Vrijdag 23/08/2019

Eén god: de Natuur

'De wereld' van de romeinse schrijver Plinius

Men neme wetenschappers à la Dirk Draulans en Chriet Titulaer, de sensatiekrant News of the World, de natuurlijke therapie van dokter Vogel, het Guinness Book of Records, een wijn- en olijfboomatlas, een dik boek Voor Boer en Tuinder, een kunstencyclopedie en voorts nog wat ranzige 'Eigen volk en land best'-theorietjes en 'Vroeger was het beter'-kreten. Men katapultere dit amalgaam een kleine tweeduizend jaar terug in de tijd en men make er een corpulent boek van. Het resultaat zal in de buurt komen van Plinius' Naturalis historia. Daarvan is nu voor het eerst een flink deel in het Nederlands vertaald, in een heerlijke bladerturf met de passend ambitieuze titel De wereld.

Plinius

De wereld. Naturalis historia

Vertaald door Joost van Gelder, Mark Nieuwenhuis & Ton Peters

Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam, 900 p., 49,95 euro.

In Ethiopië komen gevleugelde en met hoorns gewapende paarden voor, pegasi genaamd. Een leeuw die sterft, bijt in de grond en laat een traan. Berenjongen zijn vormeloos: door ze te likken brengt het moederdier er geleidelijk vorm in aan. In Afrika zijn er olifanten die zich bij nieuwe maan ritueel reinigen. In India wonen de Schaduwvoeters, die bij grote hitte gaan liggen en zichzelf dankzij hun ene megavoet schaduw bezorgen. Als je tijdens de bevruchting aan iets bepaalds denkt, is er veel kans dat je kind dat kenmerk zal vertonen. De bliksem is afkomstig van andere planeten. Een komeet die in de schaamdelen van een sterrenbeeld verschijnt, wijst op verdorven zeden. De oorzaak van aardbevingen ligt in de winden. Aardbevingen gaan gepaard met overstromingen van de zee.

Het is een bonte wereld die de Romein Plinius in zijn grote encyclopedie heeft gedocumenteerd, een werk dat een hoofdstuk toebedeeld krijgt in Italo Calvino's befaamde Waarom zou je de klassieken lezen en dat voor zijn tijd een volstrekte primeur was. Plinius produceerde zijn levenswerk door naar verluidt een leven lang nauwelijks te slapen en altijd voort te doen. Hij las onafgebroken, moet een gigantische verzameling fiches hebben aangelegd (voor onze jongere lezers: een databank) en heeft zelf ook goed uit zijn doppen gekeken. Hij deed dat laatste tot op de dag dat de Vesuvius uitbarstte en hij dat fenomeen met de neus op de feiten wilde gaan bestuderen, een beetje zoals je naar een tsoenami toe zou varen. Plinius verbleef daar in de buurt als commandant van de Romeinse vloot. Zijn nieuwsgierigheid bleek dodelijk te zijn. Plinius stierf op 25 augustus 79, ongeveer 55 jaar oud. Zijn laatste uren worden uitgebreid beschreven in een befaamde brief van zijn neef, Plinius de jonge, nog altijd een belangrijke en merkwaardig accurate bron voor het precieze verloop van de uitbarsting die de stad Pompeji heeft begraven.

Veel van Plinius' zogenaamde 'feiten' heeft hij overgeschreven, meestal met bronvermelding. Hij deed dat uit intussen verloren boeken van Grieken en Romeinen die vóór hem schreven, waardoor hij onze enige bron is voor veel van die antieke wetenswaardigheden. Ze zijn voor ons vaak gezocht, grappig, poëtisch, onnozel of van de pot getrokken, maar het geheel biedt een fascinerend beeld van het gedachte- en emotiegoed van een ontwikkelde Romein uit de eerste eeuw, toen het imperium op zijn hoogtepunt was. Zo lezen we dit boek ook het best, zonder daarbij te vergeten dat ook wereldverkenners als Columbus en Marco Polo hun Plinius of delen daarvan nog kenden. Plinius' werk is lang invloedrijk en gezagvol gebleven, tot het door de vele ontdekkingen in de zestiende en zeventiende eeuw werd ondermijnd.

