen maar toegenomen, en nog niet zolang geleden werd Londen Calling, de derde cd van de band, zowel door Rolling Stone als Q aangeduid als de beste plaat uit de jaren zeventig. Het valt dan ook nauwelijks te bevatten dat Strummer, een man wiens impact op de moderne muziek bijgevolg nauwelijks te onderschatten valt, momenteel in Europa niet eens over een platencontract beschikt. Het zegt meer over de kwalijke evolutie binnen de industrie, die enkel nog bereid is te investeren in de Céline Dions van deze wereld, dan over het jongste materiaal van Strummer zelf.

De nieuwe songs die hij maandag in de Brusselse Botanique presenteerde konden, op enkele uitzonderingen na, weliswaar zelden de vergelijking met monumenten als '(White Man) In Hammersmith Palais' of 'Bankrobber' doorstaan, maar dat was op zich geen schande. De meeste artiesten zouden hun ziel verkopen om één zo'n nummer op het repertoire te hebben; Strummer schreef ze destijds bij bosjes. Het sprak alleszins boekdelen dat de zanger, inmiddels 46 en nog steeds de juiste spirit op het podium, het zich kon veroorloven om een klassieke song als 'London Calling' al vroeg in de set prijs te geven. The Mescaleros, de jonge honden die de Clash City Rocker om zich heen had geschaard, speelden het nummer met de verbetenheid die er niet om loog, en ook Strummer stond, getuige zijn rauwe vertolking, nog steeds achter ieder woord.

Nochtans kwam het optreden aanvankelijk wat moeilijk op gang. De groep overtuigde weliswaar moeiteloos wanneer ze zich op rechttoe-rechtaanrock stortte, zoals tijdens het uitstekende 'Rock The Casbah', waarbij het imperatief van de titel ook in daden werd omgezet, maar raakte hopeloos in de knoei zodra de nummers wat meer subtiliteit vereisten. Zo slaagden de muzikanten er bijvoorbeeld niet in om een acceptabele versie van 'Straight To Hell' neer te zetten, nochtans veruit de beste song uit de Clash-catalogus.

Sommige nieuwe songs waren niet zo slecht als je aanvankelijk wilde geloven. Zo is het poppy 'Morning Sun' een zeer behoorlijke aanwinst, beschikt 'Forbidden City' over een refrein dat in het hoofd bleef hangen, en pleegde de aanstekelijke dubreggae van 'Yallah Yallah' een aanslag op de benen.

Naar het einde toe stond de groep helemaal op scherp, en de Vince Taylor-cover 'Brand New Cadillac' werd dan ook luidkeels meegebruld. Meer zelfs, het publiek was zo opgetogen dat Strummer en zijn maats uiteindelijk nog een tweede keer terugkwamen toen de helft van het instrumentarium al bijna was ingepakt. Mocht The Clash dus morgen besluiten de handen weer in elkaar te slaan, dan kunnen de fans op beide oren slapen. Strummer heeft immers bewezen dat een wandeling door het verleden niet noodzakelijk in een nostalgietrip hoeft uit te monden.

Bart Steenhaut

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234