Dinsdag 07/07/2020

Een goed bewaard geheim

Van zoutvlaktes en woestijnen tot moerassen en rivierdelta's waar aan de beestenboel geen eind lijkt te komen. En dat zonder massa's toeristen. Met recht is Botswana door reisbijbel Lonely Planet uitgeroepen tot toeristische bestemming van 2016.

Botswana, het is niet de eerste bestemming waar je aan denkt om in Afrika op vakantie te gaan, en dat geeft deze plek ook juist haar charme. Anders dan bekendere safarilanden - zoals Kenia, Tanzania, Zuid-Afrika en Namibië - zijn de wegen er slechter begaanbaar, is de natuur ongerepter en het land nog niet overspoeld met horden toeristen.

De overheid van Botswana voert al jaren een beleid gericht op duurzaamheid, waarbij ze inzet op het high cost, low impact-principe. Het prijskaartje is hier ook naar. De afgelegen lodges in de Okavango Delta - die dikwijls enkel per propellervliegtuigje te bereiken zijn - kosten vaak vele honderden dollars per nacht, waardoor ze vrijwel alleen voor rijke zakenlui en Hollywoodsterren zijn weggelegd. Toch biedt Botswana genoeg mogelijkheden voor mensen met een minder budget. Je moet alleen iets beter zoeken.

Boomstam varen

Zo rijden wij per 4x4 vanuit safarihoofdstad Maun naar de Nguma Island Lodge aan de westkant van de Okavango Delta. Van daaruit maken wij een adembenemende tocht per traditionele mokoro-kano, vroeger een uitgeholde boomstam, maar tegenwoordig van glasvezel vervaardigd om de bomen te sparen.

Geruisloos duwt bootman Bongani met zijn lange stok onze kano door het spiegelende water. Terwijl we ons vergapen aan felblauwe ijsvogels, witte lepelaars en honderden vogels waarvan we niet eens wisten dat ze bestonden, slingeren we tussen hoge papyrusplanten, olifantsgras en waterlelies met roze en paarse bloemen door.

Met 16.000 vierkante kilometer is Okavango 's werelds grootste binnenlandse delta. Als thuis van meer dan 580 verschillende vogelsoorten wordt het bekken ook wel de Hof van Eden genoemd.

Als we bij een eilandje aanmeren toont Bongani ons voetafdrukken van nijlpaarden. Ook olifanten hebben er flink huisgehouden. Op allerlei plekken zijn de basten van bomen afgerukt of zelfs hele bomen uit de grond getrokken. Helaas zijn de dieren zelf nergens te bekennen. "Ze houden van migreren en zijn zeer goede zwemmers", vertelt Bongani. We schrikken ons kapot als een struik opeens hard begint te schudden en er een meterslange leguaan tevoorschijn komt. Het felgroene reptiel blijkt banger voor ons en neemt snel de benen.

Drijfzand

De volgende dag krijgen we de daver op het lijf als we aan de horizon de Makgadikgadi-zoutvlaktes zien verrijzen. Bij droogte kun je probleemloos met de auto over deze ruim 12.000 km2 grote vlaktes rijden. Wordt het sneeuwwitte zout echter een tikkeltje te vochtig, dan verandert de vlakte al snel in levensgevaarlijk drijfzand waarin je hopeloos kunt vast komen te zitten en auto's zelfs tot aan het dak wegzakken.

Doordat de wegen hier nauwelijks worden bereden, loop je het risico wekenlang niet te worden opgemerkt en het er niet levend vanaf te brengen. Niet bepaald een prettig vooruitzicht, en laat het regenseizoen nou ook nog eens net gestart zijn. De lucht is vandaag gelukkig kraakhelder en de zoutkorst ziet er droog uit. Voorzichtig rijden we onze Land Rover Defender de vlakte op en alles lijkt goed te gaan. We genieten van de oneindige leegte en de heftige kleurcontrasten.

Tot zo'n vijftien minuten later het oppervlak ineens grijzer wordt, klodders zout tegen onze voorruit slaan en de auto begint weg te glijden. Mijn handen worden klam, mijn hart klopt in mijn keel en beelden van in zout weggezonken auto's schieten door mijn hoofd. Waar zijn we in hemelsnaam aan begonnen, vraag ik me in stilte af terwijl ik met moeite de auto op koers houd.

