Vrijdag 07/10/2022

Een inktbel in mijn hoofd

De gestolde waanzin van Georges Bataille

door Eric Min

Georges Bataille

Uit het Frans vertaald door Walter van der Star Yves Gevaert, Brussel, 153 p., 895 frank.

Ieder mens is min of meer in de greep van verhalen, van romans die hem de vele aspecten van het ware leven openbaren. Alleen die verhalen, soms in doodsangst gelezen, bepalen zijn plaats tegenover het noodlot. We moeten dus hartstochtelijk op zoek naar wat verhalen zijn - waarop moet de energie worden gericht waarmee de roman zich vernieuwt of liever gezegd zich handhaaft. (...) Een verhaal dat openbaart welke mogelijkheden het leven biedt vraagt, hoewel niet noodzakelijkerwijs, om een moment van razernij bij gebrek waaraan de schrijver blind zou zijn voor die buitengewone mogelijkheden. (...) Waarom zouden we stil blijven staan bij boeken die voor de schrijver geen absolute noodzaak zijn?" Welke lezer blijft onbewogen onder het verwoestende geweld van die woorden, samengebald in de eerste regels van een voorwoord: verhaal, roman, razernij en noodzaak in één adem, door de auteur benadrukt en op ons netvlies gebrand?

Georges Bataille (1897-1962) schreef zijn voorwoord tot Het blauw van de hemel meer dan twintig jaar nadat hij het manuscript had afgewerkt. Toen de roman in 1957 werd gepubliceerd, had de schrijver al lang afstand genomen van de "onthutsende, ondraaglijke beproeving" in zijn hoofd en de "monsterlijke afwijkingen" van het boek. Bataille was nog altijd een onmogelijk mens, maar na de gretigheid waarmee hij geloof, atheïsme, psychoanalyse, Nietzsche, Marx en Hegel, dood en pijn, seks en yoga had omhelsd, was er enige rust in zijn leven gekomen. De roes van champagne en braaksel uit zijn "noodzakelijke" boek was tot bedaren gekomen, en ook de decors van Het blauw van de hemel, de nachtcafés van het Quartier Latin en enkele locaties in het Barcelona van de Spaanse burgeroorlog, waren bijgezet in de reserves. Bleef over: de huiveringwekkende maar ook lichtjes belachelijke afdaling in de riolen van de geest, door een "ontroerende maar vooral bespottelijke idioot" die te veel medelijden met zichzelf had of misschien te ongelukkig was om nog behoorlijk na te denken, zoals een van zijn romanfiguren opmerkt.

Alles aan deze roman oogt verontrustend of tenminste vreemd. Een fragment werd al in 1936 gepubliceerd in het surrealistische tijdschrift Minotaure, de inleiding verscheen na de oorlog met een tekst van Hegel als motto en forse passages gingen verloren of werden geschrapt. Van de eerste tot de laatste pagina worden we ondergedompeld in het hoofd van een ikfiguur, Troppmann, die een koortsig maar klinisch verslag opschrijft van aftakeling, waanzin, walging en uitzichtloze relaties waarin gore seks en dood de toon aangeven, met een necrofiele obsessie als hoogtepunt. Hij deelt zijn leven met minnares Dirty die eigenlijk Dorothea heet, met "het dwaze, lelijke meisje" Lazare dat politiek actief is, en met de toegewijde Xénie die voortdurend door hem wordt vernederd, want "de behoefte in mij om te vernederen of te benauwen is zo groot dat ik beter geen god, maar een zon was geweest". Eigenlijk zit Troppmanns drama - en de existentiële knoop waarmee Bataille zelf worstelde - al vervat in het citaat van Hegel over de angst (voor het eigen onvermogen, voor de dood en het geweld "waardoor alle begrensde tevredenheid aangetast raakt") die niet tot bedaren kan worden gebracht en alleen maar wil bewaren wat verloren dreigt te gaan.

Batailles beschrijvingen van de gestolde waanzin in het hoofd van zijn alter ego, van alcohol over pis en kots tot een zwart wimpeltje aan een vlaggenstok dat als een inktbel in zijn hoofd openspat en hem vertelt dat hij sterven zal, irriteren. Ze zijn efficiënt en ondraaglijk als een nachtmerrie, ziekelijk of onuitstaanbaar in hun overdrijving. Bataille zal het niet eens tegenspreken: "alles was onecht, zelfs mijn pijn". Zijn doodsverlangen en zijn hunkering naar een lijk om mee te copuleren zijn vormen van komedie, theatraal gedaas. De tanden van een vork worden in een dij gedreven, een wassen popje wordt verminkt, een leven valt als rottend vlees in stukken uiteen.

Onder de overacting van een jonge baldadige schrijver schemert echter een authentieke rode draad van afzien: Bataille/Troppmann weet wat het is om te wachten op een telefoontje, op een vliegtuig, op een geliefde die niet komt of op de eerste zonnestralen na een eindeloze nacht - de verschrikkelijke zon die als een explosie is of als rood bloed op het plaveisel, "alsof het licht met dodelijke gevolgen was uiteengespat (...) ik lachte op precies dezelfde manier als toen ik klein was en wist dat ík op een dag, gedreven door een blijmoedige arrogantie, noodgedwongen alles, maar dan ook alles zou omverwerpen". Onder het rebelse dwepen met de haat en het lelijke, achter de voorspelbare vrijscène op het kerkhof ("haar naakte onderlijf opende zich voor me als een vers gedolven graf") schuilt een angstig jongetje dat niet liever wil dan 'zijn', zonder meer: "ik was zo stom haar weer te willen zien; en toen voelde ik de onbedwingbare behoefte mijn hele leven, mijn hele buitenissige leven in een keer te omarmen". Maar de tijd is er niet naar om onbekommerd door het koren te dartelen. Op de laatste bladzijde marcheert de Hitlerjugend roffelend voorbij, in een perverse parade van vlammen, donder en dood. Troppmanns hoofd tolt van walging en vrolijke opwinding; hij kan een schreeuw niet onderdrukken. Hij stapt in één coupé en de trein vertrekt - maar was hij niet allang vertrokken?

Onder de overacting van een jonge baldadige schrijver schemert een authentieke rode draad van afzien

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234