Zaterdag 16/01/2021

Een icoon met duizend gezichten

Acteur Vincent Cassel speelt bankovervaller annex playboy in Franse gangsterfilm 'Mesrine'

'Ja, ik ben een dief, maar ik steel alleen van grotere dieven: de banken.' Met dergelijke provocerende uitspraken, die vandaag bijzonder actueel klinken, maakte de Franse gangster Jacques Mesrine zich in de jaren zeventig populair. Zijn criminele carrière wordt nu gereconstrueerd in de tweedelige film Mesrine van regisseur Jean-François Richet. Hoofdrolspeler Vincent Cassel: 'Mesrine wist hoe het zou aflopen.'

door Jan Temmerman

BRUSSEL l Jacques Mesrine was even beroemd als bankovervaller als hij berucht was als playboy. Tegelijk was hij vermommings- en ontsnappingskunstenaar. De Franse acteur Vincent Cassel speelt de rol met verve, en grinnikt als Mesrine himself als ik hem de anekdote over Hotel Amigo vertel: "Probeert u mij schrik aan te jagen?"

Het hotel waar we zitten heeft zijn naam te danken aan het feit dat hier in de zestiende eeuw een gevangenis was en dat de volkse uitdrukking 'in de amigo zitten' daar nog steeds naar verwijst. Cassels grijns zou die van Jacques Mesrine kunnen zijn, de gangster die na een aantal arrestaties en opsluitingen, gevolgd door evenveel ontsnappingen, het motto huldigde: 'Dehors ou mort'. Met andere woorden: hij was niet van plan om nog ooit achter de tralies te verdwijnen.

Dat was ook niet nodig: op 2 november 1979 werd hij door de Franse politie in Parijs, onder leiding van commissaris Broussard, op klaarlichte dag en in de volle verkeersdrukte van de Porte de Clignancourt, met kogels doorzeefd. De gangster Mesrine was dood, de mythe Mesrine zou voortleven.

Mesrines dood leek meer op een executie dan op iets anders.

Vincent Cassel: "Of Jacques Mesrine toen al dan niet werd aangemaand om zich over te geven, heeft eigenlijk niet zoveel belang. Hij wist zeer goed dat het zo zou aflopen. Het beste bewijs is dat hij twee dagen eerder een soort testament had ingesproken op een bandrecorder, waarin hij precies voorspelt hoe hij zal sterven. Die boodschap was niet voor de politie of voor het publiek bestemd, maar voor zijn vriendin. Daarin ontleedt hij als het ware de processen die 25 jaar lang over zijn dood gevoerd zouden worden.

"Hij zegt bijvoorbeeld dat het geen enkel belang heeft om te weten wie het eerst geschoten heeft. Zelfs als hij neergeschoten werd voor hij zijn wapen had kunnen gebruiken, geeft hij de politie als het ware gelijk, want anders zou hij zeker zelf geschoten hebben. Voor hem was dat uiteindelijk niet meer dan een detail. Was er van hogerhand de opdracht om Mesrine zonder aanmaning dood te schieten? Het zou interessant zijn om dat te vernemen. Maar dat zullen we nooit met zekerheid te weten komen."

Uit de film blijkt dat zijn naam in feite als 'Merrine' uitgesproken moet worden.

"Ja, de 's' mag inderdaad niet uitgesproken worden. Maar toen de media over hem begonnen te spreken, hadden ze het steeds over 'Mes-rine' en uiteindelijk is het zelfs een soort spelletje geworden tussen hem en de politie om zijn naam niet te zeggen zoals hij het zelf wou."

In 1977, terwijl hij nog maar eens in de gevangenis zat en op een nieuw proces wachtte, schreef hij zijn autobiografie L'instinct de mort, waarin hij een veertigtal moorden bekent...

"Het waren er 43 om precies te zijn."

Zijn advocate was natuurlijk de wanhoop nabij. Waarom deed Mesrine zoiets? Vooral omdat iedereen zich afvroeg of het hier om 'info ou intox' ging?

