Woensdag 30/11/2022

Een jaar in niemandsland

Van alle mensen die al door Somaliërs gegijzeld werden, moest niemand zo'n lang verblijf bij piraten doorstaan als Paul en Rachel Chandler. De twee Britten waren met hun zeilboot op droomreis, toen het noodlot toesloeg. The New York Times-journalist Jeffrey Gettleman en illustratrice Wesley Allsbrook verwerkten het relaas van de Chandlers tot een bloedstollend verhaal. Rachel: 'Als we dan toch moesten sterven, dan samen.'

"Het was niet echt een mooie nacht", herinnerde Rachel Chandler zich. Uit het zuidoosten kwamen klotsende golfjes, uit het zuidwesten waaide een briesje. Er was geen maan, en de sterren waren in wolken gehuld.

De boot bewoog zich traagjes weg van Mahé, het grootste eiland van de Seychellen-archipel, in de richting van Tanga in Tanzania. Hier begon een overtocht van twee weken van de Indische Oceaan. De wind duwde hen noordelijker dan ze gepland hadden. De 11,5 meter grote zeilboot van de Chandlers, de Lynn Rival, dobberde helemaal alleen op het water.

Rachel, 57, hield de wacht, haar man Paul was benedendeks aan het slapen. Het was ongeveer half drie 's nachts. Omdat de wind zo zwak was, schakelde Rachel de kleine motor van de zeilboot aan. Die snorde tegen vijf knopen, net luid genoeg om ander geluid te overstemmen.

Toen ze plotseling het hoge geloei van op volle kracht gierende buitenboordmotoren hoorde, had ze maar een paar seconden om te reageren. Ineens doemden twee kleine boten op uit het duister. Ze richtte de spot op het water, en er weerklonken twee geweerschoten.

"Geen geweren! Geen geweren!", riep ze.

Het geknal van de geweren maakte Paul wakker. "Het eerste wat ik dacht", zei Paul (61), "was: piraten." In amper een paar seconden hesen acht sjofele Somalische mannen zich aan boord, hun geweren en raketwerpers kletterend tegen de romp. Paul activeerde een noodbaken, dat onmiddellijk een SOS-signaal begon uit te zenden, en ging toen het dek op. De mannen stonken naar de zee en muskus van de opwinding, en richtten hun geweren op de Chandlers.

"Motor stilleggen!", schreeuwden ze in slecht Engels. Eén piraat maakte zich vooral zorgen over de lichtflitsen. Paul zag ontmoedigd hoe hij naar beneden stommelde, het noodbaken vond en het zonder dralen uitschakelde.

Dat was op 23 oktober 2009. De Chandlers zouden 388 dagen gevangen gehouden worden. In de voorbije jaren hebben los georganiseerde bendes Somalische piraten honderden schepen - eigenlijk zowat alles wat drijft - geënterd om losgeld te eisen. Het gevolg is dat de internationale scheepvaartsector miljarden uitgeeft aan hogere verzekeringspremies, gewapende escortes en extra brandstof om duizenden kilometer om te varen. Een zeemacht van 25 landen patrouilleert voor de Somalische kust.

Toch is 2011 goed op weg om alweer een topjaar voor de piraterij te worden, met al meer dan twintig geënterde schepen, honderden zeelieden die vastgehouden worden en een gemiddeld losgeld van 5 miljoen dollar. Dat is overal een fortuin, maar toch net iets meer in een land zonder regering en een economie die op apegapen ligt. Maar van de duizenden mensen die gegijzeld werden, moest niemand zo'n lang - en zo'n intiem - verblijf doorstaan bij de piraten als Paul en Rachel Chandler.

Fulltime zeilen

"Ik werd verliefd op haar stem", zegt Paul over zijn vrouw. Het was Londen, 1979. Hij was ingenieur voor een Braziliaans bedrijf, zij werkte voor een ramenfirma. Ze praatten aan de telefoon over een bouwproject, en Paul was verkocht. Toen ze elkaar ontmoetten, stelde Paul vast dat Rachel groot was en slank, met een blanke huid en een bos rood haar. Ze hadden anderhalf jaar verkering, trouwden en verhuisden naar Doha in Qatar.

Toen ze een paar jaar later terugkeerden naar Engeland, kochten ze een aandeel in de Lynn Rival, een bescheiden jacht dat net groot genoeg was voor oceaantochtjes. Toen ze een paar jaar geleden met pensioen gingen, begonnen ze fulltime te zeilen. Ze verkenden de Adriatische en de Rode Zee, Egypte, India, Soedan, Oman en Eritrea, en hielden onderweg een blog bij over hun avonturen. Het was een onwezenlijk maar allesbehalve luxueus bestaan. Paul ving snappers in de uren voor de dageraad, die Rachel bakte voor de lunch. Ze maakten hun eigen brood in een oven zo groot als een schoendoos en sliepen in havens op de boot.