Je drempel beslaan met spijkers uit een graf om je te beschermen tegen nachtmerries, braambessen eten tegen een adderbeet, wervelwinden verdrijven door een ongestelde vrouw zich naakt te laten vertonen... Het lijkt vaak allemaal behoorlijk 'primitief' en er is sprake van flink wat vreemde taboes. Die maakten onherroepelijk en onlosmakelijk deel uit van Plinius' wereldbeeld, net als zogenaamde voortekenen, voor alle Romeinen en dus ook voor Plinius een vanzelfsprekend gegeven. Overal deden zich voorspellende tekens voor of werden ze door de mens uitgelokt: aardbevingen bijvoorbeeld waren volgens Plinius een voorbode van een nog groter gevaar, en een uil bij daglicht zien betekende dat er onheil op komst was.

En toch was Plinius voor zijn tijd ook redelijk sceptisch. Hij vindt - overigens niet als eerste - het geklooi met de bekende goden uit de mythologie maar onnozel, en wat hij over de onderwereld schrijft, doet denken aan kosmonaut Joeri Gagarin, die tijdens zijn ruimtevlucht God nergens had mogen ontwaren: "Als er echt ergens een onderwereld bestond, dan hadden die mijngangen van onze hebzucht en hang naar weelde hem beslist al lang blootgelegd." Ook de in zijn tijd populaire magie is voor Plinius onzin en schadelijk, omdat ze een perversie betekent van de natuurlijke gang van zaken. Als hij daarop inhakt, of op wat volgens hem charlatanerie is in de geneeskunde van zijn tijd, hanteert hij een cynische en sarcastische vorm van humor.

Pantheïst Plinius heeft inderdaad maar één god: de Natuur. Die bewondert hij mateloos, zowel in de harmonie van de kosmos als in de gedragingen van een olifant of een dolfijn, in de instincten van dieren, die sneller dan mensen aanvoelen wat er aan onheil op ons afkomt, of in pakweg de angel van een bij. Zelfs giftige planten en ander kwaad zijn eigenlijk een goed, want ze behoeden ons tegen overmoed. Het is aan de mens, het volstrekte opperwezen dat in Moeder Natuur leeft en dat haar bestaan een doel geeft, om de rijkdom die zij aanbiedt te gebruiken zoals het hoort. Dat zou een prachtige harmonie kunnen opleveren - Plinius is een natuuroptimist, die in zijn werk bijvoorbeeld een kleine duizend natuurlijke middeltjes beschrijft tegen allerlei kwalen en kwaaltjes - maar het loopt in zijn eigen tijd flink verkeerd, volgens hem. De mens is het noorden kwijt, en dat komt door twee kwalen: avaritia (hebzucht) en luxuria (een leven in weelde). Vroeger was het in Italië, het ideale land, allemaal beter en eenvoudiger, maar met name sinds de Romeinen met vreemde volkeren in contact zijn gekomen, zijn ze er niet vooruit op gegaan. De luxezucht is uit het decadente Oosten naar Rome overgewaaid, en die Oriënt begint voor Plinius al bij de Grieken. Met dat volkje heeft hij, zoals wel meer Romeinen, een bijzonder ambivalente verhouding: ze zijn dankzij hun prestaties cultureel en wetenschappelijk gezien onvermijdelijk een van Plinius' belangrijkste inspiratiebronnen, maar aan de andere kant zijn de Grieken ook onverbeterlijk babbelziek, geldbelust, zelfvoldaan, waanwijs en frauduleus. Dat zijn de xenofobe tot racistische clichés die in Rome welig bleven tieren.