"Volgens mij was dat 'intox' (van intoxicatie, in casu: bewust verspreiden van valse informatie, JT). Ik denk dat hij veel minder mensen vermoord heeft dan hij wilde laten geloven. En trouwens, tot de dag van vandaag heeft men geen enkele moord waarvan hij ooit beschuldigd werd, ook echt kunnen bewijzen. Geen enkele. Ik denk dat die autobiografie voor hem een soort poging was om geschiedenis te schrijven. Zijn ego was buitensporig. Hij wilde zijn tijd markeren. En de beste manier om dat als gangster te doen, is je eigen wapenfeiten overdrijven en jezelf afschilderen als een gruwelijke en verschrikkelijke misdadiger.

"Uiteindelijk is hij in dat opzet geslaagd, want hij deed de politie zozeer flippen dat ze hem uiteindelijk neergeknald hebben. En bijna dertig jaar later wordt er een film over hem gedraaid en heeft men zelfs twee delen nodig om zijn criminele carrière te overlopen. Het zijn overigens twee totaal verschillende films geworden: door de behandelde periodes, maar ook door de vorm en de look, door de casting en de muziek."

In de persmap omschrijft u deze Franse productie als 'un film camembert'. Ik had die uitdrukking nog nooit gehoord.

"Wellicht omdat ik ze zelf heb uitgevonden (lacht). Het is bedoeld als een compliment, omdat het hier een film betreft die als het ware Frankrijk uitademt. Het is zo typisch Frans dat het tegelijk ook in het buitenland kan aanslaan en een internationale blockbuster kan worden. Parce que ça respire la France! Men ziet Pigalle en andere bekende buurten, er zijn de auto's, er is het Parijs dat de mensen kennen uit de liedjes van Charles Trenet, Maurice Chevalier of Edith Piaf. Maar tegelijk ontsnapt de film aan wat men doorgaans onder Franse cinema verstaat, namelijk 'un cinéma très auteurisant'."

We leren Mesrine kennen als Franse soldaat ten tijde van de Algerijnse oorlog, waar hij de opdracht krijgt een gevangene te executeren.

"Over die periode heeft Mesrine zelf gezegd: 'Men heeft mij een wapen in de hand gestopt op de tonen van de Marseillaise. En die hand heeft de smaak te pakken gekregen.' Maar hij was natuurlijk niet de enige die in Algerije gevochten heeft. En niet iedereen is naderhand Jacques Mesrine geworden. Er moet dus meer aan de hand geweest zijn, iets in zijn natuur waardoor die ervaring een soort sleutel is geworden die hem in de misdaad deed belanden."

In de film spreekt Mesrine op een bepaald moment over de Baader-Meinhofgroep. In Duitsland is net een film over de Rote Armee Fraktion in roulatie gekomen die daar al meteen voor een polemiek gezorgd heeft. Toeval of niet, maar de jaren zeventig leveren duidelijk stof voor discussie.

"Ik denk dat het logisch is dat er een periode van twintig tot dertig jaar moet verstrijken voor je met een zekere afstand en rijpheid over bepaalde historische evenementen kunt spreken. Het is misschien niet meer dan dat. Het grote verschil tussen Baader-Meinhof en Mesrine is natuurlijk dat zij écht politiek geïnspireerd waren. Mesrine is weliswaar een icoon geworden van de tegencultuur en dus op die manier een element in het politieke landschap, maar zijn eigen politieke uitspraken waren volgens mij vooral bedoeld tot meerdere eer en glorie van zichzelf."

Het is interessant om te zien hoe, vooral in de tweede film, Mesrine de media bespeelt en gebruikt. Tot hij op een bepaald moment blijkbaar te ver gaat: hij gijzelt en mishandelt een journalist en laat hem voor dood achter.

"Ik denk dat de media eerst Mesrine gebruikt hebben voor hij hetzelfde met hen begon te doen. Een bepaalde linkse pers, en dan vooral de krant Libération, heeft van Mesrine een symbool gemaakt van het protest tegen de toenmalige regering van Giscard d'Estaing. Mesrine heeft dan zelf ook de smaak te pakken gekregen en begon op zijn beurt de media te gebruiken om zijn eigen mythe te creëren. En hij is daar uitstekend in geslaagd.

"Het is op dat moment dat hij echt gevaarlijk is geworden voor de overheid. In 1978 was Mesrine in peilingen zowat de meest populaire figuur van de Fransen. Als zo iemand dan de heersende macht begint uit te dagen en te provoceren, via bekende bladen als Paris-Match, dan krijgt dat een bepaald gewicht en dan kan een regering dat soort onruststoker niet zomaar laten begaan. Toen hij in 1979 die reporter van Minute ontvoerde, was Mesrine volgens mij zo naïef om te geloven dat men hem wel gelijk zou geven omdat het een extreem-rechtse journalist betrof. Maar dat bleek een vergissing. Hij had de pers en daarmee de publieke opinie niet langer aan zijn kant. En toen werd het meteen ook makkelijker om zich van hem te ontdoen."