Ze wisten heel goed dat de Indische Oceaan jachtgebied van Somalische piraten is, maar Paul heeft een hyperrationele kijk op de wereld. Hij achtte de kans om gegijzeld te worden even groot als de kans om midden in de oceaan op een half gezonken container te stuiten: mogelijk maar hoogst onwaarschijnlijk. Elk jaar worden een paar dozijn schepen gekaapt, van de tienduizenden die voorbij Somalië varen. De kans dat je gekaapt wordt, is 0,1 procent. En de Seychellen waren toen nog redelijk veilig.

"Het idee dat we ontvoerd en lang vastgehouden konden worden, leefde niet in mijn hoofd", zei Paul. "Het was moeilijk te geloven dat iemand in ons geïnteresseerd kon zijn. En hoewel we ons bewust waren van de ruimere gevaren..."

"... vonden we het geen groot risico", vulde Rachel aan, zoals ze dat wel vaker doen bij elkaar. "Het was een speling van de wind die ons op die plek bracht", zegt Paul.

Toen de piraten zich meester hadden gemaakt van de Lynn Rival, begonnen ze de boot te plunderen. Ze trokken kasten open, aten alle koekjes op en stalen geld, horloges, ringen, elektronische toestellen, hun satelliettelefoon en kleren. Er waren tien mannen nu, want er hadden er zich nog twee bij de anderen gevoegd. De piraten maakten hun boten vast aan de Lynn Rival en zetten koers naar Somalië. Maar met dat flauwe windje kon dat twee weken duren. Een van de piraten, die Buggas bleek te heten, nam contact op met een andere groep op de Kota Wajar, een Singaporees vrachtschip dat even daarvoor gekaapt was. "Spreek met deze man", schreeuwde hij tegen Paul en hij duwde de satelliettelefoon in zijn hand. "Ze gaan ons redden."

Het was Pauls eerste kennismaking met de losse broederschap van Somalische piraten en met een van de nieuwste strategische nieuwigheden: het moederschip. Moederschepen zijn grotere vaartuigen - meestal ook gekaapt - die fungeren als drijvende basissen, met voedsel en brandstof voor weken aan boord. De moederschepen schuimen de oceaan af met kleinere boten aan de zijkant vastgemaakt, waardoor de piraten op duizenden kilometers van de kust schepen kunnen kapen. Hun actieradius beslaat momenteel meer dan 5 miljoen m2 water, een gebied dat je nooit kunt patrouilleren.

Gemeenschap van gegijzelden

Paul sprak met de Pakistaanse kapitein van het vrachtschip en regelde een rendez-vous. De Kota Wajar voer zo'n 230 kilometer naar de Somalische kust, waar het schip zich bij verscheidene andere gekaapte schepen voegde die voor anker lagen voor de kust, een drijvende gemeenschap van gegijzelden.

"We wisten niet wie die kerels waren", zegt Mohamed Aden over de piraten die de Chandlers ontvoerden. "Het waren niemendallen, mensen die wij kakkerlakken, gangsters noemen, nieuw in het systeem. Het was de eerste keer dat ze iemand aan land hadden gebracht. Het duurde zes maanden voor we wisten wie ze waren." Aden, die beter bekend is onder zijn bijnaam Tiiceey, is de president van de regering van Himan en Heeb, een klein clanbestuur dat onlangs werd opgericht in Centraal-Somalië. Twee decennia van tomeloze chaos hebben ervoor gezorgd dat tegenwoordig overal in het land van die ministaatjes opduiken.

Er zit een internationaal erkende federale overgangsregering in hoofdstad Mogadishu die voor miljoenen dollars steun heeft gekregen van de VS en de VN. Maar die regering werd gevormd in het buitenland en heeft weinig aanhang ter plaatse. Ze controleert amper Mogadishu en heeft totaal niks te zeggen in Centraal-Somalië.

Aden werkt in Adado, een handelsstad ongeveer 300 kilometer van de kust. Hij kleedt zich en praat zoals een rapper, met zijn iPhone vastgeklonken aan zijn heup. Hij is een genaturaliseerde Amerikaan en bracht jaren door in Minneapolis, waar hij een bedrijfje leidde alvorens teruggeroepen te worden door de clanoudsten van de Saleban.

