Vrijdag 30/10/2020

Een hele kolonie complotteurs

Kolonel Dedeken in zijn brief aan de Lumumba-commissie: 'Nochtans heb ik nooit contact gehad met de CIA, noch met zekere Belgen die boften de opdracht te hebben gekregen Lumumba te vermoorden'

'De grootste moeilijkheid is de aanwezigheid van het te grote aantal gebrevetteerde complotteurs hier ter plaatse. Onnodig van er nog nieuwe te sturen.' Het werd Louis Marlière allemaal een beetje te veel. Vier maanden voor de Kongolese premier Patrice Lumumba om het leven werd gebracht, slaagde de Belgische luitenant-kolonel in Brazzaville er niet meer in het overzicht te bewaren van die nieuwkomers uit België die allemaal Lumumba het hoekje om wilden helpen. Ruud Goossens las met ingehouden adem mee over de schouders van de experts van de Lumumba-commissie.

Op 16 september 1960 heeft luitenant-kolonel Louis Marlière weer een bewogen dag achter de rug. Hij is nog maar pas met het motorbootje van de Belgische ambassade over de Kongo-rivier teruggekeerd van Leopoldstad naar zijn appartement in Brazzaville. Sinds de onafhankelijkheid van Belgisch Kongo wordt het gros van de Belgische activiteiten vanuit dat veel veiliger buurland Kongo-Brazzaville gecoördineerd. En daar ligt al weer een geheime telex van majoor Jules Loos, militair adviseur van de Belgische minister van Afrikaanse Zaken Harold d'Aspremont Lynden, met daarin de details van een opdracht die Marlière de komende weken geheel in beslag zal nemen.

"Van Gorp en Pilaet zijn op komst voor action prevue. Data worden nog bevestigd. Op bevel van de minister verzorgt Marlière, die ook Afrikaanse Zaken op de hoogte houdt, de coördinatie. Enkel bij hoogdringendheid zal hij zelf beslissen."

Het is een van de talloze telexen die in die septemberdagen tussen Brussel en Brazzaville circuleren. In de Belgische hoofdstad heeft Loos zijn kantoor op wandelafstand van het koninklijk paleis, in Brazzaville deelt Marlière een appartementje met André Lahaye, een agent van de Belgische staatsveiligheid. Midden september spitst hun aandacht zich toe op wat de vier experts van de commissie-Lumumba 'actie 58316' zijn gaan noemen. Naar bovenvermelde telex: nummer 583 van 16 september 1960.

Een kleine twee weken eerder heeft de Kongolese president Joseph Kasa-Vubu, na aanhoudende Belgische druk, premier Patrice Lumumba afgezet. Maar daarmee is de strijd tegen de eerste verkozen premier van Kongo allerminst gestreden. Zelfs nadat kolonel Mobutu alle politici tijdens een radiotoespraak op 14 september 'geneutraliseerd' heeft, blijft Lumumba vrij rondlopen in Leopoldstad. Bij de Belgen blijft de vrees bestaan dat "de politiek van sovjetisering gevoerd door sommigen" (dixit minister Wigny) een nieuwe kans zal krijgen. Twee weken later, op 5 oktober, meldt Marlière aan Loos dat het moment gekomen is voor 'actie 58316'.

"Ik ben van mening dat actie opportuun is onder bepaalde voorwaarden. Ik geef orders tot voorbereiding. Als Afrikaanse Zaken akkoord gaat, start ik met de uitvoering. (...) Het is nutteloos en gevaarlijk van te blijven werken met tussenpersonen."

Maar over welke delicate opdracht hebben beide heren het? Daarover verschaft Edouard Pilaet, die op 20 september in Brazzaville arriveert om Marlière bij te staan, enige duidelijkheid. Pilaet is een voormalig verzetsstrijder, die met zijn makkers van tijdens de Tweede Wereldoorlog in een inlichtingennetwerk is blijven opereren. Wanneer hij begin oktober opnieuw in Brussel arriveert, schrijft hij onder de schuilnaam Alex Lapite een verslag van zijn uitstap voor minister d'Aspremont Lynden. Daaruit blijkt dat er wordt gewerkt aan een 'actie- en inlichtingennetwerk', maar ook dat 'actie 58316' geen werk voor doetjes is. De chef van de operatie moet, zo schrijft Pilaet/Lapite "in staat zijn zijn manschappen de methodes van aanval, executie, aanslagen, wapens, explosieven, listen, verwarring en knevelarij bij te brengen".

Volgens de experts van de onderzoekscommissie staat het vast dat "gewelddadige en dodelijke actie tot de waaier van activiteiten behoort. In dat opzicht kan een aanslag op Lumumba tot de mogelijkheden hebben behoord." En al is het duidelijk dat 'actie 58316' de moord op Lumumba 'overstijgt' (dixit de experts), dan is het toch niet onwaarschijnlijk dat een fysieke eliminatie van de afgezette premier er deel van uitmaakte. Zeker niet wanneer je er het verslag op naleest van Charles Magnette, een medewerker van Loos die van 18 tot 30 september door Kongo trekt om informatie in te winnen. Onder de rubriek Divers meldt Magnette dat "Marlière een plan van de Residentie nodig heeft". Het lijdt geen enkele twijfel dat daarmee de woning van Lumumba bedoeld wordt. En ook de experts sluiten niet uit dat dat erop wijst dat Marlière aan een moordplan werkt.