Jacques Mesrine hield er duidelijk van te provoceren. Geldt dat ook voor deze film?

"Neen, het personage provoceert inderdaad, maar de film zelf zoekt de polemiek niet. Het gaat hier trouwens om zo'n dure productie dat het geen zin had iets te maken dat niemand wou zien of waardoor het publiek afgeschrikt zou worden."

Producent Thomas Langmann had u al jaren geleden voor deze rol gevraagd, maar in eerste instantie hebt u zijn aanbod afgewezen?

"Neen, ik heb eerst toegezegd. Het was Barbet Schroeder die de film zou regisseren, maar ik heb toen vrij snel gemerkt dat het project de richting uitging van een soort apologie van Jacques Mesrine. Les gentils gangsters contre les méchants flics. Maar ik was meer geïnteresseerd in de ambiguïteit en de schaduwzijde van het personage en niet in een film over een soort Robin Hood, die dat helemaal niet was. Ik vond dat zowel oneerlijk als gevaarlijk. Ik heb toen zo'n beetje blufpoker gespeeld en ik heb mij uit het project teruggetrokken, in de stille hoop dat deze aanpak op z'n bek zou gaan en dat ik er nadien opnieuw bij betrokken kon worden. Dat is dus gelukkig gebeurd, met Jean-François Richet als regisseur en Abdel Raouf Dafri als scenarist."

Omwille van zijn vermommingen werd Mesrine ook 'de man met duizend gezichten' genoemd. Voor een acteur moet zoiets ook wel een geschenk zijn?

"Het is een cadeau, dat men met wantrouwen in ontvangst neemt. Het is spannend en plezierig om je te amuseren met al die fysieke transformaties, maar je moet daar ook mee oppassen. Het kan makkelijk belachelijk worden. Wanneer het té goed gedaan is, kan men ook het personage kwijtraken. We zijn dus zeer zorgvuldig te werk gegaan, temeer omdat er ook transformaties nodig waren om het verloop van de tijd weer te geven. Al die veranderingen moesten geloofwaardig blijven."

De films zijn in omgekeerde volgorde gedraaid, omdat u voor de oudere Mesrine eerst een pak kilo's moest aankomen.

"Dat extra gewicht was, eerlijk gezegd, een grote hulp. Als je dik bent, stap je anders, adem je anders en praat je ook anders. Maar het moeten dan wel echte kilo's zijn, want als het met latex gebeurt, blijf je dat toch altijd zien. Tijdens de draaiperiode ben ik opnieuw vermagerd, ben ik mobieler en als het ware ook jonger geworden."

Er is een mooie sequentie waarin Jacques Mesrine in zijn nieuwe BMW en met naast zich een mooie vrouw rondjes draait in Parijs. Uit de autoradio weerklinkt 'Non, je ne regrette rien' van Edith Piaf.

"Ja, dat is een van die momenten waarin het personage goed wordt samengevat. Hij zingt dat liedje trouwens mee. Mesrine heeft gekozen voor dat soort leven en hij wist ook welke prijs hij daarvoor zou moeten betalen. Op een bepaald moment heeft hij met zichzelf een soort pact gesloten dat hij tot het einde zou gaan. En hij heeft zich daaraan gehouden.

"Ik vind niet dat men Mesrine moet bewonderen, maar men kan wel respect hebben voor de persoonlijke erecode die hij hanteerde en voor zijn moed. Hij heeft extreme dingen gedaan, waarmee hij zichzelf als het ware adrenaline inspoot. In de film zien we enkele van die bravourestukjes, maar de vraag is natuurlijk waartoe dat uiteindelijk gediend heeft."

Mesrine: l'instinct de mort draait vanaf morgen in de bioscopen. Deel 2 met als titel Mesrine: l'ennemi public N°1 volgt vanaf 19 november.

Vincent Cassel:

De linkse pers heeft van Jacques Mesrine een symbool gemaakt van het protest tegen de toenmalige regering van Giscard d'Estaing

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234