In 2009 volgde ik twee weken lang hoe hij probeerde uit het niets een administratie uit te bouwen, met een politiemacht, milieuwetten en scholen. Maar Aden heeft nog altijd een piratenprobleem. Technisch gezien reikt de jurisdictie van Himan en Heeb tot aan de kust, maar Aden heeft daar geen autoriteit. "Ik heb de vuurkracht niet om het tegen die kerels op te nemen", zegt Aden.

Aden gaat zelfs vriendschappelijk om met enkele van de beruchtste piraten, van wie velen bijnamen dragen. 'Grote Mond' wordt beschouwd als een van de grondleggers van de Somalische piraterij en verdeelt ook khat, de bladeren waarop miljoenen Somali's kauwen om in een lichte roes te geraken. Samen hebben Aden en Grote Mond de landingsstrook van Adado herbouwd om meer khat binnen te brengen. Dat is uitgegroeid tot de belangrijkste bron van inkomsten (elke vlucht wordt belast) en tot een bloeiende bedrijfstak van Grote Mond. "Ik probeer mijn gebied te ontwikkelen", zegt Aden met een glimlach.

Opereren op krediet

Toen de Chandlers ontvoerd waren, ging Aden recht naar Grote Mond om te achterhalen wie de kidnappers waren, maar zelfs Grote Mond wist het niet. Al wat ze wisten in Adado was dat een jonge nieuweling genaamd Buggas de Chandlers had meegenomen naar de dorre, onbeduidende stad Amara, dicht bij de kust, en dat hij de steun had van de plaatselijke bevolking van Amara. Die plaatselijke steun is heel belangrijk, want gijzelaars vasthouden kan duur zijn, vooral als het lang duurt. Je moet ze voeden, en - belangrijker - je moet ze bewaken, om te vermijden dat een rivaliserende piratenbende of islamistische militie ze weghaalt. Vertalers rekenen bovendien een forse som aan om te communiceren met de gijzelaars en te onderhandelen over losgeld.

Paul vermoedt dat het Buggas bijna 20.000 dollar per maand kostte om hen te gijzelen Piraten opereren meestal op krediet - ze lenen dingen van mensen binnen hun gemeenschap of van andere piraten, die een deel van de opbrengst krijgen, 'sami' in het Somalisch, als het losgeld wordt uitbetaald. In Amara ging al snel het gerucht dat de Chandlers rijk waren en dan ook een buitenkansje waren voor een sami. "De mensen zeiden dat het losgeld maar een kwestie van twee maanden was, en dat het dubbel zou zijn", herinnert Aden zich. "Je investeert 5.000 dollar, en je krijgt 10.000 terug. Geen slechte winst, niet?"

Voor Rachel lopen alle dagen door elkaar. Ze stond meestal op bij het krieken van de dag, als de woestijn nog enigszins koel was. Paul sliep wat langer. Ze deden hun best om een ontbijt van geitenlever binnen te werken, en wasten zich dan met een jerrycan gevuld met bronwater. Ze lazen de paar boeken die ze hadden en hielden een dagboek bij.

Paul concentreerde zich vooral op het hier en nu: "Betrokken, een beetje wind", staat er op een bepaald moment netjes in blauwe inkt. "Alweer een slapeloze nacht", klinkt het wat verder. Rachel was introspectiever, en schreef lange stukken in perfect handschrift. De geur die ze zich herinnert is zweet, het stinkende parfum waarmee de piraten zich insmeerden en de reuk van in diesel geweekte houtskool.

Soms, als ze zich gemotiveerd voelden, deden ze 's morgens samen yoga. "Ik had het moeilijk", zei Rachel me in mei. We zaten in de woonkamer van hun kleine huis in Dartmouth in Engeland, waar de Chandlers sinds hun bevrijding wonen. "Ik knokte me door de vroege ochtend, maar dan sloegen de hitte en vochtigheid toe, en lag ik daar maar te denken: ik wil niet lezen, ik wil niets doen, hoe sla ik me door de komende tien minuten heen, laat staan tien uren, laat staan tien dagen?"

De lunch was spaghetti zonder saus, steevast geserveerd in grote porties. Daarna tijd voor een dutje, misschien voor de was. Zoete gekookte bonen en rijst als avondeten. Ze communiceerden weinig met de piraten, die af en toe snauwden dat ze hun schaar wilden gebruiken of naar de radio wilden luisteren. En dan maar weer slapen.

