Zondag 20/09/2020

Een goed politicus moet ook slecht zijn

Luuk van Middelaar

Luuk van Middelaarlegt uit waarom politieke dieren geen heiligen kunnen zijn

is politiek filosoof en speechschrijver van Europees president Van Rompuy. Voor De passage naar Europa ontving hij vorige week de Socrates Wisselbeker 2010, de prijs voor het beste Nederlandstalige filosofieboek van het jaar. Hij schrijft deze bijdrage in eigen naam.

‘Politiek vraagt om gevoel voor rechtvaardigheid, zeker, maar ook om kennis van gedrag, drijfveren en zwaktes van andere mensen. Dat vergt ook ondeugden. Hoogmoed om te denken dat je president of premier kunt worden. IJdelheid om avond aan avond in zaaltjes hetzelfde verhaal te vertellen’, betoogt Luuk van Middelaar in de pasverschenen bundel Het politieke dier. De ontdekking van een soort. Hierna leest u een bewerkt fragment.

In september 1944 werd Konrad Adenauer, oud-burgemeester van de stad Keulen, door de nazi’s verplaatst van een concentratiekamp naar een Gestapogevangenis. Hij was opgepakt in de nasleep van de mislukte aanslag op Hitler van de zomer van dat jaar. Bij binnenkomst in de gevangenis verzocht de dienstdoende politieofficier hem zich niet van het leven te beroven; dat zou onaangename toestanden opleveren.

“Wat brengt u op dat idee?”, vroeg Adenauer.

“U bent al bijna zeventig”, antwoordde de politieofficier “dus u heeft van het leven toch niets meer te verwachten.” Adenauer stelde hem gerust: hij zou geen onaangename toestanden veroorzaken.

Met deze anekdote opent betrokkene ruim twintig jaar later het eerste deel van zijn Erinnerungen. Hij is dan 89 jaar oud. Je voelt de ingehouden trots van de man die, in plaats van zich in het gevang een touw om de nek te binden, na zijn zeventigste tot grote hoogte klom en veertien jaar lang de prille West-Duitse staat leidde - en die weet dat ook al zijn lezers dat weten. Pas op zijn 87ste had Adenauer de politieke arena vaarwel gezegd. Twee jaar ervoor had hij voor zijn partij nog verkiezingen gewonnen met de meesterlijke slogan ‘Keine Experimente’, op affiches afgedrukt onder zijn gegroefde Karpatenkop.

Konrad Adenauer geldt niet als een groot of fijnzinnig denker. Een van de verplichte diskwalificaties die over hem de ronde deden is dat hij maar een beperkte woordenschat had. De bondskanselier weersprak zulke opmerkingen niet. Verstandig misschien: het is vaak beter door je tegenstanders onderschat te worden. Bovendien is de vraag of het hem voor het ambt ongeschikt zou maken. Reeds bij Euripides is er een koning die zegt: “Voor mij hoeven die subtiliteiten van de Griekse opvoeding niet, alleen wat de polis nodig heeft.”

In zijn Erinnerungen schrijft Adenauer: “Een lang leven geeft een mens de mogelijkheid ervaringen te verzamelen. De ervaring kan het denken en het handelen leiden op een manier die door niets te vervangen is, ook niet door aangeboren intellect. Dat geldt in het bijzonder voor het gebied van de politiek.”

In de dierentuin met 20ste-eeuwse politieke dieren mag Konrad Adenauer zeker een goede plaats krijgen. Hij bereikte wat hij wilde voor zijn land en schuwde daarbij de lagere listen niet. Zo wendde hij na de gewonnen verkiezingen van 1949 het volgens hem fatale idee van een grote coalitie met de SPD af door het gesprek tijdens de beslissende CDU-bijeenkomst te brengen op de verdeling van de politieke banen. De watertandende aanwezigen kozen voor een kleine coalitie en zelf verliet der Alte de vergadering als bondskanselier in spe.

Of denk, ook bij de oosterburen, aan Helmut Kohl: door in 1989 het moment van de val van de Muur te grijpen werd hij vader des eengeworden vaderlands. Tevens raakte hij in zijn laatste jaren verstrikt in een zwartgeldaffaire voor partijfinanciering, waardoor zijn 80ste verjaardag vorige week zaterdag in stilte verliep.

De Amerikaanse president Bill Clinton natuurlijk. Ondanks (dankzij?) zijn affaire met Monica Lewinsky is hij zeer populair gebleven bij het Amerikaanse publiek: dit politieke dier kende onder meer het moeilijke kunstje in de anderhalve seconde van één handshake diepe loyaliteit bij de eigenaar van de geschudde hand te scheppen.

Mitterrand, de linkse sfinx wiens macht rustte op permanente ambivalentie en die op zijn sterfbed, omringd door vertrouwelingen, twee beschermde zangvogeltjes met veren en al verorberde. Thatcher, de IJzeren Dame, die kon onderhandelen als de beste maar ook tot fameuze woede-uitbarstingen in staat was; haar woordvoerder eens na afloop van een ervan: “De Krakatau is er niets bij”.

Zulke personages voeden de publieke verbeelding. Ze wekken hoop, verontwaardiging en woede, ze inspireren cartoonisten en commentatoren, ze bevolken het politieke theater. Ze zijn dus onmisbaar in een democratie, want vergeet niet: het is de voorstelling die de boel bijeenhoudt.

