Donderdag 21/01/2021

Eén glas, en ik ga er weer vandoor

De Goncourt 1999: eindelijk nog eens een schitterende roman

door Frans Aerts

Jean Echenoz

Les Editions de Minuit, Parijs, 252 p., 646 frank.

Is het u ook al opgevallen hoeveel er wordt geslenterd in reisverhalen? Elke gelegenheid is goed om de verplaatsing te onderbreken en uitgebreid en diepzinnig te gaan zitten mediteren. Op dezelfde manier staan spionage- en detectivestory's vaak in het teken van de aarzeling, de personages hebben in de regel iets lijdzaams, alsof ze tegen hun wil in de maalstroom van de gebeurtenissen verzeild zijn geraakt. Deze en soortgelijke gedachten komen op bij lectuur van Jean Echenoz. Echenoz' verhalen staan in de traditie van de roman noir, en er wordt heel wat in afgereisd - weliswaar op een wat apathische manier, maar altijd wordt de reiziger buiten zijn weten zelf achtervolgd. Ieder tafereel wordt afgeluisterd, en de bespieder wordt op zijn beurt bespioneerd. De spiegel lijkt zowat hèt attribuut van de spion, en van de auteur, de spiegel die ten slotte in stukken uiteenvalt en de werkelijkheid gefragmenteerd terugkaatst.

Zopas werd Echenoz' nieuwe roman Je m'en vais bekroond met de hoogste Franse literaire onderscheiding, de Prix Goncourt. Het is wel pech, die prijs krijgen nadat de Académie Goncourt er het voorbije decennium alles aan heeft gedaan om hem te degraderen tot een jaarlijks terugkerende klucht. Beter negeren, die hele Goncourt-kermis maar niet Jean Echenoz, met deze schitterende negende roman, opnieuw uitgegeven bij Minuit.

In 1990 was Echenoz voor Lac (Meer) al bekroond met de eerste 'Europese literatuurprijs' van de Europese Gemeenschap, door een jury van literatoren uit de aangesloten landen. Voordien kreeg hij de Prix Médicis 1983 voor Cherokee. Meer was ogenschijnlijk een spionageroman, die begon met het aangespen van een kunstbeen en eindigde met het opladen van glasscherven van gebroken spiegels. Tussenin kwamen we personages tegen die hun lichaamsdelen een naam gaven: Simon voor de maag, Judas voor de lever, Pierre en Jean voor de longen...

Als er zoiets bestaat als een 'Echenoz-personage', dan heeft dat misschien wel enig succes bij de vrouwen, maar zonder dat echt te kunnen verzilveren. Net geen outcast rommelt dat personage maar wat aan in de marge van de betere kringen. In Meer was die protagonist een spion van het lagere echelon uit het voormalige Oostblok, tevens insectenkundige. Hier, in Je m'en vais, is de hoofdfiguur Félix Ferrer een galeriehouder met hartklachten, die zopas in een bevlieging zijn vrouw heeft verlaten.

Ferrer heeft weet van een boot met kostbare etnologische zeldzaamheden aan boord die een halve eeuw geleden in het pakijs boven de noordpoolcirkel is vastgelopen. De zoektocht naar de schat, wat er nadien allemaal misloopt, elke beweging van de schattenzoeker, met zijn echo in de observatie door zijn bespieder, het bespieden van de bespieder: de intrige raakt in al die lijnen steeds verder uiteengerafeld. En toch blijft het boek heel simpel, eenvoud is het halve keukenrecept van Echenoz' hele oeuvre.

Elk boek van deze schrijver begint met een moment van verandering, waarna het verhaal langzaam op gang komt. "Je m'en vais, dit Ferrer, je te quitte." Vijf jaar huwelijksroutine zitten erop, en plots is het welletjes geweest. Maar een huwelijk opgeven is één ding, naar de noordpool reizen en terug een ander. Het bevroren landschap doet onwillekeurig denken aan Nooit meer slapen van Willem Frederik Hermans, of aan Bruce Chatwins Opnieuw Patagonië. Het behoedzame reizen als metafoor voor de terugkeer tot zichzelf, ditmaal onder de spiedende, geboeide blik van de tegenstander, die zowat de enige garantie tegen de eenzaamheid is. Een zoektocht die verloopt in het licht van het verleden, zowel van de persoonlijke herinneringen als van de collectieve geschiedenis. Is het u ook opgevallen hoe grondig elk perspectief op de toekomst afwezig blijft in zulke reisverslagen?

Zoals in La Comédie humaine van Balzac laat Jean Echenoz soms figuren terugkeren in andere boeken: Ferrer en een nevenpersonage, Victoire, kennen we bijvoorbeeld al uit zijn vorige roman Un an. Zoiets versterkt gewoonlijk de werkelijkheidssuggestie die van een romanwereld uitgaat. Maar bij Echenoz blijft alles een surrealistische, bijna chirurgisch geamputeerde werkelijkheid, daar in dat eeuwige klinische wit van de besneeuwde vlakten. Dissectie is dé werkmethode van de schrijver en van zijn personages: om de verveling te verdrijven gaat Félix Ferrer bijvoorbeeld zijn activiteiten structureren "afin de couper le temps comme un saucisson", of tracht hij vergeefs réussites te spelen met een onbruikbaar geworden kaartspel, "car amputé d'un as de coeur".

Op zeker moment dreigt Félix' hart het te begeven; en dan volgt een schitterende filmische scène, die ik zo exact mogelijk probeer te vertalen: "Hij kwam spoedig weer bij zinnen, al kon hij vooralsnog geen woord uitbrengen: het was geen zwart dat bezit nam van het scherm zoals bij een televisietoestel dat wordt uitgezet, nee, zijn gezichtsveld bleef functioneren, zoals een camera die op de grond is gevallen na de plotselinge dood van de cameraman blijft opnemen, en met vaste opstelling filmt wat voor het objectief verschijnt: een hoek van de muur en het parket, een slecht aansluitende plint, een stuk buizenwerk, een lijmvlek op de rand van het tapijt."

Die verbrokkeling, die tekens van tegenspraak in iedere beschrijving, dat gebrek aan samenhang tot in elk menselijk gelaat toe vormen het handelsmerk van deze auteur. Zoals ook zijn heel eigen manier van kijken: niet toevallig immers is Félix Ferrer kunsthandelaar. Want het oog is een nobel orgaan "qui regarde, exprime, pleure et se ferme pour dormir, ce qui est également noble".

Titel, begin en einde van het boek vallen helemaal samen. "Je m'en vais, je te quitte," zo begon het. Net een jaar en 250 pagina's later heeft de koele Hélène Félix de bons gegeven. Op oudejaarsavond belandt hij voor het huis waar hij met zijn echtgenote heeft gewoond. Er is een feest aan de gang. Het meisje dat opendoet kent Suzanne niet, maar nodigt hem toch binnen. "Bon dit Ferrer, mais je ne reste qu'un instant, vraiment. Je prend juste un verre et je m'en vais."

Een huwelijk opgeven is één ding, naar de noordpool reizen en terug een ander

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234