'No money, you dead'

Buggas was de baas, tot afschuw van de Chandlers, want hij was onbeschaafd, licht ontvlambaar en bot. "De Britse regering gaat veel geld betalen, geen probleem", bleef hij maar zeggen. "Hij was een ordinaire schurk", zei Rachel. Ze sloot haar ogen en begon hem te schetsen: ongeveer 33 jaar, nogal zwaar, laag voorhoofd, kleine ogen, vlezige lippen die hij meestal niet sloot. Hij bedreigde hen constant: "No money, you dead, kill you."

Het probleem was dat de Chandlers niet zo heel veel geld bezaten. Ze hadden 75.000 dollar uitgegeven om de Lynn Rival te kopen en op te kalefateren, en ze waren eigenaar van een appartement met twee kamers in een voorstad van Londen dat ongeveer 250.000 dollar waard was. En ze hadden wat pensioenreserves. In totaal goed voor 500.000 dollar. Maar de piraten haalden hun neus op voor dat onbenullige bedrag en eisten 7 miljoen dollar. Ze zeiden Paul dat hij een onderhandelaar moest vinden.

"Onderhandelaar?" vroeg Paul. "Ik heb geen onderhandelaar." Hij stelde voor dat de piraten Rachels oudere broer zouden bellen, Stephen Collett, een gepensioneerde boer in Engeland. Stephen, die een boek aan het schrijven is over de ontvoering, weigert in te gaan op de details van de pakweg 200 telefoontjes die hij deed met de piraten. Hij lijkt nog altijd overstuur. "Hoe zou jij je voelen als je een telefoontje krijgt van een kerel die zegt: 'Ik heb je zus en haar man onder schot, stuur ons dus alles wat je bezit en meer, en als je geluk hebt zie je ze ooit terug.'"

De Chandlers kwamen er al snel achter dat ontsnappen of een redding onwaarschijnlijk was. De piraten opereerden totaal straffeloos in hun hoekje van Somalië. Dat is wat het voor Paul zo bitter maakt. "Iedereen was erbij betrokken", zei hij. "Ik ben boos op de Somalische samenleving. Ik ben boos op die gemeenschap."

In een rauw, industrieel deel van Noordoost-Londen, naast een carrosseriezaak en achter een anonieme deur, bevindt zich Universal TV. Er zijn een paar kantoren en een franjeloze tv-studio. Als ergens een kern bestaat van de Somalische diaspora dan is het Universal TV, dat wereldwijd nieuws en andere programma's uitzendt in het Somalisch en een bepaald nationaal gevoel in stand houdt.

Ridwaan Haji Abdiwali, een 28-jarige man, is een van de nieuwsankers van Universal TV. Hij werd geraakt door een verdwaalde kogel tijdens de burgeroorlog en vluchtte zeven jaar geleden naar Engeland. Hij heeft bedachtzame, halfdichte ogen, zijn wekelijkse televisieprogramma heet Have Your Say. De man is vooral diepbeschaamd over zijn vaderland.

"Het is een constante bron van verdriet", zegt Abdiwali. "Ik voel me schuldig als ik mijn land zie. Geen onderwijs, geen vrede, geen economie." Maar deze ontvoering was wel bijzónder beschamend. Ze zat constant in het nieuws: twee gepensioneerden 'op de reis van hun leven', in handen van Somalische bandieten.

Abdiwali begon zich in zijn programma te concentreren op de Chandlers, belde Buggas en zijn collega-piraten zelfs op en gooide ze in de uitzending. "Het zijn geen rijke booteigenaars", zei Abdiwali. "Die mensen zijn onschuldig en jullie moeten hen vrijlaten."

Abdiwali en een paar andere mensen van Universal TV haalden er Abdi Shire Jama bij, een freelancetolk uit Londen en een getalenteerde songschrijver. Jama dacht dat een muziekclip ruchtbaarheid aan de zaak zou geven en producete een song getiteld 'Release the Couple', die al snel werd uitgezonden door Universal TV en gepost werd op YouTube. Hoewel het lied de piraten smeekt om Rachel en haar man Paul vrij te laten, zegt het ook: "Deze song moet jullie eraan herinneren de vreemde boten te bestrijden die illegaal vis uit onze zeeën halen en giftig afval op onze kusten dumpen. Dit is landsverdediging."

Toen de Somalische centrale regering twintig jaar geleden in elkaar stortte, werd de 3.000 kilometer lange kustlijn een ongecontroleerd niemandsland. Van overal daagden vissersboten op om de rijke voorraden tonijn, haai, houting, kreeft en garnalen te plunderen. Er waren geen autoriteiten om te vrezen, en dus gingen de vissers totaal gewetenloos te werk. De Somalische piraterij ontstond toen misnoegde vissers zichzelf bewapenden en buitenlandse treilers begonnen aan te vallen. Ze kwamen er al snel achter dat ze gelijk welk schip konden overmeesteren om losgeld te vragen.