Even later wordt het zout gelukkig weer witter en vormt zich zelfs een stofwolk achter de auto. Toch slaken we een zucht van verlichting als we na een halfuur de dikke baobabs van Lekhubu Eiland zien verschijnen aan de horizon.

Het uit paarsgrijze rotsblokken bestaande eiland, dat eeuwen geleden gebruikt werd om initiatierituelen bij jonge knapen uit te voeren, baadt in een mystieke sfeer. Terwijl in het licht van de ondergaande zon de baobabs met hun kronkelige takken oranjerood kleuren, klappen we onze daktent uit.

Kamperen op dit eiland kost 20 euro per persoon, waarvoor je geen douche krijgt, geen water, en we enkel gebruik kunnen maken van een long-drop toilet, wat een chic woord blijkt voor een gammel, plastic hokje met daarin een porseleinen toiletpot en eronder een diep gat. Water om door te spoelen moet je zelf meebrengen, door vorige kampeerders blijkbaar verzuimd, want hun remsporen zijn nog duidelijk zichtbaar. Wij zoeken in de wilde natuur een schoner plekje op.

Ondanks het ontbreken van basissanitair is een overnachting op Lekhubu Eiland toch een absolute must. De zonsopgang en -ondergang kleuren het eiland en de omringende zoutvlaktes in onvoorstelbare pasteltinten. Zo ver van de bewoonde wereld is de sterrenhemel 's nachts overweldigend en de stilte oorverdovend.

Droevige giraf

Terug in Maun regelen we onze toegangsbewijzen voor de nationale parken en campings. Plannen is zelfs voor de meest intuïtieve avonturier een must in Botswana. Zo moet je op voorhand bij het Wildlife Reservation Office in Maun je toegangsbewijzen tot de nationale parken halen, en is het ook verstandig om al je campings te boeken bij de organisaties in de stad omdat dit in de parken zelf niet kan.

Gelukkig staat hier een onuitputtelijke beestenboel tegenover. Aan de ingang van het moerassige Moremi National Park worden we meteen verrast door twee enorme olifanten die vlak voor de auto de weg oversteken. We genieten er van de aan sappig gras knabbelende zebra's, impala's en koedoes. Een kudde buffels kijkt ons dreigend aan, maar kiest met grote stofwolken het hazenpad als wij dichterbij komen.

Even later, na de middagpicknick, zien we in het struikgewas verderop een dode giraf liggen. In de verte komt een eenzame soortgenoot aangelopen, mogelijk het vrouwtje. Ze blijft lang bij het karkas stilstaan, buigt haar lange nek en blijft maar kijken. We krijgen een krop in onze keel en vragen ons af of ook giraffen kunnen rouwen.

's Middags verlaten we het park aan de noordkant via een gammele houten brug waar bavianen over de leuningen drentelen en nijlpaarden ons vanuit de Kwai-rivier in de gaten houden. Af en toe sperren ze vervaarlijk hun roze bekken open.

Aperitief met koedoe

Hoewel we buiten het park slapen, wordt de eveneens aan de Kwai liggende camping druk bezocht door wilde dieren. Zo hebben eerdere toeristen filmpjes van de camping op internet gezet waarop leeuwen langs hun tenten struinen. Zoekend naar een plekje passeren we een kudde zebra's, een verbaasde jakhals en wat impala's.

Van een camping kun je overigens nauwelijks spreken. Ook hier geen douche, geen water noch long-drop wc, waar je maar liefst 26 euro per persoon voor wordt aangerekend. "Eenmaal daar zal de plek je niet teleurstellen", had de dame van het reserveringskantoor twee dagen eerder voorspeld en ze krijgt gelijk. Zelden hebben we op zo'n beeldschone plek midden in de natuur gekampeerd.

Nippend aan een wijntje genieten we van de koedoes die met hun lange gedraaide geweien voorbij sjokken. In de verte horen we het gegrom van nijlpaarden. We overwegen even te gaan kijken, maar bedenken dan dat - ondanks hun lompe uiterlijk - het de dodelijkste dieren ter wereld zijn en blijven toch maar braaf bij onze tent zitten.

