Maandag 02/08/2021

Een hoogliedje op de dood

Frans Kellendonk. 'Mystiek lichaam'

"Flikkerij en jodendom, dat was van hetzelfde overbodige laken een pak." Een schijnbaar toevallig aangestipte zin in mijn exemplaar van Mystiek lichaam, de meesterlijke maar ook fel verguisde roman van Frans Kellendonk uit 1986. Helemaal toevallig zal het wel niet geweest zijn: toen ik het boek voor het eerst las, was het het voorwerp van een literaire rel in Nederland. Volgens Kellendonk werd de Nederlandse literatuur al te vaak ingekapseld en onschadelijk gemaakt door wat hij "het kolen brandersgeloof van de publieke opinie" noemde. Voor hem was schrijven "het debat tussen het ik en het zelf", een compromisloos zelfonderzoek, een voortdurende strijd tégen "de zonde der zelfgenoegzaamheid", steeds op zoek naar de paradoxen in zichzelf. "De eerste impuls tot een verhaal krijgt een schrijver wanneer hij het met zichzelf oneens is."

Altijd opnieuw preekte Kellendonk tégen de eigen parochie. (Tot dat soort pertinente stellingen, bedenk ik nu, kom je vaak alleen maar als je door 'Het complete werk' bladert, terwijl de schrijver al jaren dood is.) Als manifest homo, bijvoorbeeld, eindigde hij in 1984 een column met: "Wij laten ons niet langer slachtofferen door wolhoofdige homologen en nichtenkituitbaters. De homoseksualiteit de wereld uit, te beginnen met Nederland!" Het is maar één voorbeeld, inclusief de hem eigen ironie, die hij liever omschreef als "oprecht veinzen".

Frans Kellendonk werd aanvankelijk, na zijn debuut Bouwval (1977), gerekend tot de 'academisten'. Hij was een van de auteurs van De Revisor, een literair tijdschrift dat in de jaren van Kellendonks redacteurschap (1978-1983) invloedrijk was. De Revisor zette zich af tegen het kopiëren van de werkelijkheid, en kan aldus beschouwd worden als een 'revisie' van het Hollandse doorzonwoningrealisme uit de jaren zeventig. In een discussiegesprek met Maarten 't Hart (de belichaming van dat realisme) vatte Kellendonk het bondig samen: "Heel beknopt zou je kunnen zeggen dat voor jou literatuur op de eerste plaats zelfexpressie is, terwijl voor schrijvers in de traditie van Joyce, Nabokov, waaronder wellicht de Revisor-auteurs, literatuur een vorm is van onderzoek, onderzoek door middel van de verbeelding."

Voor De Revisor was een literaire tekst een kunstige, autonome wereld, waarin vooral de taal belangrijk was. In de praktijk neigde dat helaas vaak naar het andere uiterste: in plaats van plat realisme kwam de ivoren toren van de schrijversverbeelding, met als resultaat een wereldvreemde literatuur zonder een spoor van engagement of maatschappelijk thema. De Revisor-auteurs publiceerden geen romans, maar verhalen met veel witregels en typische schrijversgedachten over romans die men zou kunnen schrijven. "Ik denk dat onze identiteit het duidelijkst blijkt uit het proza dat we hebben gepubliceerd - en dat is reflectief proza dat probeert verder te gaan dan de afstervende traditie van het Hollandse realisme", stelde Kellendonk in 1982.

Toch was hij ook bij De Revisor een vreemd eend in de bijt. Al in 1977 zei hij aan de Haagse Post dat er vooral een formele verwantschap bestond, geen inhoudelijke: "De ambachtelijkheid verbindt ons maar vormt een te smalle basis voor een echte literaire beweging. Daar is ook levens- of wereldbeschouwelijke overeenstemming voor nodig." Meer dan zijn vrienden bij De Revisor sloot Kellendonk aan bij de realistische traditie en had hij een hoge dunk van de roman. Nog voor hij debuteerde zette hij zich af tegen de stelling dat de roman dood zou zijn: "De roman is het enige literaire genre dat complex genoeg is om het hele lezersbewustzijn te engageren, om een beeld van de werkelijkheid te bieden dat zich kan meten met de hele ervaringswereld van de lezer."