"In het begin genoten de piraten veel steun", legde Kayse Maxamed uit, een Somaliër die in Bristol in de geestelijke gezondheidszorg werkt en begin 2010 een 'Save the Chandlers'-bijeenkomst organiseerde voor de moskee.

Maar door de ontvoering van de Chandlers begonnen voorheen sympathiserende Soma- liërs in te zien dat de piraten in se niet meer waren dan afpersers op zee, die alle Somaliërs een slechte naam bezorgden.

Drie maanden gescheiden

Het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken nam contact op met een paar leiders binnen de gemeenschap, onder wie Maxamed, om duidelijk te maken dat de Britse overheid nooit losgeld betaalt. De familie van de Chandlers in Engeland weigerde na drie maanden nog altijd te onderhandelen met de piraten.

"Family no speak", bleef Buggas mopperen. Op een dag stapte hij naar de ingang van de barak waar de Chandlers sliepen, een armtierig kamp in het struikgewas met matrassen in het vuil op de grond, munitieblikken die in de hitte aan het braden waren en plastic zeilen boven hun hoofd. "Jij gaan, Paul", beval Buggas. "Paul, zakken, gaan." Buggas' plan bestond erin de Chandlers van elkaar te scheiden. Als ze zich heel slecht voelden, dan zouden ze hun familie smeken om over de brug te komen met geld. Maar de Chandlers weigerden. Het was meer dan de angst voor de eenzaamheid, legde Rachel uit. "We wilden niet alleen sterven", zei ze.

Buggas greep zijn geweer. "Kom naar buiten", riep hij. "Kom naar buiten."De Chandlers grepen elkaar nog steviger vast. "You crazy".

Paul snauwde terug: "You crazy."

Buggas rende naar een boom en trok een wortel uit. Met een groot mes schraapte hij hem glad. Hij begon er de Chandlers woest mee te slaan, en mikte op het hoofd van Rachel. Ze doken in elkaar op de grond, andere piraten trokken ze uiteen. Ze waren al een paar keer bedreigd geweest met geladen geweren, maar slaag hadden ze nog nooit gekregen.

Terwijl een paar gewapende mannen Paul weg sleurden, ving hij nog net een glimp op van Rachel die op haar knieën zat en riep: "Moor- denaars! Smeerlappen!" Buggas rende naar haar toe en kwakte de achterkant van zijn geweer tegen haar kaak, waarbij een tand afbrak.

Zo begonnen drie lange maanden eenzaamheid. De Chandlers werden opgesloten in kleine hutten in Amara amper een paar kilometer van elkaar vandaan, maar mochten geen contact hebben. Paul probeerde zichzelf bezig te houden. Hij tekende in zijn dagboek en legde een woordenlijstje aan met Somalische woorden. Er was een man, de kok, die af en toe tegen hem sprak. "Er waren momenten dat ik op de stoel zat te wenen", zei Paul. "Ik wist dat het niets uithaalde. Ik trakteerde mezelf er af en toe op. Ik wist dat ik het kon overleven."

Op dat moment begonnen de smeektelefoontjes van Paul aan familie. Terwijl Rachel er moeite mee had een beroep te doen op verwanten, beschouwde Paul de hele beproeving "louter als een commerciële transactie. Ik zou elke cent die ik kon aftroggelen, lenen of stelen, betalen om Rachel en mezelf daar weg te krijgen." Maar zelfs bij hun spaargeld geraken, was gecompliceerd. De Chandlers werden officieel onder druk gezet, meldde de advocaat van de familie aan Stephen, en werden mentaal niet in staat geacht het beheer van hun rekeningen over te dragen.

Paul fulmineerde aan de telefoon tegen zijn zwager Stephen: "Zeg de advocaat dat hij het geld moet gebruiken voor een grafzerk en het zelf moet komen brengen." Mij vertelde hij: "Ik wist dat we daar nooit weg zouden geraken als er geen geld betaald werd. Zo simpel was dat."

