Maandag 05/12/2022

Een globale energieoorlog

n Oorlog tegen terreur is verweven met strijd voor Amerikaanse energiebelangen

De VS-oorlog tegen terreur verergerde dan wel de economische recessie, voor het gewezen bedrijf van vice-president Dick Cheney en de energieplannen van het Witte Huis in Centraal-Azië kwam 9/11 als een geschenk uit de hemel.

Maarten Rabaey

De Halliburton Company, het grootste dienstverleningsbedrijf in de petroleumsector, waar Cheney tot zijn aantreden als vice-president de hoogste managementsfunctie bekleedde, is een directe begunstigde van de oorlog tegen terreur. Van het bouwen van cellen voor gevangenen in Guantánamo Bay, Cuba, tot het voeden van Amerikaanse troepen in Oezbekistan steunt het Pentagon in toenemende mate op een van Halliburtons dochterondernemingen: Kellogg, Brown & Root. Het bedrijf, beter bekend onder zijn afkorting KBR, werkt al sinds de Vietnamoorlog voor het Pentagon, maar nog nooit haalde de onderneming zoveel contracten binnen als na de aanslagen van 11 september. KBR is immers de grootste logistieke partner voor het Amerikaanse leger, te land, ter zee en in de lucht. Het levert diensten zoals constructie, elektriciteit, brandstoftransport tot en met de catering voor de tienduizenden Amerikaanse GI's in het buitenland. Dit jaar vernieuwde het Pentagon zijn exclusiviteitscontract, zodat de onderneming de komende tien jaar verzekerd is van logistieke steun aan overzeese legeroperaties.

De recente overeenkomst met het VS-leger was welkom voor Halliburton, waarvan de aandelen de laatste jaren met twee derde zakten vanwege schadeclaims die het moest uitbetalen aan ex-werknemers die aan asbestvergiftiging lijden, tanende winsten in de energiesector en een onderzoek door de Securities and Exchange Commission (SEC) naar de zwarte boekhouding. Het nieuwe contract met de overheid biedt nu het vooruitzicht op een lange en duurzame cashflow.

Sinds de aanslagen van 11 september heeft het Congres al ongeveer dertig miljard dollar vrijgemaakt om de oorlog tegen terreur te ondersteunen. Zowat de helft daarvan is naar het Pentagon gevloeid, vooral om wapens, voorraden en diensten aan te kopen. Hoewel KBR wellicht niet de grootste begunstigde is van alle regeringscontracten die met de oorlog tegen terreur gepaard gaan, hebben slechts weinig bedrijven de mogelijkheid gekregen om zo'n lucratieve akkoorden te sluiten. De precieze waarde van alle contracten tussen Halliburton en het Pentagon is moeilijk in te schatten, maar het bedrijf erkent dat ze zeker 10 procent uitmaakten van zijn 13 miljard dollar inkomsten vorig jaar. De belastingbetaler ziet de keerzijde van de medaille: door een extern bedrijf in te huren besteedt het Pentagon meer taxpayers money dan wanneer zijn militairen dat werk zelf zouden doen. Legerwoordvoerders gaven al toe dat de kosten "dramatisch kunnen escaleren zonder afdoende controle".

Maar toezicht zal niet makkelijk worden. Het legercontract is gehuld in geheimzinnigheid. Financiële experts schatten niettemin dat Halliburton via KBR jaarlijks honderden miljoenen dollars extra zal verdienen. Ze beroepen zich op de ervaringen van KBR in het verleden. Op de Balkan bijvoorbeeld, waar VS-troepen neerstreken in Kosovo, werd een contract dat aanvankelijk minder dan vier miljoen dollarwaard was, in de loop der jaren een goudmijn waar het bedrijf miljarden dollars uit puurde.

