Vrijdag 25/06/2021

Een jaar na Katrina probeert New Orleans het hoofd boven water te houden

Met de eerste verjaardag van Katrina in aantocht hoeven de New Orleanians niet diep te graven naar herinneringen aan de ramp. Het puin in hun omgeving doet hen nog dagelijks denken aan de storm die niet alleen hun huis maar ook hun leven overhoophaalde.

Door Evy Ballegeer, vanuit New Orleans

De arme, hoofdzakelijk zwarte wijk rond de St. Bernardappartementsblokken ziet er vandaag nog altijd uit zoals een maand na de storm. De zon heeft de bruine vloedlijnen op de gevels verbleekt, maar het gros van de huizen is onaangeroerd gebleven. "Het enige wat veranderd is sinds ik hier zes dagen na de storm vertrokken ben, is dat het water weg is", zegt Endesha Juakali.

De vijftiger ligt languit op de bank in zijn Femawoonwagen, die vanop de straat het uitzicht op zijn ondergelopen huis blokkeert. Zijn tijdelijke verblijfplaats is haast onleefbaar klein. Een klapstoeltje voor een bezoeker vindt enkel een plaats in het deurgat en wanneer een werkman de gas komt controleren moet Endesha in het toilet gaan staan opdat er plaats zou zijn voor drie. Maar hij klaagt niet. Hij is tenminste terug thuis. Had het aan hem gelegen, dan was hij hier nooit vertrokken.

"Ik ben bewust niet geëvacueerd. Ik moest het zien. Ik installeerde me op de tweede verdieping met eten, drinken, een radio en batterijen. Voor een buitenstaander is dat moeilijk te begrijpen, maar ik hou van orkanen. Ook mijn buren waren zo goed als allemaal gebleven. De sociale woonkazerne hier recht tegenover is in het verleden altijd een schuilplaats geweest tijdens het stormseizoen. De voorgaande jaren werd de buurtbewoners aangeraden om er hun toevlucht te nemen, want de gebouwen zijn opgetrokken uit baksteen en ze tellen drie verdiepingen."

De omstandigheden voor de storm zoals Juakali ze schetst nuanceren de berichten dat de arme zwarte bevolking noodgedwongen achterbleef omdat ze geen geld of auto's had voor een evacuatie. De meerderheid van Juakali's 3.000 buren kozen ervoor om te blijven, want dat hadden ze altijd al gedaan. "Zoals elk jaar waren er overal orkaanfeestjes aan de gang. Dat is een jaarlijkse traditie in deze regio. Ik ben zo opgegroeid. Als we dan toch thuis moeten blijven tijdens een storm kunnen we evengoed een feestje bouwen en eten en drinken. Zelfs tijdens de overstromingen stonden mensen te barbecuen op hun balkon omdat we aanvankelijk dachten dat het water snel zou wegtrekken.

"De orkaan zelf viel goed mee. We hadden 12 uur regen en wind, waarvan het er vier uur zodanig hevig toeging dat ik dacht dat het huis zou instorten. Maar toen begon de zon te schijnen. De hele buurt kwam naar buiten en we stelden opgelucht vast dat er amper een halve meter water stond. Ik ben toen weer naar boven gegaan om te slapen, want ik was de hele nacht wakker gebleven. Toen ik vier uur later wakker werd, waren mijn meubels al aan het drijven. Het water stond anderhalve meter hoog en het bleef rijzen. Panikeren heb ik nooit gedaan. Ik kan zwemmen en op de tweede verdieping zat ik droog. Wellicht was ik nooit weggegaan, mochten de ratten mij niet zijn komen vergezellen. Een boot van de buren heeft mij naar de hoger gelegen snelweg gebracht, waar duizenden en duizenden mensen verzameld waren. Daar heb ik ook de eerste lijken gezien. Drie dagen en nachten hebben we daar gezeten. Het was 37 graden, er was geen beschutting. Om toch afkoeling te vinden, ben ik de hele tijd heen en weer gezwommen tussen mijn huis en de snelweg.

"Ik was niet boos omdat het zo lang duurde voor ze ons kwamen halen. De eerste keer dat ik kwaad geworden ben, was toen ik besefte dat ze bepaalde mensen weg willen houden uit de stad. Dat ze de ramp misbruiken om New Orleans te reinigen van arme mensen, zwarte mensen, werkmensen. Want dat is het plan en ze steken dat niet eens weg. Hier rechtover bijvoorbeeld is minstens 40 procent van de appartementen onbeschadigd. Toch hebben ze een groot hekken opgetrokken rondom het terrein, zodat niemand naar huis kan. De bedoeling is om gesubsidieerde complexen zoals deze plat te gooien en te vervangen door wat ze blokken voor gemengde inkomens noemen. Het excuus dat dit een slechte buurt was die ze nu kunnen opkuisen, geldt niet. De misdaad in deze stad heeft niets te maken met sociale woonwijken. Want kijk, de complexen zijn zo goed als allemaal nog dicht en toch zijn de misdaad en de moorden al terug.

"Mijn buren zitten nog overal. Houston, Dallas, Baton Rouge, Memphis. Ze willen naar huis komen, maar kunnen niet. Katrina was een ramp, maar wat er nu met hen gaat gebeuren is een nog veel grotere catastrofe."

Het zijn lang niet alleen de armen van de stad die het meest geleden hebben. Een inwoonster formuleerde het wellicht het best toen ze Katrina een 'equal opportunity'-vernieler noemde. Een treffend bewijs dat de ramp geen klassenverschillen kende, vind je in Lakeview, tot vorig jaar een zeer welstellende buurt ten zuiden van het Pontchartrainmeer. Aan de gevel van een onherstelbaar vernielde villa wappert een spandoek met daarop 'Thank you Army Corps of Engineers'. Een ironische bedanking voor de foute berekeningen van het ingenieurskorps over de breuken in de zwakke dijken.