Als ik 's avonds in het struikgewas even mijn blaas wil legen, hoor ik iets te dichtbij geroep van hyena's en besluit het nog maar even op te houden. De hyena's janken de hele nacht door en ook gegrom en gesnuif van nijlpaarden houdt mij uit mijn slaap. Het lijkt zelfs alsof ze om onze auto heen lopen, wat uiteindelijk niet zo vergezocht is: veel nijlpaarden gaan 's nachts aan land om te grazen en verdwijnen bij zonsopkomst weer in het water.

Tijdens het ontbijt trippelen impala's langs, maar helaas brengt groot wild ook kleiner wild op het menu. Terwijl tientallen vliegen landen op onze benen en armen, en kriebelen in oren en neus, ontwikkelen neushoornvogels en helmparelhoenen een buitengewone interesse in ons brood. Het is weer eens wat anders dan bedelende duiven.

Modderbad

Moremi en Chobe National Park grenzen aan elkaar. Net nadat we Chobe zijn binnengereden, komen we oog in oog te staan met een leeuwenfamilie die onder een boom naast de weg ligt te luieren. Niet alleen wij zijn stomverbaasd pardoes op zo'n zeldzaam tafereel te stuiten, ook de drie leeuwinnen, twee jonge mannetjes en een welpje kijken verwonderd op, maar besluiten al gauw hun ochtenddutje voort te zetten.

Na een uur door mul zand te hebben geploegd volgt in het Savute-gebied een ander schitterend spektakel. Rond een waterpoel staan tientallen olifanten gulzig te drinken, waarna ze met hun slurf modder opslurpen om over hun rug en buik te sproeien. Als enkele dieren tegen elkaar beginnen te grommen en te trompetteren, voelt het alsof we recht in een aflevering van National Geographic zijn beland.

De machtige dieren zorgen echter ook voor de nodige overlast in dit gebied. Door bomen uit te rukken zorgen ze voor ernstige ontbossing en ze deinzen er niet voor terug om hun slurf door de doucheraampjes van de vlakbij gelegen camping te steken, waarop naakte campinggasten wel eens gillend naar buiten komen rennen. "Sloten op de raampjes steken loste niets op", zeggen de eigenaars. De slimme olifanten weten de ramen altijd weer open te breken. Uit pure wanhoop hebben ze nu een enorme olifantbestendige muur om de camping heen gezet die de dieren op afstand moet houden.

Aan de noordkant van Chobe National Park gaat de weg over in een gladde asfaltstrook. Ook begint het hard te regenen en net als we vrezen geen dieren meer tegen te komen, zien we langs de kant drie hyena's rondstruinen die afkomen op de regenplasjes aan de zijkant van de weg.

Als we stoppen, kijken de gevlekte dieren met gekke bochel ons verschrikt aan. Twijfel in hun ogen om ervandoor te gaan. Maar dan zouden ze deze drinkmogelijkheid missen en de enige andere waterbron - de Chobe-rivier - is zeker dertig kilometer verderop. Ze zetten toch maar hun lippen aan de plasjes, terwijl ze ons, op slechts enkele meters afstand, geen seconde uit het oog verliezen.

Enkele kilometers verderop valt onze mond opnieuw open als we een troep van zeker vijftien leeuwen eveneens uit de plasjes langs de weg kunnen zien drinken. Terwijl de leeuwinnen nauwkeurig de omgeving in de gaten houden, dartelen de welpjes over elkaar heen en drinken de jonge mannetjes uit de plasjes. Minutenlang rijden we met de dieren mee die in een lange karavaan langs de weg slenteren, tot ze weer in de wildernis verdwijnen.

Spotting deluxe

Na dagen van primitief kamperen willen we ook wel eens van de luxe van Botswana proeven en kiezen we voor de Chobe Game Lodge, de meest luxueuze lodge van het land op een spectaculaire locatie aan de Chobe-rivier.

Meer dan vriendelijk worden we ontvangen in een lobby die gedecoreerd is met Marokkaanse lampen en uit Zanzibar geïmporteerde houten deuren vol houtsnijwerk, waardoor het lijkt alsof we plots in een sprookje van duizend-en-één-nacht zijn beland.

Tijdens onze sundown cruise met een boot die op zonnepanelen vaart, wijst gids Gobè ons op visarenden, knobbelzwijnen, nijlpaarden, krokodillen en een karavaan van zeker veertig bavianen met babyaapjes op de rug of buik geplakt.

Net wanneer we denken dat het nu écht niet veel beter meer kan worden, komen bij een inham tientallen olifanten letterlijk naar beneden gestormd. "De rivier is momenteel de enige waterbron, waardoor de dieren urenlang moeten lopen om te kunnen drinken", verklaart Gobè hun haast, terwijl ze lachend haar lange vlechten over haar schouder werpt, een koelbox met alcoholische drankjes opent en cashewnoten, gedroogd vlees en andere lekkernijen uitstalt.

Vanuit je luie stoel met een drankje in de hand wild spotten dat letterlijk op je af komt rennen. Is dat niet het toppunt van weelde? We spotten een piepklein kalfje dat met zijn petieterige slurfje tevergeefs water in zijn bek probeert te scheppen, een parel voor het oog.

Privéober

's Avonds schuiven we aan voor een luxueus driegangendiner waarbij alle gasten een eigen plekje in de tuin én een privéober worden toebedeeld. We moeten echter vroeg naar bed want de volgende ochtend worden we om half vijf gewekt voor een ochtendsafari.

Opnieuw is Gobè onze gids. Terwijl safarichauffeur in vrijwel geheel Afrika nog als een mannenberoep wordt gezien, besloot Chobe Game Lodge dit cliché te doorbreken. Sinds 2010 kruipen enkel nog vrouwelijke chauffeurs achter het stuur, wat bovendien veel lagere onderhoudskosten met zich meebrengt omdat ze voorzichtiger met de auto's rijden, klinkt het.

De drie elektrische Land Rovers zijn niet alleen beter voor het milieu, ze zijn ook muisstil, en goed voor een totaal andere safari-ervaring, zo blijkt als we tussen een kudde impala's kunnen doorrijden zonder hen te doen wegrennen. Dankzij het ontbreken van het brommende motorgeluid horen we voor het eerst hoe de dieren piepen, knorren en snuiven. Vlak bij de auto wagen twee impala's zich aan een imposante krachtmeting waarbij ze hun geweien luid tegen elkaar aan klappen.

Al deze weelde en luxe komt wel met een minstens zo imponerend prijskaartje (zie kader). Want ook de betaalbare lodges en campings zijn in Botswana nog een stuk duurder dan in buurlanden Zuid-Afrika en Namibië. In ruil krijg je meer exclusiviteit en een ongerepter stukje Afrika. Lonely Planet noemt het land dan ook niet voor niets een van de best bewaarde geheimen van Zuidelijk Afrika. De vraag is alleen hoelang nog.

Praktisch

Beste periode om te gaan: van mei tot en met november.

Activiteiten: naast een bezoek aan de Okavango Delta, de nationale parken en de zoutvlaktes is de Kalahari-woestijn ook een bezoek waard.

Prijzen: veel lodges in de Okavango Delta zijn erg duur (Chobe Game Lodge 400 à 800 € per nacht). Kamperen is goedkoper: Sepupa Swamp Stop of Nguma Island Lodge (zo'n 13 € pp), Lekhubu Eiland (20 € pp), of de Kwai Community Campsite (26 € pp). Kamperen in de nationale parken kost minimaal 44 € pp. Toegangsprijzen van de nationale parken: 10 € pp en 4 € per auto.

Vliegen: voor zo'n 900 € vlieg je vanaf Brussel naar Maun. Goedkoper kan via Amsterdam over Johannesburg naar Livingstone in Zambia, en dan via taxibus naar Kasane, dat vlak bij Chobe National Park ligt. Ook kun je in buurland Namibië redelijk eenvoudig een volledig uitgeruste 4x4 met daktent huren en daarmee op eigen houtje naar Botswana reizen. Belgische toeristen hebben geen visum nodig.

Botswana als duurzame safaribestemming: je betaalt wat meer maar krijgt er natuurweelde en luxe voor terug.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234