Het bedrijf houdt vol dat vice-president Dick Cheney 'geen enkele rol' heeft gespeeld in de bemiddeling van de contracten met de overheid, zowel in zijn periode als ceo van Halliburton als tijdens zijn huidige verblijf in het Witte Huis. Hoewel hij geïnformeerd werd over de contracten zou hij zich als ceo in hoofdzaak hebben gericht op de energiebelangen van de onderneming: de constructie van pijplijnen.

Net daar wringt het schoentje. De belangen van de multinational lopen opvallend gelijk met het internationale energiebeleid van de VS, dat van a tot z terug te vinden is in het National Energy Policy Paper, beter bekend als het Cheney-rapport. Dat beleidsdocument van de vice-president werd al meteen na zijn publicatie in mei 2001omstreden om twee redenen: Cheney weigerde de namen vrij te geven van zijn consultants - later bleek het om Halliburton-kaderleden te gaan - en beval tot woede van milieuactivisten zijn regering aan om naar petroleum te gaan boren in een beschermd natuurreservaat op Antarctica.

Deze controverses leidden evenwel de aandacht af van de kern van het rapport: Strengthening Global Alliances. In die hoofdstukken wordt de president aanbevolen "van energieveiligheid de prioriteit te maken van ons handels- en buitenlands beleid". De VS gaan volgens de vice-president immers in toenemende mate afhankelijk worden van buitenlandse energievoorraden. Petroleum bijvoorbeeld moet nu al voor meer dan de helft worden geïmporteerd. Maar experts schatten dat de VS tegen 2020 maar liefst twee derde van de petroleum zullen moeten invoeren om aan de vraag van de binnenlandse consumenten te voldoen.

Daaruit trekt Cheney twee belangrijke besluiten: de VS moeten goede banden hebben met olieproducenten in het Midden-Oosten, maar ook geografisch diversifiëren: 'Ons engagement moet globaal zijn.' Dat betekent nauwe banden ontwikkelen met leveranciers in alle olieproducerende gebieden ter wereld, in Afrika en Latijns-Amerika maar vooral in high-priority areas zoals de Kaspische Zee. Toen de kapers op 11 september vier passagiersvliegtuigen lieten neerstorten op strategische doelwitten in de VS concentreerde het Witte Huis zich weliswaar op het uitschakelen van Al-Qaeda en de Taliban in Afghanistan, maar deze 'oorlog tegen terreur' ging vanuit geopolitiek oogpunt verrassend snel gelijklopen met de strijd om de energiebelangen rond de Kaspische Zee.

"Aanvankelijk verliepen beide operaties volgens een eigen logica, maar gaandeweg liepen ze in toenemende mate door elkaar. Vandaag zijn de war on terrorism en de struggle for oil een en dezelfde onderneming geworden", stelt Michael T. Klare, professor world security studies aan het Hampshire College in Amherst, Massachusetts, en auteur van Resource Wars: The New Landscape of Global Conflict.

"Kijk maar naar de militaire training die de VS in Georgië geeft. Officieel is het doel van de operatie, waarbij adviseurs en elite-eenheden worden ingezet, het verlenen van steun aan de Georgische strijdkrachten in hun strijd tegen Tsjetsjeense separatisten die zich op hun grondgebied bevinden. Hoewel dat zeker een van hun doelstellingen is, is het ook evident dat Washington daarmee de geplande pijplijnroute beschermt die via Georgië olie van de Kaspische Zee naar de havens van de Zwarte en Middellandse Zee moet voeren. De grote pijplijn is al in aanbouw, maar men is duidelijk bezorgd dat ze een doelwit kan worden van de vele milities in het gebied." Sinds de oorlog tegen terreur begon, is het Amerikaanse leger ook gestart met de oprichting van permanente basissen in de regio. Behalve in Afghanistan, dat het virtueel in handen heeft, vestigden VS-militairen zich ook in de buurlanden Tadzjikistan, Oezbekistan en Kirgizië.