Ondertussen zat Rachel in compleet isolement. Buggas had de bewakers opgedragen niet met haar te praten. Rachels kok gooide een kom eten neer en stapte dan gewoon weg. Ze begon tegen zichzelf te praten en te zingen, soms deed ze de oproep tot het gebed na. "Zwijgen of ik sla", zei Buggas dan. De gedachte dat Buggas en zijn bende zouden profiteren van hun miserie, vond ze een kwelling. Ze voelde wrok in zich opborrelen. Ze was compleet machteloos om te beslissen over haar lot - behalve op één manier. Ze had een paar scheermesjes in haar hut verstopt en fantaseerde erover dat ze 's nachts haar polsen doorsneed en de piraten wakker zouden worden en haar zouden vinden in een plas bloed. "Het probleem was echter dat ik hun gezicht niet zou zien", besefte ze uiteindelijk. "Wat heeft het dan voor zin?"

Eind januari mocht een arts, Abdi Mohamed Elmi, die bekend staat als dr. Hangul, de Chandlers bezoeken. Mohamed Dahir, een Somalische journalist, kwam mee en filmde het bezoek. Hij verkocht de opname aan Sky News in Groot-Brittannië. Dahir was geschokt omdat Rachel er zo slecht uitzag.

"Ze zat onder een zeildoek in een kamp in de bosjes, ze was totaal van de kaart", zei hij. "Ze was nog vermagerd en had wallen onder haar ogen. Ze bleef maar zeggen: 'Ik heb mijn man nodig. Ik wil mijn man zien voor ik sterf.'"

Nieuwe strategie

De beelden van Mohamed Dahir brachten de Somalische gemeenschap in Groot-Brittannië helemaal van streek. De mensen begonnen zich zorgen te maken dat de Chandlers gingen sterven in gevangenschap. De piraten zouden hen uiteraard niet moedwillig vermoorden en hun kans op losgeld verkwanselen. Maar de Somaliërs in de diaspora wisten dat de woestijn genadeloos is. Abdiwali en andere leden van de informele coalitie Free the Chandlers begonnen hun strategie te herschikken.

Het was tijd om de clankaart te trekken, besloten ze. Hoewel piraten niet helemaal binnen de clanstructuur vallen, zijn ze er niet immuun voor. Clanouderen kunnen druk uitoefenen vanuit de gemeenschap en het moeilijk maken voor de piraten om te opereren in hun territorium.

Abdiwali gebruikte zijn tv-programma om de Saleban onder druk te zetten, de heersende clan in Amara en de clan van Buggas en zijn mannen.

Naarmate de weken voorbijvlogen en meer Britse Somaliërs betrokken werden in conversaties over de Chandlers, op ontmoetingsplekken zoals het restaurant Blue Ocean in Shepherd's Bush of de Euro Discount Shop in Bristol, kwam het gesprek steeds vaker op de clankwestie terecht.

"Er was een enorme discussie", opperde Mursal Kadiye, een Salebanzakenman die betrokken was bij een aantal onderhandelingen met piraten. "De mensen zeiden: 'Hoe kunnen jullie nu toestaan dat ze zoiets doen?' Het was gênant."

Voor de broer van Kadiye, Dahir Kadiye, een voormalige taxichauffeur die net een internationaal beveiligingsbedrijf had opgestart in Mogadishu, was het nog erger. Dahirs tienerzoon, Yusuf, werd geplaagd op zijn school in Londen. De kinderen noemden hem piraat.

Dahir Kadiye nam contact op met clanleden in Amara en Adado. Hij waarschuwde hen dat als de Chandlers zouden sterven, de wereld niet alleen de Somaliërs de schuld zou geven. Ze zouden de Saleban de schuld geven. In Amara zeiden de ouderen hetzelfde. Ali Abdi, eigenaar van een kruidenierszaak, probeerde de piraten diets te maken dat de kidnapping van de Chandlers een risico werd voor de hele gemeenschap. "Er kwamen een hoop mensen, onder wie ook de vader van een piraat, en ze zeiden de piraten dat deze mensen door hun toedoen konden sterven", herinnerde Abdi zich.

Maar Buggas en de bende versaagden niet. Ze hadden het geld nodig.

Tegen de lente, toen de Chandlers zes maanden gekidnapt waren, begon de publieke opinie zich te richten tegen de Buggas en zijn mannen. "De mensen dreven de spot met de piraten", zei Mohamed Dahir, de journalist. "Iedereen zei dat ze zwaar in de schulden zaten en een oud koppel vasthielden dat geen geld had."

