Dinsdag 28/01/2020

Een grote liefdeloosheid voor de kunst

De kersverse cultuurbeleidsnota van Joke Schauvliege heeft tal van gebreken, schrijft Bart Caron. Het belangrijkste hiaat: ‘geloof, overtuiging, liefde voor kunst en cultuur.’

De beleidsnota Cultuur doet me denken aan de oude dorpsgaragist. In klein onderhoud zoals olie verversen, lampen bijstellen, was hij goed en goedkoop. Maar als er een joint de culasse moest vernieuwd worden of de airco defect was, haakte hij af. En nieuwe auto's verkocht hij ook niet, laat staan dat hij de ambitie zou gehad hebben een grote blinkende showroom te bezitten, met neonreclames aan de gevel en een kunstwerk, genre ‘de man die de wolken meet’, op het dak. Nee, zijn dagelijkse kost verdienen was al genoeg.Joke Schauvliege dreigt de dorpsgaragist van het Vlaamse cultuurbeleid te worden. Haar beleidsnota zal onze samenleving niet veranderen. Hij bevat namelijk geen gedachten die mij zouden verleiden om termen als bevlogenheid, visie en ambitie in de mond te nemen. De nota schetst een klein cultureel onderhoud. Aan de ene kant stemt mij dat best gelukkig. De uitgezette lijnen van de voorbije tien jaar worden niet op de schroothoop gedumpt, integendeel ze worden meestal bekrachtigd. Er komt geen trendbreuk. Er gaat een zucht van opluchting door de culturele rangen. Eindelijk decretale rust. Ik beschouw dat haast als een compliment. Ik mocht jarenlang zelf meewerken in de ontwerpafdeling van de culturele garage en stel met genoegen vast dat de visionaire en ambitieuze aanpak ondertussen in regelgeving of beleidsinitiatieven omgezet is. Daarenboven, het is crisis, en dan is het meestal van ‘sauve qui peut’.In deze beleidsnota ontbreekt erg veel, maar vooral één frappant punt: liefde voor de kunsten en voor de kunstenaars. Zij zijn het hart van het cultuurbeleid en creëren het erfgoed van de toekomst. Een behartenswaardige uitspraak over muziek en orkesten, toneel, beeldende kunst of architectuur kan er niet van af. Over Letterenbeleid valt er, behalve dan over het Fonds, bitter weinig te lezen. De auteursvereniging is vragende partij voor een gesprek met de minister, maar hiervoor heeft de minister blijkbaar geen tijd. De afwezige aandacht voor de taal wordt pijnlijk geïllustreerd door een piepklein detail op pagina 23, een 'dt'-foutje. Kan iedereen overkomen.

Blinkende karossen

Het gebrekkige ambitieniveau zie je ook aan al wat niet eens een vermelding waard is. Er is geen woord gewijd aan de media. Ook niet aan de VRT, toch onze belangrijkste culturele organisatie. Er is geen wil om te komen tot een cultureel verdrag met onze dichtste buur Wallonië. De arthousecinema's, sector in crisis, worden niet genoemd. Hoe het verder moet met de orkesten, de Opera, de Singel enz. komen we niet te weten. De Nederlandse Taalunie, goed voor een flinke hap uit de begroting, is geen woord waard, evenmin als het Vlaams-Nederlands Huis in Brussel, de Brakke Grond in Amsterdam. Nochtans allemaal eigen initiatieven van de Vlaamse overheid.Met wat goede wil kun je twee prioriteiten vinden: de zorg voor ons erfgoed en cultuur op de digitale trein zetten. Die thema’s krijgen veel aandacht en een vrij concrete invulling, zeker het erfgoed. De toppers zijn de bouw van de Waalse Krook (Audiovisueel Erfgoed) en de uitbouw van het Centrum voor Religieuze Kunst en Cultuur in Leuven. Terecht trouwens. En we lezen dat er voor de landelijke musea en voor het verwerven van topstukken meer geld moet zijn. Nergens anders lezen we zoiets.Daarnaast zijn er een aantal beleidsdoelstellingen die we graag lezen. Over cultuureducatie bijvoorbeeld. Prima, maar hoe dat moet verwerkelijkt worden, staat niet in de nota. De minister legt sterk de nadruk op participatie van kansengroepen en diversiteit. Uitstekend. Maar die belofte wordt al meteen geschonden. Bij de besparingen op cultuur worden deze kansengroepen niet ontzien. Dat de individuele kunstenaars extra aandacht krijgen, kunnen we steunen en dat er een beter evenwicht moet komen tussen structurele en projectsubsidies in de Kunsten is geheel terecht. Alleen, volgend jaar wordt er meer bespaard op projecten dan op meerjarige subsidies, zodat het verschil nog groter wordt. Onbegrijpelijke woordbreuk. Internationaal beleid? Liefst gedreven door de kunstenaars, en niet alleen voor de uitstraling van Vlaanderen. En cultuur in het zuiden, als motor van ontwikkeling? Het VTI hield er met Mo een schitterende studiedag over, Schauvliege maakt er geen woorden aan vuil! Ook de mantra van de planlastvermindering is in deze nota ruim aanwezig. Tot mijn colère worden de lokale sectorale plannen afgeschaft en geïntegreerd in het algemeen meerjarig gemeentelijk plan. Wat een nonsens. Het is niet het ‘nadenken over’ dat leidt tot planlast, wel de uitgebreide rapportage ervan. Het tegengestelde van planning is willekeur. Schaffen de ministers straks ook hun eigen beleidsnota's af? Waarom niet? Ondertussen worden plannen vervangen door outputcontrole, benchmarking, registratie, meetbaarheid, enz., lelijke woorden die niets meer betekenen dan meer administratie. Deze beleidsnota zal onderzoeken en evalueren dat het een lieve lust is. Is dat een bewijs van openheid of van gebrek aan visie?We missen geloof, overtuiging, liefde voor kunst en cultuur. We willen een minister die meent dat de wereld niet zonder kunst en cultuur kan leven. We willen een garagist die zot is van blinkende karossen. Gvd, cultuurbeleid is meer dan klein onderhoud.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234