Zaterdag 20/07/2019

Dokterslonen

Een ‘grootverdiener’ en een ‘laagverdiener’ over hun loonspanning: “Als je begint te vergelijken, denk je: is het dit maar?”

Nierspecialist Jean-Marie Billiouw en psychiater Kristien Lemaître. Beeld Wouter Van Vooren

Ze hebben beide lang gestudeerd, dragen grote verantwoordelijkheid en werken hard. Toch verdient de een het drievoud van de ander. Nierspecialist en grootverdiener Jean-Marie Billiouw: “Ik wil best wat minder verdienen als Kristien wat meer krijgt.” Psychiater en laagverdiener Kristien Lemaître: “Hoe ga je dan je tuinman betalen, Jean-Marie?”

Je zou het bijna gezellig kunnen noemen, dat dokterskabinet van nefroloog Jean-Marie Billiouw. Prominent hangt een groot bloemenschilderij, dat hij bijna liefkozend ‘mijn lichtpuntje’ noemt. Dat mag letterlijk genomen worden. In het doorgaans donkere kabinet valt elke avond een paar uurtjes de zon op dat schilderij, waardoor de hele kamer oplicht.

Ook psychiater Kristien Lemaître voelt zich meteen thuis. De twee kenden elkaar nochtans niet. Maar er is een bijna voelbare vorm van respect tussen beiden. Al gaat het om twee totaal verschillende disciplines, twee totaal verschillende werelden én twee totaal verschillende verloningen.

Jean-Marie Billiouw, nefroloog: 348.000 euro bruto per jaar
Kristien Lemaître, psychiater: 122.000 euro bruto per jaar

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: dokter Billiouw verdient het drievoud van dokter Lemaître. Vinden jullie dat terecht?

Jean-Marie Billiouw: “Neen. Ik heb dat ook al op congressen gezegd en het werd me niet in dank afgenomen door collega’s. Maar ik meen het. Ik vind dat ik als nierspecialist in verhouding tot collega’s te veel verdien. Kijk naar een geriater. Die werk ook keihard en verdient maar de helft.”

Kristien Lemaître: “Als je je werk doet zonder dat je rekening houdt met de loonspanning, ben je eigenlijk een tevreden arts. Het is op het moment dat je begint te vergelijken dat je denkt: ‘Is het dit maar?’

“Er is dus zeker een onevenwicht. Een aantal intellectuele beroepen wordt niet voldoende betaald. Technische prestaties (zoals het nemen van scans of het uitvoeren van een operatie, red.) worden beter betaald. Wij doen geen technische prestaties, wij luisteren en denken na. We reflecteren, we proberen methodisch te gaan werken zodat de persoon in kwestie minder suïcidaal is, beter een relatie kan opbouwen en opnieuw motivatie kan vinden. Dat is zeer intellectueel werk, waar we geen machinerie voor gebruiken.

“Er zit iets heel onlogisch in het systeem. Als je geneeskunde studeert, ga je naar de les, je studeert, je werkt hard. Je leert echt nadenken, je krijgt ook vakken als communicatievaardigheid bijvoorbeeld. Dan is het toch onheus dat op het moment dat je in het werkcircuit terechtkomt, de technische prestaties meer gevalideerd worden. En dat al die andere vaardigheden precies van minder belang zijn.”

Billiouw: “Helemaal mee eens. Ik vind dat alle dokters een billijk loon moeten hebben. Hippocrates zei het al: een dokter moet goed betaald worden zodat hij niet moet peinzen over geld.”

Lemaître: “Ja, het is een basiscomfort dat je nodig hebt.”

Geldt dat niet voor iedereen?

Billiouw: “Natuurlijk geldt dat voor iedereen, maar wij zijn niet iedereen. Let op, ik wil niet elitair overkomen. Zo zit ik niet in mekaar. Mijn ene grootouders waren extreem socialistisch en mijn andere extreem katholiek. Er zit dus een soort rooms-rode coalitie in mij. Het mooiste compliment dat ik van een collega kreeg, was: jij bent een democratisch marxist die ook nog eens katholiek is. Een vrij moeilijke combinatie wel.” (lacht)

“Ik ben 40 jaar dokter en ben altijd geconventioneerd geweest. Ik heb nog nooit een halve eurocent supplement gevraagd. Ook niet bij mensen die op een eenpersoonskamer liggen. Al bekruipt me soms wel eens het gevoel om het wel te doen. Zeker als er een veeleisende dikkenek in een eenpersoonskamer ligt. Maar ik doe het niet. En weet u waarom niet? Omdat het allemaal zieke mensen zijn. Een kunstnierbehandeling, daar heeft niemand om gevraagd. (wijst naar de patiëntenstoelen) Niemand heeft gevraagd om daar te zitten, behalve jullie twee dan.”

U hebt nooit iets te veel gevraagd, zegt u. Toch verdient u, zoals we daarnet zeiden, het driedubbele van uw collega naast u.

Billiouw (fel): “Wacht, wacht, wacht. U zegt het nu alsof ik verantwoordelijk ben voor wat ik verdien. Fout. De staat financiert mij. Mijn consultatiebedrag is vastgelegd en ik ga daar geen eurocent boven. Ik moet wel hard werken en dag en nacht beschikbaar zijn, ook op zaterdag. We mogen niet vergeten dat een dialysebehandeling altijd een risico inhoudt. Een ex-collega heeft het ooit mooi omschreven: dialyse is valse rust.”

Bij u is dat risico misschien minder, dokter Lemaître?

Lemaître: “ Wij verliezen ook mensen, door suïcide. Mensen die onder een trein springen, of die zich in brand steken. De stress zit bij mij vooral in het feit dat ik ambulant werk en niet kan terugvallen op een afdeling. Een patiënt komt binnen en ik heb drie kwartier om hem te evalueren en een afweging te maken. Kan hij naar huis? Moet ik een huisarts inlichten of het crisisteam inschakelen? Hoeveel pillekes geef ik hem mee?

“De moeilijkste cases gaan vaak over kinderen. Ik herinner me een situatie op vrijdagavond. Een moeder, heel suïcidaal, gaat naar huis en wil haar kindje van 5 meenemen. Dan moet je zorgen dat je door onderhandeling met de patiënt tot een oplossing komt, zodat zij zichzelf niet verwondt en ook het kind niet beschadigt. Je staat er alleen voor en kan niet even naar een collega lopen om te vragen wat die zou doen. Het is heel solitair werk.

“Je hebt ook veel gevallen die blijven aanslepen. Er zijn niet veel succesverhalen, maar dat is bij Jean-Marie ook wellicht. Je kan maar zelden zeggen: kijk, die is nu echt genezen.”

Billiouw: “Ja, wat dat betreft zitten we in hetzelfde schuitje. De behandeling van een patiënt met een kunstnier duurt gemiddeld maar vier jaar. De mortaliteit is 25 procent per jaar. En de gemiddelde leeftijd van onze patiënten is 72 jaar.”

Hebben jullie rekening gehouden met de verdiensten bij jullie beroepskeuze? Van een psychiater is toch geweten dat hij bij de laagverdieners zit. En nierspecialisten voeren notoir de lijstjes aan.

Lemaître: “Ik was daar zeer naïef in. Ik heb dit vak echt gekozen vanuit persoonlijke interesse en geen rekening gehouden met de portefeuille die eraan zou vasthangen. Ik dacht dat het billijk zou zijn. Maar ik voel de teleurstelling. Heb ik hiervoor zeven jaar gestudeerd, een zwaar assistentschap gedaan en nog eens vier jaar extra opleiding gevolgd?

“Geld helpt mij om in leven te blijven en mijn kinderen eten te geven. Het is voor mij geen motivator geweest. Maar ik merk wel dat het een demotivator kan worden.”

Dokter Billiouw: zou u uw job kunnen doen aan het loon van dokter Lemaître?