'De mensen van tegenwoordig' knuffelen volgens Plinius elke nieuwe mode en nieuwlichterij, bijvoorbeeld in de geneeskunst en dieetleer. En wat het in zijn ogen helemaal erg maakt: ze verwaarlozen hierdoor hun erfgoed. Daarom dat Plinius dat erfgoed wilde redden door het over te schrijven. Het moest in zijn tijd allemaal groter, rianter, luxueuzer, praalzuchtiger. En om aan die excessieve behoeften van ons te voldoen doen mensen de aarde geweld aan: "We leven bovenop plekken waar wij haar hebben uitgehold, verbaasd dat zij zo nu en dan opensplijt of begint te beven, alsof dit waarachtig niet de verontwaardiging van onze heilige moeder zou kunnen uitdrukken!" Plinius pleit dan ook virulent voor 'consuminderen'.

Mensen vergeten door dat hoogmoedige gedrag van hen hoe futiel ze wel zijn en hangen valse waarden aan. Er zijn rampen nodig om ons te doen inzien hoe kwetsbaar we altijd zullen blijven, al raken we met ons hoofd de sterren. Dat besef van kwetsbaarheid in crisismomenten is een eeuwig cliché waartoe we veroordeeld zullen blijven, maar waar de stoïcijn in Plinius nog iets aan toevoegt: pas als we ons bewust zijn van die kwetsbaarheid, kunnen we goed (in de morele zin) gaan leven. En dat wil zeggen: anders gaan leven, zoals de goede oude Romeinen het deden: simpel, zonder poespas, met de voeten op de aarde en het hoofd niet te veel in de parfumwolken. Plinius is een groene jongen, zou je kunnen zeggen, maar van het type 'vroeger was het beter'. Zo liepen er in Rome wel meer rond.

Plinius' werk is dus een wonderlijke mengeling van natuuroptimisme en cultuurpessimisme, en van bizarre mirabilia en opmerkingen die nog herkenbaar zijn en zelfs 'verlicht' aandoen, zoals ook over de ronde vorm van de aarde, die in het licht van het universum maar een speldenprik groot is. Fundamenteel wilde Plinius zijn lezers kennis aanreiken om hen te bevrijden van onredelijke angsten, opnieuw een verlichte gedachte uit de Stoa en het epicurisme. Pas als je bijvoorbeeld de ware oorzaak van eclipsen kent, hoef je er niet langer bang voor te zijn. Zijn werk past ook in de Grieks-Romeinse traditie van de algemene, encyclopedische vorming. Goede burgers en leidende figuren zijn mensen die over een brede kennis beschikken, die ze tijdens hun opleiding aangereikt kregen, een ideaal dat lange tijd ook de basis van ons humaniora-onderwijs vormde. Het staat vandaag om diverse redenen ter discussie.

Er is voor een wetenschappelijke nitwit als uw dienaar volop ruimte voor een tweede Plinius-boek of een Plinius-site met Jongens & Wetenschap-weetjes. In deze vertaling houden de makers zich namelijk begrijpelijkerwijs ver van vergelijkingen met hedendaagse inzichten. Dat zou de al stevige body mass index van dit boek tot onuitgeefbare hoogten hebben opgedreven. Maar een vraag die bij lectuur van een turf als die van Plinius heel vaak rijst, is nu juist: en hoe zit het vandaag? Klopt er iets van wat Plinius schrijft? Wat is pure nonsens, waar is er 'iets van aan' en waar slaat hij spijkers met koppen? Steekt een struisvogel bewust zijn kop in het zand om gevaren niet te hoeven zien? Zijn duiven trouwe partners en waarom zijn dolfijnen mensenvrienden? Wat is bevergeil precies? Bestaat overbevruchting (nog eens zwanger worden terwijl je al zwanger bent)? Voor Plinius was het alvast allemaal erg duidelijk.

Patrick De Rynck

Er zijn rampen nodig om ons te doen inzien hoe kwetsbaar we altijd zullen blijven, al raken we met ons hoofd de sterren

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden