Zaterdag 23/01/2021

Een graf dat pijn doet aan de oren

De Taj Mahal is een lust voor het oog en een last voor het oor. Binnenin het mausoleum roepen de bezoekers zo luid en blazen de wachten zo hard op hun fluitje dat je met oorsuizingen naar buiten stapt. Het chaotische gedrag van de Indiërs contrasteert mooi met de hemelse symmetrie van het wereldwonder.

Op honderden reclamepanelen langs de weg maakt een charismatisch, maar contrair politicus vol zelfvertrouwen het V-gebaar. Hij heeft zijn kiezers verandering beloofd, want het volk verlangt naar vooruitgang. Wanneer ik uit Jordanië arriveer in India heeft Narandera Modi net de traditionele partijen op een hoopje gespeeld en de verkiezingen gewonnen. Hoe dichter ik mijn hotel nader, hoe meer borden van Modi er opduiken. Kennelijk heeft zijn partij haar hoofdkwartier op een steenworp van mijn verblijfplaats, het Shangri-La's Eros Hotel in New Delhi.

Nadat ik de securityscan van het hotel gepasseerd ben, probeer ik mijn overweldiging in te slikken. Al dat personeel om reizigers te assisteren! Al die luxe! Al dat vertoon dat niet aan mij besteed is! Een lift die een paar honderd kilogram marmer torst, stuwt me naar mijn kamer op de twaalfde verdieping. Vanuit het raam zie ik een jungle waartussen betonnen torens staan. Boven de beboste stad cirkelen tientallen zwarte wouwen. Naar Indiase normen is het hier extreem rustig.

Wandelen is echter verboden. Wanneer ik vanuit mijn hotel naar een bureau voor toerisme wil stappen, word ik belaagd door de bestuurder van een autoriksja. Hij rijdt naast me, roept dat wandelen niet gezond is, stapt uit en gaat zelfs voor mijn voeten lopen om toch maar te verhinderen dat mijn lijf op eigen kracht vooruit geraakt. Het scheelt niet veel of hij verwijt mij broodroof, maar ik wandel door en daar heeft hij uiteindelijk niet van terug.

In het toerismebureau oordeelt een ambtenaar dat ik het best met de taxi naar Agra ga. Hij maakt mij zonder schroom 17.100 roepies afhandig, wat een flinke stapel geld is. Als ik er nog wat poen bovenop leg, kan ik al meteen de voornaamste monumenten van Delhi gaan bezichtigen. Waarom ook niet?

Ik bezoek enkele tempels van diverse religies, maar het monument dat er echt toe doet, is de graftombe van Humayun, dat duidelijk de inspiratie heeft geleverd voor de Taj Mahal. Het grote verschil is dat Humayuns tombe met rode zandsteen is bekleed, enkel de koepel is in wit marmer. O, en ik weet dat nu nog niet, maar de Taj Mahal is een miljoen miljard keer drukker.

Witte olifant

De volgende ochtend komt taxichauffeur Lalit me stipt om zes uur oppikken om naar Agra te rijden, de stad vanwaar de mogolkeizers heersten over het grootste deel van het moderne India. Ze lieten daar een rood fort na en enkele mausolea waarvan de Taj Mahal het bekendste is.

Die Taj Mahal is een witte olifant. Volgens de overlevering zadelde het overlijden van zijn vrouw Sjah Jahan op met zoveel liefdesverdriet dat hij niet anders kón dan het stoerste mausoleum ter wereld optrekken, zelfs als dat betekende dat de werken de schatkist leegzogen, met een kleine hongersnood tot gevolg. De keizer stortte zo zijn rijk in het verderf, een kleine prijs voor het lenigen van hartzeer.

De rit over de Yamuna Expressway duurt enkele uren. Aanvankelijk verwonder ik mij nog over de dromedarissen die door de ochtendnevel sloffen en de wilde pauwen die hier zonder schaamte rondlopen, maar al snel zet ik mijn lichaam in slaapmodus. Wanneer ik weer ontwaak, zegt Lalit: "Welcome to Agra, Sir."

De score op mijn schaal van oriëntalisme schiet met een klap omhoog. De straten van Agra tonen het bevreemdende en tegelijk vertrouwde India van het cliché: overal kraampjes, riksja's, wagens, koeien (heilig), apen (heilig) en fietsers (niet heilig), dat alles gedresseerd met stukken afval uit alle mogelijke bronnen en in alle denkbare kleuren. Ik ben blij dat ik als westerse patapoef achteraan in een taxi zit en niet zelf aan een stuurwiel moet sleuren, of ik zou me gauw moeten verantwoorden voor een dikke laag préparé van heilige dieren op de carrosserie.

In het gouden water van de rivier Yamuna (heilig, maar vervuild) baden koeien. Dat is op zich al een magnifiek zicht, maar dat er in de verte een sprookjeskasteel drijft op de mist maakt het plaatje helemaal af. De Taj Mahal en zijn bijgebouwen zijn versmolten tot een sierlijk, maar ongrijpbaar geheel dat uit een andere dimensie is komen aanzweven.

Lalit zet me af aan de ingang en drukt me op het hart om gidsen af te slaan en gewoon mijn ticket te kopen en naar binnen te gaan. Doordat ik een westerling ben, moet ik meer betalen voor mijn ticket, maar dat betekent ook dat ik langs een 'priority lane' mag, zodat ik niet moet aanschuiven in de hitte.

Roepen en tieren

De ommuurde tuin waarin de Taj Mahal staat, is mooi. Zeg maar gerust zeer mooi. De islamitische mogols haalden hun inspiratie voor hun symmetrische tuinen bij de Perzen en hun interpretatie van het Aards Paradijs brengt je effectief tot rust. Een groter contrast met de toeterende buitenwereld kan er niet zijn.

Ik onderdruk de aandrang om rechtstreeks naar de Taj Mahal te marcheren en maak een omtrekkende beweging door de tuin, zodat ik plots het mausoleum zie opdoemen vantussen het struikgewas. Door het witte marmer is het een ongenaakbaar baken, een parel waarop de eeuwigheid geen vat krijgt. Helaas is alles van waarde weerloos tegen de effecten van het massatoerisme.

Hoe dichter je de Taj Mahal nadert, hoe meer het mausoleum zijn magie verliest. Ja, de kalligrafieën op de wanden zijn niet mis, maar van dichtbij is het te tastbaar om nog een sprookjeskasteel te kunnen zijn. En dan stap je binnen en ruimt het laatste beetje betovering plaats voor ergernis. De bezoekers, ook de volwassenen, roepen en tieren om het luidst. Ik begrijp dat mensen enthousiast zijn, maar is een beetje verinnerlijking zo veel gevraagd? Dit is een graf, geen discotheek voor mensen die hun verstand hebben uitgezet. De wachten blazen zo hard mogelijk op hun fluitje om boven het gejoel uit te komen. Stel je zoiets eens voor in de Sint-Baafskathedraal. Het Lam Gods zou spontaan de benen nemen om zich bij De Rechtvaardige Rechters te voegen in het verborgene.

Een groot slot moeten ze hangen aan de Taj Mahal. De lompe menselijke natuur doet te veel afbreuk aan dit monument van verfijning. Maar zodra je weer afstand neemt, gaat de symmetrische opbouw andermaal je esthetische gevoel aanspreken. De Taj Mahal heeft zijn minaretten en bijgebouwen nodig om de aardse klei te ontstijgen.

"Is het goed als we straks een fabriek bezoeken waar ze aardewerk maken?", vraagt Lalit wanneer ik weer aan de wagen arriveer. "Neen, doe maar gewoon het Red Fort en de Baby Taj Mahal", beslis ik. "Okay, Sir Brother", antwoordt Lalit met een zweem van deemoed in zijn stem.

Stokkebeentjes

Aan het Red Fort probeert een tengere grijsaard me te overtuigen hem in te huren als gids. Hij haalt tal van argumenten uit de kast om aan te tonen dat ik zonder gids een zware ontgoocheling tegemoet ga. Wanneer ik hem beleefd duidelijk maak dat ik ontgoocheling verkies boven zijn gezelschap, staat hij bijna te wenen op zijn stokkebeentjes. Toch slaagt het Red Fort er niet in mij teleur te stellen. Dit moet echt een aangenaam paleis geweest zijn, waar de bewoners een rustig bestaan leidden, de occasionele familiale strubbelingen, die sporadisch leidden tot verbanning, huisarrest en zelfs uitgestoken ogen, even buiten beschouwing gelaten.

Terwijl vaders met hun zonen, en zonen met hun broers, om de macht over het rijk streden, zaten moeders en dochters niet met hun vingers te draaien. De machtigste vrouw tijdens de heerschappij van de mogols was Nur Jahan, stiefmoeder van Sjah Jahan. Als gemalin van keizer Jahangir liet ze in Agra een mausoleum optrekken voor haar ouders. Het is een schattig bouwsel in wit marmer. Hoewel het veel kleiner is dan de Taj Mahal, was het één van de voorbeelden voor het wereldwonder. De tuin is een toonbeeld van hemelse orde, terwijl buiten de chaos heerst. In India kennen enkel de doden rust - tenzij ze in de Taj Mahal liggen.

Bij het verlaten van Agra verontschuldigt Lalit zich plots. "Sorry dat ik u vroeg om naar die fabriek te gaan", zegt hij. "Ik vroeg het omdat ik een commissie krijg als u daar iets koopt. U heeft ongetwijfeld een smak geld betaald voor deze trip, maar daar zie ik nauwelijks iets van. Als taxichauffeur leef je van fooien en van de commissies van winkels, niet van een salaris. In India zijn er te veel mensen voor te weinig werk." Ook hij hoopt dat Modi verandering en vooruitgang zal brengen.

's Anderendaags moet ik op zoek naar een boekenwinkel, want mijn leesvoorraad is ferm geslonken. Voor het hotel staat alweer een troepje riksjapiraten te wachten. "100 roepies!", roept er één. "Ik geef er u tien!", antwoord ik. "Dat is veel te weinig! Vijftig!", kaatst hij terug. "Oké, dan niets. En dat is mijn laatste bod!", waarschuw ik. Uiteindelijk stelt de man 15 roepies voor, iets minder dan 20 eurocent. "Deal", zeg ik en spring op zijn grasmachine.

De winkels waar Ashok me naartoe rijdt, vallen tegen. "Zal ik u ergens heen brengen waar u mogelijk wel iets vindt dat u interesseert?", stelt Ashok voor. Zodat hij een commissie kan opstrijken? "Neen, natuurlijk niet!", reageert Ashok met de valse verontwaardiging van de geslepen commerçant.

In de winkels waarmee Ashok een deal heeft, doen ze zeer hard hun best om mij tapijten en sculptuurtjes aan te smeren, maar ik plooi niet. Geen commissie dus voor Ashok, maar dat stoort hem allerminst. "I'm very happy!", kraait hij. Wanneer ik uit zijn riksja kruip, moet ik zelfs niets meer betalen. Probeer daar maar eens een touw aan vast te knopen. Hebben de Indiërs aan de Britse overheersing een combinatie overgehouden van rare financiële procedures en absurde humor? Uit pure balorigheid geef ik hem 20 roepies fooi. Dat zal hem leren, toeristen voor de gek houden met verwarrende boodschappen. Hoog tijd om naar China te vertrekken, waar ik tenminste zal kunnen genieten van ondubbelzinnig confucianisme.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234