Een paar huizen verder laten de bewoners met een spandoek weten dat hun verzekering hen 10.365,43 dollar uitbetaalde terwijl hun huis op het zicht alleen al veel meer schade heeft geleden. Voor de woning van Glenn Stoudt geeft een bordje een hoopvollere boodschap mee. 'We're Coming Home to Lakeview'. Stoudt voert kruiwagens aarde af en aan om het terrein rond zijn huis te verhogen. De zon brandt en het zweet loopt van zijn rug. Binnen in de historische villa is een timmerman aan het werk.

"De eerste verdieping is ondergelopen en in de maanden na de storm hebben we twee keer plunderaars over de vloer gehad", puft Stoudt. Toch rekent hij zich tot de gelukkigen. Zijn managementjob kwam nooit in gevaar en zijn gezin heeft voldoende geld om een appartement te huren uptown, terwijl de reparaties aan de gang zijn. "Het is erg moeilijk om vakmannen te vinden. Ze kunnen helemaal niet aan de vraag voldoen. En dus steek ik zoveel mogelijk zelf een handje toe."

Het huis van de Stoudts was ook voldoende verzekerd. "Voor veel New Orleanians geldt dat helaas niet. Zelfs in deze buurt heeft 30 procent van de mensen geen verzekering. Voor hen is de weg terug haast onmogelijk, tenzij er eindelijk wat hulp komt van de regering. Want voorlopig hebben we nog niets gezien." Van de 7.400 inwoners in de wijk zijn er 600 teruggekeerd. "Het is eigenaardig wonen, maar we moeten vooruit. Ik ben met mijn 51 jaar de oudste bewoner hier. We hebben 37 mensen verloren tijdens de storm. Ouderen die niet weg konden. Zo zie je dat het niet louter een kwestie van rijk versus arm was. Van blank of zwart. Ook hier is de schade, materieel en emotioneel, enorm."

New Orleans lijkt uit twee steden te bestaan. Een met kilometer na kilometer vernieling en een die schijnbaar normaal functioneert. Het historische Garden District bijvoorbeeld bleef ongedeerd. De koffiehuizen draaien er als voorheen en 's avonds zitten de restaurants vol. Ook in het French Quarter herinnert niets aan Katrina. Althans niet aan de oppervlakte, want de emotionele littekens zijn er wel.

Vraag maar aan Mike Howells, die al 23 jaar in de wijk woont en van hieruit de storm en de nasleep meemaakte. "We bleven vanwege onze twee oude katten, het feit dat we geen auto hebben, dat we in een hoger gebied wonen en ons huis er al staat sinds 1850, dat we nog nooit geëvacueerd hadden... De storm zelf was angstaanjagend en spannend tegelijkertijd, maar behalve wat glasschade was er niets aan de hand. Maar toen ik dinsdagochtend wakker werd, dacht ik dat het einde van de wereld gekomen was. Wij wonen om de hoek van Rampart Street en dat is de weg die de inwoners van de 9th Ward volgden naar de Superdome. Ik vergeet hun gezichten nooit. Ze waren duidelijk alles verloren.

"Zelf bleven we in het droge gebied. Toen ik door onze wijk wandelde, merkte ik dat onze buren aan het plunderen waren. Wij waren aanvankelijk niet bezorgd over eten want we hadden een goede voorraad in huis en we gingen er toen nog van uit dat er snel hulp op gang zou komen." Mike schudt het hoofd en zucht diep. "Met elk uur dat voorbij tikte, groeide de stress. Het was wachten, wachten, wachten. Tegen donderdag ben ik zelf gaan plunderen, maar ik maakte er een zaak van om niets uit kleine winkels te stelen.

"De stank in de stad was intussen niet te harden. Zo erg dat je het rottend lijk dat we herhaaldelijk gepasseerd zijn niet kon ruiken. Een vriend van ons had een zwembad en we overwogen om dat water te filteren in drinkwater. Zelfs het water uit de boiler dronken we. Tegen dan was de wanhoop echt toegeslagen. Op een bepaald moment dacht ik dat we ratten zouden moeten eten. Dat klinkt misschien overdreven, maar aangezien er geen hulp kwam, begon ik zo te denken.

"Ik werd bang en dan kwaad. Ik behoor tot het extreem linkse kamp, maar zelfs ik was gechoqueerd dat deze regering zo incompetent was. Je zou toch tenminste verwachten dat ze wat voedsel zouden droppen. Het was duidelijk dat ze iedereen weg wilden uit de stad en ze gebruikten voedsel en water als wapen. Maar wij zijn gebleven. We voelden er niets voor om vluchtelingen te zijn."

Mike noemt zijn ervaring traumatisch. "De ziel van de New Orleanians is even beschadigd als de ruïnes rondom ons", zegt hij. Iedereen met wie je spreekt, bevestigt dat. Ook de inwoners die het er goed van af brachten, zijn niet gelukkig. Zij worden geplaagd door een schuldgevoel. Waarom wij niet en zij wel? Katrina. Elk gesprek gaat er vroeg of laat over.

"Geen wonder dat iedereen depressief wordt", besluit Chuck Mylie. "Dit blijft ons achtervolgen. Zelfs het journaal heeft denk ik een nieuwe onderverdeling nodig. Nieuws, sport en Katrina. Dan zou ik tenminste weten wanneer ik moet zappen."

De ziel van de New Orleanians is even beschadigd als de ruïnes rondom ons

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234