Wat is er nog bekend over deze 'actie 58316'? Dat ze belangrijk genoeg is voor Loos om op 10 oktober 1960 zelf in het vliegtuig te stappen. Samen met Fernand Vervier, ook een medewerker van d'Aspremont Lynden, ontmoet hij Marlière persoonlijk in Pointe Noire, de tweede stad van Kongo-Brazzaville. Over de inhoud van die ontmoeting zijn de experts niets te weten gekomen, maar dat het over 'actie 58316' ging, lijdt weinig twijfel.

"Welke toestand moest als opportuun worden beoordeeld en waarop kon een eventuele hoogdringendheid betrekking hebben? Wat werd er besproken te Pointe Noire? Helaas, de vragen blijven open en wij kunnen de antwoorden alleen maar gissen", schrijven ze.

Misschien moeten ze nog eens kijken naar de documentaire die de Duitse televisiezender ARD anderhalf jaar geleden maakte over de moord op Lumumba. Daarin vertelt Marlière dat Loos en Vervier hem tijdens die bewuste ontmoeting voorstelden een 'krokodillendoder' op Lumumba af te sturen. Weinig subtiele codetaal waarmee de twee adjuncten van d'Aspremont Lynden de term 'huurmoordenaar' willen vermijden.

Of aan dat gesprek ook een gevolg gegeven werd, is niet duidelijk. Feit is wel dat er in dezelfde periode inderdaad een 'krokodillendoder' opduikt in Brazzaville. Een agent van de staatsveiligheid schrijft in januari 1961 dat de Griekse mulat 'Georges' eind september of begin oktober 1960 in Brazzaville aankomt. Of hij gestuurd is door privé-personen of officiële instanties laten de experts in het midden, "al is er op zijn minst een collusie". Die collusie luistert, niet geheel onverwacht, naar de naam Louis Marlière.

'Très secret' staat er gestempeld op de nota van de staatsveiligheid getiteld 'Diverse inlichtingen ingewonnen in Brazzaville'. Daarin schrijft de auteur dat "er ook verschillende pogingen werden ondernomen om Patrice Lumumba te vermoorden toen hij nog in zijn residentie verbleef". In dat verband valt de naam van 'Georges, mulâtre grec d'expression française'. "Hij ontving uit de handen van Marlière een som van 40.000 Kongolese frank en een Stengun 9 mm. Ondertussen zijn zijn pogingen mislukt, hoewel hem een som van 1 miljoen was beloofd in geval van succes."

Volgens de rapporteur van de staatsveiligheid werd Georges uitgestuurd en gefinancierd door niemand minder dan Jo Gérard van het blad Europe Magazine. Gérard staat op de lijst van getuigen die de leden van de onderzoekscommissie de komende weken zullen ondervragen.

Maar 'Georges' was lang niet de enige die in die weken tussen Brazzaville en Leopoldstad pendelde met weinig stichtende bedoelingen. Zo ergert ere-kolonel Noël Dedeken zich nu nog steeds aan de loslippigheid van de complotteurs die tijdens die bewogen weken in Brazzaville en Leopoldstad rondhangen. "Europeanen die ik niet eens ken roemen er zich op Lumumba te willen vermoorden", klinkt het verontwaardigd in zijn getikte nota voor de commissie.

En André Lahaye, de huisgenoot van Marlière die voor de Belgische staatsveiligheid werkt, brengt zijn Brusselse superieuren op 11 oktober 1960 op de hoogte van het feit dat ook een zekere Jean-Marie Bogaerts, "een Belg met een valse naam, zogenaamd journalist", in Leopoldstad gearriveerd is. In zijn telex schrijft Lahaye dat Bogaerts is gekomen "pour mettre définitivement Lumumba hors course". Zijn opdrachtgevers zijn Nsele en Delvaux, twee Kongolese opposanten van Lumumba.

Toch sluiten de experts van de onderzoekscommissie niet uit dat er ook bij dit moordplan Belgen betrokken waren. In een telex van een paar dagen voordien laat Jules Loos immers weten dat hij net een ontmoeting heeft gehad met Nsele.

"Hoewel Loos in deze telex geen enkele allusie maakt op Lumumba, zou men zich de vraag kunnen stellen of de missie van pseudo-journalist Bogaerts om Lumumba uit de weg te ruimen, op instructie van Nsele, niet met medeweten van Loos gebeurt, vermits Nsele en Loos elkaar juist voor de operatie hebben ontmoet."

Net als voor Marlière zal het ook voor Loos niet altijd makkelijk zijn geweest om het overzicht te bewaren. De militaire adviseur van d'Aspremont superviseerde samen met generaal Cumont, de stafchef van het Belgische leger, immers nog een ander spectaculair plan. Eind augustus of begin september hebben die twee heren aan kolonel Noël Dedeken de opdracht gegeven om naar Kongo te trekken en Patrice Lumumba te ontvoeren.