Hij vond, zoals een van zijn voorbeelden Henry James, dat een roman moest "concurreren met het leven". In zijn derde boek, Letter en geest, ironiseerde hij dan ook de autonomiepretentie van de idealistische literatuuropvatting. Nadien verduidelijkte hij in een interview: "Tot en met Letter en geest waren mijn verhalen scherp op één persoon toegesneden. Daarna hebben ze een veel grotere reikwijdte gekregen. Ze zijn van individueel maatschappelijk geworden."

Het voorbeeld is Mystiek lichaam, een roman die alle paradoxen van Kellendonk bevat: de spanning tussen leven en kunst, tussen diepe morele ernst en ironie, tussen zijn hang naar ethiek, religie en levensbeschouwing én zijn besef van de kunstmatigheid van literatuur. Zelf noemde hij de roman een poging tot "ideeënmuziek", een term die mooi de dubbelheid van zijn schrijverschap uitdrukt, de combinatie van vent en vorm.

Vanaf de eerste bladzijde is duidelijk dat Mystiek lichaam een gekunsteld boek is. Niet alleen door de soms ontwrichte syntaxis en de artificiële taal, ook door wat beschreven wordt: een man kijkt door het raam en ziet een soort van engel op de hoge poortstijl zitten (later blijkt het zijn dochter te zijn). Volgens Kellendonk ging het juist om die momenten waarin "we laten zien dat we maar doen alsof, dat een kunstwerk eerlijk bekent dat het is gemaakt van verf of van taal". Oprecht veinzen dus. Mystiek lichaam gaat over een korzelige vader, een dochter (Magda, die Prul genoemd wordt), en een zoon (Broer). Wanneer de grillige Prul moeder wordt ("Geen kwaad woord over moeders, hoe lorrig ze ook zijn" - ook een aangestipte zin), wordt ze "onwankelbaar pro-life". Daarin verschilt ze van de mannelijke personages. De onsamenhangend pratende Prul belichaamt de "dynastie van het leven", terwijl Broer - "voltijds homoseksueel" - de kunst belichaamt, maar ook de dynastie van de dood. Hij vermoedt dat hij besmet is met de ziekte die wordt aangeduid met "een bizar letterwoord". In de allerlaatste scène heeft hij het over "een hoogliedje op de dood", waarin hij de dood als een bruidegom wil bezingen.

Dat is een kernthema van deze ongemeen rijke roman. De spanning tussen het verlangen naar distinctie, het zich willen onderscheiden van anderen, en dat naar gemeenschap, het één willen worden, deel willen uitmaken van een mystiek lichaam (de term komt uit een van de brieven van Paulus, en werd later de aanduiding van een rooms-katholiek gemeenschapsideaal, waarin - zo suggereert de roman - geen plaats is voor de homoseksueel.)

Merkwaardig genoeg nam de Nederlandse kritiek in 1986 vooral aanstoot aan antisemitische uitlatingen van de (mannelijke) personages over de joodse verwekker van Pruls kind. Wanneer die voor het eerst bij het gezin op bezoek komt, doet Broer alsof hij de jood wil vermoorden. Bij herlezing valt nogmaals op dat deze scène nadrukkelijk als theater - ook zo door de personages benoemd - beschreven staat. "Onmiskenbaar antisemitisme in sluiers van ironie", schreef Aad Nuis als eerste in een recensie. Het was het begin van een maandenlange polemiek over antisemitisme en de reactionaire strekking van de roman. Kellendonk, diep geschokt door de verkettering die volgde, verklaarde in een interview: "Ik had geen zin om bij elke antisemitische opmerking van een van de personages een andere figuur te laten opdraven die luid foei riep." Later zou hij in een essay schrijven: "Doorgaans valt er meer te leren van wat je antipathiek is dan van wat zonder kauwen en slikken door je intellectuele keelgat glijdt."

Minder aandacht dan het antisemitisme kreeg de verscheurdheid van de homoseksuele hoofdpersoon, die vermoedt dat hij besmet is met het bizarre letterwoord. Frans Kellendonk overleed op 15 februari 1990 aan de gevolgen van aids.

Het werk van Frans Kellendonk verscheen bij Meulenhoff, waar vorig jaar ook Het koppige hoofd dat niet wilde scheuren van Tijn Boon verscheen, boeiende essays over Kellendonk. De rubriek 'De Jaren' verschijnt in 1999 wekelijks. In 52 afleveringen publiceren wij een selectie van de opmerkelijkste boeken tussen 1945 en nu. 'De Jaren' is afwisselend gewijd aan de Nederlandstalige en de anderstalige letteren.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234