In vele Somalische gevallen van piraterij schiet een comité van investeerders of financiers het geld voor de actie voor, en is het de taak van de bendeleider om te zorgen voor een mooie winst. Maar eindelijk leek het Buggas en zijn investeerders te dagen dat hier niet veel winst te rapen viel. Stephen en Ali negotieerden over de betaling van een half miljoen dollar. Meer kon de familie niet opbrengen. Voor de piraten was het een vernederende fractie van wat reders meestal betalen. Stephen begon in Nairobi uit te kijken naar een vliegtuig om te charteren om het geld naar Buggas te brengen. Door de overvloed van gijzelingen in de voorbije jaren specialiseren een paar bedrijven zich nu in het droppen van geldzakken.

Standaard piratencontract

Buggas stemde ermee in de Chandlers weer samen te brengen terwijl de regelingen getroffen werden. Toen we samen in hun woonkamer zaten, beschreef Rachel hoe het voelde om Paul na drie maanden terug te zien. Even verloor ze haar gebruikelijke zelfbeheersing, en ze begon te huilen. "Ik dacht, wat ziet hij er oud en frêle uit", zei ze. "Maar toen glimlachte hij. En het was helemaal de glimlach van Paul. Zelfs Buggas stond er welwillend bij en zei: 'Are you happy?' Kun je dat nu geloven?"

Halverwege juni daagde Ali de vertaler op in het kamp met een document in het Engels, een soort piratencontract. "Het is een standaard piratenprocedure", vertelde Stephen me. De brief stipuleerde dat de familie Chandler 440.000 dollar zou betalen en de 'piraten' - dat woord stond letterlijk in het contract - zouden hen onmiddellijk vrijlaten. Ali tekende het contract en faxte het naar Stephen, die daarop met Rachel kon praten. "Het vliegtuig is op komst om het geld te droppen", zei Stephen.

"We waren extreem hoopvol", zei Paul me.

Maar er gebeurde niets. De Chandlers bleven in hun kamp. Als ze de bewakers vroegen wat er aan de hand was, zeiden de piraten alleen: "No fly today." En de volgende dag. En de dag daarna. Teleurgesteld vroegen ze zich af of Stephen was teruggekrabbeld.

Toen Mohamed Dahir, de journalist, terugkwam in juli, fluisterde hij tegen de Chandlers dat het geld was gedropt; de piraten ontvingen bijna 450.000 dollar. Rachel ontplofte. "Smeerlappen", riep ze. "Jullie hebben het geld!"

Rond die tijd probeerde Aden, de president van de overheid van Himan en Heeb, zijn eigen deal rond te krijgen. Hij stond op het punt hulporganisaties aan te trekken en het laatste wat hij nodig had, was dat zijn kleine gebied geassocieerd werd met de kidnapping. Hij haalde 50.000 dollar op bij plaatselijke zakenlieden en zegt dat hij Buggas bijna zo ver had om het te aanvaarden. Maar toen belden mensen uit Nairobi en Londen die zeiden dat Buggas nog wat moest wachten. Aden gaf geen details over wie die bemoeiallen waren - misschien wist hij het niet. "Het is een bizarre toestand", zei hij. "Iedereen wil een deel van de koek voor zichzelf, en niet voor Paul en Rachel."

In november besloot Dahir Kadiye, de man wiens zoon geplaagd werd op school, naar Adado te gaan. Zijn plan bestond erin de contacten die hij had via zijn beveiligingsbedrijfje te gebruiken om de Chandlers naar huis te halen. Maar wat toen gebeurd is, blijft onduidelijk. Aden en verscheidene anderen vertelden me nadrukkelijk dat Kadiye, dr. Hangul en andere Salebanoudsten uit het buitenland een paar duizend dollar bij elkaar sprokkelden om de piraten te betalen. Het geld werd in het geheim ingezameld, zei Aden, en een rijke Somalische vrouw die in de Perzische Golf woonde droeg 100.000 dollar bij om de deal erdoor te krijgen.

Dr. Hangul heeft een ietwat andere versie. Hij vertelde me dat de Somalische overheid via Kadiye een paar honderdduizenden dollars aan de piraten betaalde na een ontmoeting tussen de Somalische president Sheik Sharif en de Britse premier Gordon Brown in maart 2010. Somalische regeringswoordvoerders weigerden commentaar te geven. Een Brits diplomaat zei dat zijn regering "geen losgeld betaalt, het betalen van losgeld veroordeelt en het betalen van losgeld niet aanmoedigt". Hij zei ook dat als de Somalische regering "bijdroeg aan het losgeld dat zeker niet het resultaat was van een ontmoeting of gesprek met ons". Kadiye ontkent dat er extra geld werd overhandigd.

De Chandlers hadden het gevoel dat er een tweede betaling was gebeurd. Op een dag kwam Buggas naar hen. Er waren geen andere piraten in de buurt toen hij zei: "Mijn Somalische familie heeft 200 gegeven", een verwijzing naar zijn clan (de piraten spraken altijd in duizenden).

Eindelijk vrij

Op 13 november 2010, meer dan een jaar na de kidnapping, kregen de Chandlers te horen dat ze hun spullen moesten pakken. Ze klommen in de Toyota's, en het leek wel alsof het hele dorp van Amara samengetroept was op de zandweg om hen uit te wuiven. "We hielden onze hoop in toom", zegt Paul.

Ze reden uren in westelijke richting, diep de woestijn in. Buggas zat achter in de truck, een machinegeweer in zijn schoot. Zijn laatste woorden tegen hen waren: "Rachel, you go London tomorrow." Bij dageraad stapten ze uit en zagen ze een Somalische man op hen toe komen. Hij droeg een kogelvrije vest en een baseballpet en had een Brits paspoort in zijn hand. Hij zei: "Ik ben Kadiye en ik breng jullie naar huis." "Ik dacht: wat doet die man hier?", zei Rachel. "We hadden geen benul wie hij was." Maar toen omhelsde Kadiye hen.

"Het was zo buitengewoon, die Somalische man die ons omhelsde", zei Rachel. "Ik dacht: 'Dit is echt, hij moet een lieve man zijn', want dat soort oprechte vriendelijkheid hadden we nooit gevoeld."

Het was op dat moment dat de Chandlers beseften dat ze eindelijk vrij waren. Maar Kadiye zei dat ze nog altijd gevaar liepen, ze moesten snel zijn. Ze bereikten Adado, waar Aden hen thee, toast en eieren serveerde waarna functionarissen van de overgangsregering de Chandlers hielpen om naar naar Nairobi in Kenia te vliegen.

Toen ze een paar dagen later in Londen aankwamen, sliepen ze veel. Paul vond het therapeutisch om bezig te zijn met simpele taakjes. Hij vernam het jammerlijke nieuws dat zijn 99-jarige vader gestorven was toen ze gevangen zaten. Maar ze leefden op toen ze bijzonder en verrassend nieuws hoorden. De British Navy had de Lynn Rival teruggevonden en naar huis gebracht. Hij lah nu in een dok in Dartmouth, een Engels stadje vol snoepwinkeltjes, het tegenovergestelde van Somalië.

In dat land lijkt het overigens van kwaad naar erger te gaan. In het zuiden heerst er hongersnood, de islamisten zijn onlangs weer aan het onthoofden geslagen en de piraten worden nog ambitieuzer en gewelddadiger. In september sloegen ze toe te land in Kenia. In het holst van de nacht stormden ze binnen in een bungalow en vielen een Brits koppel aan. Ze doodden de man, bonden de vrouw vast en verdwenen met haar. Volgens recente rapporten wordt de vrouw gevangen gehouden honderden kilometers van de Keniaanse grens vandaan, diep in Somalië, in - zo blijkt - Amara. Kadiye zegt dat hij probeert tussenbeide te komen.

De Chandlers benadrukken dat ze geen blijvende schade hebben overgehouden, noch fysiek, noch psychologisch, behalve het feit dat ze - in Pauls woorden - 2 procent van hun leven in Somalië hebben doorgebracht.

Kort na hun thuiskomst stonden de Chandlers een reeks interviews toe aan een Londense tabloid en aan een tv-zender, die hen 275.000 dollar opbrachten. Ze werkten ook aan een boek, Hostage, dat vorige maand uitkwam in Engeland. Ze deden dat met één doel voor ogen, zeiden ze me: genoeg geld verdienen om hun familie terug te betalen en hun boot te repareren, die nog altijd een kogelgat in de giek heeft. Maar het bevalt hen duidelijk niet dit sedentaire bestaan te leiden. Het was hun plan om een paar jaar de wereld rond te varen, en ze kennen niet zoveel mensen in Dartmouth.

Opnieuw varen

Voordeel halen uit hun beproeving, zegt Rachel, "is een middel, geen doel. Ons doel is opnieuw met de Lynn Rival te varen." Al zullen ze de Indische Oceaan voorlopig een tijdje mijden. Het Caribische gebied wordt wellicht hun volgende trip in de zomer. "Een leuke bries. Je glijdt zachtjes door het water, en de lucht is blauw en er is niemand anders", zei ze met dempende stem. "Ik vind het heerlijk. Dan voel ik echt dat ik op mezelf ben, een klein vlekje in ons universum."

© 2011 The New York Times

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234