"Ik krijg een marsbevel voor Elisabethstad met doorgang langs Brazzaville waar ik verkenningen moet doen om zo vlug mogelijk tot de actie over te gaan", schrijft Dedeken nu. Een opdracht die van het allerhoogste niveau uitging: het lijkt hoogst onwaarschijnlijk dat generaal Cumont een ontvoeringsplan opzet zonder dat hij zijn overste, minister van Defensie Arthur Gilson, daarvan op de hoogte brengt.

In Elisabethstad stoomt de kolonel alvast een dertigtal Baluba's klaar voor de operatie. "Mijn kandidaten worden streng geselecteerd en beginnen hun commando-training in de omliggende bossen."

Nog voor Dedeken kan overgaan tot de uitvoering van zijn plannen, worden die echter afgeblazen. Maar het was, zo benadrukt de kolonel nu, ook nooit de bedoeling geweest om Lumumba uit de weg te ruimen, enkel om hem te ontvoeren. In zijn brief aan de commissie lijkt Dedeken enige spijt over zijn rol niet te kunnen onderdrukken. "Ik heb nooit contact gehad met de CIA, noch met zekere Belgen die boffen de opdracht te hebben gekregen Lumumba te vermoorden", klinkt het zonder omwegen. Toch is het maar de vraag wat België zou hebben gedaan met een ontvoerde Lumumba. "Volgens Dedeken zou hij naar Brazzaville worden overgebracht, maar dan...", vragen de experts zich niet geheel onbegrijpelijk af.

Is daarmee alles verteld? Neen. In de papieren van Loos hebben de vier historici immers nog een interessant los document gevonden. Op het papier staat de weinig originele titel Opération L. Suggestions. Waarschijnlijk, zo stellen de experts, is het van de hand van iemand die "in het milieu van de gewezen Belgisch-Kongolese veiligheidsdienst" gezocht moet worden en verwijst het naar een plan uit augustus of september. Van alle documenten die ze gevonden hebben, is dat over Opération L het duidelijkst. De auteur doet geen enkele moeite zijn opdracht te verdoezelen: Lumumba uit de weg ruimen.

Net als Marlière, enkele weken later, is de man op zoek naar een plan van de woning van Lumumba. "Ik heb reeds drie personen gecontacteerd op het ministerie van Afrikaanse Zaken om de plattegrond in handen te krijgen. Spijtig genoeg verkeren die mensen niet in de mogelijkheid om ons te helpen zonder op een gevaarlijke manier de aandacht op zich te trekken." Waarna een lijst van Belgen en Kongolezen volgt die wél een handje zouden kunnen toesteken.

Aan het eind van zijn verslag doet de anonieme informant ook enkele suggesties voor de moord zelf. "De interesse van de betrokkene voor de vrouwen is maar al te goed bekend. Misschien is er een mogelijkheid om hem zo te laten afzien van zijn persoonlijke veiligheidsmaatregelen."

Of misschien kan Lumumba simpelweg vergiftigd worden. "Het is zeer waarschijnlijk dat L., met zijn levensstijl en energie, zijn toevlucht neemt tot drugs, van gewone of farmaceutische makelij. In beide gevallen moet hij bevoorraders, 'medische raadgevers' hebben. Mensen die een zeer grote invloed op hem hebben. Misschien kunnen we een verwisseling van zijn medicijnen overwegen..." Dat Loos ook dat verslag met aandacht gelezen heeft, bewijst de aantekening die hij op pagina twee in de marge heeft aangebracht.

Voor wie er nog aan twijfelde: meer dan drie maanden voor Patrice Lumumba daadwerkelijk vermoord werd in Elisabethstad, draaiden de pogingen om de eerste premier uit de weg te ruimen al op volle toeren. Ze moeten geenszins onderdoen voor de talloze, mislukte pogingen van de CIA om Fidel Castro uit de weg te ruimen. Na de uitgebreide beschrijving van alle covert actions die ze in hun tussentijds rapport neerschrijven, staat het voor de experts vast dat Lumumba voor de Belgische regering niet meer opnieuw aan de macht mocht komen.

Toch hebben ze tussen al de telexen en archiefstukken over die eerste maanden na de Kongolese onafhankelijkheid nog altijd niet de smoking gun gevonden, een glasheldere verwijzing naar een moordplan dat rechtstreeks van de Belgische regering uitging. Hooguit een pak uiterst dubbelzinnige uitdrukkingen als 'éliminer', 'mettre hors d'état de nuire', 'élimination définitive' en 'défenestrer'.

Maar misschien moeten ze de verklaring daarvoor wel zoeken in het citaat uit het Amerikaanse Church Report dat ze zelf in hun tekst opnemen. "Een bedekte actie is een activiteit (...) die verborgen moet blijven zodat de verantwoordelijkheid ervoor achteraf op een plausibele wijze ontkend kan worden. En dat kan ook leiden tot het gebruik van eufemismen."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234