Al deze locaties zijn belangrijke transitlanden om pijplijnen door te trekken die vertrekken vanuit landen zoals Kazachstan en Azerbeidzjan, waar de oliereserves op meer dan twintig miljard vaten geschat worden. Cheney gebruikte deze cijfers in zijn rapport om de president aan te bevelen "de stijgende olieproductie van de Kaspische Zee effectief te integreren in de globale oliehandel".

Volgens Klare vergemakkelijken verschillende factoren het samengaan van de Amerikaanse strijd tegen terreur en de oliemissie. De eerste is geografisch: veel van 's werelds grootste oliereserves zijn gelokaliseerd in onstabiele gebieden die het Witte Huis wil 'veiligstellen' voor zijn doeleinden. De tweede is het besef dat de toenemende Amerikaanse afhankelijkheid van geïmporteerde energiebronnen zal samenvallen met een massale vraag van demografisch exploderende landen zoals China en India, wat zal leiden tot een bikkelharde concurrentiestrijd op de wereldmarkt, met alle gevolgen van dien voor de energieprijzen. "Nu het Amerikaanse publiek gefixeerd is op de bedreiging van terreur is het evenwel begrijpelijk dat de regering-Bush eerder weigerachtig staat om openlijk te zeggen dat haar buitenlandse beleid eigenlijk samenloopt met de bescherming van olieleveringen", zegt Klare. "Integendeel, de oorlog tegen terreur stelt het Witte Huis in staat om (naar de publieke opinie toe, MR) een geschikte verklaring te geven voor zijn militaire aanwezigheid in gebieden waar het in de eerste plaats wil zijn voor zijn energiebelangen. Daarom is het waarschijnlijk dat de oorlog tegen terreur en de strijd om olie voor onbepaalde tijd met elkaar verbonden zullen zijn; daarom ook zal er in toenemende mate Amerikaanse militaire betrokkenheid zijn in de olieleverende landen. Soms zal die betrokkenheid beperkt blijven tot indirecte vormen van assistentie, zoals wapenleveringen en trainingsprogramma's, maar soms zal ze leiden tot de ontplooiing van aanzienlijke aantallen Amerikaanse gevechtstroepen."

Omdat deze militairen de komende tien jaar logistiek ondersteund zullen worden door Kellogg, Brown & Root dreigt bovendien een gevaarlijke belangenvermenging te ontstaan tussen de oorlog en de private belangen van KBR's moederholding Halliburton. Als marktleider in de pijplijnconstructiesector kan deze multinational onder de vlag van het VS-energiebeleid, dat werd opgesteld door zijn voormalige ceo, zich in het kielzog van zijn dochter met voorsprong én voorkennis vestigen in alle regio's waar miljardencontracten op til staan. Nu al is Halliburton bijvoorbeeld betrokken bij een pijplijnproject dat door Macedonië moet lopen, terwijl KBR de logistiek van het strategisch nabijgelegen Amerikaanse Camp Bondsteel in Kosovo verzorgt.

Klare is alvast niet gerust op deze privatisering van de oorlogsvoering en de Amerikaanse buitenlandse politiek. Hij waarschuwt de regering-Bush gas terug te nemen. "De regering-Bush heeft het recht en de plicht om de VS tegen verdere daden van terrorisme te beschermen en krijgt daarvoor de onvoorwaardelijke steun van publiek en Congres. Maar die steungeldt niet voor een (militaire) campagne met open einde om bij overzeese leveranciers extra olievoorraden aan te boren en die voorraden tegen vijandelijke troepen te beschermen. Vooraleer militaire middelen in te zetten, moeten we overwegen of aan de Amerikaanse energievereisten niet beter voldaan kan worden door een duurzaam beleid te voeren en alternatieve energiesystemen op het getouw te zetten, die het risico op Amerikaanse betrokkenheid in een eindeloze reeks overzeese conflicten aanzienlijk kan verminderen."

De oorlog tegen het terrorisme geeft het Witte Huis een perfect excuus voor zijn militaire aanwezigheid in gebieden waar het in de eerste plaats wil zijn voor zijn energiebelangen

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234