In de afdelingen Lage Landen van de politieke dierentuin vinden we minder opmerkelijke exemplaren. In Nederland recentelijk Lubbers misschien, de langst zittende minister-president: virtuoos in verbale onnavolgbaarheid, ongeremd viriel op vrouwenjacht (waardoor hij werd gedwongen op te stappen uit een topfunctie bij de VN). Onder zijn opvolgers Kok en Balkenende was ‘gewoon doen’ weer het parool. PvdA-leider Wouter Bos stapte op om zich aan zijn gezinsleven te wijden: geen politiek dier, maar huismus. Zijn opvolger Job Cohen, als Amsterdams burgemeester boven de partijen, moet zich in de publieke arena nog bewijzen.

Hier in België schijnt er meer variatie. Er worden dan ook veel meer handen geschud en zaaltjes afgelopen dan bij de noorderburen. Tot de internationaal grote politieke dieren mag zeker de onvermoeibare Spaak worden gerekend, waarbij niet alleen zijn Churchillpostuur van pas kwam. In recente tijden beschikken Dehaene en Verhofstadt beiden over présence en een tot de verbeelding sprekend karakter; ‘loodgieter’ en ‘da joenk’ als geuzennaam. Van Rompuy vermomt zich weliswaar als ‘grijze muis’, maar is eerder een wijze uil, die ’s nachts menig muisje verschalkt.

De term ‘politiek dier’ komt van Aristoteles. De oude Griek muntte het begrip niet voor de beoefenaren van het politieke vak, maar kwam er een algemeen menselijke conditie mee op het spoor. Mensen, zo beweert Aristoteles in zijn Politica, zijn ‘in een hogere mate politiek dier’ dan andere soorten die in groepen leven, zoals bijen of mieren. Dat komt volgens hem door de taal waarover de mens als enige beschikt, en ons gevoel van recht en onrecht. Toch helpt Aristoteles ook het ‘politieke dier’ in engere zin, de politicus, beter begrijpen: waarom ze vaak wat ouder zijn en waarom deugd en ondeugd zo vaak samengaan.

Politici moeten bovenal ‘verstandig’ zijn. Politiek gaat over veranderlijke zaken. Niemand beraadt zich volgens Aristoteles “over wat onveranderlijk is, en ook niet over wat hij niet zelf kan realiseren”. Het is verloren moeite daar je hoofd over te breken. Verstandigheid heeft dus niets van doen met filosofisch inzicht in eeuwige wetten; het is veeleer een praktische kwaliteit voor de steeds veranderende mensenwereld. Verstandigheid is de eigenschap die het handelen in de juiste richting stuurt, zowel het eigen handelen als dat van de mensen om je heen. “Daarom vinden wij Pericles en zulke mannen verstandig, omdat zij kunnen zien wat goed is voor henzelf en goed voor de mens.” Hieruit volgen twee lessen van Aristoteles voor onze kijk op politieke dieren.

Eerste les: het vak van homo politicus vraagt ervaring. Wie moet handelen in steeds wisselende situaties, heeft er baat bij talrijke gebeurtenissen en omstandigheden te hebben meegemaakt, veel valkuilen al eens te hebben ontweken. Dat kalmeert het gemoed en vergroot het handelingsarsenaal. Aristoteles constateert dat “jonge mannen wel meetkundigen en wiskundigen kunnen zijn, maar dat naar men algemeen aanneemt een jonge man niet ‘verstandig’ kan zijn.” Ook wij staan heden ten dage liever niet voor een rechter met de leeftijd van een computerreparateur.

In het hedendaagse politieke bedrijf wordt het moeilijker deze ervaring op te bouwen. De kiezers willen steeds nieuwe, steeds jongere gezichten en geen oude olifanten meer. Bij de Vlaamse socialisten werd zo snel achtereen met een steeds jongere generatie leiders afgerekend dat men uitkwam, onder verwijzing naar een tv-programma voor peuters, bij de ‘Teletubbie-generatie’. De vlucht naar verjonging stuit zo op een natuurlijke grens. Ze doet trouwens ook het eveneens aanwezige verlangen naar gezag en wijsheid niet verdwijnen.

Tweede les: wil de homo politicus iets tot stand brengen, dan moet hij ook aan zichzelf denken. Voor ons van christelijke moraal doortrokken politieke denken is dit even wennen. Aristoteles (van ruim voor Christus) heeft er minder moeite te zeggen dat een verstandig man als Pericles goed in zijn eigen belang moet handelen om in het belang van zijn stad Athene te kunnen handelen. Staatsmanschap versus opportunisme: het is voor hem geen zinvolle tegenstelling. Op moreel vlak bezwijkt Aristoteles evenmin voor schijntegenstellingen als die tussen ‘egoïsme’ en ‘altruïsme’; het vermogen tot vriendschap begint voor hem met het vermogen te houden van (het goede in) zichzelf.

Politieke dieren kunnen geen heiligen zijn. Wie pretendeert het schip van staat van koers te kunnen doen wijzigen, moet ten minste zijn directe omgeving kunnen manipuleren. Het vraagt om gevoel voor rechtvaardigheid, zeker, maar ook om kennis van gedrag, drijfveren en zwaktes van andere mensen. Dat vergt ook ondeugden. Hoogmoed om te denken dat je president of premier kunt worden. IJdelheid om avond aan avond in zaaltjes of tegen steeds nieuwe microfoons hetzelfde verhaal te vertellen. Eergevoel om een plaats in de geschiedenisboeken te willen verwerven.

Dus is bescheidenheid voor publieke dieren geen verdienste, maar een ondeugd. Politiek leeft bij gratie van verhalen. Geleverd door karaktervolle klootzakken of kabaal makende kletsmajoors. Een parlement vol huismussen is een bedreiging van de democratie. Dus graag wat olifanten, leeuwen, vossen, kippen en pauwen op die verkiezingslijsten.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234