Billiouw: “Om eerlijk te zijn: ik vermoed van niet. En ik weet het, nu denken jullie: als er een ongelijkheid is, moeten de centen gepakt worden waar je ze kunt halen. Maar zo makkelijk is dat niet. Iemand die het goed heeft, zal in deze moderne tijden niet meer op de barricaden gaan staan om meer geld voor Kristien te eisen. Dat is als zeggen: mister hangman, hier is de strop, steek er mijn nek maar in.

“Toen ik begon, stond nefrologie nog in de kinderschoenen als specialiteit. Wist ik veel wat ik zou verdienen. Ik ben begonnen met een romantisch idee van doktoor te willen spelen, een beetje zoals De Witte van Zichem. Het was pas toen ik een vervanging deed, dat ik dacht: tiens, dat is wel goed betaald.”

Als er herverdeeld zou worden, zullen hoogverdieners zoals u wellicht minder krijgen. Kunt u daar mee leven?

Billiouw: “Nu bent u wel aan het polariseren. (lachend naar dokter Lemaître) Jij bent psychiater, maar ik noem je even neuroloog, omdat me dat beter uitkomt. Nefroloog en neuroloog, het is maar een lettertje verschil maar het scheelt wel veel in inkomsten. Maar ik zeg altijd: het is niet de fout van de nierspecialist dat de nierspecialist veel verdient en de neuroloog weinig.

“Maar het klopt wat u zegt. Het is inderdaad een illusie om te denken dat er bij een herverdeling meer zal zijn. Het zal van ergens moeten komen. U moet dat wel niet meer aan mij vragen, ik ben straks op pensioen. Maar als ik voor mij persoonlijk mag spreken, dan zeg ik: ja, ik zou daarmee kunnen leven.

“U moet wel oppassen met termen als minder verdienen en vooral ook ‘te veel’ verdienen. Want wat is dat, te veel? Kijk, onlangs kwam mijn tuinman bij mij. Ik had tien taxusbomen zelf afgezaagd en hij kwam de rest wegfrezen. Dat duurt 15 minuten en hij vraagt 120 euro, in het zwart. Is dat te veel? Ik heb nog anderhalf uur moeten opkuisen, want het leek op ‘Operation Desert Storm’. Maar de vraag is: is dat te veel? Zo’n 120 euro voor een kwartier, dat is op het niveau van een Kevin De Bruyne hé.”

Toch ziet zo’n tuinman op het einde van de maand wellicht niet zo’n hoge bedragen op zijn rekening als een nierspecialist.

Billiouw (onverstoorbaar): “Mijn vraag was vooral: wat is te veel?”

Lemaître: “Ik weet wel wat ‘te weinig’ is. In het Centrum Geestelijke Gezondheidszorg waar ik werk, krijgen we een envelop van de overheid. Het centrum moet daarmee zijn financiering regelen. Het komt erop neer dat de inkomens van de psychiaters voortdurend afgeroomd worden.”

Billiouw: “Onze lonen worden ook afgeroomd. Maggie (minister van Volksgezondheid De Block, CG/SV/EC) heeft ervoor gezorgd dat er 30 procent van mijn honorarium voor ziekenhuishemodialyse is afgegaan. En hospitalisaties worden tegenwoordig betreurenswaardig weinig vergoed. Ook al zit je op een afdeling met dertig patiënten van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat voor zwaar zieke patiënten te zorgen, je kan er nog geen zak frieten voor kopen.

“Nog zo’n voorbeeld: stel, ik word hier in huis door een collega longarts geroepen bij een patiënt die ook een ernstig nierprobleem blijkt te hebben. Ik ga ernaartoe, zit me een half uur in het dossier te verdiepen, zie de patiënt, neem een aantal beslissingen en schrijf een aantal dingen voor. Weet u hoeveel ik daarvoor krijg van Maggie?”

Niets?

Billiouw: “Juist. Nul euro. En waarom is dat? Omdat er vroeger al eens misbruik gemaakt werd. Ik vind dat onterecht. Ze mag van mij afpikken als het over de technische prestaties gaat, maar ze moet de eerlijkheid hebben om te zeggen: zo’n consult, we gaan daar een vergoeding voor geven.”

Het is wel opvallend dat artsen, ook de best verdienende, steevast iets aanhalen dat niet of nauwelijks vergoed blijkt te worden. Maar uiteindelijk staat er op het einde van de maand wel een mooi bedrag op de bankrekening. Is het niet gewoon een beetje de bluts met de buil?

Billiouw: “Ja, daar hebt u wel een punt. Maar ze zouden dat eens moeten proberen in een andere sector. En het wordt ook slim gespeeld. Men gaat nooit de geneesheer en bloc aanpakken. Men pakt hen apart. Nu eens de radiologen, volgend jaar de gastro-entologen (maag-darmspecialist, CG/SV/EC) en daarna de cardiologen. Dokters zijn niet solidair, kiezen voor een egelstelling. We kruipen in ons holletje. En zolang de bui elders waait, worden wij niet neergebliksemd. Maar samen op de barricaden gaan staan? Dat is 50 jaar geleden.”

Lemaître: “Dat komt net door die loonkloof. Wie het goed heeft...”

Billiouw (onderbreekt haar): “Maar zie jij nog solidariteit bij dokters?”

Lemaître: “Bij de laagbetaalden wel ja. Die troepen wel samen. Alleen besteden we allemaal te weinig tijd aan collega-contact. Dat zou nog meer mogen zijn.”

Billiouw: “Ik zou best tevreden kunnen zijn met minder inkomen, als dokters zoals Kristien daardoor meer kunnen krijgen.”

Lemaître (lacht): “En hoe moet dat dan met uw schone hof en uw tuinman?”

Dokters verwijzen graag naar hun grote verantwoordelijkheid om te verantwoorden dat ze een hoog loon hebben. Maar heeft pakweg een buschauffeur die elke dag een bus schoolkinderen vervoert ook geen grote verantwoordelijkheid?

Lemaître: “Natuurlijk. Maar toch vind ik dat je als dokter mag worden gehonoreerd omwille van de investering die je gedaan hebt. In de opleiding moet je heel hard werken. Je investeert en je brengt offers in je sociaal leven. Bovendien probeer je door permanente bijscholing kwaliteitsvol werk te leveren. Dat is niet te vergelijken met het halen van een rijbewijs.

“We moeten geen schadevergoeding krijgen voor ons vak, dat nu ook weer niet. We kiezen ervoor. Maar we mogen wel gevalideerd worden voor de inspanningen die we geleverd hebben.”

Billiouw: “Dat is een eindeloze discussie. Ofwel ga je naar een maatschappij waarin iedereen een bepaalde som geld krijgt per maand. Ofwel zijn er verschillen. Maar als we de schrijver Yuval Noah Harari mogen geloven, zal de toekomst er helemaal anders uitzien. De eerste job die ‘at risk’ is in de toekomst, is die van geneesheer. En wie zal er volgens hem het eerst verdwijnen? De radioloog. Je neemt een digitale foto van de borstholte en steekt hem in het computersysteem. Daar wordt hij vergeleken met vijf miljard andere borstholtes. En dan zegt de computer in een mum van tijd wat de diagnose is. Heb je dan nog een dokter nodig?”

Lemaître: “Dat lijkt me toch geen goede evolutie, want je moet altijd naar de totale patiënt kijken en niet naar bepaalde symptomen.”

Billiouw: “Toch denk ik dat we naar een soort Star Trek-achtig fenomeen gaan waarbij je met een grote scan onmiddellijk weet hoe het zit. En wat heb je liever? Een robot die 100 procent juiste diagnoses stelt of een dokter die voor 80 procent juist is? Sommigen zullen zeggen: een dokter. Want daar kan je nog tegen praten. Jouw job zal dus langer bestaan dan de mijne, Kristien.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden